Auteur: Redactie

Facebook komt met eigen spraakassistent Aloha

Facebook mengt zich in de concurrentiestrijd rondom slimme spraakassistenten. In navolging van Amazon Alexa, Google Assistant en Apple’s Siri, werkt de techreus sinds begin 2018 in het diepste geheim aan een eigen slimme stemassistent. Dat meldt de toonaangevende techsite Techcrunch. Een releasedatum is nog niet bekend.

Een team in de Amerikaanse staat Washington, met aan het hoofd AR/VR-directeur Ira Snyder, leidt het AI-project. Het initiatief ligt bij de divisie die ook verantwoordelijk is voor toepassingen met augmented en virtual reality. Die is bijvoorbeeld ook betrokken bij de ontwikkeling van de Oculus-headset. Hoe de slimme spraakassistent ingezet wordt, is nog niet duidelijk. Grote kans dat de assistent een koppeling krijgt met de slimme speakers van Facebook en de Oculus-headset.

Amazon domineert de spraakassistent-markt
In de race om de best verkopende spraakassistent liggen Amazon en Google aan kop. In de Verenigde Staten had Amazon in 2018 67% van de markt in handen en Google 30%.
In Nederland liggen die percentages heel anders, al gaat de adaptatie van de slimme luidsprekers Google Home en Amazon Alexa nu snel. Circa 5 procent van de Nederlandse huishoudens gebruikte in maart dit jaar al Google Home, 15 procent zegt het te kennen en 4 procent geeft aan van plan te zijn het binnenkort te gaan gebruiken. Bij Amazon Alexa liggen de Nederlandse cijfers lager. Circa 1 procent van de huishoudens gebruikt het, 1 procent spreekt de intentie uit het de komende maanden te gaan gebruiken en 7 procent is er al mee bekend. Pas eind vorig jaar kwam Google Home als eerste smart assistant in Nederland op de markt.

Hulde Mona Keijzer voor winnaars Raspberry Pi competitie

Onder toeziend oog van staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat) is de finale van de eerste Raspberry Pi competitie in Nederland uitgemond in een spetterend innovatiefeestje. In de Johan Cruijff Arena lieten de 41 middelbare schoolteams in de finale hun technologische innovaties zien om het welzijn van mensen te verbeteren.

We hebben talenten zoals jullie nodig”, zei staatssecretaris Mona Keijzer na afloop. “De gouden handen die weten hoe je met technische of digitale oplossingen het leven beter, veiliger of gezonder maakt.”De competitie is georganiseerd door PA Consulting in samenwerking met House of Digital voor vmbo-, havo- en mbo-scholen. In de strijd om met een slimme, goedkope minicomputer een uitvinding te doen om het welzijn van mensen te verbeteren, zijn vier teams in de prijzen gevallen.
In de Johan Cruijff Arena is de medicijncarrousel van de Bredero Mavo uit Amsterdam door de jury verkozen tot meest haalbare uitvinding.
De groeiende plant zonder menselijke bemoeienis van het team van het MBO College Amstelland ‘Dionaea’, kreeg de prijs voor meest creatieve uitvinding en het team van MBO College Zuidoost uit Amsterdam heeft met de Pi-Care de meest impactvolle uitvinding ontwikkeld.
De aanmoedigingsprijs is in ontvangst genomen door het jongste deelnemende team van gemiddeld 12,5 jaar oud. “

 

Reportage Raspberry PI Awards
Foto ; Pim Ras

Op de foto: Mona Keijzer, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat samen met de winnaars van de Raspberry Pi competitie

De spanning was afgelopen donderdag voelbaar in de Johan Cruijff Arena. Maar liefst 14 teams stonden in de eerste Nederlandse finale van de Raspberry Pi competitie. Een strijd waarin innovatie, maatschappelijke betrokkenheid en samenwerking tot geweldige uitvindingen hebben geleid. Een competitie die september vorig jaar losbarstte. Teams van scholen werden uitgedaagd met de Raspberry Pi – een slimme, goedkope minicomputer –een uitvinding te doen om het welzijn van mensen te verbeteren. Gedurende de afgelopen maanden hebben de jongeren - vanaf 12 jaar oud - alles uit de kast gehaald om uiteindelijk tot de meest creatieve en maatschappelijk relevante uitvindingen te komen.

Het is een strijd die PA Consulting al jarenlang succesvol in het Verenigd Koninkrijk organiseert en nu samen met House of Digital ook in Nederland heeft geïntroduceerd. Met trots stond Mark Griep, hoofd van PA Consulting Nederland, naar de resultaten van de teams te kijken. “Innoveren moet centraal staan bij de jonge generatie van studenten om ons land beter op de toekomst te kunnen voorbereiden. Vandaag ben ik onder de indruk geraakt, ik zie uitvindingen waarin ik zo zou willen investeren. Gerealiseerd dankzij een klein en goedkoop computertje, dankzij sterke teamspirit en dankzij creatief denken.” De ontdekking bij de leerlingen dat het bij innovatie niet alleen om techniek gaat, vond Mark Griep mooi om te zien en te horen. “Naast techniek gaat het namelijk ook om een multidisciplinaire aanpak (techniek, zorg, productontwerp) en samenwerking. Ik weet zeker dat dit anderen inspireert en hopelijk jullie zelf ook om verder te gaan met innovatie”, zei hij op het Plein van de Toekomst in de Johan Cruijff Arena. “Gezien dit succes kunnen we niet wachten om de tweede editie van de Raspberry Pi competitie te starten in het schooljaar 2019/2020.”

Staatssecretaris Mona Keijzer: “Hulde”
“Hulde voor deze scholencompetitie”, sprak staatssecretaris Mona Keijzer met lovende woorden. ''Er zullen banen en taken in de toekomst zijn die we nu nog niet kennen. Technische en digitale vaardigheden zullen onmisbaar worden. Daarom is het belangrijk dat jullie die vaardigheden al vroeg in je leven ontwikkelen. En de vraag naar technisch afgestudeerden stijgt. In de afgelopen paar jaar zijn er twintigduizend openstaande vacatures in de technieksector bijgekomen, dat aantal blijf toenemen. Daarmee is dit hét vakgebied van de toekomst. Daarvoor hebben we talenten zoals jullie nodig. De gouden handen die weten hoe je met technische of digitale oplossingen het leven beter, veiliger of gezonder maakt.”

