Auteur: Redactie

Column: De robotisering van de Landmacht

Ingenieur Teus van der Plaat bezocht recent een congres over innovatie bij de Landmacht. De nieuwe manier van oorlogvoering met de inzet van autonome voertuigen als vechtrobots en drones maakt ICT nog belangrijker voor het leger. “Vroeg of laat moeten er autonoom rijdende mini-datacenters komen die achter de troepen aan rijden.” Lees hier zijn column.

Het jaarlijkse congres van de VOI (Vereniging Officieren Infanterie) had dit jaar als thema Innovatie. Door een aantal sprekers en bedrijven werd een beeld geschetst waar het met de infanterie naar toe zal gaan. Daarnaast waren er diverse demo’s van innovatieve infanteriegerelateerde wapensystemen.

De hoofdconclusie van het congres is voor mij dat de infanterie in hoge mate gerobotiseerd gaat worden. Men gaat steeds meer drones gebruiken, maar ook zelfrijdende terreinvoertuigen zonder chauffeur en krachtige laser guns behoren tot de toekomstige uitrusting.

Drones in de oorlogsvoering

Door professor Osinga van de KMA werd een interessant betoog gehouden over trends in de oorlogsvoering, waarbij mij vooral het verhaal van de confrontatie tussen de Oekraïne en Rusland tot de verbeelding sprak. Vier jaar geleden lagen diverse brigades van de Oekraïne lijnrecht tegenover de opstandelingen, wat uiteraard volgens hem gewoon reguliere Russische troepen waren. De Russen stuurden een zwerm drones die op circa 50 meter  hoogte vlogen op de Oekraïners af. Deze wisten niet wat ze overkwam en ze begonnen met alles wat ze hadden op die drones te schieten. Echter op 500 meter hoogte kwam een tweede zwerm drones, uitgerust met precisie-plaatsbepalingsapparatuur.

De locatie van de geschutsposities van de Oekraïners werd doorgegeven aan de artillerie achter het front, die vervolgens met standaard precisie-artillerievuur de Oekraïners volledig in de pan hakten. De firma Thales heeft hier trouwens een mooi anti-drone apparaat voor ontwikkeld want men kwam met een filmpje van een radarsysteem dat drones van vogels kan onderscheiden en de drones werden door ronde rubber kogels met luchtdruk afgeschoten zodat ze feilloos uit de lucht gehaald werden. Hadden de Oekraïners dat gehad, dan was het doorgeven van de posities een stuk moeilijker geweest, omdat er geen goed traceerbare explosies gebruikt worden.

Vechtrobots

Er werden ook diverse plaatjes getoond van militaire vecht- en verkenningsrobots, die autonoom het voorterrein in gaan. Uiteraard moet alles continu draadloos verbonden zijn met de commandoposten, en deze apparaten mogen absoluut niet gehackt worden want dan kunnen ze zich tegen de eigen troepen gaan keren. Zoals bekend is het noodzakelijk om in verbindingen naar robots een zeer lage latency te realiseren, omdat ze anders niet goed aangestuurd kunnen worden. In 5G worden deze lage-latency verbindingen gestandaardiseerd.

Een ander soort vechtrobot werd getoond door de firma Rheinmetall, de fabrikant van diverse voertuigen in gebruik bij defensie. Men heeft een zelfrijdend autonoom voertuig ontwikkeld dat in staat is hellingen van 60 graden te nemen en daarnaast ook amfibisch is. Het meest indrukwekkend hierbij was voor mij het erop gemonteerde laserkanon dat op een afstand van vele kilometers een object zo groot als een tennisbal kan raken en uitschakelen. In het gevecht worden hier alleen de kwetsbare delen van een wapen geraakt, waardoor het wapen niet meer kan functioneren. Dus niet meer met veel kinetisch vermogen de boel platgooien, maar door middel van een precisieschot de zaak onklaar maken. Impact op de verbindingen

Hoewel het geen onderwerp was voor het congres heb ik uiteraard nagedacht over de mogelijke implicaties op verbindings- en ICT-terrein van al deze ontwikkelingen. Mijn conclusie is dat die best significant zullen zijn. Immers al die robots die al of niet geheel of gedeeltelijk autonoom gaan opereren hebben een LOW latency verbinding nodig om met elkaar en met het commandocentrum te kunnen communiceren. De noodzakelijke processing van deze signalen moet hierbij dus ook verplaatst worden naar het voorterrein, al was het maar vanwege de fysieke afstanden. Dit betekent dat er vroeg of laat autonoom rijdende mini-datacenters moeten komen die achter de troepen aan rijden. Deze moeten dan ook als communicatie-hub functioneren naar de troepen, maar ook naar de drones in het achterland, die de verbinding met de commandocentra moeten realiseren.

