Auteur: Redactie

Eerste luchtauto voor Nederland gepresenteerd op BTG Business Event 2018

In Grand Hotel Huis ter Duin in Noordwijk is tijdens het jaarlijkse Business Event van BTG, Branchevereniging voor ICT Telecommunicatie Grootgebruikers, de AirPod 2.0 gepresenteerd. Dit is de eerste auto in Nederland die rijdt op lucht.

Rudi Standaert van producent MDI gaf, vergezeld door BTG-voorzitter Eric Reij, op het podium van het BTG Business Event de primeur van de AirPod 2.0. De auto die rijdt op lucht wordt in 2019 commercieel beschikbaar en wordt geproduceerd in drie versies. Er komt een AirPod 2.0 voor personenvervoer (met tevens een variant voor 40 kilometer per uur voor personen zonder rijbewijs), een in de vorm van een Pickup en een in de vorm van een bestelwagen.

Petra Claessen, Managing Director & New Business BTG: “We zijn ontzettend trots dat wij op het BTG Business Event de Nederlandse primeur van deze prachtige innovatie hebben. BTG staat voor innovatie. Daarnaast past de AirPod 2.0 binnen het Corporate Social Responsibility-beleid waarbij wij voorstander zijn dat ICT de aanjager is van een duurzamere wereld.”

Gratis brandstof

Het grote voordeel voor de leefomgeving is dat de AirPod rijdt op lucht: er gaat lucht in en er komt lucht uit. De AirPod 2.0 wordt opgeladen door een compressor via een stopcontact of zonnepaneel waardoor het een onafhankelijk laadstation wordt. Het oplaadpunt vult echter geen batterij, maar zorgt dat de automotor de luchtflessen laadt met lucht. Rudi Standaert van MDI: “De brandstof is gratis; het is de lucht die we inademen. Bijkomend voordeel is dat de carrosserie van de AirPod 2.0 gemaakt kan worden van vlas, dus volledig duurzaam. Een mogelijke extra boost voor de agrarische industrie.”

De luchtmotor van de AirPod 2.0 is een cilindermotor die gebouwd kan worden van 1.3 tot 632 PK. Fabrikant MDI wil toewerken naar twee standaard motoren van 110 en 220 PK. Rudi Standaert: “We zien een enorme vervangingsmarkt ontstaan voor de nabije toekomst waarbij benzinemotoren uit bestaande auto’s worden gehaald en worden vervangen door een luchtmotor. Hiervoor is het noodzakelijk dat we standaard luchtmotoren gaan bouwen.”

MDI is op dit moment in Frankrijk een fabriek aan het bouwen en bezig om met groep ondernemers in Nederland hetzelfde te realiseren. Rudi Standaert: “Onze filosofie is dat we in elk land een productie-unit neerzetten. We willen lokaal produceren: minder transportkosten, het genereert in elk land banen, het is goed voor de vlasindustrie en we belasten het wegennet minder.” In 2019 komt de AirPod 2.0 commercieel beschikbaar in Nederland. Deze versie heeft een actieradius van 450 kilometer. De opvolger zal 635 kilometer kunnen halen, stelt Standaert van MDI. Het voertuig heeft reeds het Europees keuringscertificaat voor de weg.

AirPod en Smart Cities

Kari Aina Eik, binnen de Verenigde Naties secretaris-generaal van de Organization of International Economic Relations en verbonden aan het VN-initiatief United Smart Cities, spreekt eveneens tijdens het BTG Business Event in Noordwijk. “Het VN-programma United Smart Cities gaat over de steden die we samen willen in de toekomst: duurzaam en zonder vervuiling”, aldus Kari Aina Eik.

Binnen United Smart Cities is er de projectgroep Infrastructure & Mobility, waar Olaf Müller (voorzitter BTG-expertgroep Smart Cities) en Edwin Bijl van Post Telecom en Joinsmart.City deel van uitmaken. Zij zien, samen met Kari Aina Eik, het belang van de AirPod 2.0 als onderdeel van de Smart City van de toekomst. Niet voor niets is de AirPod door de VN als meest duurzame voertuig aangewezen. Als toepassing denkt deze groep bijvoorbeeld aan een verdeel-hub voor elke Nederlandse stad waar alle pakketten van koeriersbedrijven worden verzameld en verder de stad in getransporteerd worden met auto’s op luchtmotoren.

