Auteur: Redactie

Vodafone opent 5G testlab in Düsseldorf

Vodafone Duitsland heeft een 5G Testing Area geopend in Düsseldorf. Deze heeft als doel te onderzoeken of toekomstige devices (smarthphones, tablets en IoT-sensors) compatible zijn met het 5G netwerk van de provider.

Het gaat om een zeer zwaar beveiligde ruimte van ongeveer twintig vierkante meter, uiteraard met een actief 5G-netwerk. De operator gaat het lab ook inzetten voor de ontwikkeling van andere 5G innovaties met partners uit de industrie, wetenschap en politiek.

Niet alleen Vodafone (samen met partner Ericsson) begint met het testen van 5G, ook Deutsche Telekom heeft begin deze maand een testnetwerk opgezet. Dit deed men in de Duitse hoofdstad Berlijn. Hier zijn in een deel van de stad antennes geplaatst. Ook O2, met als thuisbasis München, is hard bezig met 5G-testen. Voor het EK voetbal in 2020, waarbij München een van de speelsteden is, wil O2 zorgen dat het een 5G-stad is.

City of the Future: inwoners zijn de sleutel tot duurzame stad

Deze week wordt in New York het congres Smart Cities 2018 gehouden. Delegatieleider is Ahmed Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam. “Smart Cities gaan om smart people. Die moeten we bij elkaar brengen”, aldus de burgemeester. Bekijk hier de video waarin hij zijn visie geeft.

Burgemeester Aboutaleb geeft in deze video een update van het  Smart Cities seminar in New York waar hij onder meer spreekt met burgemeester De Blasio van New York: “Je krijgt pas een Smart City als je inwoner smart is.”

BTG over Smart Cities

“Ook tijdens het BTG-jaarcongres op 13 juni zal het veel over ‘smart’ gaan”, zegt Eric Reij, voorzitter BTG. “Een belangrijk thema. Ook de Verenigde Naties pakken dit op, met de launch op 22 mei van ‘THE CITIES OF THE FUTURE’ waar BTG haar achterban van op de hoogte zal houden.”

“Onderdeel hiervan is het JoinSmartcity burgerbetrokkenheidsplatform. Dit gaat uit van een nieuwe en innovatieve aanpak om de inwoner te betrekken bij stadsontwikkelingsprocessen: e-participatie, e-overheid, toerisme, besluitvorming, et cetera. Bovendien versterkt het de samenwerking tussen alle belanghebbenden en met name de particuliere sector en de stad”, aldus Eric Reij.

“Het is ontworpen vanuit de wens van de gemeenten om inwoners interactief te kunnen betrekken bij verschillende besluitvormingsprocessen. Het biedt een platform om te communiceren via slimme en gekoppelde oplossingen vanuit de behoeften van de inwoners.”

BTG aanwezig op congres Smart Cities 2018 in New York

Een delegatie van 90 vertegenwoordigers uit Nederland zal deze week het Smart Cities NY 2018-congres bijwonen. Branchevereniging BTG is vertegenwoordigd in de persoon van Olaf Müller, voorzitter BTG Expertgroup Smart City.

De delegatie, geleid door burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb en ambassadeur van Circulaire Economie voor de Metropoolregio Amsterdam Jacqueline Cramer, bestaat uit vertegenwoordigers van de overheid, het bedrijfsleven, wetenschap en gemeenten die Nederland, Aruba, Curaçao en de steden Rotterdam, Eindhoven en Amsterdam vertegenwoordigen.

BTG aanwezig in New York

BTG heeft het thema Smart City omarmd en een plaats gegeven in de BTG Expertgroup Smart City. Olaf Müller, voorzitter van deze BTG-werkgroep, is dan ook namens de branchevereniging aanwezig op het congres in New York. Petra Claessen, Managing Director & New Business bij BTG: “Als branchevereniging is het onze ambitie om steden slimmer te maken. Dat doen we samen met gemeenten in Nederland die al gestart zijn met een Smart City-concept. Vanuit BTG hebben we dit thema ook geadopteerd omdat een groot aantal van onze leden de gemeenten  in Nederland vertegenwoordigen binnen BTG. Onze vereniging brengt vraag en aanbod bij elkaar en empowered zo samen krachten. Vanuit onze regionale aanpak waarbij BTG naar de gemeenten toekomt, willen we ‘best practices’ met elkaar delen en deskundigheid en kennis bij elkaar brengen.  BTG vormt een brugfunctie in de markt tussen partijen, faciliteert initiatieven en lost samen met haar leden en partners marktimperfecties op.”

