Categorie: Business & Trends

Maakt deel uit van het programma

Gartner benoemt vijf toptrends voor emerging technologies

Gartner signaleert in in haar zojuist verschenen hypecycle voor opkomende technologieën vijf belangrijke trends: detectie en mobiliteit, augmented human, postklassieke automatisering- en communicatie, digitale ecosystemen en geavanceerde AI en analytics.

De 2019 Hype Cycle belicht 29 opkomende technologieën met een aanzienlijke impact op het bedrijfsleven, de samenleving en de mensen in de komende vijf tot tien jaar", aldus Brian Burke, Research Vice President, Gartner. "Innovatie in technologie is de sleutel tot concurrentiedifferentiatie en transformeert veel industrieën."

Detectie en mobiliteit
Naarmate sensoren en AI evolueren, zal ook het situationele bewustzijn van autonome robots toenemen. Dit betekent dat opkomende technologieën zoals drones voor het leveren van lichte vracht (zowel vliegend als op wielen) beter in staat zijn om in de zelfstandig te navigeren. Deze technologie wordt momenteel belemmerd door voorschriften, maar de functionaliteit ervan blijft zich ontwikkelen.
Deze trend is voorzien van technologieën met in toenemende mate ingeschakelde mobiliteit en de mogelijkheid om objecten rondom hen te manipuleren, waaronder 3D-detectiecamera's en meer geavanceerd autonoom rijden. Naarmate de sensortechnologie zich verder ontwikkelt, zal het meer geavanceerde technologieën ondersteunen, zoals het Internet of Things (IoT). Deze sensoren verzamelen ook veel gegevens, wat kan leiden tot inzichten die toepasbaar zijn in verschillende scenario's en industrieën. Andere technologieën in deze trend zijn: AR-cloud, autonome auto’s (niveau 4 en 5) en vliegende autonome voertuigen.

Augmented human
Augmented human technologieën verbeteren zowel de cognitieve als fysieke delen van het menselijk lichaam door technologieën zoals biochips en emotie-AI op te nemen. Sommigen zullen "bovenmenselijke mogelijkheden" bieden - bijvoorbeeld een prothetische arm die de sterkte van een menselijke arm overschrijdt - terwijl anderen een robotachtige huid zullen creëren die net zo gevoelig is voor aanraking als de menselijke huid. Deze technologieën zullen uiteindelijk ook een meer naadloze ervaring bieden die de gezondheid, intelligentie en kracht van mensen verbetert.
Andere technologieën in deze trend zijn: personificatie, augmented intelligence, interactieve werkruimte en biotech (gekweekt of kunstmatig weefsel.)

Postklassieke ICT
Sommige technologieën binnen de postklassieke ICT zijn totaal nieuwe architecturen, terwijl andere kleine maar impactvolle wijzigingen zijn in bestaande ontwerpen. Dit is een verandering ten opzichte van de traditionele doorgroei naar een volwassen systeem, die voornamelijk betrekking had op verbeteringen aan traditionele architecturen die resulteerden in snellere CPU's, meer geheugen en een toenemende output.
Zogenaamde Low-earth-orbit (LEO) satellieten werken op veel lagere hoogten, ongeveer 2.000 km of minder, in vergelijking met traditionele geostationaire systemen op ongeveer 35.000 km, waardoor communicatie met lage latentie mogelijk is. Deze systemen bieden wereldwijde breedband- of narrowband-spraak- en datanetwerkdiensten, met name op plaatsen met weinig of geen bestaande dekking.
Andere technologieën in deze trend zijn: next gen geheugen, 3D-printen op nanoschaal en 5G.

Digitale ecosystemen
Technologische verbeteringen veranderen traditionele waardeketens in webachtige digitale ecosystemen die verschillende agenten en entiteiten met elkaar verbinden via digitale platforms in verschillende regio's en industrieën. Digitale ecosystemen worden steeds meer geautomatiseerd. In de toekomst zullen ze ook gedecentraliseerde autonome organisaties (DAO's) omvatten, die onafhankelijk van mensen werken en afhankelijk zijn van slimme contracten. Deze digitale ecosystemen evolueren voortdurend en verbinden zich, wat resulteert in nieuwe producten en kansen.
Andere technologieën in deze trend zijn: DigitalOps, kennisgrafieken, synthetic data en gedecentraliseerd web.

Geavanceerde AI en analytics
Geavanceerde analytics is het autonome of semi-autonome onderzoek van data of content met behulp van geavanceerde tools die verder gaan dan traditionele zakelijke inzichten. Dit is het resultaat van nieuwe vormen van algoritmen en data science die leiden tot nieuwe mogelijkheden, bijvoorbeeld transfer learning, waarbij eerder opgeleide machine learning-modellen worden gebruikt als geavanceerde uitgangspunten voor nieuwe technologie. Geavanceerde analytics maakt diepere inzichten, voorspellingen en aanbevelingen mogelijk.
Andere technologieën in deze trend zijn: Adaptive machine learning, edge AI, edge analytics, explainable AI, AI PaaS, generative adversarial networks (GAN’s) en grafische analytics.