Na de woorden van de staatssecretaris was het aan de jury om de winnaars bekend te maken. De jury, bestaande uit Perry van der Weyden (Rijkswaterstaat), Peter Strikwerda (APG), Finbar Hage (Rabobank), Ger Baron (gemeente Amsterdam), Rian van Heur (AG Connect), Jaap van Zessen (Algemeen Dagblad), Ronald Wilcke (ROC Amsterdam Flevoland), Ton Paffen (House of Digital) en Willem van Asperen (PA Consulting) – heeft de 14 uitvindingen beoordeeld op meest haalbaar, meest creatief en meest impactvol.

Meest haalbare uitvinding
Medicare van het team van Bredero Mavo uit Amsterdam is in deze categorie winnaar geworden met de ontwikkelde medicijncarrousel die ouderen helpt op tijd medicijnen in te nemen. “De uitvoering, presentatie en vormgeving zijn indrukwekkend. En deze uitvinding wacht een potentieel grote markt”, zei jurylid Ger Baron lovend. De 14-jarige Kay Bekitener kon met z’n drie teamleden het geluk niet op. “We hebben hier keihard aan gewerkt. Waar het bij de medicijncarrousel om draait is dat verzorgenden ‘de pillendoos’ eens per week vullen. Door aan te geven op welke tijdstippen pillen genomen moeten worden, vallen deze in een bakje en wordt met een herhalend geluid aangegeven dat de medicijnen ingenomen moeten worden. Deze carrousel ontlast de verzorgenden en is een hulpmiddel om altijd op tijd medicijnen in te nemen.”

Meest creatieve uitvinding
“Een complex idee met een uitstekende uitwerking.” Dat zei jurylid Peter Strikwerda over ‘Dionaea’, een uitvinding van het team van MBO College Amstelland uit Amstelveen. Daarbij draait het om een plant die vrijwel zonder menselijke bemoeienis groeit. “Door visvoer in het aquarium te gooien, zorgen diverse processen en sensoren ervoor dat de plant daarbovenop goed blijft groeien. Daarmee helpen we mensen die niet in staat zijn om voor planten te zorgen, vanwege ziekte, ouderdom of afwezigheid, maar die wel groen in huis willen”, motiveerde teamlid Ian Klein Langenhorst het idee achter deze plant with a plan.

Meest impactvolle uitvinding
“Als jury waren we direct overstag”, lichtte Finbar Hage de keuze toe om Pi-Care van het MBO College Zuidoost uit Amsterdam uit te roepen tot meest impactvolle uitvinding. “Als je bij zorginstellingen inventariseert welke uitdagingen er zijn en dan tot een uitvinding komt die zorgverleners ontlast en cliënten ondersteunt, verdient dat alle lof.” Deze jurywoorden werden met trots door het team in ontvangst genomen. “Via de Pi-Bear, Pi-Watch en Pi-Hub krijgt de cliënt aan de hand van herkenbare icoontjes door welke dagbesteding op het programma staat. Deze digitalisering vervangt de papieren agenda en is tegelijkertijd ook veel leuker”, zei teamlid Tigo Bakker. “In een eenvoudig systeem voor beheerders en cliënten wordt alles gesynchroniseerd. Ja, we zijn trots op het resultaat. Een supergaaf project waarin we elkaar hebben gestimuleerd, samengewerkt en veel hebben geleerd.”

Tot slot was er ook nog een aanmoedigingsprijs voor het jongste deelnemende team – gemiddelde leeftijd 12,5 jaar oud – van de Bredero Mavo uit Amsterdam. “We hopen jullie volgend jaar opnieuw te zien, omdat we nu al onder de indruk zijn van de uitvinding die jullie hebben gedaan”, aldus de jury. Een uitvinding die dankzij diverse sensoren waarschuwt als de situatie in een – warme – auto kritiek wordt voor een achtergelaten kind of huisdier. “We willen deze uitvinding graag bij autofabrikanten promoten”, betoogde het jongst deelnemende team.

Datavaardigheid gemeenten van belang, ook op Koningsdag

Tilburg had vorig jaar met 150.000 bezoekers zijn drukste Koningsdag ooit. Utrecht verwelkomt het dubbele aantal gasten en in Amsterdam zijn er ’s middags ruim een miljoen mensen op de been. Data-analyse helpt gemeentes bij het  voorkomen of 'bespelen' van incidenten en opstoppingen.

Die drukte brengt een zware belasting van de infrastructuur met zich mee. Pleinen en wegen lopen vol, mensen gaan massaal van A naar B. Een optimale dienstregeling van het openbaar vervoer helpt opstoppingen zo veel mogelijk te voorkomen en parkeerbeheer probeert mensen naar de juiste parkeergarages en transferia te leiden. Dat klinkt misschien logisch, maar het vergt veel van de data-analyse en dataverwerking die deze maatregelen mogelijk maken.

Anticiperen
Data geeft ambtenaren volgens Emmanuel Vanderhaegen, Sales Director Benelux bij Qlik, inzicht in hoe openbare ruimtes worden gebruikt. “Daar kunnen zij vervolgens op anticiperen”, legt Vanderhaegen uit. “Dankzij een smart city systeem, met een weefsel van sensoren en apparaten, kunnen netwerken en burgers de openbare infrastructuur zo efficiënt en veilig mogelijk gebruiken. Lange wachtrijen, verkeersopstoppingen en noodsituaties zijn op feestdagen en evenementen niet altijd te voorkomen, maar wel te bespelen.” En dat bespelen is volgens Vanderhaegen het sleutelwoord. “Mensen – in alle lagen van de organisatie – moeten genoeg datavaardig zijn om die informatie op de juiste manier in te winnen en te interpreteren. Gekleurde gegevens lossen namelijk niks op.”