Nederlandse bijdragen op congres

Tijdens het congres Smart Cities NY 2018 worden de vorderingen die in Nederland plaatsvinden op Smart City-gebied belicht door Nederlandse experts. Hierbij ligt de nadruk op slimme en groene mobiliteit, sectoroverschrijdende Smart Cities, circulair bouwen en de overheid. Een paar hoogtepunten van de Nederlandse deelname:

*Op 9 mei neemt burgemeester Aboutaleb deel aan een keynote panel-discussie over veerkracht: ‘Overleven + bloeien: een gesprek met wereldburgers over veerkracht’.

*Op 9 mei spreekt Jacqueline Cramer, voormalig minister van VROM en Ambassadeur van Circulaire Economie voor de Metropoolregio Amsterdam, in de sessie ‘Circulaire Economie: Closing the Loop’.

*Op 10 mei treedt Ger Baron, CTO voor de stad Amsterdam, op als panellid bij ‘De supermogendheid van wereldwijde samenwerking voor stedelijke transformatie’.

*Op 10 mei neemt Coen van Oostrom, oprichter en CEO van OVG Real Estate, deel aan de paneldiscussie ‘Building and Design 21st century’.

Daarnaast is er een Holland Paviljoen en wordt een breed scala aan ondersteunende sessies georganiseerd voor deelnemers uit Nederland, waaronder workshops over de toekomst van slimme steden, over de ontwikkeling van circulaire stadsinzichten voor de toekomst te ontwikkelen en over zakendoen in het tech-ecosysteem van New York.

Huawei en TU Delft werken samen in 5G en High Performace Computing

Huawei heeft een Memorandum of Understanding (MoU) getekend met het Institute for Computational Science and Engineering (DCSE) van de TU Delft. Binnen het partnerschap zal Huawei DCSE helpen bij de digitale transformatie door het leveren en implementeren van ICT-infrastructuur voor High Performance Computing (HPC).

Daarnaast zullen de partijen samenwerken aan onderzoek naar praktische toepassingen gericht op 5G-technologie. Als onderdeel van de samenwerking streven Huawei en de universiteit ernaar de digitale vaardigheden van de DCSE-studenten te verbeteren door middel van gezamenlijke inspanningen in onderzoeksprojecten, studiereizen en stages, waardoor de studenten de ICT-vaardigheden onder de knie krijgen via universitair onderwijs en praktische ervaring bij Huawei.

Volgende fase
Het doel is om studenten uit eerste hand ervaring uit de ICT-industrie te bieden, zodat studenten hun loopbaan beter kunnen evalueren en gemakkelijker hoogwaardige banen in de ICT-sector kunnen vinden.

TU Delft en Huawei hebben reeds samengewerkt op het gebied van geavanceerde telecommunicatietechnologieën, en via deze overeenkomst willen beide partijen ook de samenwerking in HPC en onderzoek versterken. Het partnerschap is een volgende fase en zou een eerste stap moeten zijn naar een meer structurele samenwerking tussen Huawei en de universiteit.

Ook samenwerking met KPN
De TU Delft sloot eind vorige maand ook een soortgelijke onderzoekssamenwerking met KPN. Het project is gericht op gericht op de ontwikkelingen van 5G, blockchain en kunstmatige intelligentie. De samenwerking kreeg als naam NExTWORKx. In de eerste fase worden er zes promotieonderzoekers (PhD’s) aangesteld, die de helft van de tijd aan de TU werken en de andere helft bij KPN.

Beeld: Tudelft.nl

 

John van Vianen, VodafoneZiggo: ‘Een ding is maar een ding, tot het mensen helpt’

Bij de term Internet of Things denken velen aan het draadloos verbinden van apparaten, sensoren, computers en systemen. John van Vianen, directeur Zakelijke Markt bij VodafoneZiggo, niet. “Ik denk juist aan mensen.” Lees hier zijn visie op IoT.

