Auteur: Redactie

Cisco komt met server voor AI en Machine Learning

Cisco introduceert een UCS server die speciaal is gebouwd voor kunstmatige intelligentie (AI) en machine learning (ML) workloads. De nieuwe server zorgt voor snellere deep learning, een rekenintensieve vorm van machine learning die gebruikmaakt van neurale netwerken en grote dataverzamelingen om computers te trainen voor complexe taken.

AI neemt een enorme vlucht. Hoewel op dit moment slechts vier procent van de CIO’s volgens marktonderzoeker Gartner aangeeft AI-projecten in productie te hebben, zal dit percentage de komende jaren drastisch toenemen. Net als machine learning biedt kunstmatige intelligentie grote bedrijven nieuwe manieren om complexe problemen op te lossen.

Tegelijk hebben deze technologieën een diepgaand effect op de onderliggende IT-processen en -infrastructuur. De nieuwe server van Cisco is speciaal ontwikkeld om bedrijven te helpen om nieuwe workloads, nieuwe verkeerspatronen en nieuwe relaties binnen de business te managen.

Meer rekenkracht

De server is met behulp van krachtige NVIDIA Tesla V100 Tensor Core GPU’s ontworpen om veel van de huidige, meest bekende software stacks te versnellen. Met deze GPU’s kunnen AI-modellen waaraan eerder wekenlang moest worden gerekend, in enkele uren worden getraind.

Datawetenschappers en ontwikkelaars kunnen op een laptop experimenteren met machine learning. Maar grootschalige deep learning vereist veel meer rekenkracht en vereist een IT-infrastructuur die grote hoeveelheden data aankan. Ook zijn er tools nodig om die data te prepareren voor ML. Daarom werkt Cisco met zijn technologiepartners om veel van de populairste machine learning tools te valideren, de implementatie ervan te vereenvoudigen en de ‘time to insight’ te verkorten.

Meer informatie halen uit data

Met de toevoeging van de Cisco UCS C480 ML biedt Cisco nu een complete reeks computing-opties voor elke AI- en ML-fase: van het verzamelen van data tot de analyse aan de rand van het netwerk en van het prepareren van data tot real-time inferentie in het hart van AI. Klanten kunnen zo meer informatie uit hun data halen. Met het nieuwe DevNet AI Developer Center en de DevNet Ecosystem Exchange stelt Cisco tools en middelen beschikbaar aan datawetenschappers en ontwikkelaars om een nieuwe generatie apps te ontwikkelen.

Om het makkelijker te maken om op grote schaal open source software te gebruiken, ongeacht waar de apps draaien, wordt gebruikgemaakt van containers en multicloud computing-modellen. Ook werkt Cisco samen aan de validatie op de nieuwe server van machine learning omgevingen en software zoals Anaconda, Kubeflow en oplossingen van Cloudera en Hortonworks.

Column Jan van Alphen over een leven lang leren in ICT

Deze column verscheen op 20 september op CloudWorks.nu.

Het leven lang leren-gegeven vormt binnen organisaties een steeds actueler thema. Dit is onder andere het gevolg van de toenemende vergrijzing, de tekorten in bepaalde sectoren op de arbeidsmarkt en een stijgende pensioengerechtigde leeftijd. Het wordt extra versterkt door de snel veranderende klantenvragen en de vereiste wendbaarheid van organisaties hierop. Nieuwe toetreders veroorzaken vaak disruptieve ontwikkelingen, die binnen onze ICT branche tot veel nieuwe toepassingsmogelijkheden en kansen leiden. Oude functies verdwijnen en nieuwe ontstaan.

Zo is er nu al sprake van een groot tekort aan data-analisten. De overheid buigt zich intussen over de vraag welke vorm van bijsturing nodig is om de benodigde innovatieversnelling te realiseren, want ook bij veel onderwijsinstituten is er sprake van een kennis- en ervarings-achterstand. BTG, de branche- organisatie voor ICT/Telecom, heeft de ontwikkelingen al in een vroeg stadium onderkend en hieraan invulling gegeven door het onlangs opgerichte BTG-Kennisinstituut. Dit certificeert starters en professionals binnen de ICT en overbrugt zo de kloof tussen onderwijs en ICT-praktijk.

