Auteur: Redactie

Het KNMI en technologie: ‘Zonder ICT geen weersvoorspelling’

De weersverwachting houdt ons dagelijks bezig. Dat daar een flinke dosis slimme ICT bij komt kijken, daar staan we minder vaak bij stil.

We kennen allemaal het KNMI als toeleverancier van weerinformatie. Of zoals Anecita Kwidama, functioneel beheerder bij het KNMI, vertelt op Werkenvoornederland.nl: “Of je nu surfer bent, binnenvaartschipper of IT’er, eigenlijk heeft iedereen wel wat met het weer. Het weer is iets wat er altijd is geweest en altijd zal zijn.” Het verzamelen en verwerken van alle weer- en klimatologische gegevens is echter niks anders dan pure ICT.

BTG: ‘ICT het hart van de economie’

“Een treffender voorbeeld dat ICT een onlosmakelijk onderdeel van ons dagelijks leven is geworden, is er niet”, reageert Petra Claessen, Managing Director & New Business bij branchevereniging BTG. “Als particulier willen we elke dag weten waar de regen valt – informatie die we tot ons nemen via apps als Buienradar, radio en tv. Daarnaast is het weer in meerdere branches van economisch- en soms levensbelang: luchtvaart, scheepvaart, het particuliere verkeer, maar ook voor de Land- en Tuinbouw-sector. Het KNMI beschrijft prachtig dat zonder ICT de weersvoorspelling onmogelijk is. Een uitspraak waar BTG zich ten volle bij aansluit: ICT is het hart van onze economie en van ons dagelijks leven. Dat rechtvaardigt de missie van BTG om als gids professionals in ICT en Telecom bij elkaar te brengen, kennis uit te wisselen en zo marktimperfecties op te lossen.”

Operationele productieproces van het KNMI

De functioneel beheerders van de vakgroep Informatie en Ketenmanagement bij het KNMI zorgen voor een optimale kwaliteit van het operationele productieproces van het KNMI. Het gaat hier om het uitvoerend functioneel beheer. “Naast het verhelpen van storingen, denkt onze vakgroep mee over wijzigingen, bereidt deze voor en implementeert ze. Deze productieketens hebben een realtime karakter en de meeste daarvan moeten 24/7 beschikbaar zijn”, zegt Anecita Kwidama op Werkenvoornederland.nl. “Ik ben product owner van de tool Bewaking en Monitoring, dit heeft een aantal componenten waarvan de analysetool Splunk er één is. Big data dus.”

KNMI datacenter

Daar waar Anecita voornamelijk bezig is om de kwaliteit van de KNMI operationele productieketens te borgen, is Wim Som de Cerff, wetenschappelijk adviseur bij de Vakgroep Research & Development Waarnemingen en Datatechnologie, vooral bezig met de externe klanten te bedienen. De afnemers van de data van het KNMI. “Momenteel ben ik product owner van het KNMI datacenter; het portaal voor de KNMI-data. We zijn een knooppunt binnen een aantal andere datanetwerken binnen Europa. We maken gebruik van onze eigen weermodellen, die hier op onze supercomputer draaien.”

Hij vertelt dat het KNMI tevens data vanuit andere weercentra verzamelt, zoals uit het Engelse  Reading. “Die data komt ook hierheen. We monitoren of het op tijd binnen komt. De meteorologen hebben die data nodig om weersverwachtingen te maken. Sommige data zijn extreem tijdgebonden. Sommige gegevens die wij leveren, kunnen van levensbelang zijn. Als de zichtsensoren van het KNMI op Schiphol stuk zijn, moet er een landingsbaan dicht. Dat is gelukkig nog nooit gebeurd.”