‘Internet of Things’. Velen zullen bij het horen van die term vooral denken aan het draadloos verbinden van apparaten, sensoren, computers en systemen. Ik niet. Ik denk juist aan mensen. Ik zie meteen voor me welke oplossingen ons dagelijks leven makkelijker maken. En ik ben blij dat VodafoneZiggo daarin elke dag weer het verschil kan maken, voor ondernemers, bedrijven en hun klanten.

Patiënten die op elk moment van de dag virtueel contact kunnen hebben met de verpleger. Een boer en een veearts die precies weten wanneer ze naar de stal moeten gaan om een kalfje ter wereld te brengen. Stadsgenoten die zich veiliger voelen door straatlantaarns die reageren op beweging. Een student die zijn gestolen fiets weer terugvindt via zijn mobiel. Stuk voor stuk situaties die het gebruik van IoT mogelijk maakt. Want een sensor op zich is slechts een nietszeggend stukje hardware. Een ding is maar een ding, totdat het mensen helpt. Zodra er een visie achter zit, krijgt zulke techniek opeens een doel.

Visie hebben we, doeltreffend werken we. Vodafone is als mobiele provider al ruim twintig jaar voorloper op het gebied van Internet of Things. In 2017 sloten we wereldwijd de 50 miljoenste connectie tussen apparaten via ons netwerk. In 2018 staat de teller vooralsnog op 66,5 miljoen. Er komen elke twee weken één miljoen verbindingen bij. Een groot gedeelte van deze groei (14,4 miljoen) komt uit het verbinden van voertuigen. Dat is logisch, want acht bedrijven uit de top tien van autofabrikanten zijn klant bij ons. Met zulke scores mogen we ons al jaren wereldwijd marktleider IoT noemen.

Sinds 2017 biedt Vodafone een landelijk dekkend netwerk aan dat veel nieuwe toepassingen van IoT mogelijk maakt. Via dit NB-IoT-netwerk helpen we klanten hun business te optimaliseren of te transformeren met behulp van moderne techniek. Het bewaken van dijken, het waarschuwen voor aardbevingen en het controleren van koffers op luchthaven Schiphol verlopen door deze techniek al efficiënter dan ooit.

Inmiddels hebben we ons palet ook uitgebreid met LTE-M-technologie, die meer bandbreedte biedt en tevens gesproken boodschappen kan overbrengen. In onze eerste pilot werken we samen met fietsfabrikant Sparta om de vertrouwde tweewieler een stuk slimmer te maken. Dit zorgt voor extra gebruiksgemak maar creëert ook volledig nieuwe businessmodellen rondom de ‘smart bike’. Denk hierbij aan een gepersonaliseerde verzekeringspolis, proactief onderhoud of concepten voor het delen van fietsen.

Deze mooie technieken maken ons aanbod compleet: voor elke behoefte hebben wij een oplossing die meer bedrijvigheid en efficiëntie oplevert. Ik ben er trots op dat we ondernemers hiermee een flinke stap vooruit kunnen helpen. Zo zijn wij de IoT- specialist voor slimme steden, zorg en mobiliteit. Grote namen als Philips, TomTom en BMW kiezen voor onze expertise. Ook op maatschappelijk vlak reiken we de helpende hand. Het project ‘No Isolation’ laat bijvoorbeeld langdurig zieke kinderen via robots contact houden met klasgenoten en vriendjes. Zo kunnen we voor steeds meer mensen het leven een stuk aangenamer maken.

Ik ben trots op de stappen die we samen met onze klanten zetten. Die wisselwerking tussen mensen geeft me volop vertrouwen in de toekomst. The future is exciting. Ready?

John van Vianen, Directeur Zakelijke Markt

Gebrek aan ICT-personeel: Philips-topman luidt noodklok

Hans de Jong, president Philips Nederland, luidt vandaag in het AD de noodklok: de regering moet snel meer investeren in onderwijs en digitalisering om het groeiend tekort aan ICT-personeel op te vangen. Branchevereniging BTG onderstreept deze visie.

