Auteur: Job

Henk Don vertrokken uit bestuur ACM

Henk Don is per 1 februari vertrokken als bestuurslid van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). De toezichthouder had dit in augustus vorig jaar al bekend gemaakt. Don wordt op 2 maart opgevolgd door Manon Leijten. Het ACM-bestuur bestaat dan verder uit Cateautje Hijmans van den Bergh en Martijn Snoep.

Henk Don werkt al ruim tien jaar voor de toezichthouder. Per 1 oktober 2009 werd hij benoemd tot bestuurslid bij de NMa en per 1 april 2013 bij de ACM. Don vindt het werk bij de ACM nog steeds fascinerend. “Maar je moet vertrekken voordat dat anders wordt.”

Manon Leijten

Manon Leijten, per 2 maart bestuurslid bij ACM

Manon Leijten is in november vorig jaar door de minister van Economische Zaken en Klimaat benoemd als opvolger in het bestuur van de ACM. Ze werkte de afgelopen 6,5 jaar als secretaris-generaal bij het ministerie van Financiën. Van 2011 tot 2013 was zij directeur-generaal Algemene Bestuursdienst bij het ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties. Van 2008 tot 2011 was zij directeur Financieel Economische Zaken bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Leijten studeerde bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Bestuursvoorzitter Martijn Snoep van de ACM is uiteraard blij met de komst van Leijten. “Ze heeft grote politiek-bestuurlijke ervaring en beleidseconomische expertise. Ook brengt ze de nodige ervaring met het werk van markttoezichthouders mee vanuit haar functie als secretaris-generaal van Financiën en haar contacten met AFM en DNB.”

Hub gaat lantaarnpaal vervangen in Smart City

Nog te vaak wordt de lantaarnpaal gezien als de oplossing voor nieuwe objecten in de openbare ruimte, zoals voor sensoren, 5G cellen en laadstations. De toekomst zal eerder liggen in een hub; een modulaire eenheid die meerdere functies kan herbergen, waaronder de verlichtingsfunctie. Dat is de conclusie van het zojuist gepubliceerde rapport “De dans aan de Paal”, dat is geproduceerd in opdracht van Openbare Verlichting Nederland (OVLNL) en BTG Het rapport “de dans om de paal” is vrijdagmorgen 31 januari officieel gepresenteerd tijdens een Smart City bijeenkomst van de gemeente Rotterdam in de Kuip in Rotterdam.

Op de foto v.l.n.r. Arthur Klink (voorzitter OVLNL), Petra Claessen (directeur BTG-TGG) en Hans Nouwens (opsteller rapport en voorzitter Smart Lighting OVLNL)

Van buiten de vakwereld van Openbare Verlichting (OVL) wordt nog steeds vaak de lantaarnpaal als uitgangspunt voor medegebruik gekozen. Immers, er zijn er veel, ze hebben een goede hoogte en ze staan op de juiste plekken. Inmiddels lijkt dat uitgangspunt te keren. Niet langer de lichtmast als uitgangspunt maar een multifunctioneel object of hub samengesteld voor meerdere functies afhankelijk van de behoefte op een specifieke plek

Volop mogelijkheden

Het rapport dat 31 januari wordt gepresenteerd geeft een analyse van de mogelijkheden, de knelpunten en de mogelijke veranderingen. Duidelijk is dat de hub een waardige vervanger is van de traditionele lantaarnpaal. De hub kan diverse functies herbergen en is volledig modulair opgebouwd. Functies als parkeerautomaat, E-laadpunt, marktaansluiting, evenementenaansluiting, aslast meting, gladheidsmeting, buurt AED’s, verlichting, cameratoezicht, camera’s voor milieu, allerhande sensoren, radar, 5G antenne en apparatuur. De hub is zorgvuldig ontworpen en past in het straatbeeld. Door de modulariteit is de hub aanpasbaar aan de stand van de techniek en specifieke omgevingsbehoefte.