Tevens kan er locale processing gedaan worden voor die functies waarvoor dat noodzakelijk is. Hoewel niet on the move wordt deze locale processingoptie thans gestandaardiseerd in de komende 5G-standaarden. Een Nederlandse operator meldde mij recent in een discussie dat men wel 1000 mini ‘liter’ datacenters moest gaan realiseren bij de uitrol van 5G. Men noemt dit ‘liter’ datacenters, omdat de omvang niet te groot mag zijn en in principe in of bij een mast geplaatst moet kunnen worden.

Big Data en Artificial Intelligence (AI)

Door de vele sensoren van allerlei soort, die hierdoor geïntroduceerd worden ontstaat heel veel data waarmee via AI voorspellingen gedaan kunnen worden. Hoe meer data beschikbaar is, hoe nauwkeuriger er beslissingen genomen kunnen worden door AI. De processing zal dicht bij de gebruikers moeten plaatsvinden omdat er zeer weinig reactietijd is. De vergelijking gaat hierbij op als we kijken naar de recente ontwikkelingen met de zelfrijdende auto’s van Waymo en General Motors, die volgens sommige berichten een acht teraflops supercomputer meevoeren om realtime de juiste beslissingen bij de besturing van de auto te nemen. In de zelfrijdende auto moet lokaal zeer veel rekenkracht aanwezig zijn om ook veilige acties te kunnen nemen. Bij toepassing van militaire infanterierobots zal dus ook zeer veel computerkracht nodig zijn.

Kortom, er gaat veel veranderen bij de infanterie en daardoor wordt ook de verbindingsdienst gedwongen nieuwe concepten en technieken te gaan gebruiken. Een ding is zeker, de ontwikkelingen gaan razendsnel en zijn niet te stuiten, of je het wilt of niet. De commerciële robotmarkt loopt voor op de militaire, dus goed volgen van deze markt geeft goed inzicht in de potentiële militaire toepassingen.

ir. Teus van der Plaat

Deze column is eerder geplaatst in het magazine Intercom, een uitgave van de Vereniging van Officieren van de Verbindingsdienst.

Deutsche Telekom ondersteunt met IoT-bijenkorf biodiversiteit

Bij het hoofdkantoor van Deutsche Telekom in het Duitse Bonn staan tegenwoordig twee slimme bijenkorven. De korven zijn uitgerust met IoT-technologie en gekoppeld aan het machine- en sensornetwerk van Deutsche Telekom (NarrowBand IoT of kortweg NB-IoT). De bewoners worden verzorgd in nauwe samenwerking met een lokale bijenhouder.

Slimme sensoren verzamelen en versturen gegevens over aspecten zoals temperatuur, vochtigheid, geluid en gewicht (bijvoorbeeld hoe vol de honingraten zijn) direct vanuit de bijenkorven naar de imker. Dat gebeurt via de T-Systems cloud. De bijenhouder ziet op zijn of haar smartphone of tablet hoe het met de bijen gaat. Hij of zij kan het gedrag van de bijen en de omstandigheden in de korf op ieder moment beoordelen en in actie komen als dat nodig is. Dit voorkomt overbodige bezoekjes aan de korven en zorgt voor minder onrust voor de bijen.

Twee andere digitale bijenkorven bij het Innovation Center van T-Systems in München sturen ook gegevens naar Bonn. De data uit München kunnen worden vergeleken met de gegevens uit Bonn. Het gaat daarbij zowel om de data van een imker uit de omgeving van Bonn, van wie de bijenkorven ook met sensoren zijn uitgerust, als om de gegevens van de nieuwe bijen van Deutsche Telekom. Dit maakt het mogelijk de verschillende omstandigheden van de locaties te vergelijken. Het project laat zien hoe digitalisering een belangrijke bijdrage levert aan de overleving van de soort.