Volgens Hans de Jong zien de meeste Nederlanders het tekort aan technici louter als probleem van grote bedrijven en de industrie. “Het tegendeel is waar: er is een digitale revolutie gaande die de gehele maatschappij onderste boven zet”, zegt hij in het AD. Voortschrijdende automatisering, kunstmatige intelligentie en data-wetenschap dringen juist door in de zorg, onderwijs, de typische alfadomeinen, zegt De Jong, die ook bestuurslid is van werkgeversclub VNO-NCW en technische brancheclub FME.

Het  tekort aan technici wordt komende jaren nog veel nijpender, waarschuwt De Jong. Nu al zijn in de technische industrie 120.000 werknemers extra nodig tot 2030. “Een sterk onderschatte trend is dat álle organisaties naarstig naar technici, ICT'ers en bètageschoolden zoeken.” Het Kabinet moet daarom dringend extra geld beschikbaar stellen voor technische universiteiten, vindt de Philips-topman.

Reactie BTG

“BTG is het volledig eens met Hans de Jong”, laat Petra Claessen, Managing Director & New Business BTG, in een verklaring weten. “Nederland heeft een voorhoedepositie in digitalisering te verliezen. Daarom moet de doorstroom van studenten en jong talent in ICT geborgd worden.”

Branchevereniging BTG krijgt al langer vanuit haar achterban het signaal dat de doorstroom van ICT-opleiding naar bedrijfsleven niet vlekkeloos verloopt en heeft hier actie op ondernomen. Allereerst door het in het leven roepen van het programma ‘Green meets Grey’, waarbij de vereniging zorgt voor verbinding tussen studenten, Young Professionals en Startups enerzijds en ervaren ICT-managers en CIO’s van grote organisaties anderzijds. Daarnaast start BTG dit jaar het Kennisinstituut.

Petra Claessen: “Het BTG Kennisinstituut is een community, een platform waar ICT- en Telecom-professionals terechtkunnen om kennis te halen, te brengen maar ook om vast te leggen wat je kennis is op ICT-vlak. Daarvoor start BTG een register waarin professionals zich na certificering kunnen laten opnemen op een van de vijf kennisniveaus: Executive, Senior Manager, Manager, Young Professional en Student.” Uiteindelijk zorgen de bijeenkomsten, trainingen en round tables van BTG voor het borgen en uitbouwen van de kennis van BTG-leden. “Ook werkt BTG hierin samen met de diverse Young Professionals Academy’s van onze aangesloten Leden en Partners. Dat is een onderdeel van de gidsfunctie van BTG: kennis & kunde vergaren en kennis & kunde delen.”

lees hier het interview met Hans de Jong in het AD

BTG steunt Familiehuis Daniel den Hoed

Branchevereniging BTG heeft Familiehuis Daniel den Hoed gekozen tot het goede doel van 2018. Tijdens het BTG Business Event 2018 op 13 juni in Huis ter Duin wordt het Familiehuis nader voorgesteld en wordt een fund raiser gestart voor dit mooie doel.

In 2018 verhuist de ziekenhuislocatie Daniel den Hoed naar een nieuw Erasmus MC Kanker Instituut in het centrum van Rotterdam. Om de nabijheid te kunnen blijven bieden aan familie en patiënten wordt er op zwaaiafstand van het Erasmus MC, aan de overkant van de ‘s-Gravendijkwal, een nieuw en groter Familiehuis gebouwd. Een huis dat over enkele jaren aan ruim tweemaal zoveel gasten logeergelegenheid dichtbij het ziekenhuis biedt. Tot 2020 die tijd blijft het huidige Familiehuis open op de huidige plek aan de Groene Hilledijk waar gasten nog steeds kunnen verblijven op een huiselijke en betaalbare plek, al is het dan tijdelijk niet op 'zwaaiafstand' van het ziekenhuis.

Niet Zonder Jou

Een nieuw te bouwen Familiehuis kost veel geld. Naast het gespaarde vermogen en een toegezegde gift van de Roparun is er nog veel geld nodig om het huis te kunnen bouwen. Daarom heeft het Familiehuis een fondsenwervende campagne opgezet onder de naam 'Niet Zonder Jou'. Branchevereniging BTGB bouwt mee en draagt daarmee haar steentje bij om kankerpatiënten en hun familie ook in de komende 25 jaar dichtbij elkaar te laten zijn. Klik hier door naar de campagnewebsite www.nietzonderjou.nl.