Digitalisering openbare ruimte

Petra Claessen, directeur van brancheorganisatie BTG stelde tijdens de opening: “Smart Cities
is één van onze focusgebieden en we zijn daarom zeer verheugd met de uitnodiging van de stichting Openbare Verlichting Nederland om samen dit rapport uit te brengen.
BTG werkt nauw samen met U4SSC (United for Smart Sustainable Cities) om de Sustainable Development Goals van de UN te realiseren en steden slimmer en duurzamer te maken. Daarin voorzien we dat objecten in de openbare ruimte steeds multifunctioneler gaan worden. Ontwikkelingen in connectiviteit, zoals snel internet met 5G, vragen bijvoorbeeld om plekken
waar antennes geplaatst kunnen worden. De kans dat lantaarnpalen daar een rol in gaan spelen is zeker aanwezig. De digitalisering van de openbare ruimte gaat echter veel verder en vraagt om aanpassingen in zowel publieke als private organisaties, zoals nieuwe functies en veranderende verantwoordelijkheden. “

Nieuwe visie

Arthur Klink, voorzitter stichting Openbare Verlichting Nederland, stelt dat de tijd rijp is voor een nieuwe visie: ”Niet langer de lichtmast als uitgangspunt maar een modulaire eenheid die meerdere functies kan herbergen. Eén van die functies kan het dragen van een OVL armatuur zijn. Dit andere uitgangspunt kent vele voordelen op technisch en organisatorisch vlak en doet recht aan de inrichtingskwaliteit van de openbare ruimte. Het belang van connectiviteit en data en de combinatie van functies en onderwerpen is te groot om het toe te voegen aan de toch al veeleisende taak van de OVL beheerder. Het roept om een nieuwe beheerdiscipline en organisatie. Er ligt een open kans nu we staan voor de uitrol van laadinfrastructuur en 5G.”

Smart Rotterdam

Tijdens de bijeenkomst in Rotterdam is ook het startsein gegeven voor een pilot met een dergelijke hub, de CENT-R, in Rotterdam. De CENT-R kan uitgerust worden met allerlei smart city
toepassingen en kan door het modulaire ontwerp continu worden aangepast aan behoeften en nieuwe toepassingen. Denk aan elektrisch laden, het omzetten van continu naar gelijkspanning netwerk, 5G, camera’s, verlichting en een diversiteit aan sensoren (lucht, geluid, et cetera).

Download hier het rapport: nota dans om de paal_def

Keuze Britse overheid over Huawei kost BT circa 600 miljoen euro

De beslissing van de Britse overheid om de betrokkenheid van Huawei bij netwerken in het VK te beperken, kost BT volgens CEO Philip Jansen naar verwachting zo'n 600 miljoen euro in de komende vijf jaar. De rol van Huawei wordt echter gelimiteerd tot 35 procent in de radio-apparatuur.

BT gebruikt apparatuur van Huawei binnen de mobiele infrastructuur en, in mindere mate, in diens glasvezelnetwerk. Het grootste deel van de kosten vloeit voort uit het verwijderen van de 4G-kit. Eerder deze week gaf het VK exploitanten toestemming om Huawei-apparatuur in hun 5G-netwerken te gebruiken.

Volgens Jansen is het merendeel van de kosten 'front-loaded', waarschijnlijk gespreid over de komende drie jaar. Hij voegt eraan toe dat de rol van Huawei buitengewoon nuttig was. Hoewel er nog vragen zijn over het beleid van de overheid, kan BT volgens Jansen snel doorgaan met het uitbreiden van het 5G-netwerk van EE. Het bedrijf is de volledige impact van het besluit van de overheid nog steeds aan het onderzoeken. De CEO meent ten slotte dat BT de herbalancering van het netwerk, waar het bedrijf al mee bezig was, moet gaan versnellen.

BTG Kennisinstituut accrediteert Strict Academy voor Young ICT Professionals

BTG heeft vanuit haar Kennisinstituut een accreditatie toegekend aan Strict Academy voor het traineeship dat Strict aanbiedt voor Young ICT Professionals. BTG-directeur Petra Claessen heeft het bijbehorende certificaat aan directeur Wouter Borremans van Strict overhandigd tijdens de drukbezochte nieuwjaarsbijeenkomst van BTG en serviceorganisatie TGG in Sociëteit de Witte in Den Haag.

Het betreft een traineeship voor young professionals op HBO- en WO-niveau. Die worden getraind vanuit drie belangrijke waarden: eigen verantwoordelijkheid, ondernemerschap en persoonlijke ontwikkeling. Bij de beoordeling van het traineeship is gekeken naar persoonlijke competenties, business competenties en vakinhoudelijke kennis.

