Auteur: BTG redactie

Smart connectivity: 5G of wifi6?

Het zijn twee technieken die voor smart connectivity belangrijk zijn: 5G en wifi6. Sinds kort is 5G in Nederland beschikbaar. Maar het lijkt alsof wifi met wifi6, 5G voorbij is gestreefd. Is dat zo? En wat zijn de recentste ontwikkelingen als je het hebt over smart connectivity?

5G of wifi6: het lijkt op de discussie tussen radio en televisie: toen televisie in opkomst kwam, werd gedacht dat dit het einde was van radio. Maar ondanks alles is radio vandaag de dag nog altijd populair en is televisie in deze coronatijd helemaal opgeleefd. De discussie tussen wifi en mobiele technologie is begonnen in de tijd van 3G. 3G zou twee Mbit/s gaan leveren, in een tijd dat de snelste ADSL-verbindingen thuis slechts 512 kbit/s leverden. Wifi zou daar met een bruto snelheid van 11 Mbit/s (802.11b) ver over heengaan. In werkelijkheid leverde 3G in het begin maar 384 kbit/s en waren wifi-hotspots aangesloten op 256 kbit/s huurlijnen, een dataverbinding die je met steeds meer mensen moest delen.

Datagebruik stijgt snel
De hoeveelheid data die we versturen, blijft elk jaar met 50 tot 100 procent groeien. De afgelopen periode is door het massale thuiswerken de hoeveelheid data met ongeveer 20 procent in één maand gegroeid. Het grootste deel daarvan is over wifi en 4G verstuurd, vervolgens over glasvezelverbindingen naar datacenters en applicatieservers. Vooral videoconferencing en thuisonderwijs heeft voor een enorme belasting van de infrastructuur gezorgd. Iedereen die van plan was om de wifi thuis nog een keer te upgraden, heeft dat waarschijnlijk gelijk in de eerste week proberen te doen.

Wifi & brutosnelheid
Qua datasnelheid heeft de wifi-technologie enorme stappen genomen: van enkele Mbit/s met 802.11b tot meer dan een Gbit/s. De wifi-leveranciers hebben altijd marketing bedreven op basis van brutosnelheden door de lucht. Daarbij is nooit rekening gehouden met protocol en signalering-overhead. De werkelijke snelheid van wifi-verbindingen ligt meestal lager dan 40 procent van de brutosnelheden. Vooral bij veel gebruikers stort de datasnelheid in vanwege protocol-overhead.

Aloha-protocol
Wifi6 maakt gebruik van OFDMA-radiotechnologie, dat ook in 4G en 5G wordt gebruikt. Ook maakt wifi6 gebruik van scheduling: het netwerk wordt bestuurd wie mag zenden en wie ontvangen. Alle wifi-versies hiervoor zijn ongepland: iedereen mag meedoen, zolang je een ander maar niet stoort. Er moet dus altijd ruimte gelaten worden om iemand te laten zenden. Er wordt dan gebruikt gemaakt van het Aloha-protocol (inderdaad, op Hawaï ontwikkeld). Het maximum van de tijd dat gezonden kan worden, ligt daarbij bij ongeveer 37 procent. Er moet namelijk altijd plek zijn voor een ander. Op zich is dat een geweldig principe, maar het is één van de redenen dat er in wifi een groot verschil is tussen de bruto geadverteerde snelheid en de werkelijke snelheid voor de gebruiker. Door verkeer te plannen, kan de datadoorvoer toenemen tot bijna 100 procent van de tijd. Mobiele netwerken zoals 3G, 4G en 5G hebben dit altijd al gedaan.

Backwards compatible
Een groot voordeel van wifi is het feit dat het altijd backwards compatible is gebleven. Printers, streaming devices, thermostaten, elk apparaat waar een wifi chip in zit kan in principe op elk netwerk een verbinding maken. Bij een upgrade van het netwerk hoeft dan niet gelijk ieder device vervangen te worden. Daarnaast zal een nieuw device ook altijd werken op oude netwerken. Helaas zijn de eerste wifi-standaarden zeer veel trager dan modern verkeer, een beetje als een paard en wagen op een doorgaande weg. Daardoor kunnen netwerken veel trager worden dan gewenst. Op Schiphol zijn devices met oude wifi chips niet meer welkom op het netwerk, om te voorkomen dat de snelheid te veel naar beneden wordt getrokken. Bij wifi6E is dit anders, daar wordt een nieuwe frequentieband toegepast. Alleen moderne netwerken en moderne devices kunnen samenwerken. Wifi6 zit bijvoorbeeld al in Apple iPhone 11, Samsung Galaxy S10 en S20-toestellen. Wifi6E-apparaten worden pas vanaf 2021 verwacht.

5G & Dynamic Spectrum Sharing
Dynamic Spectrum Sharing is onderdeel van de nieuwe 5G-standaard. Daarmee kan op een 4G-frequenties ook dynamisch 5G worden toegepast. De 5G-snelheid is niet veel hoger dan wat met 4G kan worden bereikt, maar het zorgt wel voor een gemakkelijke migratie naar 5G. VodafoneZiggo gebruikt dit nu op 1800 MHz. Door een slim technisch ontwerp heeft VodafoneZiggo hiermee heel eenvoudig als eerste 5G landelijke dekking kunnen lanceren.

(Mobiel) bereik 5G & wifi
Eén van de nadelen van 5G is het beperkte bereik binnenshuis. Capaciteit in 5G wordt verwacht op de 3500 MHz band, die vooral in stedelijke gebieden zal worden gebruikt. Deze band heeft echter een korter bereik en komt daarnaast veel moeilijker door ramen en muren. Terwijl we het grootste deel van de tijd binnenshuis verbinding nodig hebben. Wifi biedt indoor natuurlijk voordelen, maar heeft traditioneel problemen met mobiliteit. Met moderne apparatuur en controllers is wifi wel in staat om goed van de ene zender naar de andere te gaan. Thuis is het echter een ander verhaal, wat je als gebruiker snel merkt door als je tijdens een Teams-sessie naar boven loopt.

Niet óf, maar én
Wifi-netwerken zijn een cruciaal onderdeel van moderne IT-infrastructuren. We werken steeds meer met Teams, videoconferenties, Office365 en andere apps uit de cloud. Connectiviteit wordt almaar belangrijker. De hoeveelheid data die door wifi-netwerken wordt getransporteerd, zijn voor mobiele netwerken heel moeilijk af te handelen. Voor laptops op kantoor (stationaire gebruikers) blijft nu en in de toekomst wifi de beste oplossing. Bij gebruikers die veel bewegen zijn mobiele netwerken meestal de betere oplossing. Over roaming tussen wifi en 5G wordt wel nagedacht, maar dat is voor veel mobiele operators op dit moment geen prioriteit. Beide netwerken zullen nog heel lang naast elkaar blijven bestaan.