De veranderende omgeving vereist steeds meer snelheid in de ontwikkeling van kennis, expertise en ervaring. Voor organisaties is het zaak dat zij de juiste talenten weten te werven en te binden. Men moet een aantrekkelijke werkgever zijn en voldoende uitdagingen en mogelijkheden bieden voor professionele ontwikkeling en groei. Voor de individuele werkbeleving wordt de financiële benefit van minder belang dan een juiste balans tussen werk en privé. Daarnaast bepaalt de beleving van de diverse klantenpopulaties in toenemende mate de wijze waarop organisaties zich innovatief en interactief moeten profileren. ICT vormt hierbij een belangrijke succesfactor.

Door de overheid en onderwijsinstellingen is de urgentie van dit gegeven inmiddels onderkend en vertaald in meerjarenprogramma’s. Hierin wordt gewerkt aan de professionalisering van een flexibel onderwijsstelsel, dat een leven lang leren mogelijk maakt. Er wordt ruimte gecreëerd voor onder andere gepersonaliseerd leren, talentprogramma’s en optimale kennisbenutting, waardoor studiesucces optimaal kan worden vergroot. De leeromgeving dient in dit verband rijk te zijn en de onderwijsketen moet voldoende ruimte bieden voor regionale en sectorale samenwerking.

Onder leiding van Petra Claessen, Managing Director BTG, is nu het BTG-Kennisinstituut tot stand gekomen. Voor de ICT-/Telecommunicatiebranche bestrijkt het BTG-certificeringsregister het niveau van professionele ICT-manager tot student. Hiermee wordt tevens voorzien in de erkenning van de kennis en ervaring van ICT professionals, die in de praktijk is opgebouwd.

Het BTG-Kennisinstituut vormt daarmee een community-platform, waarbinnen kennis- en deskundigheid van leden wordt gestimuleerd en geoptimaliseerd. De BTG vereniging streeft er naar om de autoriteit te zijn voor certificering van professionals, werkzaam binnen de ICT. BTG heeft hiervoor onder andere de samenwerking gezocht met de Stichting Examenkamer, het Nationaal Kenniscentrum EVC en Nyenrode. Op deze wijze wordt ook gewerkt aan een doorlopende leer- en carrièrelijn van de ICT-professional. En via de BTG-vereniging waar kennis en kunde een sterk verbindende factor is, kan elke ICT-er zich vertegenwoordigd voelen.

Apple lanceert drie nieuwe iPhones

Apple maakt zijn opwachting met drie nieuwe iPhones: de Xx, de Xs Max en de Xr. De XS is de opvolger van de iPhone X, die vorig jaar uitkwam. De XS Max is een grotere versie van de XS. De Xr is het instapmodel van de drie nieuwkomers.

De XS heeft, net als de innovatieve X, een 5,8 inch display. Het Display is een Super Retina OLED scherm met 2436 x 1125 pixels, dat de kleuren dynamischer weergeeft dan de vorige serie. De XS Max is voorzien van een 6,5 inch display met maar liefst 2688 x 1242 pixels. Hiermee is het toestel even groot als de iPhone 8 Plus, maar dan met een groter scherm. Nieuw is ook dat de Xs een IP68 rating heeft, wat inhoudt dat het apparaat stof- en waterdicht is.

Nog snellere gezichtsherkenning

Achterop de iPhone Xs zitten twee 12-megapixels camera’s met True Tone-flitser. Eén daarvan heeft een grotehoek lens. Beide camera’s zijn voorzien van optische beeldstabilisatie. Smart HDR zorgt voor nog betere foto’s. De snelle sensor op de voorkant van de 7-megapixel camera zorgt ervoor dat gezichtsherkenning om het toestel te ontgrendelen, nog sneller werkt. Zowel de iPhone Xs als de Xs Max zijn geschikt voor augmented reality. Beide apparaten zijn verkrijgbaar met 64, 256 of 512 GB opslag in de kleuren grijs, zilver en goud. De Xs kost minstens 999 dollar; de prijzen van de Xs Max beginnen bij 1.099 dollar.