Opleidingsvraag van bedrijfsleven

De accreditatie betekent dat het traineeship voldoet aan het curriculum van het BTG Kennisinstituut voor het profiel Young Professional. Dit curriculum is opgesteld in afstemming met marktpartijen. Kandidaten die het traineeship binnen Strict Academy hebben afgerond, worden vervolgens geregistreerd in het ICT Register dat het Kennisinstituut bijhoudt en zo de ingeschreven professionals certificeert. “BTG biedt haar leden toekomstperspectief door verbinding, groei, verbreding en verdieping”, zegt Petra Claessen. “Wij maken ons hard voor een adequate aansluiting van de opleidingsvraag van het bedrijfsleven en het geleverde uitstroomniveau van ICT-professionals. Eenmaal opgenomen in het BTG Register kunnen ICT- of telecomprofessionals hun kennis en kunde bijhouden en uitbouwen met de content gedreven, inhoudelijke BTG-bijeenkomsten, events en strategische tafels.”

Verheugd

Directeur Wouter Borremans van Strict reageerde verheugd op de accreditatie van Strict Academy. “Met trots kijk ik terug naar het BTG event waarin wij de accreditatie van ons Academy programma hebben mogen ontvangen”, zegt Borremans. “Het is fantastisch te zien hoe onze Young Professionals zich in rap tempo ontwikkelen tot volwaardige professionals. Zij maken écht het verschil in de markt met innovatieve ideeën en realisatiekracht. Ik ben trots op ons Academy team. De accreditatie van de BTG draagt bij aan de verdere versterking van onze positie in de markt.”

Doel Kennisinstituut

Het BTG Kennisinstituut is in 2018 ontwikkeld door brancheorganisatie BTG. Inmiddels is het BTG Kennisinstituut hard op weg dé autoriteit te worden  voor certificering van professionals werkzaam in ICT en Telecom. Claessen: “Het Kennisinstituut is een community, een platform vanuit BTG waar ICT- en Telecomprofessionals terechtkunnen om kennis te halen, te brengen en om vast te leggen wat het kennisniveau is op ICT-vlak.”

Onderdeel van het Kennisinstituut is het ICT Register. In het register kan een ICT-professional op één van de vijf niveaus geregistreerd worden: Executive, Senior Manager, Manager, Young Professional en Student. Aan het BTG Kennisinstituut is het Register voor professionals in ICT en Telecom verbonden. De Stichting Examenkamer ziet erop toe dat het register een onafhankelijke positie behoudt.

Tweederde organisaties gaat meer investeren in robotsoftware

Routinematig bureauwerk met bedrijfssystemen wordt snel verleden tijd, doordat robotsoftware veel beter omgaat met starre IT-systemen, die onmiddellijk na oplevering alweer achterlopen op de werkelijkheid. Deze ingrijpende opmars van robotsoftware vereist actie, stelt onderzoek dat Forrester Consulting uitvoerde in opdracht van UiPath, een leverancier van Robotic Process Automation (RPA).

Het onderzoeksrapport 'Aan de Toekomst van Werk wordt geschreven, maar wie hanteert de pen?' van Forrester Consulting roept op de ontwikkelingen niet af te wachten, maar de regie te nemen en biedt daarvoor de volgende analyse.

  • Automatisering beïnvloedt banen. In de nabije toekomst zullen er maar weinig banen zijn die niet zijn veranderd door de opkomst van de digitale collega's – ook op hogere niveaus. Aangehecht rapport kwalificeert medewerkers in twaalf persona's om de betreffende collega's mee te classificeren.
  • Medewerkers voelen de bui al hangen en zijn bang dat hun digitale vaardigheden niet aansluiten bij de toekomst, of maken zich zorgen over hun geschiktheid voor het lastiger werk dat in plaats van het routinewerk komt.
  • Bedrijven die automatiseren, moeten er ook in opleiden om medewerkers carrièreperspectief te laten behouden.
Onderzoek

In het onderzoek heeft Forrester onderzocht welke invloed automatiseringstechnologieën zoals kunstmatige intelligentie (AI) en Robotic Process Automation hebben op bedrijven en hun medewerkers, en hoe zij zich voorbereiden op een nieuw manier van werken.