Cisco koopt Cloudcherry voor contactcenter-portfolio

Cisco heeft de intentie uitgesproken om Cloudcherry, leverancier van contactcenter-technologie over te nemen. De developer uit Salt Lake City (Utah) levert technologie om de klantprocessen bij contactcenters te verbeteren. Het gaat om analysesoftware, api's en een tool om het sentiment onder klanten te peilen.

Cloudcherry past in zijn software artificial intelligentie en machine learning toe. De oplossingen zijn zowel in de cloud als lokaal te gebruiken. Volgens het bedrijf kunnen contactcenterbedrijven met de software de zogeheten klantcontactreis beter (lees persoonlijker) in kaart brengen.

Het team van Cloudcherry wordt opgenomen in Cisco’s Contact Center Solutions-divisie. De overname wordt naar verwachting begin 2020 afgerond.
Recent kondigde Cisco ook al de acquisities aan van Voicea (samenwerkingssoftware) en Acacia (dataverwerkingssoftware).

Waarom CloudCherry?
Vasili Triant, Vice President and General Manager Cisco Contact Center: “De afgelopen 20 jaar hebben we wereldwijd toonaangevende contactcentertechnologie geleverd via een uitgebreid partnernetwerk. Met meer dan 3 miljoen agenten in meer dan 30.000 verschillende ondernemingen, zijn wij marktleider op het gebied van contactcentra - nummer één in Noord-Amerika en nummer twee wereldwijd.

Met CloudCherry breiden we ons contactcenterportfolio uit met geavanceerde analyses, uitgebreide customer journey mapping en geavanceerde enquête-mogelijkheden die al onze klanten kunnen gebruiken - of ze nu Webex Contact Center in de cloud gebruiken, of onze gehoste en on-premises oplossingen . En met meer dan 17 geïntegreerde feedbackkanalen, kan CloudCherry ons helpen de agent- en werknemerservaring ook beter te begrijpen en te verrijken!
CloudCherry's voorspellende analyse en reisgerichte oplossing helpt bedrijven de correlaties te begrijpen tussen verschillende factoren die de klantervaring beïnvloeden. Voorspellende analyses helpen agenten in realtime reiswijzigingen aan te brengen, zoals up- en cross-selling en het mogelijk maken van kortingen of kortingsbonnen om te voldoen aan de behoeften van de klant tijdens de interactie, om de resolutie van het eerste contact en klantgeluk te verbeteren.

Bovendien is het open API-platform van CloudCherry een aanvulling op onze open en flexibele cloudarchitectuurbenadering, door te vereenvoudigen hoe klantgegevens worden opgenomen uit registratiesystemen, transactiegegevens en andere gegevensbronnen - allemaal in realtime. Dit stelt onze klanten in staat om hun investeringen in bedrijfstechnologie volledig te benutten, terwijl contactcentermedewerkers de feedbacklus kunnen sluiten en de loyaliteit en tevredenheid van klanten kunnen verbeteren.”

Havenbedrijf Rotterdam verzelfstandigt scheepvaart-app

Havenbedrijf Rotterdam lanceert PortXchange, een nieuw bedrijf om de zelf ontwikkelde digitale scheepvaart-app Pronto beschikbaar te stellen aan havens wereldwijd. De lancering van PortXchange biedt een platform voor het aangaan van nieuwe strategische partnerschappen met havens, rederijen en terminals, die erop gericht zijn slimme digitale oplossingen zoals Pronto in havens overal ter wereld te implementeren. Dit draagt vervolgens bij aan de ambitie om van de Rotterdamse haven de slimste ter wereld te maken.

