Auteur: Redactie

Lalaland winnaar Philips Innovation Award 2020

Studentenstart-up Lalaland is de winnaar van de Innovator League. Lalaland gebruikt neural networks voor het creëren van kunstmatige paspoppen en biedt hiermee e-commerce veel verschillende visuele paspoppen gebaseerd op leeftijd, maat en etniciteit.

De winnaar van de Rough Diamond League is Syntho dat het verhelpen van het privacy dilemma als doel heeft. Ze maken gebruik van synthetische data gegenereerd via hun op deep-learning gebaseerde Syntho Engine.

De winnaar van de Innovator League ontvangt een prijzenpakket ter waarde van 50.000 euro. De Rough Diamond winnaar gaat met een prijs ter waarde van 10.000 euro naar huis. Tijdens de finale van de 15e editie was founder Simone Brummelhuis van het Borski Fund aanwezig om te spreken over gendergelijkheid en eerlijke kansen in bedrijven.

Wereld verbeteren

De acht finalisten willen op hun eigen manier de wereld verbeteren. Ze zijn hierin geholpen door het Business Panel en de Partners van de Philips Innovation Award, die de deelnemers van constructieve feedback hebben voorzien. Mede door deze feedback en coaching zijn alle deelnemers in de afgelopen periode enorm gegroeid.

Uitzendingen RTL Z

Deze 15e editie vond dit jaar niet plaats in Theater Rotterdam zoals voorgaande jaren, maar in een nieuw jasje, live vanuit studio 4 in Hilversum. Door het coronavirus is de finale geheel virtueel gemaakt met behulp van Augmented Reality (AR)- technologie. Op maandag 25 mei (9.15 uur), dinsdag 26 mei (17.45 uur) en donderdag 28 mei (16.15 uur) wordt een 10 minuten durende compilatie van de finale uitgezonden op RTL Z.

CapGemini waarschuwt voor digitale kloof

Het CapGemini Research Institute waarschuwt in een recent uitgebracht rapport voor de groeiende digitale kloof tussen online en offline burgers. Er is volgens het instituut een dringende noodzaak om de scherpe digitale ongelijkheid tussen verschillende burgers aan te pakken.

Deze ongelijkheid is verder verscherpt door de coronacrisis. Het instituut heeft 1.304 mensen geïnterviewd die geen toegang hebben tot online diensten. Armoede blijkt de belangrijkste reden te zijn voor offline leven, namelijk 69 procent.

Bijna 40 procent offline vanwege kosten

Bijna 40 procent van de offline burgers die in armoede leven, hebben nooit gebruik gemaakt van het internet vanwege de kosten, aldus CapGemini. De leeftijdsgroep met het hoogste aandeel offline in de steekproef is die tussen 18 en 36 jaar oud (43 procent). De complexiteit van het gebruik van internet (36 procent) en een vermeend ‘gebrek aan belangstelling’ als gevolg van angst (38 procent) werd ook door bepaalde segmenten van de offline-bevolking aangehaald.

Toegang tot kritieke diensten mogelijk maken

Ongeacht de reden betekent het dat mensen geen toegang hebben tot openbare diensten, zoals kritieke informatie over de gezondheidszorg, nu overheden steeds vaker overgaan op online middelen. De publieke en private sector moeten in actie komen om de toegang tot kritieke diensten mogelijk te maken, sociale uitsluiting aan te pakken en carrièremobiliteit ook voor de offline bevolking mogelijk te maken, stelt CapGemini.

Positie Nederland als digitaal knooppunt staat sterk onder druk

Door het gebrek aan plannen en projecten om nieuwe zeekabels aan te leggen, staat de positie van Nederland als dataknooppunt onder druk. Dat schrijven meerdere brancheorganisaties, waaronder BTG en ondernemingen die actief zijn in de digitale sector vandaag in een brief aan staatssecretaris Keijzer. Zij vragen de regering om snel actie te ondernemen om nieuwe zeekabels aan te laten landen in Nederland. Volgens deze organisaties staan zowel het vestigingsklimaat als de soevereiniteit van onze digitale infrastructuur op het spel.

Als er iets is wat de huidige omstandigheden aantonen, is dat het belang van digitalisering voor de economie cruciaal is. De massale noodgedwongen omschakeling naar thuiswerken laat zien dat Nederland trots kan zijn op haar uitmuntende digitale infrastructuur en reputatie als mondiaal dataknooppunt. Toch is er reden tot zorg: deze positie staat sterk onder druk. Daarom is gecoördineerde actie noodzakelijk.