Wereldwijd verandert automatisering bedrijven. Verbeterde productiviteit en efficiëntie beïnvloeden het uiteindelijke bedrijfsresultaat. De gevolgen van automatisering op de werkplek worden nog maar slecht begrepen, maar mogen niet worden ontkend: automatisering levert zorgen op over banen, vaardigheden, lonen en de aard van het werk zelf.

Resultaten

De studie van Forrester Consulting heeft als doel een beter begrip te krijgen van wat de invloed van automatisering is op de arbeidsbeleving van werknemers en hoe bedrijven in staat zijn zich voor te bereiden op de veranderende 'toekomst van werk'. Forrester ondervroeg 270 beslissers in uitvoerorganisaties, stafafdelingen, financiën en andere bedrijfsonderdelen in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland en ontdekte:

  • Investeringen in automatisering zullen stijgen - 86 procent van de respondenten zegt dat verbeterde klantervaring een zakelijke doelstelling van 'kritiek' of 'hoog' belang is, om de komende twaalf maanden te realiseren. Automatisering – met name RPA – stelt bedrijven in staat hun klanten een betere dienstverlening te bieden, die de daadwerkelijke aankoop (conversie) en omzet omhoog zal stuwen. Daarnaast stelt automatisering bedrijven in staat kosten terug te dringen, zich in de markt te onderscheiden en de medewerkerstevredenheid te verbeteren ‑ wat allemaal de hoogste prioriteit heeft onder de onderzoeksrespondenten. 66 procent van de onderzochte bedrijven zal zijn RPA-software-uitgaven de komende 12 maanden met minstens 5 procent verhogen.
  • Automatisering beïnvloedt functies op diverse manieren - in 2030 zullen er banen verdwenen zijn, zullen er banen bij gekomen zijn en zullen er banen veranderd zijn – maar slechts weinig banen zullen nog onaangedaan voortbestaan. Om te kunnen profiteren van 'de toekomst van werk', moeten bedrijven klaar zijn voor de ontwrichting die automatisering teweeg zal brengen, van elke baan en op elk niveau.
  • De kloof in digitale vaardigheden is een zorg voor alle medewerkers - de voortschrijdende automatisering zal sommige medewerkers motiveren om hartstochtelijke ambassadeurs van de veranderingen te worden, terwijl anderen weigerachtig zullen zijn om zich nieuwe vaardigheden eigen te maken. 41 procent van de respondenten zegt dat medewerkers bang zijn dat hun digitale vaardigheden misschien niet aansluiten bij wat hun baan in de toekomst nodig heeft, terwijl 53 procent zegt dat medewerkers zich zorgen maken over of zich bedreigd voelen door de groeiende complexiteit van taken die zij op zich af zien komen.
  • Automatiseringsonderwijs door de werkgever, stimuleert de carrièreperspectieven. Bedrijven die investeren in automatisering, zouden ook moeten investeren in opleidingen voor medewerkers. Training van medewerkers door hen vakopleidingen aan te bieden en aan te moedigen zichzelf digitaal te kwalificeren, helpt de vrees voor automatisering te overwinnen en die als kans te zien om de productiviteit op te stuwen.

Aliter Networks ontvangt als eerste circulaire IT-netwerkbedrijf B Corp-certificering 

Aliter Networks heeft haar certificering als B Corp-bedrijf ontvangen. Hiermee sluit het IT-netwerkbedrijf zich aan bij een wereldwijd groeiende groep van op duurzaamheid gerichte organisaties. "De B Corp-certificering bevestigt dat we op de goede weg zijn met onze circulaire IT-strategie", zegt Chief Happiness Officer en algemeen directeur Odette van Zijdveld.

Aliter is gespecialiseerd in refurbished IT-netwerkapparatuur heeft een sterke verantwoordelijkheid om een positief verschil te maken in de wereld, vertelt Odette van Zijdveld van Aliter Networks. “We hebben een circulair bedrijfsmodel en zijn er trots op dat die visie heeft geleid tot een  B Corp-certificering. Hiermee scharen we ons in dezelfde klasse als inspirerende bedrijven zoals Ben & Jerry's, Danone, Tony’s Chocolonely, Triodos Bank, de Body Shop, the Guardian, Engie en Dopper.”