PortXchange is erop gericht de efficiëntie van havenaanlopen te vergroten en klanten te helpen hun uitstoot – zowel in de haven als tussen havens – te verminderen. Om dit te bewerkstelligen biedt het bedrijf Pronto: een gemeenschappelijk platform dat kan worden gebruikt door rederijen, agenten, terminals, havenautoriteiten en andere (nautische) dienstverleners en dat hen in staat stelt alle activiteiten tijdens een havenaanloop op basis van de uitwisseling van gestandaardiseerde gegevens optimaal te plannen, uit te voeren en te volgen. Daarnaast maakt Pronto "just-in-time"-aankomsten mogelijk, wat koolstofemissies helpt verminderen. Inmiddels wordt Pronto al door meer dan 50 procent van de terminals in de Rotterdamse haven gebruikt.
Partnerships
De eerste PortXchange-partnerschappen zijn al ondertekend – met de rederijen Shell Shipping & Maritime en A.P. Moller-Maersk. Allard Castelein, president-directeur van Havenbedrijf Rotterdam:: “Pronto zal nog vóór het eind van het jaar worden geïmplementeerd in havens in Europa en de VS. De ambitie voor de komende jaren is Pronto beschikbaar te stellen aan diverse havens wereldwijd.”
PortXchange BV is opgezet om het Pronto-platform en de bijbehorende applicatie beschikbaar te stellen aan havens over de hele wereld. De oprichting van een afzonderlijk bedrijf maakt partnerschappen met uiteenlopende mondiale spelers mogelijk. Samen met de strategische partners Shell International Trading and Shipping Company Limited (“Shell”) en A.P. Moller-Maersk zal PortXchange Pronto om te beginnen in verschillende havens buiten Nederland testen.

PortXchange
Om Pronto succesvol te kunnen invoeren in andere havens is het van cruciaal belang dat er vertrouwen bestaat tussen de partijen die moeten zorgen voor de vrije uitwisseling van gegevens. Door een afzonderlijk bedrijf op te zetten voorziet Havenbedrijf Rotterdam in een onpartijdige en onafhankelijke oplossing en kan het de samenwerking tussen alle partijen verbeteren.
Een verbonden haven
Doordat het Havenbedrijf Rotterdam het voortouw neemt bij de digitale transformatie is het in staat efficiënter en betrouwbaarder te worden en daardoor ook concurrerender. “Door onze applicatie beschikbaar te stellen aan havens over de hele wereld kunnen we het potentieel van digitale oplossingen optimaliseren ten behoeve van de maritieme gemeenschap. Hoe meer havens gebruikmaken van slimme oplossingen, hoe waardevoller ze worden. De oprichting van een afzonderlijk bedrijf voor de wereldwijde uitrol van Pronto is een heel goed voorbeeld van deze benadering,” zegt Allard Castelein, president-directeur van Havenbedrijf Rotterdam.

Partnerschappen
Partnerschappen met belangrijke internationale spelers zoals Shell en Maersk zijn van cruciaal belang om van Pronto een wereldwijd succes te maken.”
Grahaeme Henderson, vicepresident van Shell Shipping & Maritime: “We zijn op weg naar een mondiale, end-to-end digitaal verbonden bedrijfsomgeving voor de scheepvaart, zoals we die ook zien in de luchtvaart. Bij Shell, bijvoorbeeld, kunnen we met ons onshore digitale centrum vanaf ieder schip dat we beheren realtime 500 gegevenspunten analyseren.
We voorzien mogelijkheden om deze werkzaamheden door middel van partnerschappen binnen Pronto uit te breiden met het oog op optimalisering van de havenactiviteiten. Onze tests wijzen tot dusverre op de grote voordelen in termen van hogere efficiëntie, lagere brandstof- en bedrijfskosten en lagere emissies.”
Kent Stig Hagbarth – hoofd Operations Execution Maersk: “We zien dat er bij havendeelnemers een grote behoefte is aan betere samenwerking, communicatie en single data usage om vaarbewegingen en havenaanlopen te optimaliseren, en we zien daar ook mogelijkheden toe. Het doel van het Pronto-platform, namelijk "just-in-time"-aankomsten mogelijk te maken en het verblijf van onze schepen in de haven te optimaliseren, stelt ons niet alleen in staat om de planning betrouwbaarder te maken ten behoeve van onze klanten maar ook om onze doelstelling voor het terugdringen van onze CO2-emissies te bereiken.”

Over PortXchange
PortXchange heeft als doel wereldwijd meer efficiëntie in havenaanlopen te realiseren en klanten te helpen hun CO2-uitstoot te verkleinen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van Pronto: een gezamenlijk platform voor rederijen, agenten, terminals en andere dienstverleners waarmee zij alle activiteiten tijdens een port call optimaal kunnen plannen, uitvoeren en monitoren op basis van gestandaardiseerde data-uitwisseling.

Chipmaker Broadcom koopt enterprise security tak Symantec voor 10 miljard

Broadcom koopt de Enterprise Security Business van Symantec. De chipmaker betaalt 10,7 miljard dollar voor de divisie van de beveiliger. Een maand geleden leek de deal af te ketsen, toen lag de vraagprijs nog rond de 15 miljard dollar.

Een overname van Symantec laat volgens analisten zien dat de chipmaker zijn geld inzet op softwarebedrijven.Bovendien krijgt de onderneming zo toegang tot een grote groep zakelijke eindgebruikers.