Kari Aina Eik van de VN: “We kijken naar de beste en meest duurzame oplossingen. In onze visie behoort de AirPod 2.0 daartoe. Daarom willen we dit vanuit United Smart Cities echt promoten. Het is een belangrijk onderdeel van de slimme stad. Edwin Bijl: “Het is belangrijk om op dit vlak te laten zien dat er duurzame alternatieven zijn. Wij kijken binnen de projectgroep Infrastructure & Mobility naar hoe we de totale infrastructuur van steden kunnen verbeteren. Een auto die rijdt op lucht speelt daar absoluut een rol in. Dit past in de milieu-ambities van Nederland. Nu moeten we de burgemeesters er achter krijgen.”

Dutch Data Center Association presenteert jaarlijks onderzoek

grote databundels

Brancheorganisatie Dutch Data Center Association (DDA) presenteert haar rapport “State of the Dutch Data Centers 2018 – Always On”, het grootste jaarlijkse onderzoek naar de Nederlandse datacenter sector. Eddy van Hijum, gedeputeerde van de provincie Overijssel, mocht het eerste exemplaar in ontvangst nemen. .

Het rapport weerspiegelt de groei en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden in de datacenter sector de afgelopen 12 maanden. De 198 multi-tenant datacenters hebben een bruto oppervlakte van 546.000 m2 waarvan 308.000 m2 netto datavloer is. De stroomcapaciteit van de single en multi-tenant datacenters wordt geschat op zo’n 1350 MW. Stijn Grove, directeur van de Dutch Data Center Association: “We waren niet verbaasd te zien dat de industrie ook in 2017 fors gegroeid is. En de vooruitzichten zijn nog altijd uitstekend voor de gehele industrie door de steeds verdergaande digitalisering.”

Zowel regionaal als internationaal
Het rapport laat zien dat de vraag naar regionale datacenter diensten relatief toeneemt. Die toenemende vraag is met name afkomstig van lokale overheden, onderwijs- en zorginstellingen en techbedrijven. Stijn Grove: “We kunnen het belang van regionale datacenters niet genoeg onderstrepen. Alle 98 regionale datacenters verspreid over Nederland zorgen ervoor dat bedrijven en instellingen, die steeds meer afhankelijk zijn van IT-diensten, zorgeloos en continu kunnen draaien en innoveren. Met de groei van Edge Computing zullen we ook meer groei in de regio zien.”

Ook internationale bedrijven weten de regionale datacenters steeds vaker te vinden. Door de relatief korte afstanden en uitstekende connectiviteit naar de AMS-IX kunnen bedrijven op kost effectieve wijze profiteren van lokale datacenter diensten. Mede om deze reden vond de uitreiking van het rapport bij Previder plaats, de grootste datacenter provider in Oost-Nederland. Tim Timmerman, Directeur van Previder: “Door de perfecte Nederlandse infrastructuur en directe connecties met zowel de AMS-IX als de DE-CIX via Frankfurt heeft Previder een unieke rol als Europese datahub. We zien steeds meer dat organisaties bewust kiezen voor een datacenter dat buiten de randstad gevestigd is.”

Verder blijkt uit het rapport dat de datacenter markt rond Amsterdam, in een radius van 50 km rond Amsterdam, gemiddeld jaarlijks 18% groeit gemeten over de afgelopen 7 jaar. 71% van alle datacenter capaciteit staat in deze regio. Die ambitie om te groeien lijkt bovendien voorlopig niet ten einde te komen: voor de komende jaren is zo’n 184.000m² aan vloeroppervlak in nieuw te bouwen multi-tenant datacenters gepland.