Nederland mogelijk op zijspoor van mondiale digitale economie
Economische clusters ontstaan vooral langs handelsroutes. Dit is niet anders bij digitale dataverbindingen over zee en land, zo stellen de briefschrijvers. Zij zien dat door het uitblijven van nieuwe verbindingen Nederland op een zijspoor van de globale digitale economie terecht dreigt te komen. “Juist het feit dat Nederland deze directe verbindingen nu kan aanbieden, is een belangrijk argument voor digitale en techbedrijven om zich hier te vestigen,” stellen initiatiefnemers Stijn Grove (Dutch Data Center Association) en Michiel Steltman (Digitale Infrastructuur Nederland). “Zij dreigen te vertrekken als de hoofdroute zich verplaatst.”

En de concurrentie is hevig: overheden in andere Europese landen zetten zich momenteel in om nieuwe kabels naar hun land te halen, om daarmee ook een positie te verwerven als datahub. Hierdoor verliest Nederland haar positie als aantrekkelijk vestigingsland. Daarnaast is er bij verlies van directe intercontinentale connectiviteit over zee ook sprake van risico’s voor de soevereiniteit van digitale infrasrtuctuur. Verminderde regie over internationale verbindingen door afhankelijkheid van andere landen en grote tech bedrijven is een ongewenst scenario.

Brede coalitie van ondertekenaars
De brief is ondertekend door 43 organisaties, waaronder telecombedrijven, datacenters, telecommunicatie grootgebruikers, regionale ontwikkelingsbedrijven en hosting- en netwerkpartijen. Allen zien het grote belang voor Nederland, maar geven aan dat het speelveld te veelomvattend en kapitaalintensief voor hen is geworden om hierin alleen te kunnen acteren. De briefschrijvers roepen de regering dan ook op om regie te nemen op dit dossier. En samen met de sector proactief beleid te ontwikkelen waarmee we het goede vestigingsklimaat van Nederland kunnen behouden en verbeteren en samen kunnen werken aan een sterke digitale economie.

Over de initiatiefnemers

DINL
Stichting Digitale Infrastructuur Nederland (DINL, www.dinl.nl ) is de koepelorganisatie en spreekbuis van bedrijven en organisaties die acteren als facilitators van de online economie.
DINL's activiteiten omvatten voorlichting, promotie en het werken aan vertrouwen in de Nederlandse digitale economie door het verbeteren van cyber security, digitale weerbaarheid en bestrijden van cybercrime en abuse.
Contact: Michiel Steltman, msteltman@dinl.nl +31 70 762 1070

Dutch Data Center Association
Dutch Data Center Association (DDA) is de brancheorganisatie van datacenters in Nederland, fundament van de digitale economie. Wij verbinden inmiddels 90% van de marktleidende datacenters in Nederland met een missie: het versterken van een duurzame economische groei en het profileren van de sector naar overheid, media en samenleving.
Contact: Stijn Grove, sgrove@dutchdatacenters.nl, 020-3037860

FCA
De FCA biedt onafhankelijke carriers in Nederland een platform en stimuleert onderlinge samenwerking. Deze samenwerking bevordert op zijn beurt de groei van de individuele carrier en daarnaast de kwaliteit van de infrastructuur in heel Nederland.
Contact: Andrew van der Haar, +31 38 750 1920, info@fibercarriers.nl

SURF
SURF is de ICT-samenwerkingsorganisatie van het onderwijs en onderzoek in Nederland. Binnen de coöperatie SURF werken universiteiten, hogescholen, mbo-scholen, onderzoeksinstellingen en de universitaire medische centra samen aan ICT-voorzieningen én ICT-vernieuwingen. Hierdoor beschikken studenten, docenten, onderzoekers en medewerkers onder gunstige voorwaarden over de beste ICT-voorzieningen voor toponderzoek en talentontwikkeling.
Contact: Ilse Koning, ilse.koning@surf.nl

Data- en Kennishub Gezond Stedelijk gestart

De Data- en Kennishub Gezond Stedelijk is gestart. De hub is een onafhankelijk en open platform van publieke en private organisaties en werkt samen met inwoners aan oplossingen voor een gezonde stedelijke leefomgeving.

Want hoe maak je een stedelijke omgeving leefbaar en gezond? En hoe combineer je daarbij data en kennis van publieke organisaties met de innovatieve ondernemerskracht van bedrijven, en de ervaringen en gedragingen van inwoners? Zeker tijdens en na de corona-pandemie spelen deze vragen volop. In de hub gaat de Universiteit Utrecht met andere organisaties én inwoners concrete en praktische oplossingen ontwikkelen met impact op gezond leven in stedelijke gebieden.