Een opmerkelijke overname van Broadcom vorig jaar was die van softwarebedrijf CA Technologies voor 19 miljard dollar, nadat een overname van concurrent Qualcomm mislukte.
Eerder nam concurrent Intel securitybedrijf McAfee over voor 7.68 miljard dollar . Doel was toen om de security te embedden in de Intel-chips. Maar Broadcom heeft (nog) niet aangegeven dat ook te gaan doen. Waardoor veel analisten de overname niet helemaal kunnen duiden
Symantec is een pionier op het gebied van antivirussoftware zoals Norton AntiVirus, maar zoekt de afgelopen jaren naar een nieuwe koers. Het bedrijf versleet een reeks topbestuurders en deed voor miljarden aan overnames, onder meer van beveiligingsbedrijf Blue Coat Systems. In mei moest Symantec zijn verwachte winstmarges bijstellen. Dezelfde dag bood CEO Greg Clark zijn ontslag aan
Broadccom koopt niet de goedlopende consumentendivisie, die verder gaat onder de naam Norton Lifelock.

Dr. ing. Pascal Ravesteijn: Hoe houden we de uitdijende stad bereikbaar?

De stad dijt uit. En als logisch gevolg neemt daar (omheen) ook het verkeer toe. Verstedelijking is een probleem dat regionaal, nationaal en zelfs wereldwijd speelt. Hoe houden we de stad bereikbaar? Het Center of Expertise Smart Sustainable Cities van de Hogeschool Utrecht (HU) heeft hiervoor het programma Smart Urban Mobility ontwikkeld. Lector Pascal Ravesteijn is de kartrekker en vertelt hierover.

De bereikbaarheid van de stad is van groot belang voor bewoners, werknemers en bezoekers. De economische schade van slechte bereikbaarheid is groot en gaat ook ten koste van de leefbaarheid (ecologische schade) in de stad. Het programma Smart Urban Mobility richt zich op systeemverandering, gebaseerd op slimmere, groenere en veiliger vervoersoplossingen. De focus ligt op mobiliteit en logistiek in en rond de provincie en gemeente Utrecht. Met de groei van de regio Utrecht nemen naast bezoekersaantallen, ook het woon-werk verkeer van en naar de stad toe en daarmee de druk op ov-knooppunten en de ringwegen rond de stad. De slechte bereikbaarheid van Utrecht Science park in de spits is hier een typisch voorbeeld van. Samen met andere Utrechtse locaties is het Science park dan ook een living lab waarin verschillende oplossingen worden ontwikkeld en uitgeprobeerd.

De economische schade van slechte bereikbaarheid is groot en gaat ook ten koste van de leefbaarheid

Radicale verandering
Smart Urban Mobility (SUM) heeft een direct verband met slim, groen en geïntegreerd vervoer. Alleen een radicale verandering van het vervoerssysteem kan voorzien in de groeiende behoefte aan mobiliteit en goederenvervoer. Het programma SUM draagt ook bij aan gezondheid, demografische veranderingen en welzijn. Denk daarbij aan kwaliteit van de leefomgeving in de stad, de positieve invloed van lopen en fietsen op de gezondheid en toegang tot mobiliteit voor alle groepen in de samenleving. Ook het gebruik van de opslagcapaciteit van elektrische voertuigen als buffer voor het elektriciteitsnet en het overstappen naar hernieuwbare energiebronnen zijn allemaal voorbeelden die een bijdrage leveren aan veilige, schone en efficiënte energie.

Mobility as a service
De HU werkt samen met bedrijven die producten en diensten ontwikkelen die beter gebruik van bestaande en nieuwe vervoersystemen mogelijk maken. Denk daarbij aan mobility as a service (MaaS) waarbij slim gebruik wordt gemaakt van combinaties van openbaar vervoer, (elektrische) fiets, car-sharing, slim gebruik van de privé-auto en lopen, waarbij het perspectief van de gebruiker het belangrijkste uitgangspunt is. Essentieel bij de ontwikkeling van MaaS-concepten is het gebruik van data uit verschillende bronnen van meerdere partijen. Zoals verkeersdata van ANWB en RWS in combinatie met data van commerciële bedrijven als Uber en TomTom, aangevuld met bevolkingsdata van provincie en gemeenten en informatie over het milieu zoals luchtkwaliteit. Nu is het vaak zo dat de benodigde data wel aanwezig is, maar dusdanig verspreid over verschillende systemen, in verschillende formats en bij verschillende eigenaren, dat het praktisch onmogelijk is om alle benodigde data bij elkaar te krijgen. Zelfs al zou alle data beschikbaar zijn dan nog is het een enorme uitdaging om deze geschikt te maken voor analyses en het ontwikkelen van innovatieve MaaS-concepten.