Tele2 introduceert Wi-Fi bellen voor betere mobiele indoordekking

In navolging van Vodafone en KPN is het nu ook voor klanten van Tele2 mogelijk om te bellen via Wi-Fi netwerken. Dit om de indoordekking te verbeteren.

Onafhankelijk onderzoek bevestigt keer op keer dat Nederland beschikt over de beste mobiele 4G-netwerken ter wereld. Alle Nederlandse netwerk operators scoren bijna maximaal als het om de dekking gaat.

Toch kan soms het mobiele bereik wegvallen door bijvoorbeeld dikke betonnen muren op kantoor of thuis. Zulke muren blokkeren het signaal. Ook zorgt de steeds betere isolatie in huis en op kantoor dat het mobiele bereik binnen wordt beperkt.

Om ervoor te zorgen dat je zowel onderweg als binnen goed bereikbaar bent, introduceert Tele2 daarom in Nederland Voice over Wifi: bellen via wifi. Hierbij gebruikt je telefoon het wifi-netwerk dat binnen beschikbaar is als versterker om verbinding met het Tele2-netwerk te maken, zodat je goed bereikbaar blijft.

Wifi bellen is een goede oplossing als je binnen een slechte dekking hebt. Je belt gewoon uit je bundel en betaalt dus niets extra (er wordt ook geen datagebruik in rekening gebracht). Je moet alleen een voor wifi bellen geschikt toestel hebben met de laatste software, en je moet wifi bellen inschakelen. Tele2 wifi bellen is er voor zowel consumenten als zakelijke klanten.

‘Gezondheidszorg in 2030 grotendeels digitaal’

Binnen tien jaar kan een medische controle vooral bestaan uit interacties met sensoren, camera’s en robotscanners, in plaats van uit contact met dokters of verplegers. Uit nieuw onderzoek van Aruba, een onderneming van Hewlett Packard Enterprise blijkt dat veel zorgorganisaties hun diensten gaan herbouwen rondom IoT.

Het rapport ‘Building the Hospital of 2030’ is gebaseerd op interviews met leiders in de zorgsector en futurologen. Het onderzoek verklaart de waarschijnlijkheid en noodzaak van slimmere werkplekken op basis van mobiele-, cloud- en IoT-technologieën. Verder geeft het rapport een beeld van de verschillende manieren waarop de patiëntervaring en de klinische zorg zullen verbeteren.

Het onderzoek onderscheidt vijf belangrijke voorspellingen voor de transformatie in de gezondheidszorg tot 2030:

1. Zelfdiagnose door patiënten
Met op app gebaseerde en draagbare tools om de gezondheid te monitoren en ook zelf scans te doen, kunnen patiënten diverse waarden thuis vaststellen. Dit alles zonder de noodzaak om een praktijk of ziekenhuis te bezoeken.

2. Het geautomatiseerde ziekenhuis
De intake biedt imaging-technologieën die de hartslag, temperatuur en ademhalingsfrequentie van patiënten vanaf de binnenkomst analyseren. Aansluitend kunnen sensoren bloeddruk en ECG binnen 10 seconden meten. Op die manier is een automatische beoordeling of zelfs diagnose direct mogelijk.

3. Extra tijd voor zorgprofessionals
Dokters en verpleegkundigen besteden momenteel tot 70 procent van hun tijd aan administratieve taken. Via hun mobiele apparatuur kunnen zij scans en patiëntgegevens veel sneller analyseren, waardoor ze veel meer tijd aan directe patiëntenzorg kunnen besteden.

4. Digitale dataopslag
Apparatuur integreert automatisch met digitale patiëntgegevens en verwerkt updates op basis van de actuele status en behandeling. Zo beschikken zorgmedewerkers over rijkere, real-time en toegankelijke data en kunnen ze beter gefundeerde beslissingen nemen.

5. Acceptatie van AI
De rol van kunstmatige intelligentie (AI) bij diagnoses en behandelingen groeit snel en de toenemende publieke acceptatie zal er snel toe leiden dat patiënten ook diagnoses door machines zullen accepteren. Mits de ontwikkeling en implementatie van deze diensten de patiënt centraal stelt, de voordelen goed uitgelegd worden en er toestemming gevraagd is.