De organisaties binnen de hub ontwikkelen wetenschappelijk onderbouwde, datagedreven concepten en maatregelen: evidence based producten en diensten die een positief effect hebben op de gezondheid van iedereen die woont, werkt of recreëert in een stedelijke omgeving. Nu en in de toekomst.

Groeiend platform

De Universiteit Utrecht, het RIVM en Economic Board Utrecht zijn de initiatiefnemers van dit platform. Intussen hebben verschillende partners zich aangesloten: Provincie Utrecht, Gemeente Amersfoort, Future City Foundation, Mecanoo, UMC Utrecht, Hogeschool Utrecht, Civity en Urban Sync. Ook andere publieke en private organisaties in Nederland kunnen zich aansluiten en/of gebruik maken van de data en kennis binnen het platform. Kijk op de website voor de mogelijkheden.

Hogeschool Utrecht start masteropleiding Data Driven Business

Hogeschool Utrecht start met een masteropleiding Data Driven Business. De nieuwe opleiding leidt studenten op tot zogenaamde analytics translators. Studenten kunnen kiezen uit vijf verdiepingen op het gebied van ICT, Bedrijfskunde, HRM, Marketing of Finance.

Na het afronden van de eenjarige voltijd master mogen studenten de titel Master of Science (MSc) voeren. De nieuwe opleiding gaat van start om de groeiende vraag naar analytics translators te beantwoorden.

Big data steeds toegankelijker

Big data worden steeds toegankelijker en het verzamelen ervan wordt goedkoper. Voor steeds meer bedrijven is het hierdoor haalbaar om hun strategische beslissingen te nemen op basis van big data. Met de toegenomen mogelijkheden is ook de behoefte aan mensen die kunnen omgaan met big data toegenomen. Het McKinsey Global Institute schat dat er in de Verenigde Staten in 2026 al een vraag is naar zo’n twee tot vier miljoen analytics translators.

Behoefte aan analytics translators

Sjoerd van den Heuvel, docent bij Hogeschool Utrecht (HU), beaamt dit: “Doordat technologische veranderingen elkaar steeds sneller opvolgen, veranderen het gedrag en de verwachtingen van consumenten, medewerkers en andere marktpartijen. Om als organisatie bestaansrecht en toegevoegde waarde te behouden, is het belangrijk snel en flexibel te reageren op de veranderende omgeving. Dat betekent dat bedrijven snel grote beslissingen moeten nemen op basis van feitelijke informatie en data. Om die data op een juiste manier te analyseren en interpreteren, hebben bedrijven behoefte aan analytics translators.”

Over grenzen van disciplines kijken

Studenten van de master Data Driven Business werken in de eerste helft van het studieprogramma samen in multidisciplinaire teams. Dit leert studenten over de grenzen van disciplines heen te kijken, om zo de beste oplossing voor een bedrijf of organisatie te bedenken. De opleiding besteedt in deze fase ook veel aandacht aan ethiek en de omgang met privacy. Tijdens de tweede helft van de opleiding specialiseren de studenten zich in een verdieping: data analytics voor studenten met een ICT-achtergrond, transformation analytics voor bedrijfskundigen, people analytics voor HRM’ers, marketing analytics voor marketeers en finance analytics voor studenten met een achtergrond in de financiële dienstverlening.

Belang van interdisciplinaire blik

Van den Heuvel licht het belang van een interdisciplinaire blik toe: “Stel dat een organisatie internationaal wil uitbreiden, dan zal ieder discipline met een eigen aanpak komen. Human resources bekijkt of de juiste skills en competenties bij het personeel aanwezig zijn, marketeers kijken of er een internationale markt is om producten te verkopen, ICT’ers evaluaren de passendheid van de systemen voor een internationale omgeving, enzovoorts. Wat de masteropleiding Data Driven Business leert, is om met al deze brillen naar het vraagstuk te kijken en met een op data gebaseerde aanpak te komen. Daardoor kun je prioriteiten stellen die de hele organisatie ten goede komen. Op deze manier bepaal je aan welke knoppen je moet draaien om de uitbreiding tot een succes te maken."

AP onderzoekt privacy TikTok

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) start een onderzoek naar social media-app TikTok om na te gaan of de privacy van de populaire app in orde is. Met de opkomst van TikTok zijn nameljk ook de privacyzorgen rondom het gebruik ervan toegenomen.