Digitalisering & betere ontsluiting
Vanuit het Center of Expertise Smart Sustainable Cities werken naar bedrijven, ook studenten in interdisciplinaire teams aan complexe praktijkopdrachten omtrent Smart Mobility. Ook wordt er samengewerkt met het Blockchainlab en Big Datalab. Een mooi voorbeeld van zo’n complexe praktijkopdracht is een challenge die de Economic Board Utrecht en HU samen met Rijkswaterstaat en Sweco organiseren. De insteek: hoe kan digitalisering bijdragen aan een betere ontsluiting van de regio? Klaes Sikkema, domeinmanager SLIM bij de EBU verwacht dat de komende jaren de bouw- en renovatiewerkzaamheden aan de wegen rondom Utrecht tot gemiddeld bijna een uur stilstand per dag gaan leiden. We voelen dus de noodzaak om tot oplossingen te komen met minder verplaatsingen en een betere spreiding.

Buiten de gebaande paden
Sikkema vindt dat we mensen handelingsperspectief moet bieden, gebaseerd op adequate en actuele inzichten. Denk aan multimodale reisplanners die adviseren welke vervoersmiddel op welk moment optimaal is binnen de door jouw gestelde comforteisen. Maar ook aan afspraken in de digitale agenda’s die gecombineerd met modaliteitkeuzes inzicht bieden in de belasting op de verschillende infrastructuren. EBU werkt met de HU samen om studenten uit te dagen om buiten de gebaande paden te treden en met vernieuwende oplossingen te komen die samen met het bedrijfsleven gerealiseerd kunnen worden. In de toekomst hopen we vanuit de HU thematische netwerken te ontwikkelen. En daarnaast ook te faciliteren in onderzoekers, professionals en studenten die kennis delen en creëren op het gebied van Smart Urban Mobility.

Over de auteur
Dr. ing. Pascal Ravesteijn is sinds 2013 lector Procesinnovatie en Informatiesystemen bij de Hogeschool Utrecht. Met praktijkgerichte projecten doet hij onderzoek naar de mogelijkheden van IT, het ontwikkelen van nieuwe business-modellen en het innoveren en optimaliseren van bedrijfsprocessen. Hij spitst zijn onderzoeksactiviteiten toe op innovatie in de logistieke en zorgsector. Daarnaast is hij voor het Center of Expertise Smart Sustainable Cities van de HU trekker van de programmalijn Smart Urban Mobility. Ravesteijn staat op en voor samenwerking. Interesse? Stuur een bericht naar: pascal.ravesteijn@hu.nl

De vier meest opzienbarende 5G pilots

Hoewel de 5G-standaard nog niet formeel is vastgesteld - dat gebeurt pas in november 2020 - wordt er al volop getest met 5G in pilots, fieldlabs en andere initiatieven. Dit zijn op dit moment de vier meest opzienbarende pilots met 5G.

#1: 5Groningen
5Groningen is de oudste, bekendste én grootste 5G-pilot in ons land. In het begin van 2017 gestart, mede om de regio een economische impuls te geven. Zowel de Economic Board Groningen als de EU hebben veel geld in dit project gestoken. Ook de operators VodafoneZiggo, KPN en leveranciers als Huawei en Ericsson dragen hieraan bij. In totaal zijn er twintig verschillende testprojecten op terreinen als zorg, energie, verkeer en logistiek, landbouw en leefomgeving. Tijdens de BTG-bijeenkomst ‘Je leven in 5G’, eerder dit voorjaar bij TNO in Den Haag, vertelde programmamanager Peter Rake uitgebreid over deze digitale proeftuin. In een wervelend betoog voerde hij zijn publiek enthousiast mee langs de diverse 5G-proeven zoals drones die over aardappelvelden vliegen en zeer nauwkeurig de gezondheidssituatie van de aardappel in kaart brengen (smart potato). Vijf Noord-Groningse boeren, verzameld in het collectief AgRoFuture, kunnen dankzij meetgegevens per stukje akker bepalen wat het land en de gewassen nodig hebben. Dankzij 5G kan de boer realtime zien hoe zijn land eraan toe is. Andere aansprekende pilots die genoemd werden: een ambulance die een hoge kwaliteit videobeeld streamt naar een specialist in het ziekenhuis en een zelfrijdend minibusje dat aangestuurd en bewaakt wordt met 5G.