“Alle bestuurders en leiders hebben de opkomst van data gezien en beseffen wel dat data belangrijk is voor elke beslissing. Een goede ontwikkeling, maar we zijn er nog niet. We moeten data ook toegankelijk maken. Je hebt er niets aan als data wel beschikbaar zijn maar er geen toepassingen zijn om de inzichten eruit te halen die beslissingen kunnen onderbouwen. Een voorbeeld van hoe dat goed geregeld wordt, is de Londense deelgemeente Camden. Die heeft diverse datasets beschikbaar gemaakt, in een Burger Index voor de verschillende diensten, en biedt Open Data Challenges aan: workshops waar lokale applicatieontwikkelaars apps kunnen bouwen op basis van die datasets om de burgers beter te informeren.”

Slimme stad
Wereldwijd worden steden steeds slimmer, en ook in Nederland doen gemeentes er goed aan ervoor te zorgen dat de verkeersstromen in de stad geoptimaliseerd kunnen worden door met behulp van sensoren de juiste data te verzamelen en analyseren. Zo kan er op basis van de binnenkomende informatie een heatmap van de stad worden gemaakt, zodat de meldkamers weten waar de politie aan de slag moet. Of kunnen hulpdiensten beter toegankelijk worden door hulpposten neer te zetten op plekken waar voorheen veel incidenten waren.

Doe het datavaardig
Qlik helpt organisaties en overheden slimme stappen te zetten. En slimmer te worden. “Individuen faciliteren om data te begrijpen en te gebruiken, is essentieel. We moeten de drempels wegnemen in het gebruik van data en technologieën, om steden slimmer te maken en zo het welzijn van mensen in de steden te vergroten.” Hoe? Ten eerste door trainen en opleiden. Investeren in de vaardigheden van ambtenaren zodat die vol vertrouwen met data kunnen werken. Daarnaast zorgt Qlik ervoor dat zowel publieke als private organisaties zich bewust worden het belang van data.

Oracle Nederland en Tech Data openen cloud-democenter

Oracle Nederland en partnerbedrijf Tech Data openen een test- en kenniscentrum voor cloudapplicaties. Dit Cloud Center of Excellence (CCoE) komt in de vestiging van Tech Data in Bodegraven.

Het cloudcentrum wordt een plek waar Oracle-klanten samen met specialisten kunnen brainstormen, ontwerpen, nieuwe toepassingen uitvinden, proberen en verfijnen, meldt Oracle Nederland in een uitnodiging voor de officiële opening op 14 mei. Geïnteresseerden kunnen zich nog inschrijven.

Volgens Oracle is dit de enige plek in Nederland waar Oracle-technologie getest kan worden. Het bedrijf ziet veel bedrijven en organisaties de overstap maken naar een cloudgebaseerde ict- en applicatie-omgeving. Door kennis en ervaring op één plek samen te brengen hoopt Oracle samen met Tech Data klanten beter te kunnen ondersteunen in hun transitie naar de cloud. ‘Iedereen is welkom om samen met ons en Tech Data de cloud te ontdekken en samen de toekomst van cloudtechnologie en verdere innovaties vorm te geven’, aldus de ict-leverancier die zich steeds meer transformeert van database-leverancier naar aanbieder van clouddiensten..

Resultaten P3 connect Mobile Benchmark Nederland

T-Mobile is de overall winnaar van de P3 connect Mobile Benchmark van dit jaar voor Nederland. De operator is hiermee voor het vierde achtereenvolgende jaar nummer 1 en dat met de hoogste score ooit gemeten door P3 wereldwijd. KPN laat de grootste verbetering zien ten opzichte van vorig jaar, terwijl Vodafone zijn hoge niveau vasthoudt.

De P3 connect Mobile Benchmark in Nederland laat ook dit jaar sterke resultaten zien. Resulterend in drie keer de kwalificatie "uitstekend".

P3's netwerkbenchmarks worden in de hele wereld geaccepteerd als zijnde zeer objectief en definiëren de de-facto industrie standaard. De zorgvuldig ontworpen methodiek van de 2019 Mobile Benchmark in Nederland combineert rijtestsen en wandeltestsen voor het registreren van gedetailleerde spraak en data. Nieuw is de categorie crowdsourcing, waarbij via pre-installed meetpunten in apps van zo’n 26.000 Android gebruikers de resultaten van de drie netwerken op de voet kunnen worden gevolgd. Dit met toestemming en zonder de privacy van de gebruikers te schenden uiteraard.
Dit biedt diepgaande inzichten in de algemene dekking van Voice, Data- en 4G-services, downloadsnelheden van echte gebruikers en beschikbaarheid van dataservices.
Deze toevoeging aan de test laat de prestatie en dekking daadwerkelijk ervaren door de gebruikers. Deze componenten zijn grondig gewogen om een realistische en gezaghebbende beoordeling te geven van het werkelijke potentieel en de prestaties van het beoordeelde netwerk.

In 2019 hebben we de P3 connect Mobile Benchmark Nederland voor de vijfde keer uitgevoerd. Kan T-Mobile de winning mood doortrekken, voor de vierde keer?(!)
En heeft de recente acquisitie van Tele2 invloed op de algehele prestaties?

Voice
Veel klanten maken minder gebruik van spraakdiensten dan van data. Echter, wanneer ze daadwerkelijk een telefoongesprek voeren, verwachten ze betrouwbare verbindingen. Slagen deNederlandse mobiele netwerken erin om aan deze verwachtingen te voldoen? <>

Alle drie operatoren in Nederland ondersteunen Voice over LTE (VoLTE). VoLTE verzendt spraakoproepen als datapakketten via een 4G-verbinding. Zo vermijd je de "circuit-switched fallback", die smartphones forceert om terug te schakelen naar 3G om een telefoongesprek te voeren of te plaatsen. VoLTE ondersteunt ook betere audiocodecs voor operators om hogere spraakkwaliteit aan hun klanten te kunnen leveren. Voor de stemwaardering werd elke aangedreven auto en elk meestuurteam uitgerust met een Samsung Galaxy S9-smartphone per operator. De telefoons in de auto's bellen een tegenhanger in een van de andere auto's. De telefoons van de wandeltest-teams, bellen een stationaire tegenhanger. De verbonden testapparatuur registreert succes ratio's, call setup-tijden en spraakkwaliteit. Om normaal smartphonegebruik te simuleren, vonden gegevensoverdrachten plaats in de achtergrond van de testoproepen. Een paar van de testresultaten.