Private netwerken
Hoe kun je als bedrijf een oplossing vinden voor de lokale communicatie? Een alternatief voor wifi en 5G zijn netwerken op gelicenseerde frequenties zoals private 4G- of 5G-netwerken. Private 4G-netwerken wordt in Nederland nog niet heel veel toegepast, maar meestal wel als missie kritisch netwerk. Private netwerken vragen om specifieke expertise. Deze expertise is bijvoorbeeld aanwezig bij mobiele operators. Het gebeurt daarom regelmatig dat operators gevraagd worden om een privaat netwerk te bouwen en te onderhouden. De Nederlandse operators hebben liever gebruikers op hun publiek netwerk en bouwen geen private netwerken.
Publieke netwerken hebben een beschikbaarheidspercentage van ongeveer 99,9 procent. Bedrijven verwachten van de mobiele verbinding vaak een percentage van 99,999 procent (de beroemde vijf negens). Het verschil daartussen is erg groot en vergt veel additionele investeringen in onder andere redundantie.
Bij een eigen netwerk kun je wel besluiten om op allerlei niveaus de benodigde redundantie aan te leggen en service levels af te stemmen. Op dit moment zijn er helaas nog maar een paar partijen die echt een missiekritisch netwerk kunnen leveren. Toch is de gewenste controle en betrouwbaarheid de reden om een eigen netwerk te bouwen.
De ervaring leert dat een netwerk met meer dan tien zenders en een paar honderd gebruikers al heel snel een project is van een of meerdere tonnen, sterk afhankelijk van de gekozen oplossing. Wifi-netwerken zitten door de hoeveelheid zenders en apparatuur overigens op vergelijkbare bedragen. Goede private netwerken vergen inzet van een behoorlijk projectteam en vergen tijd, geld en mensen. Niet alleen bij de bouw, maar ook bij de dagelijkse operatie en het onderhoud.

Duitse autofabrikant bouwt met 5G-netwerk
In de rustige, moderne fabriekshal van autofabrikant e.Go in het Duitse Aachen zijn sinds een jaar tientallen productiemedewerkers de nieuwste elektrische stadsauto e.Go life aan het assembleren. Het is mensenwerk: hier zie je geen zwiepende, watervlugge robotarmen. En elk stuk gereedschap, tot en met de laatste schroevendraaier, is verbonden met een lokaal 5G-netwerk. De platte karretjes waarop de auto’s van station naar station worden gebracht, rijden zelfstandig, ook via 5G op de bandbreedte van 3,5 GHz. En ook de levering van onderdelen aan elk specifiek voertuig tijdens de assemblage en de autonome eindcontrole van de auto’s verloopt via het netwerk. In de toekomst zullen ook autonome vorkheftrucks en kleine treinen worden gebruikt om materiaal tussen magazijnen en de productiehal te vervoeren. “Om de karren autonoom te laten rijden, heb je een netwerk nodig dat altijd draait”, zegt e.Go vice-president Ernest Debets over de voordelen van 5G. “Je moet veel zekerheid hebben.

Een onderbreking van twee seconden is genoeg om een ongeluk te laten plaatsvinden. Daarnaast hebben we de bandbreedte van 5G nodig om continu onze systemen geüpdatet te houden.”

Ericsson over de kansen van 5G
Peter Goeijers (Ericsson) is ervan overtuigd dat 5G een boost gaat geven aan Internet of Things. “Steeds meer bedrijfsprocessen worden geautomatiseerd Covid-19 heeft ons geleerd dat we te afhankelijk zijn geworden van productie in bijvoorbeeld Azië. Hierdoor zal 5G een belangrijke rol kunnen spelen voor flexibele lokale productie bedrijven.” Ook bij missiekritische bedrijven is het reëel dat 5G belangrijk wordt. Goeijers: “Gezien de huidige problemen met C2000 is te verwachten dat 5G een grote rol in de zwaailicht sector gaat spelen.”

De introductie van 5G gaat in Nederland wat trager dan in bijvoorbeeld Duitsland. Goeijers: “Daar is de licentieveiling afgerond. In de industrie zie daar veel initiatieven ontstaan. BMW, Audi, Daimler als voorbeeld staan voor de opgave om de automobieltransitie (elektrische auto’s) in te gaan. Nieuwe en meer flexibele productie-omgevingen gaan hierbij een grote rol spelen.

Op het gebied van kas- en tuinbouw is Nederland één van de grootste van de wereld. Onze tomaten worden overal naar toe geëxporteerd. Goeijers: Het is steeds lastiger gekwalificeerd personeel te vinden (seizoensarbeiders). Deze sector ontkomt er niet aan om te innoveren. Robots met daarop HD-camera’s gaan door de kas rijden. Dan is een snelle en betrouwbare draadloze verbinding nodig. Alle data zal met behulp van AI artificial intelligence en machine learning geanalyseerd moet worden. Pas dan weet de teler of zijn kas gezond is en kan eventueel actie ondernemen.

Voor meer info kun je terecht op de Ericsson.com en rechtstreeks:
www.ericsson.com/en/5g/5g-for-business

Schiphol met eigen LoRa-netwerk
Schiphol heeft haar eigen IoT-netwerk dit voorjaar uitgerold op de luchthaven. Het netwerk biedt dekking in alle publieke gebieden zoals aankomst- en vertrekhallen, lounges, pieren en Schiphol Plaza en in niet-publieke gebieden zoals de bagagekelders en de platformen. Door het grotere bereik en het lagere stroomverbruik ten opzichte van wifi, is het netwerk uitermate geschikt om slimme sensoren te ontsluiten en data over lange afstanden te versturen. De informatie van deze sensoren geeft Schiphol realtime inzichten en is tevens aangelegd voor andere organisaties die op Schiphol met Internet of Things aan de slag willen. MCS heeft Schiphol geadviseerd en begeleid bij het uitrollen van dit eigen private LoRa-netwerk op de hele luchthaven. De eerste toepassing is de mogelijkheid voor de reiziger om realtime feedback te geven over hun ervaring met de toiletfaciliteiten. In de eerste maand kwamen er ruim 550.000 reacties binnen. Op basis van de realtime-informatie kunnen schoonmaakpartijen proactief op verstoringen of vervuiling acteren.

Smart connectivity-expert Arcadis
Martin Standaart, senior consultant bij Arcadis, is dagelijks betrokken bij tal van smart connectivity-projecten. De komst van 5G zal volgens hem een verdere verwevenheid gaan vormen tussen zakelijk- en privégebruik. En veel hangt af van welke nieuwe applicaties er beschikbaar komen. Standaart: “Zit daar ook weer een killer app tussen als sms of messaging-diensten als Whatsapp.”