Enkele camera

Qua uiterlijk lijkt de iPhone Xr erg op de iPhone X. Ook kent het toestel een aantal dezelfde features, zoals draadloos opladen en gezichtsherkenning. Verschil is dat de Xr geen OLED-scherm maar een Liquid Retina LDC-display heeft. Verder is het apparaat niet voorzien van 3D Touch en heeft het een enkele 12 megapixel camera aan de achterkant. De TrueDepth-camera aan de voorkant heeft een 7 megapixel sensor. Net als de iPhone X is de Xr voorzien van een snelle A12 Bionic chip. Ook de batterij is er op vooruitgegaan. Die gaat naar verwachting ruim een uur langer mee dan de batterij van de iPhone8. De Xr is verkrijgbaar in zes verschillende kleuren, met een opslag van 64, 128 of 256 GB. De Xr kost minstens 749 dollar en komt volgende maand op de markt.

Bron: Connexie.nl

‘Economische visie en uitwerking digitaliseringsstrategie ontbreken in Miljoenennota’

De Miljoenennota toont een opvallend gebrek aan daadkracht als het aankomt op het zekerstellen van het toekomstig verdienvermogen van Nederland. Dat is de reactie van Stichting Digitale Infrastructuur Nederland (DINL) op de Miljoenennota 2019.

Hoewel het kabinet-Rutte III er in de afgelopen juni gepubliceerde digitaliseringsstrategie zelf voor pleit dat Nederland de digitale koploper van Europa wordt, blijkt nog niet dat het ook bereid is om te investeren in die ambitie.

Michiel Steltman, directeur van Stichting DINL, stelt dat het gebrek aan invulling van de digitale strategie haaks staat op de grote digitale ambities van het kabinet. “Het beleid voor 2019 gaat vooral over eerlijk verdelen en de investeringen zijn gericht op het behouden van bestaand verdienvermogen. Niemand lijkt zich zorgen te maken over wat er over 10 of 20 jaar te verdelen valt. Zoals de zaken er nu voor staan wil het kabinet van alles maar zal de markt er volledig op eigen kracht voor moeten zorgen dat het ook gebeurt. Bedrijven moeten niet alleen investeren in digitalisering, maar ook in beschermen van data en digitale weerbaarheid. Het bedrijfsleven moet de daarvoor benodigde infrastructuur volledig zelf regelen. Aanbieders van digitale infrastructuur moeten fors gaan investeren in nieuwe communicatietechnologie, betalen daarbij ook precario en leges en moeten zelfs grote bedragen in de schatkist storten voor telecomfrequenties. Niets daarvan komt ten goede aan die digitale ambities.”

Reactie BTG
Petra Claessen, Managing Director & New Business bij branchevereniging BTG: “Ik denk dat het een ‘must’ is dat dit thema op de politieke agenda komt. Juist in dit tijdperk omdat we er niet omheen kunnen dat digitalisering een grote rol speelt in ieders leven. In de gezondheidszorg, het onderwijs, eigenlijk in alle sectoren, verticaal en horizontaal in de maatschappij. BTG heeft dit thema - Digital Connectivity - ook geadopteerd voor 2018  en wellicht dat dit doorloopt in 2019.”

Tijd voor een heldere toekomstvisie

DINL vindt dat het tijd wordt voor een heldere economische toekomstvisie. Automatisering, robotisering en de groei van de digitale sector bieden ongekende kansen en ook oplossingen voor maatschappelijke problemen. Maar met beleid dat eerder remmend dan stimulerend uitpakt, zullen die kansen door andere landen worden verzilverd en kan de economische groei stagneren. Overheden in omringende landen zoals Noorwegen, Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk investeren wel in digitalisering en de daarvoor benodigde infrastructuur. De koepel wijst erop dat de rijksoverheid in de vorige eeuw wel investeerde in de randvoorwaarden voor bestendige economische groei, met het oog op de lange termijn.