Bijen zijn belangrijk voor mens en natuur
Bijenvolken vliegen van bloem naar bloem om pollen en nectar te verzamelen. In de zomer groeien bijenkolonies in omvang, ze zijn dan tussen de 40.000 en 60.000 bijen groot. Het grootste deel van onze gecultiveerde en wilde planten is voor de bevruchting afhankelijk van honingbijen. Experts zijn ervan overtuigd dat “de mensheid zal sterven zonder bijen”.

Honingbijen zijn ook van belang voor de economie. Afgelopen jaar berekenden landbouweconomen van de Universiteit van Hohenheim in Duitsland dat de bestuiving door bijen naar schatting EUR 1,6 miljard per jaar opleverde. Dat is 13 keer meer dan de bijdrage van de honing- of bijenwasindustrie. Zonder bestuiving zou de winst op land- en tuinbouwgewassen fors afnemen.

Stervende bijen
Wereldwijd hebben we te maken met een hoge bijensterfte. Uit een groot wetenschappelijk onderzoek in 2017 bleek het aantal nuttige vliegende insecten in Duitsland in de afgelopen 30 jaar met 75 procent te zijn gedaald. De exacte oorzaken voor de bijensterfte zijn onbekend; mogelijk gaan ze dood door pesticiden, monotone landschappen, voedselgebrek, het verdwijnen van de natuurlijke omgeving van dieren of parasieten zoals de varroamijt.

Dit jaar riep de Verenigde Naties 20 mei uit tot Wereld Bijendag, om mensen bewuster te maken van de belangrijke rol van deze insecten en hun sterk dalende aantallen.

Smarthome-ontwikkelaars ontvangen Van den Kroonenburg-prijs

Het bestuur van de Universiteit Twente heeft de Van den Kroonenberg Prijs dit jaar uitgereikt aan Emile Nijssen en Stefan Witkamp van Athom B.V. in Enschede. Tijdens de ondernemersdag op de campus van de Universiteit Twente ontvingen de jonge ondernemers de prijs van de voorzitter van het Twente Universiteitsfonds, Wilma van Ingen.

Homey
In de tweede helft van 2016 lanceerde Athom Homey. Homey verbindt met alle slimme en draadloze apparaten thuis, en fungeert als een afstandsbediening voor alles, van het koffiezetapparaat tot verwarming, verlichting, muziek en uw tv. Gebruikers kunnen deze apparaten bedienen vanaf hun smartphone of automatiseren met Homey Flows. Voor consumenten in Nederland is Homey verkrijgbaar bij verkooppunten zoals MediaMarkt, Bol.com en de eigen webshop van het bedrijf. Het product is in 2017 uitgerold naar Zweden en andere Scandinavische landen en is ook verkrijgbaar bij Amazon UK. Athom B.V. heeft momenteel twaalf werknemers. Naast een ontwikkelingsteam is er ook een marketing- en communicatieteam.

De jonge ondernemers Emile (26) en Stefan (25), ontmoetten elkaar op de Universiteit Twente. Beiden voltooiden hun bachelordiploma in Creative Technology in 2014. Emile is het creatieve genie; hij houdt van 'alles verbinden'. Zelfs als student creëerde hij bepaalde oplossingen die andere mensen wilden. Stefan heeft de commerciële kant van het bedrijf. Als onderdeel van hun bachelorsucces maakten ze een gezamenlijke pitchvideo en startten ze een Kickstarter-crowdfundingcampagne voor Homey. Het huidige bedrijf is voortgekomen uit die campagne.

Van den Kroonenberg-prijs
De Van den Kroonenberg-prijs voor jong ondernemerschap wordt toegekend aan ondernemers die een duidelijke band hebben met de Universiteit Twente en zich hebben bewezen door goed ondernemerschap. De prijs is een eerbetoon aan voormalig rector magnificus Harry van den Kroonenberg, die een rol heeft gespeeld bij het bevorderen van het ondernemerskarakter van de Universiteit Twente. Dit is de 35e keer dat de prijs is uitgereikt namens het Universiteit Twente Fonds. Het bestaat uit een geldbedrag (€ 4.500), een certificaat en een kunstwerk, gemaakt door Mohana van den Kroonenberg. In totaal waren er 23 personen genomineerd voor de prijs dit jaar.

Onderzoek: veel onbekendheid over AVG-wet bij bedrijven

Er is nog veel onbekendheid op het gebied van de nieuwe AVG-wet. Dat blijkt uit onderzoek van Conclusr onder meer dan 350 bedrijven en instellingen in Nederland. Tijdens het onderzoek werd gesproken met IT- en algemeen management.