#2: 5G-fieldlab in Rotterdamse haven
In de Rotterdamse Haven is het 5G-fieldlab gestart. ABB, Accenture, ExRobotics, het Havenbedrijf Rotterdam, Huawei, KPN, Shell en SPIE dragen hier samen aan bij.
Dankzij met 5G-verbonden (UHD-) camera’s en de toepassing van machine learning kan Shell Pernis toekomstig onderhoud van 160.000 kilometer leidingen beter voorspellen. Ook wordt 5G-technologie ingezet om inspecteurs en engineers via tablets toegang te geven tot aanvullende informatie van de procesinstallatie met augmented reality. Tijdens inspecties van bijvoorbeeld drukvaten en opslagtanks krijgen onderhoudsmedewerkers een slimme 5G-helm op. Inspecteurs kunnen met behulp van beeld en geluid ter plekke beslissen welke reparaties nodig zijn. Hiervoor heeft KPN in de Rotterdamse haven een experimenteel 5G-netwerk aangelegd, op de voor 5G aangewezen frequentiebanden 700MHz, 3500MHz en 2300 MHz-frequentieband. Dankzij deze frequenties en de nieuwste netwerk- en antennetechnieken is de netwerkcapaciteit sterk vergroot, de reactietijd van het netwerk realtime en de betrouwbaarheid verhoogd.

 

#3: Automotive Campus
Een ander 5G-fieldlab vinden we een stuk landinwaarts: in Helmond, op de Automotive Campus. Hier wordt onder meer onderzoek gedaan naar zelfrijdende auto’s en toepassingen die de verkeersveiligheid moeten vergroten. De technologie beperkt zich overigens niet tot het lab. Op de A270 en A58 tussen Eindhoven en Tilburg test KPN, in samenwerking met Ericsson de nieuwste technologie in zijn commerciële netwerk voor automotive-doeleinden. De nadruk ligt op ultra low latency, waarbij auto’s nagenoeg zonder vertraging met bijvoorbeeld tegenliggers, verkeerslichten en matrixborden kunnen communiceren. Het onderdeel met zelfrijdende auto’s maakt deel uit van het Europese project Concorda (Connected Corridors Driving Automation). Eén van de eerste toepassingen die binnen dit project getest wordt, is Cooperative Adaptive Cruise Control (CACC), waarbij voertuigen elkaar via het mobiele netwerk realtime informeren wanneer ze accelereren en remmen. Hierdoor kan de afstand tussen voertuigen sterk worden verkleind, wat zorgt voor minder files en ongelukken. Voor het tijdig informeren van achter elkaar rijdende auto’s is 5G een must gebleken. Op de Automotive Campus zelf zijn testen gedaan met een 5G low latency-koppeling, waardoor een geblindeerde Tesla werd bestuurd met een virtual reality-bril. Een camera op het dak stuurt videobeelden via het 5G-netwerk naar de bestuurder, die deze beelden gebruikt om over de weg te rijden. Ook bij deze pilot is met verschillende partijen samengewerkt, zoals Red Bee Media en de TU Eindhoven.

 

#4: smart cities
Ook de steden hebben zich gemeld aan het 5G-front. Den Haag heeft de ambitie om de eerste stad te worden die in 2020 overgaat op 5G, in samenwerking met T-Mobile. T-Mobile gaat er dit jaar al testen met 5G. Volgens mevrouw Bruines, verantwoordelijk voor de portefeuille Kenniseconomie, staat de gemeente Den Haag de komende jaren voor een enorme groeiopgave van inwoners en werkgelegenheid. Een 5G-netwerk zou volgens haar vele nieuwe deuren openen voor inwoners en bedrijven in de hofstad, en een impuls geven aan het vestigingsklimaat en de werkgelegenheid. Ook in Den Haag is sinds kort een 5G-field lab actief, waardoor scholen en bedrijven kunnen experimenteren met op 5G-gebaseerde toepassingen. T-Mobile stelt hiervoor op locatie de 5G-connectie en experts beschikbaar. Ook in Eindhoven zitten ze niet stil, de gemeente gaat met VodafoneZiggo en Ericsson verschillende 5G-pilots uitvoeren op 3.5 GHz. Hiervoor is een testlicentie gekregen van Agentschap Telecom, waarmee ervaring met deze frequentieband kan worden opgedaan. Het is onder meer de bedoeling om via 5G een snelle verbinding tussen ambulances en het Catharina Ziekenhuis te realiseren (in samenwerking met Philips, GGD en TU Eindhoven), voor een betere acute zorg op afstand. Daarnaast zal in het PSV stadion getest gaan worden met 360 graden camera’s boven de middenstip, om via 5G unieke beelden te delen met fans. Ook op de High Tech Campus zullen start-ups worden ondersteund om nieuwe 5G-applicaties te ontwikkelen.