Standaart verwacht dat het begin nog niet te veel zal veranderen voor de zakelijke markt.

“Videobellen en collaboration tools via mobiel zullen nog populairder worden dan nu al door de coronacrisis. Virtual reality voor toepassingen in de bouw of vergunningsaanvragen kunnen populair worden, al is de vraag of dat niet makkelijker kan via wifi en vastnet. En daarbij, veel nieuwe diensten kunnen pas echt doorbreken als de 5G-aanbieders een goede landelijke dekking kunnen garanderen.”

Ook het toepassen van 5G voor missiekritische diensten waarbij gevaar ontstaat bij uitval van de telecom, zal nog op zich laten wachten. “Denk aan C2000 en GSM-R, die recent nog upgrades hebben gehad. Tegen de tijd dat die systemen vervangen moeten worden, zijn we mogelijk al met 6G bezig. Voor iets minder kritische communicatie voor industrie of logistiek zal 5G wel een rol gaan spelen, maar dan in een private netwerk. Datzelfde geldt voor wifi 6, die daarnaast ook als afvanger voor 5G in gebouwen ingezet kan worden. Afhankelijk van de abonnementsvormen voor 5G.

Koning & Hartman bereidt zich voor op 5G
“De komst van 5G brengt ons natuurlijk hogere snelheden, maar belangrijker nog is meer zekerheid van een snelle response”, zegt Mark Gerritsen, sales director bij Koning & Hartman. “Daarmee verhoog je de betrouwbaarheid, met name in het bereik van ‘dingen’ of ‘machines’ die met elkaar communiceren. Wanneer je op een kruispunt auto’s, fietsen en stoplichten met elkaar laat communiceren kun je bijvoorbeeld de doorstroom steeds beter sturen. Dit vraag dan wel directe beslissingen op basis van artificial intelligence gebaseerd op realtime data vanuit de sensoren.”

Met name industriële klanten realiseren zich steeds meer wat 5G voor ze kan betekenen. Koning & Hartman krijgt steeds meer vragen vanuit die markt. Gerritsen: “Denk aan de autofabrikanten uit het voorbeeld in dit verhaal. Wij verwachten dat deze behoefte de komende jaren sterk zal groeien en dat het realiseren van diensten over dit netwerk voor veel organisaties nieuwe businessmodellen kan en zal opleveren. Koning & Hartman bereid zich daar vanzelfsprekend op voor en werkt met meerdere klanten aan de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten.”

5G zal ook invloed hebben op private netwerken, verwacht Gerriten: “Private LTE-netwerken zijn nu voornamelijk standalone netwerken. Deze netwerken worden zo veel mogelijk geïsoleerd van publieke mobiele netwerken wegens security redenen. Er is vaak een behoefte om data lokaal te houden en om de beschikbaarheid van het netwerk te kunnen garanderen. Wij verwachten dat private netwerken, of dat nu 4G of 5G techniek is, steeds meer gaan samenvloeien en elkaar gaan complementeren in de toekomst. De techniek die wordt toegepast in private cellulaire netwerken zal geleidelijk veranderen van LTE (4G) naar NR (5G).”

Gartner: IT-uitgaven dalen met 7,3% in 2020

De wereldwijde IT-uitgaven dalen in 2020 met 7,3% tot 3,5 biljoen dollar. Wel herstelt de IT-sector naar verwachting sneller van de impact van de COVID-19 crisis dan de rest van de economie.

Dit voorspelt onderzoeksbureau Gartner. "De totale IT-investeringen dalen naar verwachting in 2020 scherp, maar het herstel zal sneller en soepeler zijn dan de rest van de economie", zegt John-David Lovelock, distinguished research vice president bij Gartner. Het onderzoeksbureau verwacht dat de crisis bedrijven dwingt sneller digitaler te worden.

Alle segmenten getroffen
De totale IT-investeringen in 2020 komen naar verwachting uit op 3,5 biljoen dollar. De investeringen lopen in alle segmenten van de IT-sector terug. Het segment devices wordt het hardst getroffen doordat de uitgaven aan apparaten in 2020 in reactie op de crisis laag blijven. Naar verwachting krimpt dit segment met 16,1%.

Thuiswerken zorgde voor een piek in investeringen in devices. Deze piek houdt echter niet aan; Gartner verwacht dat de investeringen de komende tijd niet zullen terugkeren naar het niveau van 2019.

IT-investeringen in de periode 2019-2021 (beeld: Gartner)

Drie fases na COVID-19
Gartner verdeelt het herstel van de COVID-19 crisis in drie fases. Bedrijven gaan de komende tijd de tweede fase in: de herstelfase. Hierin kampen bedrijven met een achterstand aan IT-projecten en hebben minder beschikbare financiële middelen om deze projecten uit te voeren. CIO's zijn daardoor geneigd abonnement-gebaseerde producten en cloud services te kiezen, aangezien deze minder initiële investeringen vereisen. Infrastructure-as-a-Service (IaaS) profiteert hiervan naar verwachting en groeit met 13,4% naar 50,4 miljard dollar in 2020. Gartner verwacht dat de markt in 2021 met 27,6% groeit naar 64,3 miljard dollar. De investeringen in cloud conferencing stijgen naar verwachting met 46,7% in 2020.

"Nu lockdown-maatregelen worden versoepeld keren veel bedrijven op korte termijn terug naar een hogere omzetzekerheid. Dit maakt het mogelijk beperkingen op de cash flow op te heffen en stelt CIO's in staat hun investeringen in IT te hervatten", aldus Lovelock. Gartner verwachting zorgt dit in 2020 en 2021 voor groei.

Onderzoek: Weinig samenwerking tussen EU-landen rond digitalisering

roaming

Lidstaten van de Europese Unie (EU) werken nog te weinig samen rond digitalisering. Volgens een studie van de ESCP Business School uit Berlijn hebben Europese lidstaten nog te weinig gemeenschappelijke doelen.

Volgens de studie waren de EU-landen in 2019 onderontwikkeld op het gebied van quantum computing, robotica en digitaal onderwijs. De staatshoofden en regeringsleiders van Europa hebben tot nu toe echter vooral een eigen beleid in Europa en dat leidt tot een lappendeken aldus Philip Meissner van het European Centre for Digital Competitiveness.

Sterk in ICT-ondernemerschap, AI, cybersecurity en 5G
Nederland doet het onder Rutte goed rond ICT-ondernemerschap, AI, robotics, cybersecurity, Industry 4.0 en 5G. De Duitse Bondskanselier Angela Merkel maakt zich sterk voor 5G en Industrie 4.0, iets waarvan veel Duitse fabrieken profiteren. De Franse president Emmanuel Macron richt zich meer op AI en de promotie van technologiebedrijven, zoals op de CES in Las Vegas. Jüri Ratas, premier van Estland, maakt zich sterk voor de digitalisering van administratieve processen en eGovernment.