 

T-Mobile neemt een kleine voorsprong in de stem-rijtest in de grote steden.
T-Mobile dankt zijn smalle voorsprong met een call-succesratio van 100 per cent, maar met 99,5 en 99,7 per cent, KPN en Vodafone scoren slechts marginaal minder.

Vodafone gaat licht aan kop in de voice wandeltesten in de steden.
De wandelresultaten voor T-Mobile en Vodafone waren hoger dan in de rijtest.

T-Mobile en KPN aan kop in de rijtest in de overige plaatsen.
Terwijl T-Mobile en KPN hier 100 procent van de oproeppogingen zien connecten, bereikt Vodafone een nog steeds zeer goed 99,4 procent.

Zeer goede resultaten in de rijtest. Ook hier T-Mobile en KPN aan de leiding,
Vodafone staat op de derde plaats. Terwijl de KPI's dalen in deze veeleisende categorie, zijn ze nog steeds op een zeer hoog niveau. T-Mobile en KPN behalen een all-succes van 99,9, terwijl Vodafone volgt op een korte afstand met een zeer goede 99,6 procent.

Alle drie operatoren scoren iets lager bij metingen in de treinen. Maar beter dan in de rest van Europa.
Sinds vorig jaar meet de P3 Mobile Benchmark ook de spraak in treinen.
In directe vergelijking, alle drie Nederlands operators scoren iets lager in deze discipline dan vorig jaar. Een reden kan zijn dat de testroutes van het jaar zijn anders van die van de vorige jaar - en / of dat meer reizigers extra druk op de netwerken veroorzaken
KPN is licht vooruit als gevolg van een oproep succesratio van 98,9 procent en kortere insteltijden voor oproepen. T-Mobile en Vodafone scoren praktisch hetzelfde niveau. Al met al zijn de resultaten op Nederlandse treinen nog steeds duidelijk beter dan die van andere Europese landen zoals Duitsland of het VK.

Voiceresultaten: T-Mobile wint de categorie voice vanwege algemene hoge KPI's en vooral dankzij hoge call-ratio in steden, steden en op de wegen. Vodafone en KPN volgen op slechts één punt. <>

Data

Het volume aan verzonden gegevens groeit snel, waarin het belang van gegevensconnectiviteit steeds groter wordt. Welke operator in Nederland slaagt er het beste in om bij te blijven met de toenemende vraag?

Dataconnectiviteit is de meest prestigieuze discipline in onze benchmark en ook in de marketing van de operatoren. Alle drie de Nederlandse netwerken claimen een groot deel te de bevolking te kunnen voorzien van LTE-diensten – met percentages hoog in de negentig’ers. En alles drie operators blijven veel investeren in het upgraden en uitbreiden van hun netwerken om aan de groeiende vraag te voldoen - inclusief de installatie van vroege 5G-netwerkcellen. Alle drie operators hebben hun 4G-netwerken zo uitgerust dat ze de combinatie van vier LTE-dragers in verschillende frequenties cy bands aan kunnen bieden. "4 carrier aggregation" (of in het kort "4CA") is de technische basis voor de zogenaamde "4G +" -diensten die theoretisch gegevenssnelheden tot 1 Gbps ondersteunen. De Samsung Galaxy S9, die we hebben gebruikt voor de metingen, is een zogenaamde LTE-categorie 18 apparaat en kan in het algemeen profiteren van 4CA met download versneld tot 1,2 Gpbs. Echter, T-Mobile Nederland maakt gebruik van specifieke carriercombinaties die niet volledig waren ondersteund door de Galaxy S9 met Android Oreo die werd gebruikt op het moment van testen. Gebruikers van T-Mobile die upgraden naar de nieuwste Android OS-versie zouden moeten profiteren van nog hogere datasnelheden.

Performance en stabiliteit
De benchmarking kijkt naar de snelheid van van webpagina-downloads ook zoals bestandsdownloads en uploads. Tegelijkertijd beoordeelt P3 de netwerken op beschikbaarheid en stabiliteit door succesratio’s te meten. Daarboven hebben we de minimale datasnelheden bepaald die beschikbaar zijn in 90 procent van de gevallen plus de piek datasnelheden die zouden worden overtroffen in 10 procent van de gevallen. YouTube-evaluaties concentreren zich op succesratio's, starttijden en weergaven zonder onderbrekingen evenals de ontvangen gemiddeldevideo resolutie. Hieronder de belangrijkste conclusies.

T-Mobile leidt in rijtest in de steden.
Net als bij Voice ook hier de leiding voor T-Mobil met een succesratio van tegen de of op de 100 procent. KPN en Vodafone volgen op de voet.
Een gedetailleerd overzicht van de metingen laat zien dat KPN het hoogste aandeel heeft van 4CA - meer dan 30 procent. Vodafone's 4CA aandeel is iets meer dan 10 procent, maar biedt de breedste bandbreedte (60 MHz). T-Mobile heeft 4CA ook, maar zoals eerder uitgelegd, ondersteunt niet volledig de Galaxy S9.

In de wandeltest in de steden troeft Vodafone T-Mobile nipt af.
Nog steeds, beide operatoren presteren op fenomenaal hoog niveau. KPN laat ook goede resultaten zien. Maar blijft duidelijker achter zijn concurrenten

T-Mobile de datakampioen buiten de grote steden
In deze discipline staat KPN op de tweede plaats en Vodafone als derde. Vodafone echter maakt indruk met even hoog succesratio als T-Mobile, terwijl KPN iets meer verbroken verbindingen telt, maar aan de andere kant hogere datasnelheden.

T-Mobile en KPN leiden op de weg.
Beiden bereiken hier hoge succesratio’s en snelle datadoorvoer. Vodafone blijft nipt achter op de twee toppers.

Treinen kan beter, T-Mobile leidt
Zoals al vermeld in de stemcategorie, blijven de resultaten van dit jaar in treinen een beetje achter op die van vorig jaar. T-Mobile scoort (ook hier) duidelijk het beste, KPN staat op de tweede plaats en Vodafone derde. In vergelijking met andere landen presteren de Nederlandse operatoren heel goed, maar vooral in de datacategorie is ruimte voor verbetering.