Op de vraag in hoeverre men bekend is met de AVG, geeft 17% van de respondenten aan ‘goed’ met de AVG bekend te zijn en 23% zegt er ‘meer over gehoord of gelezen te hebben’. Maar voor het overgrote deel van de bedrijven en instellingen geldt dit niet. Zo zegt maar liefst 33% nog nooit van de AVG gehoord te hebben. En nog eens 27% zegt er wel van gehoord te hebben, maar kan niet aangeven wat het is of waar het over gaat. Dat betekent dat in totaal 60% van alle bedrijven en instellingen dus niet bekend is met de AVG.

Tevens is gevraagd in hoeverre de respondent persoonlijk op de hoogte is van het feit dat per 25 mei aanstaande de AVG van toepassing is. Opnieuw zegt 35% hiervan ‘totaal niet op de hoogte te zijn’. Slechts 5% zegt dat de organisatie al volledig aan de nieuwe wetgeving voldoet en 14% is ermee bezig. Het overige deel, 45%, is er in meer of mindere mate van op de hoogte maar in ieder geval niet bezig met voorbereidingen om te kunnen voldoen aan de wetgeving.

Aan de respondenten die aangeven zelf goed op de hoogte te zijn van de AVG, is gevraagd welke stelling zij het beste bij het management van hun bedrijf vinden passen.

Uitkomsten:  

  • 3% geeft aan dat het management nauwelijks op de hoogte is van deze nieuwe wetgeving
  • 9% zegt dat de IT verantwoordelijken binnen hun organisatie aan het management een toelichting hebben gegeven op de nieuwe wetgeving, maar dat het management niet of nauwelijks iets met de informatie doet.
  • 47% zegt dat de IT verantwoordelijken binnen hun organisatie aan het management een toelichting hebben gegeven op deze nieuwe wetgeving en het management heeft dit als relevant onderwerp in haar beleid opgenomen.
  • 41% zegt dat het management op eigen initiatief aan de organisatie gevraagd heeft om maatregelen te treffen of voorstellen te doen om aan deze privacy regelgeving te kunnen voldoen.

Elke organisatie die persoonsgegevens verwerkt valt onder de werking van de AVG. Dat betekent dus dat het overgrote deel van alle bedrijven en instellingen aan de wetgeving moet voldoen. Daarom is in het onderzoek gevraagd of de organisaties denken of ook zij aan de nieuwe Europese wetgeving moeten voldoen. Hierop zegt maar liefst 35% van alle organisaties die hebben meegedaan aan dit onderzoek dat de AVG voor hen niet van toepassing is. Met name de bedrijven tot 50 werknemers zijn hiervan overtuigd. 22% denkt dat de AVG ‘gedeeltelijk’ van toepassing is en 43% denk dat naleving van de AVG ‘volledig van toepassing is op de eigen organisatie’.

Kritiek op de overheid
Voor de bedrijven waarmee gesproken is in het kader van dit onderzoek vindt 49% dat de overheid hen totaal onvoldoende heeft geïnformeerd over de AVG en de gevolgen hiervan voor bedrijven en instellingen. Nog eens 37% zegt dat er slechts in beperkte mate geïnformeerd is door de overheid. 15% is van mening dat zij in voldoende mate door de overheid op de hoogte zijn gebracht.

Nyenrode: ‘Internationaal belang Data Science neemt toe’

Om het internationale belang van Data Science te benadrukken heeft Nyenrode prof. dr. Ruud Wetzels benoemd als hoogleraar van de leerstoel. Wetzels focust zich binnen deze leerstoel op toepassingen van Artificial Intelligence (AI), wiskunde en statistiek in het bedrijfsleven.

Data Science is de wetenschap die zich bevindt op het snijvlakvlak van computer science, wiskunde en specifieke domeinkennis met als doel om kennis en inzicht te verzamelen uit gestructureerde en ongestructureerde data. Bijvoorbeeld, door optimalisatie van databeheer en slim gebruik van die data kunnen bedrijven betere (strategische) beslissingen nemen. Met behulp van deze leerstoel wil Nyenrode studenten en onderzoekers inspireren en verder brengen op het gebied van Data Science

Brug tussen wetenschap en bedrijfsleven

Data Science is bij uitstek een interdisciplinair vakgebied en dus geschikt om een brug te slaan tussen de wetenschap en het bedrijfsleven. In zijn onderzoek richt Wetzels zich dan ook op hoe wiskunde, statistiek en Artificial Intelligence het beste ingezet kunnen worden in het bedrijfsleven en wat de impact hiervan kan zijn. Ook gaat de hoogleraar werken met de laatste technologische ontwikkelingen en breidt hij zijn internationale netwerk verder uit.