Beschikbaar maken van data

Daarnaast werkt Wim aan Europese subsidieprojecten. Dat zijn projecten die allemaal te maken hebben met het beschikbaar maken van data. Zoals bijvoorbeeld satellietdata en klimaatmodeldata. “Klimaatmodelleurs hebben een eigen community. Die data moet ook bruikbaar zijn voor andere communities, bijvoorbeeld voor onderzoekers naar biodiversiteit. Die klimaatmodellen, dat zijn echt petabytes aan data. Terwijl andere communities vaak maar een bepaalde tijdreeks nodig hebben of de gemiddelde temperatuur over de afgelopen 80 jaar. Wij maken tooling waarmee ze de juiste informatie uit die grote bak kunnen vissen, zodat ze effectief kunnen werken. Van petabytes maken wij behapbare megabytes.”

Lees hier het complete artikel op Werkenvoornederland.nl

Bron: Werkenvoornederland.nl

Vodafone en The Next Web introduceren IoT Challenge

Vodafone en The Next Web organiseren samen een IoT Challenge. Dit project koppelt grote bedrijven die zoeken naar technologische oplossingen, aan startende ondernemers met frisse ideeën. Het Internet of Things (IoT) staat hierbij centraal.

Verkeersstromen in kaart brengen, productieprocessen duurzamer maken en waterkwaliteit verbeteren. Zulke uitdagingen houden ondernemend Nederland bezig. Mobiele verbindingen tussen apparaten blijken hiervoor vaak de oplossing. De technologie achter het Internet of Things maakt dit mogelijk. Vodafone en The Next Web gaan samen op zoek naar oplossingen voor dit soort vraagstukken, door een IoT Challenge uit te schrijven.

IoT Challenge
Vodafone en The Next Web hebben een aantal bedrijven geselecteerd die met grote vraagstukken zitten. Tijdens de IoT Challenge kunnen start-ups en scale-ups zich melden met innovatieve oplossingen. Op basis van de inzendingen selecteren Vodafone en The Next Web begin september de winnende start-ups. Zij werken hun ideeën samen met het bewuste bedrijf en de specialisten van Vodafone uit. Vanaf december worden de oplossingen gepresenteerd.

Oplossing
Tijdens The Next Web Conference van vandaag maakte Vodafone bekend welke externe partners een 'challenge' hebben uitgeschreven. Onder andere drinkwaterbedrijf Vitens, Politie Nederland, Facilicom Group, Heineken en de Efteling presenteerden een uitdaging waar start-ups uit de hele wereld een oplossing voor mogen bedenken. Zo zoekt Politie Nederland een oplossing voor milieucriminaliteit, door de kwaliteit van water uit de buurt te meten om erachter te komen in welke mate het grote publiek het water vervuilt. De Efteling zoekt een oplossing voor voorspellend onderhoud en het in kaart brengen van bezoekersstromen. Facilicom Group zoekt een oplossing voor een slimme rolstoelen en luchthaven-caddy's voor gehandicapte mensen.

John van Vianen, Directeur Zakelijke Markt VodafoneZiggo over de samenwerking: “Bij het Internet of Things denk ik niet aan apparaten, sensoren, computers en systemen, maar aan mensen. Ik zie meteen voor me welke oplossingen ons dagelijks leven makkelijker maken. En ik ben trots dat Vodafone als innovatieve partij daarin elke dag weer het verschil kan maken. Samen met bedrijven en start-ups komen zo slimme oplossingen tot stand; the future is exciting. Ready?”

Mark Wiebes, Innovatiemanager bij Politie Nederland: “De politie vindt de aanpak van milieucriminaliteit belangrijk. Met deze challenge hopen wij een slimme oplossing te vinden voor het monitoren van waterkwaliteit, waarbij we ook de betrokkenheid van burgers willen stimuleren.”

Banken zondagavond getroffen door DDoS-aanval

Zondagavond is de Rabobank getroffen door een DDoS-aanval. Er waren problemen met internetbankieren en mobiel bankieren. Rond 02.00 waren de diensten van de bank weer beschikbaar.