Net als in de stemcategorie scoort T-Mobile ook het best in de datacategorie. In alle scenario’s bereikt deze operator bijna 100 procent van de beschikbare punten. Vodafone en KPN volgen op enige afstand, maar dicht bij elkaar. Vodafone toont de beste prestaties in de grote steden in de wandeltest, terwijl KPN een bijzonder hoge score op de wegen laat zien.

Crowdsourcing

Voor het eerst maken dit jaar de resultaten van crowdsourcing-analyses deel uit van de totale score. 26.000 gebruikers in Nederland hebben bijgedragen aan de gegevensverzameling die plaatsvond tussen december 2018 en februari 2019. <>

Terwijl de drivetests en de looptesten bepalend zijn voor de topprestaties van de onderzochte netwerken, kan de crowdsourcing belangrijke dimensies toevoegen zoals tijd, geografie of variëteit in apparaten en tarifering - indien gedaan op de juiste manier.
Voor het verzamelen van publieksgegevens is P3 geïntegreerd in een achtergronddiagnoseproces in meer dan 800 Android-apps. Als een van deze toepassingen is geinstalleerd op de telefoon van de eindgebruiker en de gebruiker machtigt de achtergrondanalyse, dan vindt dataverzameling plaats 24/7, 365 dagen per jaar. Rapporten worden elk kwartier gegenereerd en dagelijks verzonden naar de cloudservers van P3. Dergelijke rapporten voortbrengen slechts een klein aantal bytes per bericht en bevatten geen persoonlijk gebruikersgegevens. Gebaseerd op het totale aantal inwoners van 17 miljoen mensen, één op de 654 inwoners van Nederland heeft bijgedragen aan het verzamelen van 174 miljoen meetpunten. Het beschouwde testgebied vertegenwoordigt 68 procent van de bebouwde kom van het land. Hieronder de conclusies.

Alle operators scoren hoog bij Voice en Data, 4G-coverage kan beter.
Alleen bij datadekking (3G plus 4G), neemt KPN een kleine voorsprong op T-Mobile en iets meer afstand van Vodafone. Vodafone daarentegen biedt de beste kwaliteit van 4G Coverage (de waarschijnlijkheid om te zijn in staat om daadwerkelijk 4G-services te kunnen gebruiken) voor KPN en op enige afstand van T-Mobile. Deze KPI laat nog wat ruimte voor verbetering voor alle drie Nederlandse netwerken.

T-Mobile snelste data in de top 10 procent van het spectrum.
In deze categorie evenals bij de beoordeling van de gemiddelde downloadsnelheden scoort KPN als tweede en Vodafone volgt op korte afstand. Hier kan een verschil in abonnementen en dus datamogelijkheden van de gebruikers een rol spelen.

Goede continue service T-Mobile en KPN, drop Vodafone in de zomer van 2018
Anders dan de rest van de KPI’s strekken de resultaten van het onderdeel data-beschikbaarheid zich uit over negen maanden (juni 2018 tot februari 2019). KPN scoort hierin het beste met slechts één uitval tot maximaal één uur in de waargenomen periode. T-Mobile staat op de tweede plaats met maximaal twee uur in januari. Vodafone leed drie uitval - waarvan die in augustus en oktober tot 8 uur durend, en nog een in september van maximaal een uur.

Alle Nederlandse operatoren behalen hoge cijfers scores voor hun stem- en gegevensdekking. Over het algemeen verzamelt T-Mobile de meeste punten in de crowdsourcing categorieën, waarbij KPN volgt op slechts één punt. Vodafone bereikt ook goed resultaten, maar verliest een paar punten vanwege diverse uitvallen tijdens de zomer van 2018.

Eindconclusie
T-Mobile is de overall winnaar - voor de vierde keer op rij. KPN toont de grootste verbetering van de score in vergelijking met het voorgaande jaar, terwijl Vodafone zijn hoge prestatieniveau behoudt.

Voor de vierde keer op rij is T-Mobile de duidelijke winnaar van de P3 connect Mobile Benchmark Nederland - en dat met de hoogste score ooit behaald in een soortgelijke benchmark van P3 wereldwijd. Extra bijzonder, omdat de recente acquisitie en de integratie van Tele2 niet tot een vermindering van de prestaties hebben geleid. Integendeel en dat is zeker niet vanzelfsprekend bij een fusie, benadrukt P3

KPN en Vodafone volgen de winnaar op gepaste afstand. Met hun scores slechts twee punten uit elkaar, zitten ze elkaar op de hielen. Dat en het feit dat alle drie Nederlandse operatoren het predikaat "uitstekend" krijgen, benadrukt het zeer hoge niveau prestatieniveau van de mobiele netwerken van Nederland.

Op dit zeer hoge niveau laat de benchmark enkele verschillen zien: Waar T-Mobile de leiding heeft bij alle drie de beoordeelde categorieën, presteert KPN iets beter dan Vodafone in de categorie Voice, terwijl de rangorde andersom is in de categorie Gegevens. In de Crowdsourcing evaluaties verlies Vodafone een paar punten vanwege een terugval in de dienstverlening in augustus, september en oktober 2018. Deze keer liet KPN de grootste score verbetering zien ten opzichte van het resultaat van vorig jaar - maar voor volgend jaar is het weer een open race..

1. De overall winnaar van de 2019 P3 connect Mobile Benchmark in Nederland is T-Mobile – met het hoogste scorelevel ooit van al onze Mobile Benchmarks. T-Mobile leidt duidelijk in alle geteste disciplines inclusief de nieuw geïntroduceerde crowdsourcing categorie en voert ook het veld aan in de meeste van de onderdelen in de categorieën.
2. KPN toont de grootste verbetering van de score vergeleken met de resultaten van het voorgaande jaar. In een nek-aan-nekrace met een bijna even sterk Vodafone, scoorde KPN net iets beter in de stem en crowdsourcing categorieën. KPN scoort vooral sterk in de stemtests in kleinere plaatsen en in de datatests op de verbindingswegen.
3. Effectief zijn de prestaties van Vodafone op hetzelfde niveau als dat van KPN. Vodafone scoort iets beter dan KPN in de datacategorie en toont bijzonder sterk resultaat in de wandeltest uitgevoerd in grotere steden. Een verminderd serviceniveau tijdens de zomer van 2018, kost deze operator punten op het onderdeel crowdsourcing.