De regio Amsterdam neemt een unieke positie in omdat het zowel een colocatie hub als hyperscale cluster is. Die uitzonderlijke combinatie maakt Amsterdam de op een na grootste markt van Europa net na London, met een marktaandeel van maar liefst 32%. Nu al bezetten de hyperscale campussen een gebied van maar liefst 72.000 m2. Gezien de sterke groei van de hyperscales de aankomende jaren, en speciaal kijkend naar het nieuws van de afgelopen week waar een partij een 72 hectare groot hyperscale datacenter plant in de “North Amsterdam” campus in Middenmeer, is het slechts een kwestie van tijd voordat Amsterdam, maar eigenlijk heel Nederland, zich de grootste datahub van Europa mag noemen.

Duurzaam
Naast het economisch belang van datacenters wordt ook steeds duidelijker zichtbaar dat zij een belangrijke, positieve rol kunnen hebben in de energietransitie. Zo draait de sector vrijwel volledig op groene stroom en zijn er enorme stappen gemaakt op het gebied van energie efficiëntie. Daarnaast wordt nu ook de restwarmte in steeds hogere mate hergebruikt. Uit het DDA onderzoek blijkt dat maar liefst 64% van de DDA deelnemers actief haar restwarmte hergebruikt. Een fantastische eerste stap, maar er is werk aan de winkel. Stijn Grove: “Die restwarmte wordt nu voornamelijk gebruikt voor het verwarmen van de datacenters, maar inmiddels zijn we actief in diverse grote projecten om datacenters te koppelen aan warmte-afnemers. Want een circulaire samenleving bereik je samen.”

 

Column Jan van Alphen over INTUG, BTG en Beltug slaan handen ineen

Deze column verscheen op 11 juni op CloudWorks.nu.

Medio juni hebben de Nederlandse BTG, de Belgische Beltug en de internationale branchevertegenwoordiger INTUG de handen ineengeslagen door namens hun zakelijke ICT-afnemers een gezamenlijk standpunt te publiceren, waarmee zij onder andere reageren op de door GSMA voorgestelde norm voor de ontwikkeling en standaardisering van eSim (of soft SIM).

De branchevertegenwoordigers maken zich sinds geruime tijd sterk voor meer flexibiliteit in de mogelijkheid om met mobile devices verbinding te maken met verschillende mobiele netwerken. Voor veel zakelijke afnemers, waaronder onder andere de veiligheid-, logistieke en zorgbranche heeft dit hoge prioriteit, omdat de beschikbaarheid van mobiele communicatie in toenemende mate randvoorwaardelijk is voor de borging van de eigen bedrijfskritieke dienstverlening.

INTUG, BTG en Beltug ondersteunen de wereldwijde inspanningen om eSIM te introduceren, waarmee het mogelijk wordt om van de ene naar de andere mobiele operator over te schakelen zonder fysieke tussenkomst. De ontwikkeling van een internationale norm lijkt hiertoe tevens een belangrijke toegangssleutel te vormen. Vanwege deze reden zijn tevens de inspanningen van de GSMA nauw gevolgd om een eSIM-standaard te ontwikkelen. Hierbij is echter sprake van bezorgdheid over een clausule die GSMA lijkt te overwegen, omdat deze tot beperkingen kan leiden in de mogelijkheid om van operator te switchen. De door de branchevertegenwoordigers geformuleerde verklaring is inmiddels ook naar GSMA verzonden, waarbij wordt gepoogd een dialoog tot stand te brengen.

De problematiek spitst zich toe op het feit dat SIM-kaarten in mobiele devices tot op heden zijn vergrendeld op het netwerk van één mobile operator. Indien men toegang wenst tot een ander netwerk, is een wijziging van de SIM-kaart vereist. In de optiek van INTUG, Beltug en BTG zijn dit voornamelijk technische en regelgevingsbarrières, die voornamelijk een handelsbelang dienen en vanuit het gebruikersbelang onnodig en niet wenselijk zijn.