BTG-Kennisinstituut

Petra Claessen, Managing Director & New Business BTG: “Het is belangrijk dat opleidingsinstituten als Nyenrode de brug slaan tussen wetenschap/onderwijs en het bedrijfsleven. In het kader van het BTG-Kennisinstituut is BTG in gesprek met Nyenrode Business Universiteit. Het BTG-Kennisinstituut is het platform waar ICT- en Telecom-professionals terecht kunnen om kennis te halen, te brengen maar ook om vast te leggen wat het niveau is van de vakbekwaamheid op ICT-gebied. Voor dat laatste start BTG het BTG-Register voor ICT- en Telecomprofessionals. In het register kan een ICT-professional op een van de vier niveaus geregistreerd worden: Executive, Senior Manager, Manager en Young Professional. Eenmaal opgenomen in het BTG-Register kunnen de professionals hun kennis bijhouden en uitbouwen via de inhoudelijke BTG-bijeenkomsten die al dan niet in samenwerking met kennispartners zoals bijvoorbeeld Nyenrode georganiseerd worden.”

Impact van Data Science

Hoogleraar Wetzels combineert zijn leerstoel met zijn werkzaamheden als Senior Manager bij PricewaterhouseCoopers (PwC). Hij adviseert hier met name de financiële sector op het gebied van Data Science en het operationaliseren hiervan. Hierdoor kan hij zijn hoogleraarschap direct toepassen in het bedrijfsleven en stelt hij wetenschap en bedrijfsleven in staat om van elkaar te leren en te profiteren. Dit is voor Nyenrode een belangrijk gegeven wegens het business karakter van de universiteit.

“De impact van Data Science op ons leven is de afgelopen jaren sterk gegroeid”, aldus Wetzels, “maar wordt –door de forse stijging van beschikbare data en toepassingen– verondersteld nog veel groter te worden. Deze explosieve stijging van toepassingen zorgt ervoor dat er onderzoek gedaan dient te worden naar hoe deze toepassingen optimaal ingezet kunnen worden in de business, en wat de impact daarvan is.” Met deze leerstoel en de aanstelling van prof. dr. Wetzels spelen PwC en Nyenrode in op deze belangrijke trend in de maatschappij en zijn ze op de hoogte van de elkaar snel opvolgende veranderingen in dit vakgebied.

ACM: voorlopig geen tekort aan 06-nummers

Het grote aantal 06-nummers dat is uitgegeven aan telecomaanbieders levert op korte termijn geen tekort op, maar vraagt wel om doorlopend scherp toezicht door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Dat blijkt uit de Monitor nummeruitgifte die de ACM heeft gepubliceerd.

Bijna 91% van de beschikbare 06-nummers is uitgegeven aan telecomaanbieders. De ACM heeft de afgelopen jaren gerichte acties in gang gezet om tekorten te voorkomen. Henk Don, waarnemend bestuursvoorzitter ACM: “In 2017 hebben we door toezicht de benodigde omnummering van 06-nummers naar 097-nummers voor elkaar gekregen.” Deze 06-nummers werden gebruikt voor apparaten die een verbinding met het internet nodig hebben, maar waarmee je niet kunt bellen. Het merendeel van deze apparaten gebruikt inmiddels een 097-nummer. Verder heeft de ACM  in 2017 100.000 06-nummers ingetrokken omdat de telecomaanbieder die nummers niet binnen een jaar had uitgegeven aan klanten. Het uitgiftepercentage van 06-nummers blijft hoog en daarom blijft de ACM scherp toezien op het juiste gebruik van deze nummers.

Strenger toezicht op gebruik informatienummers 

Het aantal informatienummers dat wordt aangevraagd, daalt al enkele jaren op rij. Ook worden steeds meer informatienummers teruggegeven aan de ACM. De ACM houdt streng toezicht op het gebruik van informatienummers. Naar aanleiding van signalen dat door middel van informatienummers diensten worden aangeboden waarbij nummergebruikers zich op ongeoorloofde wijze verrijken en consumenten worden misleid, heeft de ACM de regels verhelderd in een beleidsregel. De ACM heeft daarin onder meer verduidelijkt dat doorschakeldiensten en betaaldiensten met een tarief per minuut niet binnen de bestemming voor 0900- en 0909-nummers uit het nummerplan passen.