Ook ABN Amro had last van een DDoS-aanval, evenals iDeal. Inmiddels zijn ook deze problemen opgelost. Het is niet de eerste keer dat de banken getroffen zijn door een aanval. Afgelopen donderdag legde een dergelijke aanval ook al het betalingsverkeer voor een gedeelte plat. Toen werd een 18-jarige verdachte uit Oosterhout aangehouden.

Tijdens een DDoS-aanval worden servers bestookt met grote hoeveelheden data, waardoor de server overbelast raakt en het begeeft.

 

 

Eric Reij: ‘Goed dat security en privacy tijdens Mobile 360 samenkomen’

Vier dagen na de start van de nieuwe Europese privacy wetgeving AVG/GDPR staat Den Haag op 30 en 31 mei in het teken van Privacy & Security, georganiseerd door GSMA. Deze speciale informatiesessie Mobile 360 informeert CIO’s over dreigingen en de bescherming van hun netwerken. Multinationals en experts uit de industrie ontdekken hier hoe nieuwe technologieën je beveiligingsstrategie kunnen veranderen. Maar ook hoe je hierop vooruit kunt lopen en hoe om te gaan met complexe frameworks.

BTG is nauw begaan met de topics Privacy en  Security. Het eerste is een relatief nieuw fenomeen, op scherp gezet door de vele datalekken die nu al gemeld worden. Zo zijn er in Q4 2018 2787 datalekken gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De meeste vanuit de sectoren gezondheid en welzijn (33%), openbaar bestuur (19%) en financiële dienstverlening (17%).

En recent was er het schandaal rond Cambridge Analytics. De komst van de AVG kon qua timing niet beter. Er is nog veel onduidelijkheid over de toepassing, de beperkingen. En bijvoorbeeld over de rol van de functionaris gegevensbescherming, die als werknemer zijn werkgever kritisch moet volgen en bij datalekken zijn eigen bedrijf moet aangeven bij Autoriteit Persoonsgegevens. Het doel van deze Europese verordening is harmonisatie van de regels rond de bescherming van persoonsgegevens en de bevordering van vrij verkeer van gegevens binnen de EU. De rechten van burgers op het gebied van privacy worden versterkt door bijvoorbeeld het vastleggen van het recht om 'vergeten te worden' en het recht van burgers om van de overheid of een bedrijf hun persoonsgegevens in een standaardformaat te krijgen (dataportabiliteit). Bijkomend voordeel is dat het misbruik door de grote online spelers aangepakt kan worden. Daarnaast  zijn met name de overheden en zorginstellingen (ziekenhuizen), terecht, erg alert op de goede uitvoering van deze wet rond de privacy.  Corporates, met name in de dienstverlening, zijn ook helemaal bij. Maar het midden- en kleinbedrijf heeft weinig besef van de consequenties van de nieuwe regelgeving.

Het is goed om te zien dat security en privacy tijdens Mobile 360 onder één noemer samenkomen. Vanuit de directe dreiging van buiten naar binnen is er al langer aandacht voor security-vraagstukken. Maar privacy was tot nu toe een redelijk onbeschreven blad. Enkel Duitsland leek zich druk te maken over de rechten en plichten van de eindklant. Over een aantal jaar zullen we ons er erg over verbazen dat er de afgelopen tien jaar met grote regelmaat persoonlijke gegevens van miljoenen mensen door hackers of datalekken openbaar zijn gemaakt. En aan de andere kant, hoe makkelijk het is om persoonlijke data van mensen online te vinden.