De branchevertegenwoordigers zijn van mening dat het switchen van mobile operator zonder fysieke tussenkomst een randvoorwaarde vormt voor de borging van een concurrerende markt. Het technische vermogen om dit te bereiken is geruime tijd in de markt bewezen. Al sinds de introductie van internationale mobile roaming, waarmee mobile devices verbinding kunnen maken met verschillende netwerken in landen buiten het gecontracteerde land van herkomst. De snelle ontwikkeling van slimme apparaten en Internet of Things (IoT) leiden tot verdere escalatie van de dringende noodzaak tot een oplossing. Voor machine-to-machine-communicatie zal tevens gebruik worden gemaakt van eSIM. Deze voorzieningen mogen hierbij geen hinder ondervinden door de huidige beperking van één mobile operator. Dit zou de marktconcurrerentie bovendien beperken.

Een aantal landen heeft inmiddels aangegeven proeven en studies te gaan uitvoeren. Dit heeft geleid tot een aanbod van GSMA om gezamenlijk met toonaangevende operators, fabrikanten van mobiele apparatuur en eSIM een internationale norm te ontwikkelen, inclusief de optie van een vergrendelde eSIM.
Dit zou met name een consumentenvoorwaarde zijn in de VS, waarbij men expliciet dient in te stemmen met de specifieke commerciële overeenkomsten van de mobiele operators, bijvoorbeeld bij de aanschaf van gesubsidieerde devices.
De New York Times meldde in april dat in de VS een onderzoek is ingesteld onder toezicht van Amerikaanse regelgevende instanties, waaronder het Ministerie van Justitie. Dit naar aanleiding van een aantal marktinitiatieven, die tot consumentenbeperkingen zou kunnen leiden. Hierbij zouden gezamenlijke afspraken tussen operators en fabrikanten zijn gemaakt over de totstandkoming van beperkende clausules en vergrendeling van specifieke netwerken.

In afwachting van de uitkomst van dit onderzoek, zijn de GSMA-activiteiten rond eSIM normering voorlopig gestaakt. Om het ontwikkelingsproces alsnog goed te vervolgen is het dan ook wenselijk, dat wellicht mede door middel van internationale regulering alsnog een ontwikkelingsklimaat kan worden gecreëerd, waarin op basis van transparantie gezamenlijk kan worden gewerkt aan de realisatie van een universele eSIM-omgeving, waarin naast het commerciële, de sociaal-maatschappelijke en economische belangen van alle stakeholders worden geborgd. Dus ook die van de (zakelijke) consument. De volgende generatie SIM-technologie, waarbij fysieke kaarten worden vervangen door software die in staat is om op afstand een device tussen operators te schakelen, is immers veelbelovend. Deze biedt ook kansen voor indooromgevingen en bedrijfs­kritieke applicaties. Vendor lock-ins zijn hierbij beperkend en moeten worden vermeden. INTUG, BTG en Beltug zullen zich dan ook blijven inzetten om dit proces constructief vorm te geven.

Run op security-specialisten door cyberaanvallen en GDPR

Organisaties zijn het afgelopen jaar voorzichtig geweest in het aannemen van cybersecurity-experts. In 2017 is het aantal aanvragen naar security-specialisten bij Computer Futures flink gedaald (28%). Ook het aanbod van security-specialisten is fors afgenomen, namelijk met 42 procent. Dit blijkt uit de jaarcijfers van Computer Futures, die de organisatie deelt in het trendrapport ‘Gouden tijden voor IT-specialisten’. Naar verwachting zal er in vraag en aanbod op dit gebied in 2018 een inhaalslag plaatsvinden.

Wet- en regelgeving heeft groeiende invloed op IT-investeringen
Uit onderzoek van Computer Futures blijkt dat het volgen van wet- en regelgeving steeds bepalender wordt voor IT-investeringen. In 2017 was dit bij nog geen 2 procent van de organisaties het meest bepalende bedrijfsinitiatief voor IT-investeringen. In 2018 verachtvoudigt dit percentage (16%). Op dit moment laat de praktijk zien dat hoogvliegers op het gebied van security erg gewild zijn. Organisaties die cybersecurity-experts binnen hebben gehaald, halen alles uit de kast om hen vervolgens te behouden.