Dagelijks delen miljoenen kinderen en jongeren over de hele wereld talloze creatieve filmpjes via deze social media-app. Sommige video’s bereiken miljoenen mensen wereldwijd. Voor velen is het tijdens deze coronacrisis de manier om contact te houden met vrienden en vriendinnen en zo toch samen de tijd door te komen. Ook in Nederland hebben veel kinderen TikTok op hun telefoon staan.

Kwetsbare groep

Kinderen worden in het Nederlandse recht en in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) beschouwd als extra kwetsbare groep omdat zij zich minder bewust zijn van de gevolgen van hun handelen, juist ook bij de verwerking van hun persoonsgegevens door sociale media.

Persoonlijke informatie verzamelen

"We zien dat ontzettend veel Nederlandse kinderen met veel plezier gebruik maken van TikTok. We doen onderzoek naar de vraag of deze app privacyvriendelijk is ontworpen en ingericht", zegt vicevoorzitter Monique Verdier van de AP. "Daarnaast kijken we of de informatie die kinderen van TikTok krijgen bij het installeren en gebruiken van de app goed te begrijpen is en of er voldoende uitleg is over hoe TikTok hun persoonsgegevens verzamelt, verwerkt en verder gebruikt. Tot slot onderzoeken we of toestemming van ouders vereist is wanneer TikTok persoonsgegevens van kinderen verzamelt, opslaat en verder gebruikt."

De AP verwacht later dit jaar met de eerste resultaten van dit onderzoek naar buiten te kunnen komen.

Aantal glasvezelaansluitingen gegroeid in 2019

Het aantal FttH-aansluitingen in Nederland is in 2019 weer gegroeid, blijkt uit recent onderzoek van Telecompaper. Ondanks de huidige crisis verwachten de onderzoekers voor dit jaar weer een flinke stijging.

Het aantal op glasvezel aangesloten huishoudens is het afgelopen jaar weer flink toegenomen, zo constateren de telecomonderzoekers in hun rapport. In 2019 groeide het aantal op glasvezel aangesloten huishoudens naar een totaal van 3,20 miljoen. Het aantal aansluitingen groeide ten opzichte van 2018 met 9,8 procent of 287.000 woningen. Dit betekent dat ongeveer 40 procent van de Nederlandse huishoudens nu toegang heeft tot glasvezel.

Opleving

De onderzoekers zien sinds 2018 weer een hernieuwde opleving van aanbieders om het glasvezelnetwerk uit te breiden. Er is vooral meer interesse om glasvezel in de grote steden uit te rollen. Zo hebben de twee meest toonaangevende spelers op de markt, KPN NetwerkNL en Delta Fiber Netwerk, laten zien dat zij veel aandacht besteden aan FTTH-uitrol in steden.

KPN NetwerkNL heeft altijd een focus gehad op de bebouwde kom, maar heeft dat vorig jaar en de afgelopen maanden bevestigd door uitrol in groot aantal grote steden aan te kondigen. Delta Fiber Netwerk verlegde afgelopen jaar de strategie. Voorheen richtte het de glasvezelaanbieder zich op het buitengebied, maar nu wordt ook, eerst via dorpskernen, de aandacht naar steden verlegd, aldus de onderzoekers van Telecompaper. De overige glasvezelpartijen, waaronder E-Fiber en Primevest/T-Mobile, hebben eveneens verdere gebiedsuitbreiding op de planning staan.

Veel onderlinge concurrentie

De onderzoekers constateren verder dat er veel onderlinge concurrentie is tussen de diverse aanbieders. Vaak willen aanbieders ook een netwerk uitrollen in gebieden waar concurrenten actief zijn. Telecomtoezichthouder ACM heeft afgelopen jaar onderzoek gedaan naar deze concurrentie en constateerde dat de uitbreiding van glasvezelnetwerken in gevaar is door concurrerende operators die netwerken dupliceren. In de glasvezelmarktstudie werd gesuggereerd dat exploitanten meer zouden moeten samenwerken bij de uitrol en dat de lokale autoriteiten meer zouden kunnen doen om dubbele netwerken te stoppen.

De toezichthouder geeft aan dat het onwaarschijnlijk is dat twee glasvezelnetwerken economisch rendabel kunnen zijn, aangezien ze ook moeten concurreren met de bestaande koper- en kabelnetwerken. Mogelijke netwerkduplicatie leidt bovendien tot vertragingen in projecten en onzekerheid voor investeerders.

Vooruitzicht 2020

De onderzoekers verwachten dat de uptake dit jaar ondanks de huidige crisis verder zal gaan groeien. Voor 2020 verwachten zij zelfs een recordgroei naar 600.000 aangesloten woningen. Dit jaar gaat ook de onderlinge concurrentie verder, zo wordt verwacht.