In hoeverre de privacy wetgeving doorslaat, zal de toekomst uitwijzen. Wel is het goed dat werknemers en organisaties zich door de publiciteit er omheen en door informatie vanuit de eigen organisatie bewust worden van hun handelen en de gevoeligheid van persoonlijke data. Het is nog maar kort  geleden dat we het niet zo erg vonden dat mensen een compleet mailbestand via cc verstuurden, zodat iedere ontvanger het totale mailbestand van een organisatie in handen kreeg. Of dat adresgegevens, kopieën van persoonlijke documenten, medische gegevens en andere persoonlijke data digitaal door organisaties zwierven en voor iedereen toegankelijk waren. Dat bewustzijn brengt ons verder en koppelt privacy ook direct aan security. We zijn als BTG heel benieuwd wat de belangrijke meeting in Den Haag hierin ons en ook onze leden verder kan helpen. Wij zullen er in ieder geval voor zorgen dat deze ontwikkeling verder wordt gedragen en dat we zo samen de wereld van digital connectivity een stuk aangenamer kunnen maken.

Eric Reij
Voorzitter BTG

BTG aanwezig op de Media Lancering United Smart City in Wenen

Op dinsdag 22 mei is in Wenen vanuit de Verenigde Naties het programma “United Smart Cities” gelanceerd. Branchevereniging BTG was vertegenwoordigd in de persoon van Olaf Müller, voorzitter BTG Expertgroup Smart City en Edwin Bijl vanuit Post Telecom Luxemburg en het burgerparticipatie platform JoinSmartcity.

 

 

United Smart Cities is een multi-stakeholder VN-gerelateerd programma dat zich richt op de ontwikkeling van slimme, duurzame steden over de hele wereld. De belangrijkste programmadoelstellingen omvatten: het opzetten van een multi-stakeholderplatform en een inhoud-hub voor slimme stadsinitiatieven, het identificeren en ontwikkelen van een nieuw slim financieringsmechanisme en zorgen voor kennisoverdracht om best practices te identificeren en slimme, stedelijke oplossingen te realiseren.

United Smart Cities is het pad naar succesvolle partnerships tussen steden en de particuliere sector. Het programma biedt zowel een proces als een kader voor samenwerking tussen VN-organisaties, zoals UNECE, UNIDO, UNDP en Local2030, evenals steden en de particuliere sector

“Wij zijn er trots op dat BTG hierbij betrokken is zodat we onze leden en gemeenten kunnen informeren ”, zegt Eric Reij, voorzitter BTG. ”Ook wij zijn voor het creëren van samenwerkingen tussen steden en het bedrijfsleven zodat het gedachtegoed van de VN aansluit bij die van BTG ”

Een van de belangrijkste punten zal de lancering van het eerste United Smart Cities LAB in het hart van Wenen zijn om een wereldwijde co-creatie gemeenschap te creëren om nieuwe ideeën te verkennen en de toekomst van Smart Cities op te bouwen.

De sprekers op het event waren onder andere:

- Olga Algayerova, uitvoerend secretaris, UNECE

- Ivonne Higuero, directeur economische samenwerking en handelsdivisie, UNECE

- Kari Aina Eik, secretaris-generaal, OiER

- Stefan Ebner, CEO en oprichter, Braintribe
BTG en Smart City
BTG heeft het thema Smart City omarmd en een plaats gegeven in de BTG Expertgroup Smart City. Olaf Müller, voorzitter van deze BTG-werkgroep, is dan ook namens de branchevereniging aanwezig op het event in Wenen. Petra Claessen, Managing Director & New Business bij BTG: “Als branchevereniging is het onze ambitie om steden slimmer te maken en om het ecosysteem van samenwerkingen te stimuleren. Het idee vanuit de VN om bedrijven en steden samen te laten werken zit in het DNA van BTG. Onze vereniging brengt vraag en aanbod bij elkaar en empowered krachten vanuit landelijke en regionale oogpunten.”

BTG Business Event, 13 juni
Op 13 juni wordt het thema “Smart City” bij BTG gelanceerd. “We zijn zeer vereerd met de komst van Kari Aina Eik, secretaris-generaal OiER, op 13 juni naar Noordwijk. Kari Aina Eik gaat als spreker in op de focus van smartcities in de VN“, aldus Petra Claessen, Managing Director & New Business BTG.