“Maken we de digitale ambities concreet, of kiezen we collectief voor een laisser faire benadering en voor achterover leunen? De economische voorspoed in Nederland is een uitgelezen moment om door te pakken en voor te sorteren op de toekomst. Daar horen fundamentele keuzes en ook investeringen bij”, aldus Steltman.

Gast Familiehuis als VIP bij opening Erasmus MC

Bij de officiële opening van het nieuwe Erasmus MC op 6 september jongstleden was Ronald Turenhout een van de VIP-gasten. Hij was gast van Familiehuis Daniël den Hoed vanwege zijn behandeling in het Erasmus MC. Elk jaar kiest BTG een goed doel om te ondersteunen. Dit jaar is dat het Familiehuis.

Ronald (44) uit Eindhoven heeft een hersentumor en werd tien jaar lang behandeld in het Erasmus MC. In deze periode logeerde hij samen met zijn vrouw Kim (40) en dochtertje Lot (7) regelmatig in het Familiehuis. Voor Ronald en zijn familie is het Familiehuis ontzettend belangrijk. “Daardoor kon ik specialistische behandeling in het Erasmus MC ondergaan, wat mijn leven absoluut verlengd heeft. Ik hoefde dankzij het Familiehuis niet dagelijks heen en weer te rijden wat veel te belastend zou zijn in mijn toestand.” Ronald noemt het Familiehuis dan ook liefkozend “mijn tweede thuis”. Onlangs werd door vrijwilligers speciaal voor hem een sponsorloop van het huidige naar het nieuwe Familiehuis georganiseerd. Ronald kon in verband met zijn verslechterde fysieke toestand niet meer de gehele afstand afleggen maar liep, hand in hand met vrijwilliger Jannie Kavelaar, de eerste en laatste meters. Bij de plek waar inmiddels druk gebouwd wordt aan het nieuwe Familiehuis bevestigde hij symbolisch ballonnen aan het hek. Tijdens deze emotionele RoFa-loop werd 1.500 euro opgehaald voor het Familiehuis Daniel den Hoed en daarmee ging een hartenwens van Ronald in vervulling.

Meer lezen: https://familiehuis.nl/home/nieuws/beladen-rofa-loop

Schiphol bekijkt mogelijkheden inzet Hyperloop

Schiphol Airport wil onderzoeken wat de mogelijkheden zijn van Hyperloop, een concept voor een supersnelle vacuümtrein dat in 2012 werd gepresenteerd door Elon Musk. Schiphol kijkt hiernaar samen met start-up Hardt Hyperloop uit Delft.

Jelle Altena van Hardt Hyperloop vertelt op NOS.nl dat de hyperloop op verschillende manieren een bijdrage kan leveren aan de luchthaven. “Zo willen we kijken of de hyperloop als alternatief gebruikt kan worden voor korte afstandsvluchten. Ook kan de hyperloop de bereikbaarheid van Schiphol verbeteren", aldus Altena op NOS.nl.

Onlangs presenteerde de Delftse start-up de resultaten van een studie naar de mogelijkheden voor een Europees traject. “Uit de studie is gebleken dat een verbinding tussen Schiphol en Frankfurt realiseerbaar is. De reistijd zou vijftig minuten zijn.” Ter vergelijking: per auto doe je vier uur om van Schiphol in Frankfurt te komen. Per vliegtuig een uur.

Hardt Hyperloop is opgericht door het studententeam dat eerste werd in een ontwerpwedstrijd van Elon Musk. In 2017 sprak Edouard Schneiders, teamleider van TU Delft dat de SpaceX-wedstrijd van Elon Musk won, nog op het BTG Business Event in Noordwijk.