Slow IT

Aliter Networks koopt en verkoopt tweedehands netwerkapparatuur zoals routers, switches en VoIP-systemen met als doel de levenscyclus van de hardware te verlengen. Sinds de start in 2009 heeft Aliter het hergebruik van ruim 150.000 IT-producten mogelijk gemaakt. Zo is minimaal 310.000 kilo e-waste bespaard. “We zijn er trots op onze klanten te helpen om een verschil te maken met IT”, aldus Van Zijdveld. “Dit resulteert in minder afval, vermindert de productie en het gebruik van (schaarse) hulpbronnen en verlaagt tegelijkertijd de CO2-uitstoot aanzienlijk."

Net als in de mode-industrie, waar een verschuiving naar slow fashion plaatsvindt, gelooft Van Zijdveld dat het nu ook tijd is voor slow IT. “We zouden graag zien dat meer IT-producten worden hergebruikt. Ook promoten we de focus op het delen van kennis en infrastructuur en het gebruik in plaats van het bezit van apparatuur."

Duurzaamheidsstrategie

Hubertine Roessingh, Executive Director Benelux van B-Lab, is verheugd om Aliter Networks te mogen verwelkomen in de B Corp-gemeenschap. “Aliter is het eerste circulaire IT-bedrijf dat zich bij onze community aansluit”, zegt Roessing. “Er is nog zo veel werk te doen om de IT-industrie duurzamer te maken. Met een vooruitstrevende duurzaamheidsstrategie loopt Aliter voorop in de transformatie van lineaire naar circulaire IT.”

Succesvolle migratie naar vernieuwd C2000

De migratie van het huidige naar het nieuwe communicatienetwerk C2000 is vannacht succesvol verlopen. Het netwerk is vernieuwd om een goede mobiele communicatie tussen noodhulpdiensten goed te kunnen blijven faciliteren en hun veiligheid te garanderen.

Tijdens de migratie in de nacht van 27 op 28 januari is het huidige spraaknetwerk van C2000 enkele uren op stand-by gezet. Tegelijkertijd werd het vernieuwde netwerk ingeschakeld. Hierdoor hadden porto- en mobilofoons conform planning gedurende enkele uren geen bereik. Noodhulpdiensten hebben daarom via alternatieve procedures en communicatiemiddelen, zoals de mobiele telefoon, hun werk gedaan. Zo kon het werk van de hulpverleners door gaan en merkten inwoners niets van de migratie. Ook bleef het alarmnummer 112 gewoon bereikbaar. Direct na de migratie was er weer landelijke dekking, nu op vernieuwde C2000 communicatienetwerk.

De migratie is de afgelopen maanden onder regie van het ministerie van Justitie en Veiligheid zorgvuldig voorbereid door de politie, de ambulancezorg, brandweer en gebruikers van het ministerie van Defensie. Dagelijks communiceren ruim 80.000 hulpverleners 7 dagen per week, 24 uur per dag via C2000 met de meldkamer en met elkaar. Zij gebruiken het gesloten systeem tijdens het dagelijks werk, maar ook bij grote incidenten en rampen.

Intensieve monitoring

Ook in de nieuwe situatie blijven hulpverleners gebruik maken van hun bestaande portofoons en mobilofoons. Het nieuwe netwerk is net als het oude netwerk gebaseerd op de internationale standaard TETRA. Zoals bij elk nieuw systeem is het in de eerste periode wennen voor gebruikers en beheerders, schrijft het ministerie van Justitie in het persbericht. De komende periode wordt het functioneren van vernieuwde spraaknetwerk daarom intensief gemonitord. En wordt extra ondersteuning geboden om eventuele aanloopproblemen te verhelpen.

Europees Parlement wil universele mobiele oplader verplichten

Het Europees Parlement wil mobiele smartphonefabrikanten verplichten met een universele mobiele oplader te komen. Dit bleek onlangs uit een oproep van het parlementaire orgaan van de Europese Unie.

Volgens het Europese Parlement is de stap naar het verplichten van het ontwikkelen en leveren van een universele mobiele oplader door alle smartphonefabrikanten noodzakelijk. Dit omdat een eerdere oproep hiertoe van de Europese Commissie niet heeft gewerkt.

Nudging werkt niet

Ongeveer zes jaar geleden riep de EC de smartphonefabrikanten op om met een universele mobiele oplader te komen. De toenmalige EC dacht dit door ‘nudging ’te kunnen bereiken. Ook werd gedacht dat de markt zelfregulerend zou werken en zelf met een universele lader voor alle elektronische devices zou komen. Dit is volgens het Europees Parlement nog niet het geval.