Opsporingsdiensten vroegen in 2017 vaker gegevens op bij telecomproviders

De Nederlandse opsporingsdiensten hebben in 2017 meer informatie opgevraagd bij telecom- en internetproviders dan het jaar daarvoor. Dit is de eerste stijging sinds 2012.

Dat blijkt uit Jaarverslag van het ministerie van Veiligheid en Justitie. In totaal zijn er 2.027.716 keer gegevens zijn opgevraagd over personen, een stijging van twintig procent. In 88% van de gevallen leverde het informatieverzoek resultaat op. De opvragingen werden gedaan door verschillende politiekorpsen, inspecties, maar ook de Belastingdienst.

In 2009 vroeg men de meeste gegevens op, maar liefst 2,9 miljoen keer kreeg een provider het verzoek voor het delen van gegevens. In 2012 zette er een duidelijke daling in, dat resulteerde in 1,68 miljoen opvragingen in 2016.

Het gaat hierbij om verzoeken om gegevens via het centrale CIOT-bevragingspunt in te zien. Dit systeem stuurt de verzoeken door naar telecom- en internetproviders. Providers bewaren hun klantgegevens 24 uur in een zogeheten black box. Deze gegevens kunnen opsporingsdiensten helpen naw-gegevens te achterhalen.

Vodafone laat je een raceauto besturen door de kracht van je hersenen

Vodafone introduceert een spel waarbij men op basis van hersenactiviteit een raceauto kan besturen. Onder de noemer ‘Formula Brain-competitie’ kunnen bezoekers in een aantal geselecteerde Vodafone winkels op een virtueel circuit in de Formula Brain game een rondetijd neerzetten. 

Samen met een team uit de Formula Student raceklasse heeft Vodafone de race-ervaring ontwikkeld. Het komt er volgens Vodafone op neer dat hoe beter de deelnemer zich focust, hoe sneller de auto gaat. Op het racecircuit wordt de hersenactiviteit van de coureur gemeten door een headset met speciale sensoren. Deze headset meet de hersenprikkels van de deelnemer. Die prikkels zijn beïnvloedbaar door sterk te focussen, wat ervoor zorgt dat de signalen die via het 4G-netwerk van Vodafone naar de fysieke raceauto worden gestuurd krachtiger zijn. Daardoor gaat de wagen sneller over het circuit. In een 4G-livestream op schermen raast het circuit aan de deelnemer voorbij, wat de ervaring compleet maakt.

 

Report: cryptomining-malware groeit met 28 procent

Fortinet (NASDAQ: FTNT), wereldwijd leider in uitgebreide, geïntegreerde en geautomatiseerde oplossingen voor cyberbeveiliging, publiceert het Global Threat Landscape Report voor het eerste kwartaal van 2018. Uit dit onderzoeksrapport blijkt dat  sommige cybercriminelen er inmiddels de voorkeur aan geven om gekaapte systemen in te zetten voor cryptomining, in plaats van het opeisen van losgeld. Detecties van cryptomining-malware namen flink toe, was de groei vorig jaar nog 13%, nu is het gestegen tot 28%.

Cybercriminelen veranderen van aanpak om sneller en op grotere schaal succes te boeken
Uit de onderzoeksgegevens blijkt dat cybercriminelen slimmer gebruikmaken van malware en recent gepubliceerde zero day-kwetsbaarheden. Ze zijn daarmee in staat om snelle en grootschalige aanvallen uit te voeren. Hoewel het aantal detecties van exploits (misbruik van kwetsbaarheden) per bedrijf in het eerste kwartaal van 2018 met 13% daalde, nam het aantal detecties van unieke exploits met ruim 11% toe. 73% van alle bedrijven werd het slachtoffer van een exploit met ernstige gevolgen.