Over P3
P3 Communications GmbH uit het Duitse Aken is zonder twijfel de wereldwijde leider in het testen van mobiele netwerken. Het bedrijf maakt deel uit van de P3 Group, met meer dan 3.500 werknemers en een omzet van meer dan 350 miljoen euro. Zeker geen kleine speler dus. P3 test de Duitse netwerken al meer dan 15 jaar en is in 2009 begonnen, samen met het mediaplatform connect, met vergelijkbare testen in Oostenrijk en Zwitserland. In 2014 begon P3 in Australië en Engeland. In 2015 werden de Nederlandse providers voor het eerst getest. Dit jaar test P3 de Nederlandse operatoren nu voor de vijfde keer op rij.

Regiogemeenten willen bij uitrol 5G niet op tweede plan

Regiogemeenten mogen bij de 5G-veiling niet weer op het tweede plan komen. Zoals dat eerder gebeurde met de veiling van 3G en 4G. Zo waarschuwt wethouder Theo Meskers, bestuurslid van de P10, een belangenorganisatie van plattelandsgemeenten.

Apeldoorn kondigde eerder aan als eerste gemeente aan in 2021 een werkend 5G-netwerk te hebben. Vervolgens kwam Den Haag met het nieuws dat dit al in 2020 het geval zal zijn. En ook Eindhoven start op korte termijn met 5G-projecten in de stad.

Enthousiasme met een ‘maar’
Niet alleen in de steden wordt de komst van 5G met enthousiasme begroet, dat geldt ook voor de meeste plattelandsgemeenten, zo meldt het vakblad Binnenlands Bestuur deze week in een uitgebreid artikel over 5G.
Het is enthousiasme met een ‘maar’, aldus Theo Meskers, wethouder in Hollands Kroon (economie, VVD) en bestuurslid van de P10, de club van plattelandsgemeenten. ‘De P10 ziet zeker de mogelijkheden van 5G, bijvoorbeeld als ondersteuning van het internet of things of goede mobiele bereikbaarheid. Maar wat ons betreft is het geen alternatief voor glasvezel. Wij vinden dat huishoudens en bedrijven in de buitengebieden zonder uitzondering over glas­vezel tot in het pand moeten kunnen beschikken. Helaas hangt dat nog te vaak af van lokaal initiatief.’

Tweede plan
Meskers wil ervoor waken dat buitengebieden bij de veiling van de 5G-frequenties andermaal op het tweede plan komen. ‘Zoals ook gebeurd is met 3G en 4G. Als P10 vinden wij dat in de 5G-frequentieveiling met combinatiekavels moet worden afgedwongen dat plattelandsregio’s verplicht en snel van een adequate 5G-dekking worden voorzien. Een combinatie-kavel bestaat dan uit een dicht- en dunbevolkte regio, die in hetzelfde tijdvak operationeel moeten worden.’

Backbone
Meskers staat in zijn vrees niet alleen. Hoogleraar plattelandsontwikkeling Dirk Strijker en postdoc onderzoeker Koen Salemink aan de Rijksuniversiteit Groningen zien het gebeuren dat stedelijk gebied straks voorrang krijgt, zo melden zij aan Binnenlands Bestuur. ‘5G vergt investeringen in kabels en masten en dat wordt eerst uitgerold in stedelijk gebied.’ Strijker krijgt signalen van commerciële aanbieders dat de uitrol van 5G een stuk eenvoudiger is als er al veel glasvezel ligt. ‘Daarbij wordt het liefst gebruikgemaakt van een eigen backbone, zodat die bedrijven in eigen beheer een planning en netwerkontwerp kunnen maken. Dit duidt erop dat plattelandsgemeenten opnieuw achteraan zullen staan, aangezien veel van dit soort grote mobiele aanbieders geen wijdvertakt glasnetwerk hebben in het buitengebied.’

Joop Verhagen(Arcadis) prominent in Nieuwsuur over 5G

Dinsdag en woensdag deze week is er in het NOS-programma Nieuwsuur speciale aandacht voor 5G. Met aandacht voor 5Groningen. Peter Rake van Fieldlab 5Groningen vertelt onder meer over IoT en zelfrijdende auto’s. Rake pleit voor meer samenwerking rond 5G , omdat bijvoorbeeld gemeenten weinig expertise hebben op dit terrein.

Joop Verhagen van Arcadis vertelt over de komst van smart cells in steden, waarbij om de 200 meter een kastje moet komen. Hij leidt een camerateam door de stad en geeft aan waar de benodigde smart cells allemaal geplaatst kunnen worden. Bijvoorbeeld bij oplaadpalen van elektrische auto’s, parkeermeters en  reclameborden. Verhagen was recent onder meer spreker op de expertsessie van BTG rond de komst van 5G. Naar aanleiding van deze bijeenkomst vroeg de NOS hem hierover een en ander te vertellen.
Woensdagavond besteedt Nieuwsuur onder meer aandacht aan de risico’s met straling rond 5G. De uitzendigen zijn terug te kijken via Uitezending Gemist.

Bedrijfskritische applicaties vaak slecht beveiligd

Zo’n 70 procent van de Europese bedrijven legt qua security niet de focus op de applicaties die van bedrijfskritisch belang zijn. Systemen als ERP en CRM krijgen vaak evenveel aandacht als andere apps of services die veel minder relevant zijn voor de dagelijkse bedrijfsvoering.

Dit blijkt uit onderzoek in opdracht van CyberArk, uitgevoerd in verschillende Europese landen waaronder Nederland. Respondenten gaven aan dat zelfs de kleinste downtime van bedrijfskritische apps tot grote problemen leiden; 61 procent stelt dat de impact ernstig zou zijn.