 

Tender KPN
KPN heeft een tender uitgeschreven voor het 5G-radionetwerk. De vier grootste leveranciers (Huawei, Ericsson, Nokia en ZTE) hebben aangegeven 5G-radio met KPN te willen doen. KPN heeft aan deze vier partijen een 5G-pilot gevraagd. De cases met Nokia, Ericsson en Huawei staan in het artikel beschreven. Met ZTE heeft men precisie landbouw getest in Drenthe, waarbij multi-spectrale camerabeelden direct gekoppeld werden aan een landbouwmachine. Deze beelden werden direct gebruikt voor nauwkeurige besproeiing van aardappelgewassen. Met Nokia heeft men getest rondom de Johan Cruijff ArenA, door via een experimenteel 5G-netwerk op 3.5 GHz hoge resolutie camerabeelden te verzenden. KPN heeft de pilot-fase afgerond en Huawei als radioleverancier gekozen.

Buitenland
In het buitenland duikelen de pilots en tests ook over elkaar heen. Recent heeft operator Swisscom in Zwitserland het eerste commerciële 5G-netwerk aangezet, waardoor het daar niet meer tot een pilot beperkt blijft. In Duitsland heeft de overheid besloten om 100 MHz op de 3.5 GHz -band te reserveren voor private-netwerken. Voor dit spectrum is veel interesse, waaronder van Daimler, BMW, Siemens en Bosch. Ook in Nederland wil men deze frequentie gaan reserveren voor lokaal zakelijk gebruik. Nokia heeft een private-netwerk-pilot uitgevoerd met BMW in China, waarbij met een lokaal core-netwerk <<CURSIEF>>low latency<<CURSIEF>>-communicatie wordt gerealiseerd. Dit wordt onder meer gebruikt voor draadloze video-inspectie, besturing van robots en onderlinge communicatie. En Ericsson heeft met ABB een overeenkomst gesloten om met ABB-robots en Ericsson 5G-systemen 5G-radio’s te assembleren. Deze technologie zal ook aan andere bedrijven beschikbaar worden gesteld. In een open tender heeft Volkswagen bekendgemaakt dat ze vanaf 2020 in hun 122 fabrieken een private 5G-netwerk willen realiseren. In deze case heeft men vooralsnog geen interesse in mobiele operators, maar wil men zelf opdracht geven voor het bouwen en onderhouden van 5G-netwerken.

Resultaten P3 connect Mobile Benchmark Nederland

T-Mobile is de overall winnaar van de P3 connect Mobile Benchmark van dit jaar voor Nederland. De operator is hiermee voor het vierde achtereenvolgende jaar nummer 1 en dat met de hoogste score ooit gemeten door P3 wereldwijd. KPN laat de grootste verbetering zien ten opzichte van vorig jaar, terwijl Vodafone zijn hoge niveau vasthoudt.

De P3 connect Mobile Benchmark in Nederland laat ook dit jaar sterke resultaten zien. Resulterend in drie keer de kwalificatie "uitstekend".

P3's netwerkbenchmarks worden in de hele wereld geaccepteerd als zijnde zeer objectief en definiëren de de-facto industrie standaard. De zorgvuldig ontworpen methodiek van de 2019 Mobile Benchmark in Nederland combineert rijtestsen en wandeltestsen voor het registreren van gedetailleerde spraak en data. Nieuw is de categorie crowdsourcing, waarbij via pre-installed meetpunten in apps van zo’n 26.000 Android gebruikers de resultaten van de drie netwerken op de voet kunnen worden gevolgd. Dit met toestemming en zonder de privacy van de gebruikers te schenden uiteraard.
Dit biedt diepgaande inzichten in de algemene dekking van Voice, Data- en 4G-services, downloadsnelheden van echte gebruikers en beschikbaarheid van dataservices.
Deze toevoeging aan de test laat de prestatie en dekking daadwerkelijk ervaren door de gebruikers. Deze componenten zijn grondig gewogen om een realistische en gezaghebbende beoordeling te geven van het werkelijke potentieel en de prestaties van het beoordeelde netwerk.

In 2019 hebben we de P3 connect Mobile Benchmark Nederland voor de vijfde keer uitgevoerd. Kan T-Mobile de winning mood doortrekken, voor de vierde keer?(!)
En heeft de recente acquisitie van Tele2 invloed op de algehele prestaties?

Voice
Veel klanten maken minder gebruik van spraakdiensten dan van data. Echter, wanneer ze daadwerkelijk een telefoongesprek voeren, verwachten ze betrouwbare verbindingen. Slagen deNederlandse mobiele netwerken erin om aan deze verwachtingen te voldoen? <>

Alle drie operatoren in Nederland ondersteunen Voice over LTE (VoLTE). VoLTE verzendt spraakoproepen als datapakketten via een 4G-verbinding. Zo vermijd je de "circuit-switched fallback", die smartphones forceert om terug te schakelen naar 3G om een telefoongesprek te voeren of te plaatsen. VoLTE ondersteunt ook betere audiocodecs voor operators om hogere spraakkwaliteit aan hun klanten te kunnen leveren. Voor de stemwaardering werd elke aangedreven auto en elk meestuurteam uitgerust met een Samsung Galaxy S9-smartphone per operator. De telefoons in de auto's bellen een tegenhanger in een van de andere auto's. De telefoons van de wandeltest-teams, bellen een stationaire tegenhanger. De verbonden testapparatuur registreert succes ratio's, call setup-tijden en spraakkwaliteit. Om normaal smartphonegebruik te simuleren, vonden gegevensoverdrachten plaats in de achtergrond van de testoproepen. Een paar van de testresultaten.