Vrijwel alle landen moeten aan de bak rond quantum computing, robotica en digitaal onderwijs, stelt ESCP Business School. Het rapport is hier beschikbaar.

71% van de Nederlandse bedrijven afgelopen jaar getroffen door cyberincident in public cloud

Bijna driekwart (71%) van organisaties in Nederland het afgelopen jaar meldt een beveiligingsincident in de public cloud te hebben ervaren. Hierbij waren onder meer ransomware en andere malware (50%), blootgestelde data (29%), gecompromitteerde accounts (25%) en cryptojacking (17%) de voornaamste boosdoeners. Organisaties met meerdere cloudomgevingen hebben meer dan 50% kans op een cloudbeveiligingsincident dan organisaties met slechts een enkele cloudomgeving.

Dit blijkt uit The State of Cloud Security 2020, een wereldwijd onderzoek dat door Sophos. Europeanen hebben het laagste percentage beveiligingsincidenten in de cloud meegemaakt. Het geeft aan dat de richtlijnen van de General Data Protection Regulation (‘AVG’) helpen te voorkomen dat ze in gevaar komen. India deed het daarentegen het slechtst: 93% van de organisaties werd het afgelopen jaar getroffen door een aanval.

Chester Wisniewski, principal research scientist bij Sophos: “Ransomware is, niet verrassend, één van de meest gerapporteerde cybercriminaliteiten in de public cloud. De meest succesvolle ransomware-aanvallen omvatten data in de openbare cloud, aldus het rapport. Aanvallers verleggen hun methoden naar cloud-aanvallen die de noodzakelijke infrastructuur verlammen en de kans op een betaling vergroten. De recente toename van remote werken zorgt voor extra motivatie om de cloudinfrastructuur, waarop meer dan ooit wordt vertrouwd, uit te schakelen. Je mag het gerust zorgwekkend noemen dat veel organisaties hun verantwoordelijkheid bij het beveiligen van cloudgegevens nog steeds niet begrijpen. Cloudbeveiliging is een gedeelde verantwoordelijkheid en organisaties moeten cloudomgevingen zorgvuldig beheren en bewaken om aanvallers een stap voor te blijven.”

Hoe aanvallers binnenkomen
Blootstelling blijft organisaties plagen, met verkeerde configuraties die in 64% van de gemelde aanvallen in Nederland worden uitgebuit. In het SophosLabs 2020 Threat Report wordt vermeld dat verkeerde configuraties tot de meeste incidenten leiden, en komen ze maar al te vaak voor, gezien de complexiteit van cloudbeheer.

Bovendien meldt 35% van de organisaties dat cybercriminelen toegang verkrijgen via gestolen inloggegevens van cloudproviders. Desondanks is slechts een kwart van de organisaties van mening dat het beheren van de toegang tot cloudaccounts een belangrijk punt van zorg is. Uit gegevens van Sophos Cloud Optix, een tool voor het beheer van houdingen in de cloudbeveiliging, blijkt verder dat 91% van de accounts een te veel privileges heeft op het gebied van identiteits- en toegangsbeheer en dat 98% multi-factor authenticatie op hun cloudprovideraccounts heeft uitgeschakeld.

‘Silver Lining’
Bijna alle Nederlandse respondenten (85%) geven toe bezorgd te zijn over het huidige niveau van hun cloudbeveiliging. Passend genoeg staan ‘datalekken’ voor bijna de helft van de respondenten (31%) bovenaan de lijst met beveiligingsproblemen. Het identificeren van en reageren op beveiligingsincidenten staat met 26% op de tweede plaats. Ondanks deze ‘Silver Lining’ ziet slechts één op de vier respondenten het gebrek aan deskundigheid van gedegen personeel als topprioriteit.

Het rapport The State of Cloud Security 2020 is hier beschikbaar.

Ed Nijpels: ‘ICT is onmisbaar bij de energietransitie’

Tekst: Marjolein Straatman Beeld: Jorn van Engelen

We zitten middenin een vierde industriële revolutie, een grootscheepse digitalisering en Nederland staat voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Hoe verhoudt dit alles zich tot actuele ontwikkelingen zoals de coronacrisis? En, waar liggen de kansen voor de ICT-branche? We vragen het Ed Nijpels, voorzitter van het Voortgangsoverleg Klimaatakkoord en spreker op de afgelopen nieuwjaarsbijeenkomst van BTG.

Er is slecht en goed nieuws over de positie die Nederland binnen Europa inneemt op de duurzaamheidsladder. Met ons aandeel duurzame energie bungelen we nog onderaan, ergens tussen Malta en Luxemburg. Maar: met het Energieakkoord lopen we een deel van de achterstand in, en een pakket aan maatregelen van het kabinet helpt ons zelfs aan een voorsprong, meent Ed Nijpels. De voorzitter van het Voortgangsoverleg Klimaatakkoord, het akkoord waaronder de maatregelen vallen, vindt dat er van pessimisme geen sprake kan zijn nu Nederland dit gaat uitvoeren. Nijpels: “De Tweede Kamer stemde met een ruime meerderheid in met het Klimaatakkoord en de Klimaatwet. Daarnaast is er een rechterlijke uitspraak geweest in de klimaatzaak die Stichting Urgenda tegen de staat aanspande voor een verdere reductie van de CO2-uitstoot. Ten onrechte wordt er soms een zekere vrijblijvendheid gesuggereerd ten aanzien van de klimaatdoelen. Nederland heeft zich al eerder gecommitteerd aan het akkoord van Parijs en daaraan moet worden voldaan. Ongeacht de kleur van een volgend kabinet. Er is geen weg meer terug.”

Ed Nijpels (beeld: Jorn van Engelen)

Ed Nijpels (beeld: Jorn van Engelen)