Boetes
Issues met bedrijfskritische apps leiden niet alleen tot downtime, maar ook tot aanvullende kosten zoals schadevergoedingen en boetes. De gemiddelde kosten van een aanval op een ERP-systeem liep vorig jaar op tot 5,5 miljoen dollar. De helft van alle issues in 2018 werd veroorzaakt door georganiseerde misdaad, vaak door middel van misbruik van privileges binnen IT-systemen.
“Ieder bedrijf heeft zijn cruciale apps. Wanneer deze uitvallen of corrupt raken, merkt een organisatie dat meteen. Door het belang ervan en de hoeveelheid info die in de systemen zit, staan ze bovenaan de lijstjes van hackers”, aldus David Higgins, EMEA technical director bij CyberArk. “CISO’s moeten prioriteiten stellen en een risicogebaseerde aanpak hanteren om bedrijfskritische apps rigoureus te beschermen, en vooral de privileged access beveiligen, zodat die accounts bruikbaar blijven, ongeacht de welke aanvallen de perimeter voorbij komen.”

Groot risico
Iets meer dan de helft van de bedrijven (56 procent) heeft de afgelopen twee jaar te maken gehad met gegevensverlies, datalekken of downtime van services. Nederland staat met 67 procent op een tweede plek achter Zwitserland (71 procent). Toch is nog steeds een meerderheid (Nederland 77, Europess 72 procent) ervan overtuigd dat het bedrijf prima in staat is alle aanvallen aan de rand van het netwerk tegen te houden. Het geeft een discrepantie aan in de focus van de security-strategie en de visie op wat het meest waardevol is in het bedrijf. Een aanvaller die beheerdertoegang krijgt voor bepaalde applicaties kan serieuze schade aanrichten of een bedrijf zelfs platleggen.

Het onderzoek laat zien dat driekwart van de bedrijven bedrijfskritische apps naar de cloud wil verplaatsen. Het is van belang deze data te beschermen op basis van risico om een overstap naar de cloud soepel te laten verlopen. Zo’n 69 procent migreert data van populaire ERP-toepassingen naar de cloud.

Graeme Muller (NZTech) spreker op BTG Business Event

Graeme Muller, CEO van de Nieuw-Zeelandse belangenorganisatie NZTech, komt naar Nederland om tijdens het BTG Business Event op 6 juni in Noordwijk te vertellen over de digitale en tech-markt in zijn land, zijn organisatie en zijn visie op de ontwikkelingen in technologie.

Graeme Muller is CEO van NZTech, de belangenorganisatie voor het technologie ecosysteem in zijn land. Hij is gepassioneerd over de impact die technologie kan hebben op de economie en de samenleving. Doel van NZTech is het streven naar verregaande voorspoed in Nieuw-Zeeland, ondersteunt door technologie. Zijn organisatie verenigt 21 verschillende tech associaties in diverse sectoren. NZTech telt meer dan 800 lid-organisaties die samen goed zijn voor 10 procent van de beroepsbevolking van het land. In het ledenbestand tech firms, startups, high-tech producenten, universiteiten, overheden en grote bedrijven als banken, verzekeringsmaatschappijen, agri-business en logistieke ondernemingen.

Meld je hier aan voor het BTG Business Event

Petra Claessen heeft met Muller gesproken. “Hij is een gepassioneerde verbinder die heel goed in staat is om technologie als enabler voor een voorspoedige maatschappij in te zetten. De wijze waarop zijn organisatie partijen in het digitale en tech-ecosysteeem van Nieuw-Zeeland verbindt en daardoor de digitale slagkracht vergroot, is indrukwekkend. Ik ben erg trots dat hij op 6 juni in Noordwijk hier meer over zal vertellen.”

Vorig jaar nog kwam hij met het idee om een Ministerie voor de Toekomst op te zetten en gezamenlijk een digitale techstrategie voor Nieuw-Zeeland uit te rollen. “Vier jaar is voor de regering veel te lang om een high-level strategie te ontwikkelen. In zo’n tijdsspanne gebeurt er heel veel in de tech wereld. Daar heb je experts voor nodig”, stelde hij vast.

Muller is ook betrokken bij de Digital Nations 2030 summit die vorig jaar in Nieuw-Zeeland werd gehouden en waarbij zo'n 500 gedelegeerden van de belangrijkste digitale wereldnaties spraken over de stappen die gezet moeten worden om te komen tot een goede digitale maatschappij tegen het jaar 2030.

Meer over NZTech lees je hier 

TNO neemt voortouw in aanpakken complexiteit high tech systemen

De innovatiekloof overbruggen, geavanceerde methodieken voor SW engineering ontwikkelen. Tijdens het ESI symposium deze maand in Eindhoven tekenden TNO, Obeo en Altran een intentieverklaring om samen te werken aan oplossingen voor deze complexe materie die steeds crucialer wordt in de high tech sector.

Thema van het ESI symposium was “Intelligence, the next challenge in system engineering”? Meer dan 500 system engineers afkomstig uit het brede high-tech industrie en academische netwerk van ESI waren aanwezig.
ESI, onderdeel van TNO, werkt al jaren in open innovatie samen met partners uit de high-tech industrie en de academische wereld aan de ontwikkeling van methodieken om deze complexiteit te beheersen. Mede dankzij deze methodieken blijft de Nederlandse high-tech industrie wereldwijd concurrerend.. Implementatie van deze geavanceerde methodieken heeft al geleid tot verbetering in de efficiency van engineering van 20% tot 80%.

 


Van links naar rechts Etienne Juliot (Obeo), Berry Vetjens (TNO), Lars Seegers (Altran) vertegenwoordigen de deelnemende organisaties.@ESI (TNO)

De high-tech industrie levert producten waarvan de complexiteit voortdurend toeneemt. Deze complexiteit is zodanig dat inzicht, overzicht en tegelijkertijd greep houden op de details een grote uitdaging is geworden en geen vanzelfsprekendheid. Hoe goed system engineers ook zijn, het menselijk brein kan deze complexiteit eigenlijk niet meer overzien.

We overbruggen hiermee de innovatiekloof
ESI maakt gebruik van de meest recente kennis van zijn universitaire partners (TU Delft, TU Eindhoven, Universiteit Twente en Radboud Universiteit Nijmegen) en ontwikkelt deze verder tot toepassingen in de industrie, inclusief benodigde tools. Berry Vetjens, directeur markt bij TNO ICT: “De grote uitdaging in toegepast onderzoek is om de innovatiekloof van onderzoek naar industriële toepassing te overbruggen. ESI als Joint Innovation Center van TNO bewijst zich hier weer als leidende onderzoeksgroep in Nederland voor high-tech systems design en engineering”.