Aanpassingen

Concreet gaat het Europees Parlement de Radio Equipment Directive aanpassen. Dit is volgens hen een efficiënt tool om interferentie tussen verschillende elektronische devices te voorkomen. Onderdeel hiervan wordt dus de verplichte universele oplader. Dit moet uiteindelijk beter voor consumenten zijn als het gaat om gebruik. De talloze opladers waarmee consumenten te maken krijgen, worden zo voorkomen. Tot slot wordt hierdoor ook de grote berg aan elektronisch afval verminderd, aldus het Europees Parlement.

5G-straling blijft volgens RIVM binnen Europese norm

De blootstelling aan de elektromagnetische velden die ontstaan via 5G-systemen is in Nederland lager dan de limieten die de Europese Unie aanbeveelt. Dat blijkt uit de metingen en berekeningen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in opdracht van Agentschap Telecom.

Het RIVM deed wetenschappelijk literatuuronderzoek naar de mogelijke toekomstige blootstelling aan elektromagnetische velden (emv) afkomstig van 5G-systemen en welke gezondheidseffecten dit potentieel met zich meebrengt. Het onderzoek keek specifiek naar de straling van twee soorten 5G-antennes: small cells (kleinere antennes in gebouwen en op drukkere buitenplaatsen) en massive multiple-input multiple-output (massive mimo). Daarnaast hebben het RIVM en Agentschap Telecom gezamenlijk praktijkonderzoek gedaan bij 5G-testopstellingen.

Verwachte toename

Het rapport concludeert dat de blootstelling aan elektromagnetische velden lager is dan de Europese Unie aanbeveelt (1999/519/EG). Echter verwachten de onderzoekers, op basis van de bestudeerde literatuur, dat het aantal bronnen van elektromagnetische velden gaat toenemen. Ook is sprake van toenemend gebruik van datacommunicatie. In welke mate de blootstelling ten opzichte van de limieten wijzigt, is nu niet met zekerheid te voorspellen.

Vervolgmetingen

Vervolgmetingen moeten uitwijzen hoe de blootstelling zich daadwerkelijk ontwikkelt bij bredere ingebruikname van 5G-systemen en hoe die blootstelling moet worden gemeten als meerdere gebruikers tegelijk contact hebben met een zender. Het Agentschap Telecom blijft daarom ook metingen uitvoeren tijdens en na de introductie van 5G.

Op deze manier wil het agentschap duidelijkheid bieden over de huidige en verwachte veldsterktes op 5G-locaties en hoe deze waarden zich verhouden tot de geldende blootstellingslimieten. Ook moet duidelijk worden hoe de variabele blootstelling bij meerdere zenders en gebruikers moet worden gemeten, en of er geen verstoring van elektronische apparatuur optreedt.

BTG partner Nederlandse handelsmissie MWC in Barcelona

BTG is partner van de Nederlandse handelsmissie naar het Mobile World Congress, van 24 – 27 februari in Barcelona. Staatssecretaris Mona Keijzer van het ministerie van EZK opent tijdens de eerste beursdag het Holland Paviljoen, samen met de Nederlandse ambassadeur. Gisteren werd in Den Haag met alle betrokken partners de aftrap gegeven ter voorbereiding van deze handelsmissie.

 

Bekijk hier het videoverslag van deze bijeenkomst

Met meer dan 110.000 bezoekers per jaar gaat Mobile World Congress vooral over het ontmoeten van partners, het smeden van nieuwe verbindingen en het creëren van zakelijke kansen. Het Holland Paviljoen is er om het Nederlandse bedrijfsleven te helpen hun bedrijfsdoelstellingen voor Mobile World Congress te bereiken. Het Holland Paviljoen is een samenwerking met de Nederlandse overheid, Den Haag InnovationQuarter, The Hague Security Delta, BTG en andere toonaangevende Nederlandse organisaties die allemaal bijdragen aan de innovatieve ontwikkeling van een bloeiend ecosysteem binnen de communicatie-industrie. De organisatie is in handen van Enterprise Summit.
Het Holland paviljoen is te vinden in hal 6 op stand 6i41. Naast een aantal exposanten op het paviljoen is dit hét meetingpoint voor de Nederlandse ICT community, met onder meer netwerkborrels en pitches.