Klimaat en corona
Nederland moet, volgens de plannen, toe naar 49 procent minder CO2-uitstoot in 2030 en dit opschroeven naar 95 procent in 2050. Over tien jaar moet het aandeel hernieuwbare elektriciteit volgens in Nederland zeventig procent bedragen en in 2050 honderd procent. Vijf sectoren -gebouwde omgeving, industrie, elektriciteit, landbouw en landgebruik, en mobiliteit- hebben elk hun eigen targets en maatregelen onderweg hiernaartoe. Maar hoe verhoudt dit pakket aan maatregelen zich tot de coronacrisis? Nijpels spreekt van een ‘valse tegenstelling’ tussen de uitvoering van het Klimaatakkoord enerzijds en de aanpak van de coronacrisis aan de andere kant en zegt: “Sommigen grijpen de actuele situatie rondom het COVID-19-virus aan om klimaatmaatregelen te frustreren. In de eerste plaats is de klimaatcrisis niet on hold te zetten. Bovendien hoeven de twee elkaar niet in de weg te staan. Het is volstrekt legitiem als de focus nu ligt op zaken als het behoud van banen. Maatregelen die een impuls aan de economie moeten geven kunnen echter net zo goed bijdragen aan verduurzaming, en andersom. Ik denk aan investeringen in de woningbouw, aan nieuwe infrastructuur die de klimaatdoelen moet ondersteunen. Het Klimaatakkoord is óók een banenmachine.” Verder is het voor een deel ook afwachten hoe de coronacrisis zich ontwikkelt. Nijpels: “Voor de industrie wordt de CO2-heffing mogelijk geleidelijker ingevoerd. In de laatste jaren wordt de opgelopen achterstand ingehaald. Daarnaast is ook de financiële draagkracht van burgers belangrijk. De energierekening daalt in 2020 per huishouden al met 170 euro. Maar we moeten nu zien hoe de coronacrisis verder uitpakt en of de energiekosten te dragen blijven. Het is dan aan het kabinet om via fiscale maatregelen de lusten en lasten van klimaatbeleid voor de burger evenwichtig te verdelen.”

Aanjager
In zijn toespraak op de bijeenkomst van BTG met het thema Intelligent Connectivity in Sociëteit De Witte op 16 januari, stipte Ed Nijpels al het belang van verduurzaming aan. Hij sprak over de energietransitie en de overgang naar een circulaire economie waarin grondstoffen steeds weer opnieuw worden gebruikt. Digitalisering, op zichzelf al een revolutie, ondersteunt deze. Nijpels noemde onder meer technologieën als artificial intelligence, quantum computing en bio- en nanotechnologie als voorbeelden. De oud-politicus geldt al langer als een aanjager van verduurzaming. Nu als voorzitter van het Voortgangsoverleg Klimaatakkoord, daarvoor als voorzitter van het Klimaatberaad en eerder in de hoedanigheid van voorzitter van de Borgingscommissie van het toenmalige Energieakkoord. Zijn politieke loopbaan als VVD’er bestond achtereenvolgens uit het lidmaatschap van de Tweede Kamer, fractievoorzitterschap en een ministerspost (VROM). Daar was hij verantwoordelijk voor het eerste nationaal milieu beleidsplan (NMP) en organiseerde hij de eerste internationale ministeriële conferentie over het broeikaseffect. Ook was hij burgemeester van Breda en Commissaris van de Koningin in Friesland. Tot op heden is hij onder meer kroonlid van de Sociaal-Economische Raad.

ICT: onmisbare factor
Het zijn interessante tijden om in te werken. Nijpels ziet het huidige tijdperk, de vierde industriële revolutie, als een combinatie van revoluties: “Het verschil is dat deze zich op veel fronten sneller, ingrijpender en fundamenteler voltrekt dan alle revoluties hiervoor. Digitalisering heeft ontzettend veel teweeggebracht. Mensen zitten vaak met hun oren te klapperen als ik vertel dat zestig procent van de kinderen in het huidige primair onderwijs als gevolg van de vierde industriële revolutie later een baan heeft die nu nog niet bestaat. Hetzelfde geldt wanneer ik zeg dat de smartphone met 512 GB geheugen inmiddels zeven miljoen keer krachtiger is dan alle computers die samen in de Apollo 11 de eerste man op de man zetten.” Het is een setting die, samen met het Klimaatakkoord als banenmachine, veel kansen oplevert. Zeker voor grote en kleinere ondernemingen in ICT. Nijpels: “Het klimaatbeleid is overgoten met ICT. Denk aan de netwerken en infrastructuur die zijn vereist voor de transitie naar aardgasvrije wijken en voor ontwikkelingen zoals aquathermie. Nergens in het Klimaatakkoord is een thema te vinden waaraan geen ICT te pas komt. De energietransitie kan simpelweg niet plaatsvinden zónder. Dat zie je onder meer terug in het proces van windenergie. In alle stappen, van opwek en opslag tot transport, systeemintegratie en gebruik, zijn ICT-oplossingen onmisbaar. En er zijn genoeg uitdagingen voor de branche. Zo schuilen er kansen in het opslagvraagstuk: het kan een interessante optie zijn als particulieren de door henzelf opgewekte energie van zonnepanelen tijdelijk kunnen opslaan met een accu thuis. Uitdagingen zitten ‘m eveneens in andere processen.

Zo moet er vanzelfsprekend veel technologie aan te pas komen voordat de energie van de windmolen onder de juiste spanning als elektriciteit uit de muur komt.”

Beeld: Jorn van Engelen

Beeld: Jorn van Engelen

Zichtbaar
Het zijn juist dit soort voorbeelden die bij de burger vermoedelijk wel tot de verbeelding spreken. Inspanningen in de gebouwde omgeving en in mobiliteit zijn volgens Nijpels waarschijnlijk het meest zichtbaar voor veel Nederlanders. De aanwas van windmolens, de hoeveelheid zonnepanelen die zienderogen toeneemt, elektrisch rijden, laadpalen in het straatbeeld en initiatieven om van het gas los te komen. Ze leiden allemaal ook weer tot nieuwe vraagstukken, en dus kansen, blijkt uit een voorbeeld dat Nijpels noemt: “Technologie maakt het nu al mogelijk om met behulp van een app te achterhalen waar je een vrije laadpaal voor de elektrische auto kunt vinden. Hoewel de accu na een uur of acht meestal wel opgeladen is, blijven auto’s in de praktijk vaak langer staan, de zogenoemde laadpaalklevers. Typisch een vraagstuk waarop je met ICT kunt inspelen. Denk bijvoorbeeld aan een alarmeringssysteem als de auto vol is om een optimaal gebruik van de laadpalen te realiseren.”

Sustainable wonen
Naast rijden in elektrische auto’s ondernemen Nederlanders in en om het huis inmiddels ook het nodige om te verduurzamen. Gevraagd naar mogelijkheden om wonen nog meer sustainable te maken, zegt Nijpels: “De goedkoopste manier is nog altijd: besparen op energiegebruik. Isoleren is daarvoor een geschikt instrument. Het isoleren van buitenmuren kent doorgaans een terugverdientijd van vier jaar. Daarnaast loont het om zonnepanelen te installeren. Veel Nederlanders zien de voordelen, aangezien er in ons land elke vijf seconden een zonnepaneel bij komt. Ook heeft die ontwikkeling natuurlijk weer een gunstige invloed op de markt.” Verduurzaming in huis kan hand in hand gaan met comfort. Oplossingen die we kunnen scharen onder de noemer smart connectivity dragen hieraan bij. Nijpels, een zelfverklaard gadgetliefhebber, ziet de voordelen wel van slimme apparaten in huis: “De smart koelkast bijvoorbeeld, geeft op basis van slimme technologieën en met behulp van sensoren een signaal door als een product op is of raakt. Het voorkomt onnodige aankopen en voedselverspilling. Een groot fan ben ik van slimme verwarmingssystemen. Ze zijn op afstand te bedienen met een app op de telefoon waardoor er een stuk duurzamer met energie kan worden omgegaan.”