Actieplan Digitale Connectiviteit: snel internet voor alle Nederlanders in 2023

Snel internet, overal beschikbaar, voor iedereen: vast en mobiel. Het kabinet stelt als doel dat àlle Nederlanders in 2023 over snel vast breedbandinternet (minimaal 100 Megabit per seconde) beschikken.

Een grote meerderheid moet in datzelfde jaar een nog eens tien keer zo snelle verbinding (1 Gigabit per seconde) hebben. Daarnaast kiest staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat (EZK) voor een dekkingsverplichting bij de aankomende frequentieveilingen voor draadloze communicatie, bijvoorbeeld voor 5G.

Deze en andere uitgangspunten staan in het Actieplan Digitale Connectiviteit dat het kabinet deze week heeft gepresenteerd. De aangescherpte doelen dragen bij aan Nederland Digitaal, de kabinetsambitie om van Nederland dé digitale koploper van Europa te maken. Staatssecretaris Mona Keijzer (EZK): “We zijn met onze digitale infrastructuur nu koploper, maar we moeten nu stappen zetten om dat te blijven. De komende jaren worden immers allerlei dagelijkse zaken continu verbonden met het internet: auto’s, landbouw, zorg, robots en huishoudelijke apparaten. Elke Nederlander moet dan altijd over snel vast en mobiel internet beschikken. Om dat te bereiken creëert het kabinet daarom nu de benodigde randvoorwaarden voor innovaties en de diensten die daaruit ontstaan.”

Reactie BTG

Eric Reij, voorzitter branchevereniging BTG: “Elk initiatief dat de digitale koppositie van Nederland versterkt, juichen wij toe. Goede infrastructuur zorgt voor welvaart en vooruitgang. Dat geldt zeker voor het digitale domein. Met dit actieplan laat het Ministerie visie zien. Een goede digitale basis geeft onze economie het juiste fundament voor innovatie.”

Extra ondersteuning voor lokale overheden

97% van de Nederlanders heeft nu al toegang tot snel vast breedband internet. Overal beschikbare en snelle communicatie kan inmiddels als basisbehoefte worden gezien en is een randvoorwaarde voor een concurrerende economie. Daarom haalt het kabinet het 100%-doel 2 jaar naar voren, maar is het streven om in dat jaar (2023) al verder versneld te hebben. Daar waar private investeringen moeilijk tot stand komen om dit te realiseren en actief overheidsoptreden nodig is, bijvoorbeeld in buitengebieden, gaat het ministerie van EZK extra ondersteuning bieden aan gemeenten en provincies. Naast kennisuitwisseling over onder andere leges en graafdieptes, wordt het door een koepelregeling eenvoudiger voor lokale overheden om zelf financiële ondersteuning voor de aanleg te verlenen. Zij hoeven dan niet zelf een steunregeling aan de Europese Commissie voor te leggen.

Dekkingsplicht bij toekomstige veilingen mobiele communicatie

Het kabinet wil ook dat Nederland op het gebied van mobiel internet koploper blijft. Er zijn nog altijd plekken in Nederland waar de mobiele netwerkdekking onvoldoende is, bijvoorbeeld omdat het aanbieden op de locaties voor operators commercieel niet-rendabel is. Om dit aan te pakken wordt er bij de aankomende veiling een dekkingsverplichting opgelegd aan de vergunninghouders. Deze houdt in dat op 98% van de oppervlakte van elke gemeente van Nederland dekking moet worden gerealiseerd. Winst valt ook te behalen, met een beter bereik in woningen en bedrijven. Daarom draagt het kabinet bij aan een marktinitiatief om een standaard voor indoordekking van draadloze en mobiele openbare communicatienetwerken af te spreken.