Bron: NOS.nl

‘Beveiliging belangrijkste struikelblok Digitale Transformatie’

Volgens 85 procent van de CIO’s is beveiliging het belangrijkste struikelblok voor Digitale Transformatie. Dat blijkt uit onderzoek van Fortinet.

De onderzoeksresultaten zijn gepubliceerd in het rapport ‘2018 Security Implications of Digital Transformation Survey’. Dit onderzoek biedt inzicht in de status van IT-beveiliging bij wereldwijde organisaties. De onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op vraaggesprekken met ruim 300 Chief Information Security Officers (CISO’s) en Chief Security Officers (CSO’s) die werkzaam zijn bij organisaties met meer dan 2.500 werknemers.

Digitale Transformatie belangrijkste IT-trend

Volgens het onderzoek is de meerderheid van alle organisaties al van start gegaan met hun digitale transformatieproces. 67% van de respondenten zegt dat ze hier al meer dan een jaar geleden mee zijn begonnen. 95% zegt in ieder geval bezig te zijn met het testen van een oplossing voor digitale transformatie. Er is een goede reden voor deze snelle groei op het gebied van digitale transformatie. Volgens 85 procent van alle CISO’s en CSO’s is dit van grote invloed op hun bedrijfsvoering. Het IoT en kunstmatige intelligentie/machine learning zijn aspecten van digitale transformatie die het snelst in opkomst zijn.

Beveiligingsproblemen als gevolg van digitale transformatie

Hoewel alom wordt erkend dat digitale transformatie voor een fundamentele verandering kan zorgen van de manier waarop organisaties te werk gaan en krachtige toegevoegde waarde te bieden heeft, kan dit proces ook de kans op cyberaanvallen vergroten. De wildgroei aan endpoints, de steeds sterker vertakte netwerken en de exponentiële groei van datavolumes en het netwerkverkeer vormen stuk voor stuk punten van zorg voor beveiligingsteams en IT-afdelingen. Zo noemt 85 procent van alle CISO’s en CSO’s de beveiliging als het belangrijkste struikelblok voor digitale transformatie.

Belangrijke onderzoeksbevindingen zijn onder meer:

•              De gemiddelde respondent schat dat een kwart van hun netwerkinfrastructuur onvoldoende tegen cyberbedreigingen is beschermd. Dit is te wijten aan diverse factoren: de groei van het aanvalsoppervlak als gevolg van digitale transformatie, het toenemende aantal complexe bedreigingen en een tekort aan personeel met de juiste beveiligingsexpertise.

•              De gemiddelde organisatie kreeg in de afgelopen 24 maanden te maken met 20 beveiligingsincidenten. Vier daarvan resulteerden in storingen, gegevensverlies of compliance-problemen.

•              Twee bedreigingen vormen met name een punt van zorg voor CISO’s en CSO’s. Dit zijn de opkomst van polymorfe aanvallen (85%) (cyberbedreigingen die voortdurend van vorm veranderen om detectie te voorkomen) en kwetsbaarheden als gevolg van DevOps-processen (81%).

Onderzoeksmethodiek

Voor het ‘2018 Security implications of Digital Transformation Survey’ werden 300 besluitvormers op beveiligingsgebied ondervraagd die actief waren bij organisaties in Australië, Azië, Europa en Noord-Amerika. Alle deelnemers waren als CISO of CSO verantwoordelijk voor de beveiliging bij een organisatie met meer dan 2.500 werknemers. Deze organisaties waren actief in diverse sectoren, zoals het onderwijs, de overheid, financiële dienstverlening, gezondheidszorg en energiewereld.

 

 

Analyse: 400 business cases van digitalisering met 5G en IoT

De totale omzetgroei van mobiele diensten neemt naar verwachting jaarlijks met slechts 1,5 procent toe van 2016 tot 2026 wereldwijd. Hoewel dit een gestage inkomstenstroom biedt, is de groei van de traditionele inkomsten gering in vergelijking met de mogelijkheden voor omzetgroei in 5G-gebaseerde industriële digitalisering en IoT. Ericsson geeft een analyse van 400 business cases in 5G en IoT.