Bedrijfsinitiatieven bepalend voor IT-investeringen
Albert van Reenen, Managing Director bij Computer Futures: “Organisaties waren het afgelopen jaar terughoudend in het aannemen van cybersecurity-specialisten. Desalniettemin kreeg cybersecurity binnen veel organisaties wel focus. Deze focus groeit komend jaar; organisaties beseffen zich dat er nu snel iets moet gebeuren. De reden van de verwachte toename, in zowel vraag als aanbod van cybersecurity-experts, is onder andere te verklaren doordat GDPR in mei 2018 van kracht wordt. Daarnaast geeft het toenemend aantal cyberaanvallen de urgentie aan op het gebied van IT-security.”

De finalisten van de BTG Awards zijn bekend

Afgelopen vrijdag kwam de jury voor de laatste keer bijeen om te beslissen wie in de finale staat van de BTG Award 2018. Deze awards reikt BTG uit tijdens het BTG Business Event op 13 juni in Grand Hotel Huis ter Duin in Noordwijk.

Op 13 juni reikt BTG in drie categorieën een award uit: Manager ICT/Telecom 2018, Young Professional Leveranciers ICT/Telecom 2018 en Young Professional Gebruikers ICT/Telecom 2018. Hieronder de finalisten!

BTG Award Manager ICT/Telecom 2018, in de finale staan:

  • Richard Kamman, Prinses Maxima Centrum voor kinderoncologie;

  • Angelique van Nieuwburg, Artsenfederatie KNMG;

  • John Tomatala, Slachtofferhulp Nederland.

 

BTG Award YP Leveranciers ICT/Telecom 2018, in de finale staan:

  • Ruben Delil, Iamprogrez;

  • Sanne Smit, K&H;

  • Charlotte Molenaar, Goestria.

 

BTG Award YP Gebruikers ICT/Telecom 2018, in de finale staan:

  • Tom van Kooten, ProRail;

  • Shirley Elands, Kadaster;

 

  • Maurice Hartevelt, ABN-AMRO.

 

Column Jan van Alphen over de dialoog Digitale Connectiviteit

Deze column verscheen op 5 juni op CloudWorks.nu.

Op uitnodiging van de Staatsecretaris van Economische Zaken en Klimaat (EZK) nam BTG-voorzitter, Eric Reij onlangs deel aan een ronde tafeldialoog met diverse CEO’s vanuit de overheid en ICT-telecommunicatiebranche over digitale connectiviteit. Hiermee geeft EZK een vervolg aan de diverse eerdere dialogen die in het najaar 2017 zijn gevoerd en de overheid consultatie die hieruit voortvloeide (https://www.internetconsultatie.nl/connectiviteitsplan). Als branchevertegenwoordiger namens de groot en midden zakelijke gebruikers heeft BTG gedurende het hele traject geparticipeerd in deze beleidsdiscussie. In internationaal verband zijn de gebruikersbelangen vanuit INTUG tevens ingebracht in de door de ITU en OECD/OESO in 2017 over dit thema gehouden internationale conferenties, want ook in internationaal verband is deze discussie zeer actueel.

Aanleiding voor de EZK-discussie is de ambitie om de huidige hoge score van de Nederlandse, vaste en mobiele netwerken in internationaal verband ook in de toekomst state-of-the-art te houden. Deze sterke positie kan echter alleen worden behouden als de randvoorwaarden op orde zijn.

Tijdens de dialoog werd aan de branchevertegenwoordigers een drietal thema’s voorgelegd, die de complexe dilemma’s aan de orde stellen. Dit in relatie tot de mate waarin de rijksoverheid, regionale en lokale overheden regulerend in hun randvoorwaarden moeten zijn. Nationale en internationale beleidharmonisatie is benodigd. De borging van de autonomie en ruimte voor zelfregulering en marktwerking van de diverse branches, waaronder de consumenten, vormt een belangrijk democratisch beginsel in relatie tot de borging van de beschikbaarheid, capaciteit en benodigde middelen.

Een tal van hieraan gerelateerde vragen passeerden tijdens de ronde tafeldiscussie dan ook de revue.