Datastrategie ontbreekt bij 7 op 10 woningcorporaties

Bij 7 op de 10 woningcorporaties ontbreekt een duidelijke datastrategie en minder dan de helft van alle woningcorporaties verzamelt data voor een duidelijk doel. Dat blijkt uit onderzoek van kennisplatform CorporatieNL onder 701 bestuurders, medewerkers en managers van deze organisaties.

Maar 38 procent van de woningcorporaties heeft een duidelijk doel met het verzamelen van data en slechts 29 procent beschikt over een strategie, schrijft CorporatieNL. Dat terwijl een groot deel van de organisaties grote kansen ziet in de explosieve toename van data: 77 procent. Een net iets groter percentage (83 procent) zegt steeds meer met data te maken te hebben.

Lage kwaliteit data

Ruim de helft van alle woningcorporaties (62 procent) vindt zichzelf datavaardig en is ervan overtuigd de juiste keuzes te kunnen maken met behulp van de beschikbare gegevens en middelen. "Toch laat de kwaliteit van data te wensen over", schrijft CorporatieNL in het persbericht, "want maar 34 procent kwalificeert de huidige kwaliteit als goed. Mocht dat niet verbeteren dan zegt 71 procent dat dit flinke tot rampzalige gevolgen zal hebben."

Gemeenten minder enthousiast

Kennisplatform GemeentenNL, samen met CorporatieNL onderdeel van PublicNL, schrijft dat woningcorporaties meer gegevens zouden uitwisselen met gemeenten, maar dat gemeenten hier minder enthousiast over zijn. 77 procent van woningcorporaties zou van mening zijn "dat gemeenten en corporaties te weinig samenwerken op het gebied van verzamelen, gebruiken en uitwisselen van data", maar "in totaal 64 procent van de gemeenten zegt het een goed idee te vinden als zij meer data uitwisselen met woningcorporaties."

Zorg innoveert sneller door coronacrisis

De zorg innoveert momenteel veel sneller dan men een paar maanden geleden kon bedenken. Dit is onder andere het gevolg van de gestegen werkdruk, veroorzaakt door de coronacrisis.

Slimme zorgrobots en digitaal behandelen maken dus noodgedwongen hun intrede, om waarschijnlijk nooit meer weg te gaan uit het Nederlandse zorgsysteem. Dat het coronavirus de zorg onder druk zet, is algemeen bekend. In het ziekenhuis wordt extreem hard gewerkt om levens te redden.

Health Tech Yard

Onder andere de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e), Brainport Development, KIEN Innovatiemeesters, Slimmer Leven en de GGZ Eindhoven kregen vier jaar geleden gezamenlijk subsidie om een proeftuin voor zorginnovaties op te zetten, Health Tech Yard.

Scala aan innovaties

Inmiddels is het subsidieproject bijna afgerond, maar het scala aan innovaties die het opleverde, zijn belangrijker dan ooit. Health Tech Yard heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van verschillende startups en multi-stakeholder projecten. Van high tech meet- en behandelsystemen tot digitale services die zelfredzaamheid en zorg in de thuisomgeving moeten bevorderen.

Verschuiving naar digitale zorg

“We leveren met Health Tech Yard onder andere een bijdrage aan de verschuiving naar digitale zorg. Daarbij kijken we niet alleen naar de specifieke mogelijkheden van bijvoorbeeld online behandelen in de geestelijke gezondheidszorg, maar ook naar de randvoorwaarden zoals een goede infrastructuur”, stelt Wanda Kruijt. Zij is vanuit GGzE betrokken als projectleider binnen de proeftuin.

BTG Solution Partners helpen!

“Als de nood aan de man komt, schakelt ict-branchevereniging BTG een tandje bij. Dan wordt de achterban geraadpleegd en de krachten gebundeld om te komen tot praktische oplossingen voor acute problemen”, schrijft journalist Rik Sanders van Computable.

Hij publiceerde een artikel over een project van BTG en haar Solution Partners om ziekenhuizen en andere (zorg)instellingen te hulp te schieten met het aanbod een compleet ingerichte noodopvang neer te zetten. Het project is uitgevoerd onder leiding van technisch dienstverlener en BTG-lid SPIE. In het artikel beschrijft de Computable-redacteur onder andere projecten bij het Erasmus Medisch Centrum en het MECC in Maastricht waar in korte tijd extra zorgcapaciteit gecreëerd moest worden.

Het artikel is hier te lezen.