Duidelijkheid over randvoorwaarden voor aanleg infrastructuur

Voor de aanleg van onze digitale infrastructuur – en de uitrol van toekomstige mobiele communicatienetten in het bijzonder – is het essentieel dat de randvoorwaarden op lokaal niveau optimaal zijn ingevuld. Zo moet voor zowel aanbieders als gemeenten vooraf duidelijk zijn hoe bijvoorbeeld het toekomstige 5G-netwerk wordt gebouwd, inclusief de daarvoor benodigde kleine antennes. Het kabinet heeft daarom onder andere besloten de EU-aanbeveling over normen van elektromagnetische velden op te gaan nemen in Nederlandse wetgeving in plaats van in het huidige convenant tussen overheden en aanbieders. Dit geeft aanbieders op landelijk niveau duidelijkheid. Tegelijkertijd hebben consumenten zekerheid dat elektromagnetische velden van de antennes geen bedreiging vormen voor de gezondheid, ook als er meerdere antennes zijn in de directe omgeving.

Nota mobiele communicatie

Specifiek voor draadloze communicatie werkt het ministerie van EZK aan de Nota Mobiele Communicatie. Deze wordt gepubliceerd zodra twee nog lopende trajecten zijn afgerond. De Europese Commissie moet zich nog uitspreken over de overname van mobiele aanbieder Tele2 door T-Mobile. Het kabinet zelf zal voor eind 2018 een oplossing presenteren voor het gebruik van de zogenoemde 3,5 GigaHertz frequentieband in onder andere Noord-Nederland. Beide trajecten zijn van belang voor de inrichting van de veilingen van frequenties voor bijvoorbeeld de 5G-netwerken.

Vodafone zet belangrijke stap naar 5G met LTE-M-netwerk

Vodafone heeft deze week de laatste hand gelegd aan een landelijk dekkend LTE-M-netwerk. LTE-M staat voor long term evolution for machines, een techniek die op een efficiënte manier apparaten met het internet verbindt. LTE-M-technologie is vorige maand door GSMA uitgeroepen tot een fundamenteel onderdeel van 5G-technologie.

John van Vianen, directeur zakelijke markt bij VodafoneZiggo: “Wereldwijd legt Vodafone meer dan 65 miljoen verbindingen tussen apparaten, elke twee weken komen daar één miljoen verbindingen bij. Met LTE-M verbreedt Vodafone het IoT-portfolio voor klanten, waarmee het telecombedrijf als eerste het meest complete radionetwerk voor Internet of Things-diensten aanbiedt. Vodafone zet daarmee opnieuw een belangrijke stap in de ontwikkeling van 5G, waarbij de snelheid en betrouwbaarheid van het netwerk verder wordt vergroot. Zo blijven wij constant investeren in het ‘next generation network’.”

Met de live-gang van het nieuwe netwerk kunnen zakelijke klanten aan de slag met slimme oplossingen. LTE-M maakt het mogelijk om apparaten aan het internet te verbinden met veel lager batterijverbruik dan gewone 2G/3G/4G- verbindingen. Vodafone heeft overigens al een landelijk dekkend NarrowBand-Internet of Things (NB-IoT)- netwerk.

LTE-M vs NB-IoT
LTE-M- en NB-IoT-technologie zijn beiden in staat om apparaten met het internet te verbinden, maar worden voor andere doeleinden gebruikt. Omdat het energieverbruik van NB-IoT extreem laag is, kun je deze technologie gebruiken in bijvoorbeeld waterleidingen, landbouwvelden of op andere plekken waar het moeilijker is om de batterij te vervangen. LTE-M-technologie geeft de mogelijkheid tot meer bandbreedte in vergelijking tot NB-IoT en ondersteunt ook voice (VoLTE). Dit is relevant voor oplossingen waarbij spraak nodig is, zoals bij slagbomen of liften. Ook is deze technologie toepasbaar op het gebied van mobiliteit – bewegende objecten zijn makkelijk te volgen en blijven soepel met elkaar verbonden.

Slimme stadsfietsen
Conneqtech, een bedrijf gespecialiseerd in het verbinden van apparaten, test samen met Vodafone energiezuinige LTE-M-oplossingen voor stadsfietsen. Zo kan een eigenaar zijn fiets gemakkelijk traceren en beveiligen. Samen met Axa levert Conneqtech momenteel al slimme sloten aan Sparta's e-bike via het Vodafone-netwerk, maar deze putten hun energie uit de batterij van de e-bike. Met LTE-M-technologie is dat niet meer nodig.