Werken op afstand
ICT en technologie hebben ook werken in veel opzichten efficiënter gemaakt. Als gevolg van de coronacrisis merkten veel Nederlanders de afgelopen tijd dat veel taken ook thuis zijn uit te voeren. Geen probleem, mede dankzij ICT. Mogelijk is het een aanleiding om ook in de toekomst wat vaker thuis te blijven en eventueel het aantal mobiliteitsbewegingen te verminderen. Nijpels hierover: “Het is absoluut denkbaar dat we bijvoorbeeld meer online gaan vergaderen. Zetten we het thuiswerken op grote schaal door, dan heeft dat onmiskenbaar gevolgen voor de infrastructuur. Op termijn is er meer glasvezel vereist en zal Nederland meer verglazen. Op het platteland levert dat vermoedelijk geen problemen op, maar in grote en drukke steden heeft het meer voeten in de aarde.”

Neem de lead
Gelukkig worden steden slimmer en geldt hetzelfde voor de industrie. Smart cities en smart industries kunnen met geavanceerde ICT-oplossingen bijdragen aan de energietransitie en de uitvoering van het Klimaatakkoord. Van heel kleine en praktische oplossingen -zoals sensortechnologie in vuilcontainers die ervoor zorgt dat vuilniswagens hun route kunnen aanpassen en zo de verkeerstromen ontlasten, zoals Nijpels het illustreert- tot heel grote. De vraag ten aanzien van alle inspanningen luidt: is het allemaal genoeg? In oktober, zegt de Voortgangsoverlegvoorzitter, is er meer duidelijkheid: “Tegen die tijd ontvangen we een tussenstand, als de Klimaat en Energieverkenning (KEV) van de planbureaus uitkomt, de Monitor Klimaatbeleid en de Klimaatnota van het kabinet. Dan weten we meer. Er zijn ieder jaar mee- en tegenvallers, maar het Klimaatakkoord loopt tot 2030. Alles hoeft niet morgen klaar te zijn.” Intussen is het aan organisaties zoals BTG om op de hoogte te blijven van wat er speelt en om aan tafel te blijven komen, zegt Nijpels. “BTG kan de partijen in de branche stimuleren om actie te ondernemen. Mijn advies aan organisaties is: neem de lead. Wacht niet op de overheid, maar kom zelf met oplossingen en initiatieven. Na mijn toespraak voor BTG in januari heb ik aan de feedback vanuit het publiek echter volop gemerkt dat hieraan al hard wordt gewerkt door de partijen in het veld.”

Gartner: Vraag naar PC’s in EMEA-regio uitzonderlijk hard gegroeid

Het aantal verscheepte PC's wereldwijd is in het tweede kwartaal van 2020 met 2,8% gestegen ten opzichte van dezelfde periode in 2019. Na een significante krimp in het eerste kwartaal door de impact van de coronacrisis op de leveranciersketen, is de PC-markt in het tweede kwartaal weer gegroeid. De vraag in de EMEA-regio is uitzonderlijk hard gegroeid; de markt noteert met 20% groei de hoogste groeicijfers in tien jaar tijd.

Dit blijkt uit cijfers van Gartner. "Het tweede kwartaal van 2020 representeert een kortetermijnherstel voor de wereldwijde PC-markt, geleid door uitzonderlijk sterke groei in de EMEA-regio", legt Mikako Kitagawa, onderzoeksdirecteur bij Gartner, uit. "Nadat de PC-leveranciersketen ernstig verstoord werd begin 2020 door de COVID-19 pandemie, is sommige groei dit kwartaal toe te schrijven aan distributeur en retailkanalen die hun voorraden aanvullen tot normale niveau's."

"Daarnaast was de vraag naar mobiele PC's sterk, gedreven door verschillende factoren waaronder business continuïteit voor werken op afstand, online onderwijs en entertainment voor consumenten. Deze oplevering in de vraag naar mobiele PC's zet in 2020 echter niet door, aangezien de verzendingen vooral een boost hebben gekregen door kortetermijnbusiness door de impact van de COVID-19 pandemie."

Lenovo en HP op gedeelde eerste plek
Lenovo en HP stonden in het tweede kwartaal wat betreft marktaandeel op een gedeelde eerste plek. HP zag zijn marktaandeel stijgen van 21,9% in Q2 2019 naar 24,9% in Q2 2020. Lenovo zag zijn marktaandeel in dezelfde periode stijgen van 24,7% naar 25%. Dell (16,4%), Apple (6,7%) en Acer Group (6,2%) ronden de top 5 af.

Acer is snelste stijger
De snelste groeier is Acer, dat zijn marktaandeel met 23,6% zag stijgen. ASUS groeit met 21,4% eveneens hard, gevolgd door HP met 17,1%.

Als we inzoomen op de EMEA-regio blijkt dat het aantal verscheepte PC's in het tweede kwartaal van 2020 met 20% is gestegen. De markt maakt hiermee zijn sterkste groei in tijd jaar tijd door. De uitzonderlijk sterke groei schrijft Gartner toe aan de noodzaak thuis te werken en online onderwijs te volgen door de COVID-19 pandemie. Ook de vraag vanuit consumenten steeg hierdoor fors.

De impact van technologie

Katja van Kranenburg

De tech-activiteiten van CMS stoppen niet bij de grens. Het TMC-team werkt met met verschillende CMS-advocaten samen aan internationale projecten die gaan over digitale identiteit, tokenization van assets en privacy by design. Met name dat laatste is iets waar het TMC-team graag aan bijdraagt: het borgen dat oplossingen die gebruikmaken van een relatief jonge technologie als blockchain, in de ontwikkelfase rekening houden met de AVG. Zowel bij projecten voor cliënten en de markt maar ook bij projecten voor de B.V. Nederland die een non-profit-karakter hebben.

Kennis delen is essentieel
Om bij te kunnen dragen aan een versnelling van de inzet van verschillende technologieën is het essentieel om kennis te delen en samen te kunnen werken. Dan is het belangrijk dat je elkaars taal spreekt en begrijpt wat een ieders rol en bijdrage is in projecten. Kennis over de inzet en de impact van technologie zijn onderwerpen die mij bijzonder aanspreken. Daar komt de combinatie van het arbeidsrecht en technologie mooi samen.