Op welke wijze kunnen de benodigde investeringen worden geborgd, de rentabiliteit hiervan en dat vooral in de buitengebieden? Hierbij kwam ook de vraag aan de orde of en in hoeverre de rijksoverheid een dekkingsplicht voor mobiele communicatie zou moeten opleggen. Daarnaast werd ingegaan op de benodigde rollen, taken en mogelijkheden voor de rijksoverheid en lokale overheden bij de versterking van masten, waarbij geen oerwoud mag ontstaan van geplaatste masten en antennes. Deze vraagstelling werd mede belicht in relatie tot de huidige diversiteit in en het tekort aan transparantie in de samenhang van lokale regelgevingen. Dit leidde tot de vraag welke mate aan harmonisering hierbij is benodigd.

Er werd ingegaan op innovatiemogelijkheden die 5G ons biedt, zowel op korte termijn als langere termijn, bijvoorbeeld in relatie tot eHealth en smart cities. De overheid kan hierin onder andere bijdragen door voldoende spectrum beschikbaar te stellen voor de publieke mobiele netwerken, duidelijkheid te scheppen over netneutraliteit, de zorg wegnemen bij omwonenden bij het plaatsen van antennes. Op deze wijze wordt de snelheid erin gehouden met betrekking tot de beschikbaarheid van 5G en kan innovatie worden gestimuleerd.

Tijdens de discussie bleek dat pasklare antwoorden in relatie tot het samenspel van autonomieborging en marktregulering, niet direct voorhanden zijn. Wel werd, in overeenstemming met de INTUG/BTG-visie duidelijk dat de regulerende overheidsinvloed niet verder moet reiken dan is benodigd. In het kader van de stimulering van de alom gewenste versnelling, wendbaarheid, flexibiliteit van de Nederlandse innovatiekracht zal moeten worden gewerkt aan de versterking van het samenspel binnen een transparant kader. In de realisatie hiervan is een belangrijke taak weggelegd voor de rijksoverheid, regionale en lokale overheden en de vertegenwoordigers van de diverse branches die dit mogelijk moeten maken.

Vanuit INTUG en BTG zal dan ook vanuit het zakelijke consumentenperspectief actief worden geparticipeerd in de diverse nationale en internationale discussie en beleidsvormende fora.

Staat van de Ether 2017: ‘Onveilige IoT-apparatuur risico voor samenleving’

Ontwikkel minimumeisen en standaarden voor de digitale veiligheid van het Internet of Things. Daarvoor pleit Agentschap Telecom in De Staat van de Ether 2017 die vandaag is gepubliceerd.

Onveilige apparaten zijn vatbaar voor ongewenste toegang door internetcriminelen en cyberinfecties. Dat kan uiteindelijk leiden tot grootschalige uitval van ICT-netwerken en geautomatiseerde bedrijfsprocessen.

Cybereisen voor IoT-apparaten

Directeur-hoofdinspecteur Peter Spijkerman: “Agentschap Telecom pleit voor de standaardisatie van cybereisen waaraan IoT-apparatuur minimaal moet voldoen. Het systeem van productregulering via CE markering dat we in Europa kennen om storing door (radio)apparatuur te voorkomen heeft zich bewezen. Uitbreiden van dit stelsel met cybereisen is een snelle en effectieve oplossing om IoT-apparatuur veiliger te maken.”

Dreiging neemt toe

Het aantal kwetsbare apparaten dat verbonden wordt met internet groeit. Van slimme thermostaten tot beveiligingscamera’s en van koelkasten tot smart-horloges en speelgoed: het Internet of Things ontstaat. Door deze toename neemt ook de cyberdreiging toe, zegt Agentschap Telecom.

Voorlichting en security by design

In afwachting van wetgeving voor de cyberveiligheid van apparatuur kan niet worden stilgezeten, vinft het Agentschap. Voorlichting kan gebruikers van apparaten zich meer bewust maken van het belang van veilige apparatuur. “Ook kan de industrie meer zelf verantwoordelijkheid nemen door cyberveiligheid in acht te nemen bij het ontwerpen van producten.”

Keijzer komt met mogelijke oplossingen voor gebruik 3,5 GHz-spectrum

Mona Keijzer, Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, komt in een Kamerbrief met mogelijke oplossingen om het 3,5GHz-spectrum in Nederland toch mogelijk te maken.