Ericsson heeft meer dan 400 business cases van gebruik van digitalisering in 10 industriële branches geanalyseerd. Het gebruik van 5G-IoT-technologieën helpt veel van de belangrijkste uitdagingen in de digitalisering voor industrieën op te lossen. Door gebruikssituaties voor gebruik in de digitalisering van de industrie te creëren en te verbeteren, kunnen operators extra inkomstenstromen aanpakken.

Download hier de analyse van Ericsson

Capgemini: ‘Voordelen AR en VR overtreffen verwachtingen’

Augmented Reality verhogen efficiency en productiviteit

Het gros van de bedrijven (82%) dat gebruikmaakt van augmented reality (AR) en virtual reality (VR) is meer dan te spreken over de voordelen ervan voor hun bedrijfsvoering. Dit blijkt uit het rapport ‘Augmented and Virtual Reality in Operations: A guide for investment’ van het Capgemini Research Institute.

Bijna de helft (46%) van de bedrijven denkt zelfs dat AR en VR binnen drie jaar de standaard wordt. Een tekort aan interne expertise en onvoldoende back-end structuren vormen echter de grootste struikelblokken voor groei.

Voor het onderzoek ondervroeg Capgemini 709 personen met veel kennis van de AR- en VR-initiatieven binnen de organisatie waar zij werken. Uit het rapport blijkt dat de helft van de bedrijven die nog geen gebruikmaken voor AR en VR, van plan zijn om de mogelijkheden de komende drie jaar te onderzoeken.

AR vergroot productiviteit

Hoewel AR lastiger is om te implementeren, zijn bedrijven over het algemeen positiever over AR dan over VR. Zo levert AR voordelen voor de productiviteit dankzij gestroomlijnde workflows. VR verbetert de effiency en vergroot de veiligheid. Bovendien helpt het om complexe taken te beheren, wat weer de productiviteit bevordert. Minstens drie op de vier organisaties die AR en/of VR op grote schaal toepassen, beamen een operationele winst van tien procent.

Reparatie, onderhoud, ontwerp en montage

Ongeveer een derde van de bedrijven die AR of VR gebruiken, doen dit voor reparatie- en onderhoudswerkzaamheden. Denk aan het raadplegen van digitale referentiematerialen (31%), het zoeken naar een expert op afstand (30%), het digitaal bekijken van componenten die fysiek niet zichtbaar zijn (30%) en het stap voor stap instrueren op werkstations (29%).

Daarnaast gebruiken bedrijven AR/VR ook bij ontwerp en montage, bijvoorbeeld om digitale instructies te bekijken (28%), om productprestaties in extreme omstandigheden te simuleren (27%), infrastructuren vanuit verschillende hoeken te visualiseren (27%) en een laag van designcomponenten over bestaande modules (26%) te leggen.

AR en VR bij marketing

“In Nederland beginnen veel bedrijven met de inzet van AR/VR bij marketing. Ze zien daar de toegevoegde waarde en gaan verder experimenteren”, aldus Christiaan Tick, expert AR/VR bij Capgemini Nederland. “Ik denk dat de werkplek enorm gaat veranderen. Robots nemen het werk achter de desktop over, zodat werknemers weer in beweging kunnen komen. Daarnaast zorgt AR ervoor dat je de juiste informatie krijgt waar en wanneer je het nodig hebt, terwijl je je handen vrij houdt. Technieken als voice control en voice recognition dragen daar ook aan bij.”

Europa experimenteert met AR en VR

China en de Verenigde Staten lopen voorop in de implementatie van AR/VR. Meer dan 50 procent van de bedrijven in deze landen heeft deze technologieën geïmplementeerd. In Europa is meer dan 50 procent van de bedrijven aan het experimenteren met AR en VR.