Cursus blockchain
Het blijkt in de praktijk nog niet zo eenvoudig voor bedrijven om werknemers scholing aan te bieden die hen employable maakt of houdt. De impact van de inzet van bijvoorbeeld artificial intelligence of blockchain is niet altijd goed te overzien voor de werkgever. Laat staan hoe je als bedrijf bepaalt hoe functies vanwege de introductie van technologie op onderdelen veranderen en welke nieuwe kennis daar dan bij nodig is. Met de HCA van DBC ontwikkelden we daarom de gratis online nationale blockchain-cursus en schreven we een rapport over de vaardigheden van blockchain professionals en hoe werkgevers hiermee aan de slag kunnen gaan.

Scholing
Hoewel de aanleiding, COVID-19, voor veel ondernemingen in allerlei sectoren nu al diepe sporen heeft achtergelaten, is er bij de NOW 2.0 gelukkig veel aandacht voor scholing. Werkgevers die de NOW-subsidie aanvragen moeten zich inspannen om werknemers te stimuleren tot om- en bijscholing. Er is een groot aanbod van scholing om een overstap te kunnen maken naar bijvoorbeeld de ICT-sector waar het aantal openstaande vacatures in de tienduizenden loopt. En dat zal de komende jaren alleen maar toenemen.

Gedachten wisselen
Het ondersteunen van werkgevers om de weg in dat aanbod te vinden en de vertaalslag te maken naar de werkvloer is één van de andere interessante aspecten van mijn rol. Ik verwacht dat dit onderwerp ook (hoog) op de agenda van de leden van BTG staat en het lijkt mij interessant om hier gezamenlijk met leden over van gedachten te wisselen en kennis en ervaring over de aanpak te delen.

Door: Katja van Kranenburg
is advocaat-partner bij internationaal advocatenkantoor CMS. CMS richt zich op technologische ontwikkelingen zoals artificial intelligence, blockchain en smart contracts. Zij is gespecialiseerd in arbeidsrecht en hoofd van de sectorgroep Technology, Media & Communications in Nederland en één van de voortrekkers van legal tech-innovaties. Katja werkt samen met een team aan verschillende blockchain-toepassingen Daarnaast werkt ze ook aan projecten met en voor cliënten en start-ups.

Kabinet beslist volgende week over Nederlandse corona-app CoronaMelder

De Nederlandse waarschuwingsapp voor het coronavirus gaat CoronaMelder heten. Het kabinet neemt volgende week een beslissing over het gebruik van de app.

De app wordt op dit moment getest door enkele honderden inwoners van Twente. Hierbij wordt onder meer gekeken of de installatie en gebruikte benamingen geen misverstanden oproepen. Ook kijken onderzoekers hoe gebruikers reageren indien zij besmet blijken te zijn of dicht in de buurt van iemand met een bevestigde coronabesmetting zijn geweest.

Ondersteuning bij contactonderzoeken
CoronaMelder is bedoeld als ondersteuning voor GGD bij het uitvoeren van contactonderzoeken. Hierbij wordt in kaart gebracht met wie een coronapatiënt in contact is geweest, zodat zij gericht kunnen worden gewaarschuwd. Deze personen kunnen hierdoor in zelfisolatie, wat helpt de verspreiding van het virus in te dammen.

De app maakt gebruik van een API beschikbaar gesteld door Google en Apple, ontwikkelaars van de mobiele besturingssystemen Android en iOS. CoronaMelder is geschikt voor Android 6 of iOS 13.5 of nieuwere versies van de besturingssystemen. De broncode van zowel de Android- als iOS-app is hier te vinden.

ICT in een slimmere en duurzamere haven

Vincent Campfens, digital strategy manager bij het Havenbedrijf Rotterdam

Tekst: redactie Beeld: Eric Bakker

ICT is cruciaal voor innovatie, verduurzaming, maar bovenal voor een veilige infrastructuur waarin scheepvaart en bijbehorende industrie hun weg kunnen vinden. Hoe dat er in de praktijk uitziet, bespreken we met Vincent Campfens, digital strategy manager bij het Havenbedrijf Rotterdam, dat ook lid is van BTG.

“ICT speelt een essentiële rol in de verantwoording en het maken van cruciale keuzes in de haven”, zegt Campfens. “Technologie zorgt onder meer voor metingen en de combinatie van data. Op basis daarvan kunnen de haven en zijn gebruikers sneller en complexere beslissingen nemen.”

Veiligheid en efficiëntie
Het Havenbedrijf Rotterdam heeft de publieke taak om zorg te dragen voor de veiligheid en efficiëntie van het scheepvaartverkeer in de haven, een gebied dat zo’n 42 kilometer beslaat. Dit gebeurt onder meer door een zo nauwgezet mogelijke planning en begeleiding van het scheepvaartverkeer na te streven. Daarnaast is het verantwoordelijk voor de duurzame ontwikkeling van het totale havengebied met bijbehorende publieke infrastructuur, waaronder de connectie met de achterlandverbindingen die het merendeel van de lading het land inleiden.

Vincent Campfens, digital strategy manager bij het Havenbedrijf Rotterdam

Vincent Campfens, digital strategy manager bij het Havenbedrijf Rotterdam

Aantrekkelijk blijven
Ook aan de haven gaat de digitalisering natuurlijk niet voorbij. Het Havenbedrijf wendt deze voornamelijk aan voor de eigen strategie, die onder meer als doel heeft aantrekkelijk te blijven voor gebruikers. Campfens: “We hebben verschillende rollen. Als facilitator brengen we schakels in de logistieke keten bij elkaar en doen we dat steeds meer op basis van data. Met een verdere digitalisering van onze infrastructuur hopen we de fysieke haven dichter bij de digitale wereld te trekken. Bovendien digitaliseren de havengebruikers vaak sneller dan het Havenbedrijf en willen we daar op blijven aansluiten.” In het werk van Campfens speelt dataconnectiviteit een grote rol. Zonder kan het Havenbedrijf geen realtime data verzamelen. Dataconnectiviteit dient volgens Campfens onder meer als basis voor verdere innovatie. “Eén van de redenen waarom we ook zijn aangesloten bij BTG.”

Verbetering
Hoewel ICT en digitalisering de haven slimmer hebben gemaakt, is er volgens Campfens nog wel winst te behalen. In de verbetering van de operationele processen bijvoorbeeld, die in sommige gevallen met behulp van ICT wat hem betreft meer kunnen worden gekoppeld. Hij illustreert het met een voorbeeld uit de praktijk: “Binnenvaartschepen maken gebruik van een ligplaats in de haven en betalen voor de verblijfsduur, maar moeten deze gegevens zelf doorgeven. Met behulp van huidige technologie zou de infrastructuur van het Havenbedrijf dit zelf en automatisch moeten kunnen signaleren en registreren. Dergelijke systemen worden dan veel nauwkeuriger en transparanter, en dat geeft weer handvatten voor allerlei stakeholders om betere beslissingen te maken. Zo kan de capaciteit van ligplaatsen in de haven bijvoorbeeld beter worden benut, óf een zoektocht naar een vrije ligplaats worden voorkomen. De grootste langetermijnopgave waarvoor de Rotterdamse haven zich nu ziet geplaatst is de energietransitie, met een afname van de CO2-uitstoot tot wel 95 procent in 2050. De weg daarnaartoe gaat hand in hand met digitalisering.”