 

Jack Vink en Christian Visser treden toe tot bestuur BTG

Tijdens de Algemene Ledenvergadering op 27 juni 2018 maakte BTG bekend dat Jack Vink (MCL) en Christian Visser (IBM) toetreden tot het bestuur van de branchevereniging.  Jack Vink neemt de rol van penningmeester op zich, Christian Visser wordt algemeen bestuurder. Naast hen bestaat het bestuur nu uit voorzitter Eric Reij (Erasmus MC) en secretaris Harry Vermeulen (Schiphol Group).

Jack Vink is manager vastgoed van het Medisch Centrum Leeuwarden en verantwoordelijk voor gebouwgebonden installatie, telecom en projecten. Hij heeft een achtergrond als bedrijfskundige. “Ik denk met mijn werkervaring een relevante bijdrage te kunnen leveren aan het bestuur. Graag zet ik de schouders er onder in plaats van passief toe te kijken. De post financiën is een belangrijke post en als penningmeester ga ik me daarvoor inzetten. ‘

Christian Visser is CIO bij IBM BeNeLux. Hij zal als algemeen bestuurder actief bijdragen aan de toekomstige koers van BTG. ‘Ik zie het als een mooie uitdaging om met mijn kennis en ervaring van ICT en telecom, het bestuur van BTG te versterken om te zorgen dat de vereniging relevant is en blijft voor haar leden in de toekomst.’

Voorzitter Eric Reij toont zich verheugt over deze benoemingen. ‘Hiermee komen we als bestuur op vier leden en zijn we weer op volle sterkte. Het bestuur vormt nu een relevante afspiegeling van het ledenbestand en werkt aan de verdere uitbouw van BTG.”

Onderzoek: directie laat toegevoegde waarde IT-afdeling links liggen

Uit onderzoek van Telindus onder 266 Nederlandse IT-beslissers blijkt dat er nog veel winst valt te behalen in de relatie tussen directie en de IT-afdeling.

Op de vraag of de doelstellingen van de IT-afdeling worden afgestemd op de algehele organisatiedoelen antwoordt slechts 31 procent bevestigend. 40 procent geeft daarnaast aan dat deze wel op elkaar worden afgestemd, maar dat niet inzichtelijk is wat de bijdrage van IT daadwerkelijk is. Bovendien denkt 21 procent van de IT-beslissers dat de directie de CIO vooral ziet als de persoon die de IT-infrastructuur in de lucht houdt. 22 procent betwijfelt of de directie überhaupt weet wie de CIO is of wat hij/zij doet. Slechts 22 procent meent dat de CIO gezien wordt als een belangrijke sparringpartner voor de verdere bedrijfsontwikkeling.

Zonder afstemming geen toekomstbestendige IT-afdeling
Door een gebrek aan afstemming en onduidelijkheid over de bedrijfsdoelstellingen, is het voor IT-beslissers moeilijk om een toekomstvaste IT-afdeling te realiseren. Bijna de helft van de respondenten (45 procent) geeft dan ook aan geen duidelijke visie te hebben op welke vaardigheden er de komende jaren nodig zijn. Desondanks verwacht de meerderheid van de IT-beslissers dat als zij geen nieuwe vaardigheden ontwikkelen, zij hun functie over vijf jaar niet meer kunnen uitvoeren. Ook wil 52 procent van de IT-afdelingen nieuwe vaardigheden in huis halen en werft daarom nieuwe medewerkers. Hierbij staan security- en cloudspecialisten bovenaan het verlanglijstje.

Joris Leupen, Director Strategy and Solutions bij Telindus: “Zolang de IT-afdeling niet wordt betrokken bij de bedrijfsdoelstellingen, is het voor organisaties onmogelijk om succesvol digitaal te transformeren. Het is van essentieel belang dat de IT-afdeling weet waar de organisatie naartoe gaat. Niet alleen om de plannen te kunnen faciliteren, maar juist ook om proactief mee te denken. Dat de IT-beslissers op dit moment geen idee hebben welke vaardigheden ze de komende vijf jaar in huis moeten halen, is dan ook een zorgwekkend signaal. Een overkoepelende strategie met doorvertaling naar een digitalisatiestrategie, waarin zeker ook de rol van IT is vastgelegd, zou hierbij helpen. Bovendien biedt het de IT-manager inzicht om te bepalen welke specialisten hij in huis nodig heeft en op welke vlakken hij beter kan samenwerken met IT-partners. Door als IT-beslisser continu in gesprek te blijven met de directie en op de IT-afdeling efficiënt en slim om te gaan met mensen en tijd kan iedere IT-infrastructuur de business innovator zijn.”