De ontwikkelde methodieken zijn bij partners uit de high-tech industrie (o.a. ASML, NXP, Océ, Philips, Thales, Thermo Fisher Scientific) doorontwikkeld en gevalideerd. Deze bedrijven hebben gezamenlijk met TNO en voorheen het Ministerie van Economische Zaken geïnvesteerd in de ontwikkeling en zijn bereid de opgedane kennis te delen met de industrie. Frans Beenker, business directeur van ESI: “ESI richt zich op de ontwikkeling van nieuwe methodieken terwijl onze partners moeten kunnen vertrouwen op continuering van onze ondersteuning. Reden waarom wij partners hebben gezocht die ons kunnen helpen met grootschalige toepassing van onze resultaten binnen de bedrijven. Deze hebben we gevonden bij Obeo voor het vermarkten van tools en Altran voor de toepassing en support bij bedrijven.”

Etienne JULIOT, VICE PRESIDENT Obeo: “Als toonaangevende speler in de markt van Model-Based System Engineering en Modeling-tools zoals bijvoorbeeld Capella en Sirius, stellen we het bijzonder op prijs te kunnen werken met ESI. Zo kunnen we HW / SW-architecten de mogelijkheid bieden vroegtijdig simulaties realiseren. Het partnership met ESI en Altran is DE gelegenheid voor early adopters van Research & Open Source-projecten te profiteren van professionele software voor de industrie. "

Lars Seegers CEO Altran Nederland: “Altran is verheugd om de samenwerking met ESI en OBEO te ondertekenen waarmee geavanceerde ontwikkeling methodologieën en tools voor software engineering in de markt beschikbaar komen. We zijn ervan overtuigd dat de automatisering van software engineering van groot belang is om de complexiteit beheersbaar te houden en tegelijkertijd de algehele snelheid en kwaliteit van het engineeringsproces te verbeteren. Onze uitstekende expertise op het gebied van model driven engineering is van waarde bij de integratie van deze methodologieën en tools in high-tech omgevingen."

Over ESI (TNO)
ESI is een Joint Innovation Center van TNO, een initiatief vanuit de industrie, universiteiten en TNO. ESI richt zich op de ontwikkeling van methodieken en tools voor system design en system engineering. ESI’s uitgebreide research programma heeft als doel de high-tech industrie een voorsprong te geven op de concurrentie door verbetering van de doorlooptijd en efficiency van hun product innovatie proces en de functionaliteit en kwaliteit van hun producten. Daarnaast biedt ESI op maat gemaakte programma’s voor de ontwikkeling van competenties van systeem architecten en engineers.
Het strategische research programma van ESI richt zich op de ontwikkeling van nieuwe technieken voor design en engineering van high-tech (embedded) systemen en toepassingen in een steeds sneller veranderende technologische omgeving.
In het ESI onderzoeksprogramma werken multidisciplinaire teams van experts van gerenommeerde nationale en multinationale high-tech bedrijven samen met vakgroepen van top-universiteiten aan de ontwikkeling van de nieuwste technologieën en aan innovaties. Hierdoor wordt fundamenteel onderzoek direct gelinkt aan industriële toepassing. Het ESI netwerk is een uniek platform voor open innovatie dat samenwerking op het gebied van onderzoek mogelijk maakt, waarbij kennisuitwisseling tussen industriële stakeholders plaatsvindt.
ESI werd opgericht in 2002 als PPS en is in 2013 onderdeel van TNO geworden. Partners zijn vooraanstaande industriële bedrijven ASML, Océ, Philips Healthcare, Thales, Thermo Fisher Scientific en TNO en de Technische Universiteit Delft, Technische Universiteit Eindhoven, Twente Universiteit, en Radboud Universiteit Nijmegen.
www.esi.nl

Obeo
Obeo is een onafhankelijk en innovatief Frans software bewerkingsbedrijf. Obeo is in 2005 opgericht en heeft inmiddels een wereldwijd netwerk met kantoren in Frankijk (Nantes, Paris-Saclay en Toulouse), een Canadese dochteronderneming in Vancouver en diverse internationale partners.
Obeo levert visuele ontwerp en transformatie tools voor een snel groeiende digitale omgeving. Architecten kunnen bouwen op de software van Obeo, waardoor ze in staat zijn professionele complexe producten te ontwerpen en diensten te bieden en samen te werken aan baanbrekende innovatieve oplossingen. Onze open source technologieën worden inmiddels op grote schaal gebruikt door grote internationale bedrijven die wereldwijd actief zijn in diverse sectoren (o.a. verzekeringen, luchtvaart, ruimtevaart, telecommunicatie en transport).
Obeo investeert zelf actief in diverse open source projecten zoals Acceleo en Sirius. Getrouw aan principes van open innovatie, is Obeo ook actief betrokken bij de ontwikkeling van het Capella ecosysteem, een Open Source Model Based System Engineering (MBSE) oplossing. Als Obeo geloven wij erin dat MBSE de sleutel is in strategie die gericht is op het mogelijk maken van multi-domain engineering.
Obeo’s scala aan producten en diensten verbindt de openheid van Open Source aan de security van software ontwikkeling. Als marktleider van de Open Source community, is Obeo ook een strategisch lid van de Eclipse foundation, de Open Group en diverse andere innovatieve business netwerken.
www.obeo.fr

Altran
Altran geldt als de onbetwiste wereldleider in engineering en R & D diensten. Altran biedt klanten een ongeëvenaarde waarde propositie om tegemoet te komen aan hun transformatie- en innovatiebehoeften. Altran werkt samen met haar klanten, van het eerste concept tot industrieel product, en ontwikkelt de producten en diensten van morgen. Al meer dan 35 jaar biedt het bedrijf expertise op het gebied van Automotive, Aeronautics, Space, Defense & Naval, Rail, Infra & Transport, Energy, Industrial & Consumer, Life Sciences, Communications, Semiconductor & Electronics, Software & Internet, Finance & Public Sector. De acquisitie van Aricent breidt dit leiderschap uit naar halfgeleider, digitale ervaring en ontwerpinnovatie. Altran genereerde in 2018 een omzet van € 2,9 miljard, met ongeveer 47.000 werknemers in meer dan 30 landen.
www.altran.com

¬