Dr. Hugh Montgomery, UCL Professor, zegt over de verbeteringen die AI de medische zorg kan bieden: “Binnen tien jaar kunnen we zo’n 50.000 bloed proteïnen uit één druppel bloed analyseren en veel sneller of zelfs automatisch diagnoses stellen. Dat is echt een radicale verbetering. Momenteel kom ik niet verder dan 30 variabelen uit een druppel bloed.” Over selfservice zorg door de patiënten zegt Digital Health futuroloog Maneesh Juneja: “Stel dat je binnen nu en tien jaar de diagnose diabetes of hoge bloeddruk krijgt. In dat geval kan een belangrijk deel van het monitoren van medicijngebruik gedaan worden zonder veel fysieke controles. Je data is real-time te volgen en afwijkingen van het aanbevolen dieet of behandelplan zijn direct duidelijk. Je krijgt in dat geval een digitaal signaal via je smartwatch of augemented reality bril.”

Deze ontwikkelingen zijn volgens het onderzoek zeker geen sciencefiction en kunnen zelfs een sleutelrol spelen bij betere zorg voor de vergrijzende bevolking. Volgens cijfers van de VN is het aantal 60-plussers in 2030 opgelopen tot 56 procent. Dit versterkt de behoefte aan efficiëntere gezondheidszorg.

Onderzoek: aantal bedrijven dat geen back-up maakt blijft hoog

Uit onderzoek van Ontrack dat is gehouden onder 350 klanten, blijkt dat veel mensen nog steeds geen back-up maken. Eén derde van de deelnemers gaf aan dat ze geen back-up hadden op het moment dat data verloren gingen.

Vergeleken met de vorige onderzoeken van Ontrack blijft het aantal mensen dat geen back-ups maakt hoog, al wordt het aantal de laatste jaren wel iets minder. In 2013 lag het aandeel van de deelnemers dat geen back-up had op het moment dat gegevens verloren gingen op 37%, in 2015 was dit 39% en vorig jaar was dit aantal gekrompen tot 33%. Als voornaamste reden voor het niet hebben van een back-up wordt aangevoerd dat men geen tijd had te zoeken naar een geschikte back-upoplossing en die dan ook te beheren. 58% van de deelnemers maakte wel gebruik van back-ups waarvan 23% dagelijks, 20% wekelijks, 12% maandelijks en slechts 3% deed dit één keer per jaar. Betreft het soort back-up is een volledige back-up de favoriet: 42% van de wereldwijde gebruikers gebruikt deze variant, gevolgd door de incrementele back-up met 25% en de differentiële back-up met ongeveer 15%.

Ondanks al deze voorzorgsmaatregelen is er vaak nog sprake van ernstig dataverlies: van de deelnemers die in 2017 dataverlies leden was slechts 43% in staat om 75-100 % van de data met behulp van een back-up te herstellen. 11% kon slechts 40-75% van zijn bestanden terughalen. De overige ondervraagden verloren het merendeel van hun data of zelfs al hun data. In 2016 waren de resultaten als volgt: 66% kon 75-100% van zijn bestanden terughalen en 11% kon 40-75% van zijn data redden. Uit het onderzoek van dit jaar blijkt dat slechts 27% zijn back-up wekelijks test, terwijl 32% dit slechts één keer per maand doet. De overige deelnemers testen hun back-up slechts één keer per jaar of nooit. In 2016 testte slechts 24% zijn back-up elke week, 34% minstens één keer per maand, 13% ieder jaar en bijna 24% helemaal nooit.

“Bij dataverlies is het belangrijk dat de periode tussen de laatste back-up en het tijdstip van het incident zo kort mogelijk is. De juiste balans vinden tussen dataopslageisen, kosten en het up-to-date houden van de back-up is daarom cruciaal”, aldus Jaap-Jan Visser, Country Manager van Ontrack Nederland. “Het is niet genoeg één keer een back-upsysteem te installeren en erop te vertrouwen dat alles voor 100% blijft werken. Integendeel, je moet de werking van de back-ups en het back-upsysteem blijven controleren, eventuele fouten kunnen herkennen en deze ook kunnen corrigeren. Daarnaast zouden bedrijven ook meer moeten doen om hun medewerkers voor te lichten over de waarde van hun data.”