  • Een piek in cryptojacking: Cybercriminelen blijven hun malware verbeteren. Dit maakt de preventie en detectie steeds moeilijker. Detecties van cryptomining-malware namen flink toe, was de groei vorig jaar nog 13%, nu is het gestegen tot 28%. Cryptojacking kwam vaker voor in het Midden-Oosten, Latijns-Amerika en Afrika. Hoewel cryptomining-malware een relatief nieuwe bedreiging is, geeft die blijk van een ongekende diversiteit. Cybercriminelen ontwikkelen bestandsloze malware om detectie te omzeilen en kwaadaardige code in browsers te infecteren. Cryptominers richten hun pijlen op verschillende besturingssystemen en cryptovaluta’s, waaronder Bitcoin en Monero. Ze gebruiken en optimaliseren daarnaast verspreidingstechnieken die ze hebben overgenomen van andere bedreigingen. Daarbij evalueren ze welke methoden wel en niet succesvol waren om hun kans op succes te vergroten.
  • Gerichte aanvallen met maximale impact: Malware blijft ingrijpende schade aanrichten, zeker wanneer cybercriminelen die gebruiken voor gerichte aanvallen. Hierbij voeren zij eerst uitgebreide verkenningen binnen het bedrijfsnetwerk uit alvorens een aanval in gang te zetten. Deze voorzichtige aanpak vergroot hun kans op succes. Zodra de cybercriminelen het netwerk zijn binnengedrongen, banen ze zich een weg door het netwerk om vervolgens het meest destructieve onderdeel (de payload) van hun aanval te activeren. De Olympic Destroyer-malware en de meer recente SamSam-ransomware geven blijk van de verwoestende impact die cybercriminelen aanrichten door een gerichte aanval te combineren met een schadelijke payload.
  • Ransomware blijft een spoor van vernieling trekken: Ransomware neemt zowel in aantal als geavanceerdheid toe en blijft daarmee een belangrijk beveiligingsprobleem voor organisaties. De makers van ransomware maken gebruik van nieuwe methoden zoals social engineering en gefaseerde aanvallen om detectiemechanismen te omzeilen en systemen te infecteren. In januari maakte de GandCrab-ransomware zijn entree. Dit was de eerste ransomware-variant die losgeld eiste in de vorm van de cryptovaluta Dash. Twee andere ransomwarevarianten die zich in het eerste kwartaal van 2018 tot belangrijke bedreigingen ontpopten, waren BlackRuby en SamSam.
  • Meerdere aanvalskanalen: Hoewel de aanvallen Meltdown en Spectre het nieuws domineerden, waren de meest voorkomende aanvallen gericht op mobiele apparaten of bekende exploits in routers of internettechnologie. 21% van alle organisaties deed melding van mobiele malware. Dit is een stijging van 7% en wijst erop dat IoT-apparaten een doelwit blijven vormen. Cybercriminelen blijven gretig gebruikmaken van bekende en ongepatchte kwetsbaarheden en recent gepubliceerde zero day-kwetsbaarheden. Technologie van Microsoft bleef het belangrijkste doelwit voor exploits. Routers kwamen op de tweede plaats. Content management systems en internetgerichte technologieën werden eveneens zwaar getroffen.
  • Cyberhygiëne vereist meer dan patchen: Uit metingen van het aantal opeenvolgende dagen waarin sprake is van aanhoudende botnet-communicatie blijkt dat cyberhygiëne om meer vraagt dan alleen patching. Zo is het belangrijk om geïnfecteerde systemen grondig te reinigen. Uit de onderzoeksgegevens bleek dat 58,5% van alle botnet-infecties dezelfde dag worden gedetecteerd en ongedaan kon worden gemaakt. 17,6% van alle botnets blijven twee dagen achtereen in stand. 7,3% hield het drie dagen vol. Circa 5% van alle botnets blijft langer dan een week actief. Zo werd de Andromeda-botnet in het vierde kwartaal van 2017 uit de lucht gehaald, maar uit data voor het eerste kwartaal blijkt dat het botnet inmiddels opnieuw prominent van zich laat horen.
  • Cyberaanvallen op operationele technologie (OT): Hoewel OT-aanvallen een kleiner percentage van alle bedreigingen vertegenwoordigen, zijn de ontwikkelingen op dit gebied alarmerend. Operationele technologie wordt steeds meer verbonden met het internet, en dat heeft serieuze gevolgen voor de beveiliging. De overgrote meerderheid van exploits richt zich momenteel op de twee meest gebruikte industriële communicatieprotocollen. Omdat die op brede schaal worden ingezet, vormen ze een gewild doelwit. Uit de onderzoeksgegevens van Fortinet blijkt dat pogingen om misbruik te maken van kwetsbaarheden in industriële besturingssystemen (ICS) in Azië iets vaker voorkomen dan in andere regio’s.