De inzet van nieuwe mogelijkheden om data te onderscheppen door inlichtingendiensten, technologie zoals MiMo en LSA en het heroverwegen van het belang van 3,5 GHz-spectrum voor inlichtingendoeleinden spelen hierbij een rol. In de kamerbrief legt Keijzer ze samen met Defensie en Binnenlandse Zaken gezocht heeft naar een oplossing, vooral ten behoeve van nationale veiligheid.

Keijzer beschrijft zes oplossingen:

  • Frequentieseparatie. Oplossingsrichting waarbij een deel van de 3,5 GHz-band (op termijn) mogelijk beschikbaar kan komen gelet op een eventueel afnemend belang van de 3,5 GHz-band voor inlichtingendoeleinden.
  • Introductie van nieuwe interceptieconcepten. Oplossingsrichting waarvoor gekeken wordt in hoeverre het mogelijk is om geavanceerde antennetechnologie en/of geavanceerde signaalanalyse toe te passen, waardoor het effect van stoorsignalen wordt verminderd.
  • De mogelijkheden van verplaatsing van satellietinterceptie in de 3,5 GHz-band naar een andere fysieke locatie.
  • Geografische exclusiezone. Oplossingsrichting waarbij op basis van onderzoek naar het effect van de uitrol van 5G-netwerken op de satellietinterceptie in Burum kan worden bepaald in hoeverre een geografische exclusiezone nodig is om het verlies aan interceptiemogelijkheden te beperken.
  • License Shared Access (LSA)-technologie op basis van meteorologische voorspellingen en inzichten. Met LSA-technologie kunnen verschillende toepassingen gebruik maken van dezelfde frequentieband. Er lijken 1 Kamerstuk 24095, nr.427 Pagina 2 van 2 Directoraat-generaal Energie, Telecom & Mededinging Directie Telecommarkt Ons kenmerk DGETM-TM / 18094360 mogelijkheden te zijn om de geografische exclusiezone en de eventuele beperkingen op het uitgestraalde vermogen daaronder afhankelijk te maken van atmosferische omstandigheden.
  • Inzet van slimme 5G-antennetechnieken. Oplossingsrichting waarbij slimme antennetechnieken binnen de 5G-standaard (antennebundelsturing ook wel MiMo-technologie) wellicht een oplossing kunnen bieden om de geografische exclusiezone te verkleinen.

Enquête TGG over einde ISDN

Telegrootgebruik (TGG) bereidt zich samen met haar klanten voor op de uitfasering van ISDN. Om de dienstverlening van TGG te verbeteren, is rond dit thema een enquête opgezet.

Op woensdag 30 mei heeft Jos Rijpers, ISDN projectleider KPN, op het klant event van TGG een uiteenzetting gegeven over het traject dat KPN heeft neergezet om ISDN te beëindigen en welke uitdagingen hierbij komen kijken. TGG werkt aan een passende oplossing voor al haar klanten. Wilt u ook weten waar u aan toe bent, vul dan hier de enquête in. De resultaten zullen in een volgende nieuwsbrief worden gepubliceerd.

 

Mobiel dataverbruik hard gestegen in Q4 van 2017

Het mobiele dataverbruik in Nederland is explosief gestegen. Volgens Autoriteit Consument & Markt (ACM) is er in het laatste kwartaal van 2017 meer dan 100 miljard MB gebruikt door de Nederlander.

Nooit eerder maakte de Nederlander zo veel data op in een dergelijk tijdsbestek. Nog niet zo lang bieden telecomaanbieders onbeperkt internet aan. Na deze ontwikkeling is het dataverbruik flink gestegen. De 100 miljard MB die verbruikt is in het laatste kwartaal van 2017 is evenveel als het volledige verbruik in 2015. In dat jaar vond ook een forse stijging plaats, namelijk een verdubbeling ten opzichte van het jaar ervoor.

Maar hoeveel is 100 miljard eigenlijk? Het verbruik van 100 miljard MB komt neer op 833 miljoen uur filmpjes kijken op YouTube, het streamen van ruim 38 miljard liedjes via Spotify of 33 miljard keer mobiel inloggen op Facebook.