Applicatie
Een efficiëntere werkwijze in de Rotterdamse haven kan een positieve bijdrage leveren aan die energietransitie, en niet in de laatste plaats aan de positie van de haven zelf. Een initiatief dat beide moet bedienen is de applicatie PortXchange die het Havenbedrijf zelf ontwikkelde. PortXchange is een digitaal platform waar betrokken partijen zoals rederijen en dienstverleners in de haven scheepvaartdata kunnen inzien en uitwisselen. Doel is om de doorlooptijd van de port call, het totale scheepsbezoek aan de haven, zo veel mogelijk te verkorten. Omdat factoren zoals de aankomsttijd van een schip inzichtelijk zijn, kunnen partijen zoals bevoorraders, douane en logistieke afhandelaars hierop acteren en klaar staan om hun werk te doen. Volgens het Havenbedrijf wordt de wachttijd van schepen in de haven hiermee met 20 procent verkort. Inmiddels vercommercialiseert het Havenbedrijf de applicatie ook over de grens.

Havenbedrijf Rotterdam (beeld: Eric Bakker)

IoT-platform
Een ander voorbeeld van ICT-vernuft dat een efficiencyslag moet opleveren is het IoT-platform dat het Havenbedrijf vorig jaar in gebruik nam. Met dit platform in de cloud zijn weer- en waterdata vanuit sensoren realtime inzichtelijk. Ze zijn cruciaal vanwege de enorme impact van de elementen op het werk in de haven. Campfens: “Een groot en zwaar beladen vrachtschip dat bulkgoederen vervoert kan alleen de haven in als het waterpeil op zijn hoogst is, wat zich mogelijk slechts voordoet in een tijdsvenster van een half uur per dag. Er bestonden al systemen voor registratie van weer- en wateromstandigheden -metingen en controles werden lange tijd handmatig verricht- en het combineren van gegevens. Met de huidige technologieën is het echter mogelijk om veel betere voorspellingsmodellen te maken waardoor er efficiënter kan worden gepland. In ons cloudplatform hebben gebruikers van de haven zonder omwegen en direct toegang tot deze informatie. Zij kunnen hier zelf applicaties op bouwen en natuurlijk beslissingen baseren op de data van het platform. Binnen het Havenbedrijf gebruiken we machine learning om patronen te herkennen. En door naast onze natuurkundige modellen ook kunstmatige intelligentie toe te passen, hopen we bijvoorbeeld niet 48 uur vooruit te kunnen voorspellen, maar misschien wel 96 uur. Zo kunnen onze havengebruikers nog beter anticiperen op de omgevingscondities.”

5G
Naar verwachting digitaliseert de Rotterdamse haven de komende jaren nog verder. Wat verwacht Campfens van het veelbesproken 5G? “Ten aanzien van het Havenbedrijf zelf zie ik niet direct veel profijt voor onze eigen toepassingen. Maar wel, en des te meer voor de gebruikers van de haven. Logistieke dienstverleners, terminals en industrie krijgen met 5G veel mogelijkheden om hun processen efficiënter in te richten.” Een blik die iets verder op de toekomst is gericht, levert onder meer de vraag op in hoeverre autonome schepen, ter bevordering van meer efficiëntie en verduurzaming, onderdeel uit gaan maken van het havenbeeld. Campfens: “In de scheepvaart bestaan wel initiatieven zoals we die al langer zien in de auto-industrie en waarin voertuigen steeds meer beslissingen kunnen nemen op basis van data uit hun omgeving. We hebben het hier alleen wel over een compleet andere branche: schepen hebben een langere levensduur, waardoor dit soort ontwikkelingen zich ook een stuk langzamer voltrekt. Gezien de grotere flexibiliteit van kleinere schepen en hun mogelijkheden om technologieën sneller te adapteren, denk ik dat we volledig autonoom opererende vaartuigen sneller en voor het eerst in bijvoorbeeld de binnenvaart zullen zien. Met ons Floating Lab stellen wij andere partijen in staat om te innoveren op dit gebied, met een testschip en natuurlijk de echte Rotterdamse haven om in te varen.”

Port of Rotterdam: de cijfers
De Rotterdamse haven, of Port of Rotterdam, beslaat een gebied van zo’n 42 kilometer groot. De haven ziet jaarlijks zo’n 130.000 schepen komen en gaan. In de haven zijn meer dan 180.000 mensen werkzaam bij zo’n 3.000 bedrijven.
Bron: Port of Rotterdam.

Kabinet past coronanoodwet aan

De eerder voorgestelde coronanoodwet wordt door het kabinet aangepast. Onder meer de Raad van State en Autoriteit Persoonsgegevens lieten zich kritisch uit over de app. De belangrijkste wijziging is dat het nieuwe wetsvoorstel niet langer de corona-app omvat.

Dit melden het AD en de NOS op basis van Haagse bronnen. Het kabinet vreest dat het eerdere wetsvoorstel niet kan rekenen op een Kamermeerderheid en past de wet daarom nu aan. De exacte aanpassingen zijn nog onduidelijk; naar verwachting wordt het aangepaste wetsvoorstel aanstaande vrijdag gepresenteerd.

Corona-app ligt gevoelig
Een van de bronnen meldt dat met name de corona-app gevoelig lag in de eerdere versie. "Dit wekte alleen maar de suggestie dat deze verplicht zou kunnen worden, hoewel juist expliciet in de wet stond dat dit niet zo is", zegt de bron tegen het AD.

Ook was er kritiek op het plan om de politie via de wet de mogelijkheid te geven in te grijpen in woningen van burgers. Dit kon volgens het eerdere concept indien hiervoor een 'noodzaak' bestaat. Deze alinea's worden eveneens geschrapt.

Meer duidelijkheid geven
De noodwet is bedoeld om coronamaatregelen juridisch beter te onderbouwen, aangezien zij nu nog per noodverordening zijn geregeld. Deze noodverordeningen worden opgelegd door de minister in samenwerking met burgemeesters. De Tweede Kamer of een gemeenteraad kan pas achteraf kritiek geven. Nu de coronapandemie langer duurt dan verwacht wil het kabinet de maatregelen vastleggen in een noodwet. Hoe lang de noodwet van kracht wordt, is nog niet duidelijk. In het eerdere voorstel was deze periode nog een jaar, maar dat wordt volgens een bron van het AD verkort. Indien nodig kan de noodwet worden verlengd, iets waarvoor een Kamermeerderheid nodig is.