Vincent Zeebregts, country manager Fortinet Nederland: “Er is sprake van een alarmerende  ontwikkelingen op het gebied van cyberbedreigingen. Cybercriminelen geven blijk van hun efficiëntie en flexibiliteit door misbruik te maken van het groeiende digitale aanvalsoppervlak en recent gepubliceerde zero day-bedreigingen. Daarnaast maken ze gebruik van malware kits van de zwarte markt. IT- en OT-teams beschikken over onvoldoende middelen om hun systemen effectief te beschermen. Het goede nieuws is echter dat de implementatie van een security fabric voorziet in snelheid, integratie en geavanceerde analysemogelijkheden en zo uitgebreide bescherming kan bieden.”

 

Microsoft zet AI in voor mensen met lichamelijke beperking

Microsoft komt het met een nieuw vijfjarig programma, genaamd ‘AI for Accessibility’, waarbij 25 miljoen wordt geïnvesteerd. Het programma is bedoeld om AI in te zetten ter ondersteuning van mensen met een lichamelijke beperking.

Het Amerikaanse bedrijf heeft tijdens Build 2018 een serie nieuwe technologieën aangekondigd op het gebied van Artificial Intelligence, Internet of Things en Cloud. Build is de jaarlijkse developer-conferentie van Microsoft en dit jaar had het bedrijf veel aan te kondigen. AI for Accessibility springt het meest in het oog. Voor dit programma investeert het voornamelijk in technologie, kennis en onderzoeksbeurzen.

“AI for Accessibility is een nieuw vijfjarig programma bedoeld om het menselijk vermogen te vergroten door middel van kunstmatige intelligentie”, vertelt Frank X. Shaw, Corporate Vice President Communications, Microsoft. ”Dit programma een oproep tot actie voor ontwikkelaars, NGO's, academici, onderzoekers en uitvinders om hun werk voor mensen met een handicap te versnellen. We richten ons op drie gebieden: werkgelegenheid, menselijke connectie en modern leven.”

5G-experiment Groningen wordt uitgebreid

De experimenten met 5G in Groningen worden uitgebreid. Het testnetwerk wordt uitgerold naar het noorden van de provincie.

Dit is mogelijk dankzij een subsidie van 2 miljoen euro. Deze werd verstrekt door het rijk en het Europees Fonds voor Regionale ontwikkeling, zo meldt RTV Noord. In deze nieuwe fase van de 5G-tests kijkt men naar commerciële toepassingen van het nieuwe netwerk.

De tests worden verder uitgerold naar Noord-Groningen. Tot nu toe testte men enkel op de Zenike Campus in Groningen. Al langere tijd werd gedacht aan uitbreiding van het testnetwerk, maar dit was niet mogelijk. Met de nieuwe subsidie is dit wel zo.

Onder andere de Eemshaven, waar Google een datacenter heeft, is een van de potentiele locaties. Men zoekt naar een haven, een akkerbouwgebied en een bedrijventerrein om het netwerk te testen.