“De technologie van AR en VR is in korte tijd al ver ontwikkeld en dit zal alleen maar blijven groeien. Gezien de hevige concurrentie van investeerders uit de VS en China, moeten ondernemingen hun investeringen stroomlijnen om te profiteren van het groeipotentieel op lange termijn”, aldus Lanny Cohen, Chief Innovation Officer bij Capgemini. “Om zoveel mogelijk bedrijfswaarde uit AR en VR te halen, hebben bedrijven een gecentraliseerd beleid nodig en proof of concepts die zijn afgestemd op de bedrijfsstrategie. Ook moeten zij in staat zijn om innovatie en het personeelsbeleid te stimuleren.”

Download Capgemini onderzoek

Het rapport van Capgemini biedt vier strategieën om AR/VR-initiatieven uit te breiden. Klik hier voor het volledige onderzoek.

 

The Ocean Cleanup: grootste schoonmaak ter wereld van start

The Ocean Cleanup: grootste schoonmaak ter wereld van start

Na jaren van voorbereiding was het dit weekend dan eindelijk zover: het project The Ocean Cleanup is van start gegaan. Een 600 meter lange buis in de vorm van een U gaat onze oceanen plasticvrij maken. Het enorme gevaarte vertrok zaterdagavond vanuit San Francisco richting de Grote Oceaan. Bestemming: de Great Pacific Garbage Patch, ofwel een enorme drijvende vuilnisbelt ter grootte van Frankrijk tussen Californië en Hawaï.

Het systeem is zes jaar geleden bedacht en ontwikkeld door de Nederlandse vwo-scholier Boyan Slat voor zijn profielwerkstuk op de middelbare school in Delft. Hij komt op het idee tijdens een vakantie in Griekenland, waar hij tijdens het duiken in de Middellandse Zee continu plastic zakjes tegenkomt. Het prototype dat hij dan ontwikkelt, heet System 001; een 600 meter lange arm, die in de vorm van een C zelfstandig over zee drijft.

Doeken onder buizen

Nu, acht jaar verder, is het systeem klaar om te doen waarvoor het is ontwikkeld: de berg plastic afval in de Stille Oceaan verkleinen. Door de stroming wordt het plastic in de richting van de enorme installatie gedreven. Omdat het systeem iets sneller beweegt dan plastic, doet het dienst als een gigantische Pac-Man, zo staat op de website van The Ocean Cleanup.

Zonnepanelen geven energie aan waarschuwingslichten, sensoren, camera's en satellietantennes. Die geven constant informatie over de locatie van de drijver en of hij vol zit met plastic of niet. De lampen zorgen ervoor dat schepen het gevaarte kunnen zien. Doeken onder de buizen moeten voorkomen dat het plastic onder de buizen door kan. Dieren die in zee leven kunnen gewoon onder de doeken door zwemmen.

Vrachtschip haalt plastic op

Het afval dat in zee terechtkomt wordt door de stroming van zogeheten 'gyres' meegevoerd naar een centraal punt. Die gyres zijn enorme stromingen met een doorsnede van duizenden kilometers, waarvan er wereldwijd vijf zijn. In de Atlantische Oceaan en Stille Oceaan (ook wel de Grote Oceaan genoemd) bevinden zich twee gyres. De laatste grote stroming is in de Indische Oceaan. Het door de installatie verzamelde plastic wordt na zo'n zes weken opgehaald door een vrachtschip. Dit schip brengt het afval naar wal, waar het wordt gerecycled tot duurzame producten.

Nieuwe installaties

Verwacht wordt dat er aan het einde van dit jaar al iets over de status van de grootste schoonmaak ter wereld te zeggen valt. Dit hangt echter ook af van weersomstandigheden en andere factoren. Ondertussen wordt hard gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe installaties. Het is de bedoeling dat er in 2020 zestig installaties op zee drijven om plastic op te ruimen. In 2040 moet 90 procent van het afval dat nu in de oceaan ligt en wat er in die tijd nog bijkomt, opgeruimd zijn.