 

T-Mobile neemt een kleine voorsprong in de stem-rijtest in de grote steden.
T-Mobile dankt zijn smalle voorsprong met een call-succesratio van 100 per cent, maar met 99,5 en 99,7 per cent, KPN en Vodafone scoren slechts marginaal minder.

Vodafone gaat licht aan kop in de voice wandeltesten in de steden.
De wandelresultaten voor T-Mobile en Vodafone waren hoger dan in de rijtest.

T-Mobile en KPN aan kop in de rijtest in de overige plaatsen.
Terwijl T-Mobile en KPN hier 100 procent van de oproeppogingen zien connecten, bereikt Vodafone een nog steeds zeer goed 99,4 procent.

Zeer goede resultaten in de rijtest. Ook hier T-Mobile en KPN aan de leiding,
Vodafone staat op de derde plaats. Terwijl de KPI's dalen in deze veeleisende categorie, zijn ze nog steeds op een zeer hoog niveau. T-Mobile en KPN behalen een all-succes van 99,9, terwijl Vodafone volgt op een korte afstand met een zeer goede 99,6 procent.

Alle drie operatoren scoren iets lager bij metingen in de treinen. Maar beter dan in de rest van Europa.
Sinds vorig jaar meet de P3 Mobile Benchmark ook de spraak in treinen.
In directe vergelijking, alle drie Nederlands operators scoren iets lager in deze discipline dan vorig jaar. Een reden kan zijn dat de testroutes van het jaar zijn anders van die van de vorige jaar - en / of dat meer reizigers extra druk op de netwerken veroorzaken
KPN is licht vooruit als gevolg van een oproep succesratio van 98,9 procent en kortere insteltijden voor oproepen. T-Mobile en Vodafone scoren praktisch hetzelfde niveau. Al met al zijn de resultaten op Nederlandse treinen nog steeds duidelijk beter dan die van andere Europese landen zoals Duitsland of het VK.

Voiceresultaten: T-Mobile wint de categorie voice vanwege algemene hoge KPI's en vooral dankzij hoge call-ratio in steden, steden en op de wegen. Vodafone en KPN volgen op slechts één punt. <>

Data

Het volume aan verzonden gegevens groeit snel, waarin het belang van gegevensconnectiviteit steeds groter wordt. Welke operator in Nederland slaagt er het beste in om bij te blijven met de toenemende vraag?

Dataconnectiviteit is de meest prestigieuze discipline in onze benchmark en ook in de marketing van de operatoren. Alle drie de Nederlandse netwerken claimen een groot deel te de bevolking te kunnen voorzien van LTE-diensten – met percentages hoog in de negentig’ers. En alles drie operators blijven veel investeren in het upgraden en uitbreiden van hun netwerken om aan de groeiende vraag te voldoen - inclusief de installatie van vroege 5G-netwerkcellen. Alle drie operators hebben hun 4G-netwerken zo uitgerust dat ze de combinatie van vier LTE-dragers in verschillende frequenties cy bands aan kunnen bieden. "4 carrier aggregation" (of in het kort "4CA") is de technische basis voor de zogenaamde "4G +" -diensten die theoretisch gegevenssnelheden tot 1 Gbps ondersteunen. De Samsung Galaxy S9, die we hebben gebruikt voor de metingen, is een zogenaamde LTE-categorie 18 apparaat en kan in het algemeen profiteren van 4CA met download versneld tot 1,2 Gpbs. Echter, T-Mobile Nederland maakt gebruik van specifieke carriercombinaties die niet volledig waren ondersteund door de Galaxy S9 met Android Oreo die werd gebruikt op het moment van testen. Gebruikers van T-Mobile die upgraden naar de nieuwste Android OS-versie zouden moeten profiteren van nog hogere datasnelheden.

Performance en stabiliteit
De benchmarking kijkt naar de snelheid van van webpagina-downloads ook zoals bestandsdownloads en uploads. Tegelijkertijd beoordeelt P3 de netwerken op beschikbaarheid en stabiliteit door succesratio’s te meten. Daarboven hebben we de minimale datasnelheden bepaald die beschikbaar zijn in 90 procent van de gevallen plus de piek datasnelheden die zouden worden overtroffen in 10 procent van de gevallen. YouTube-evaluaties concentreren zich op succesratio's, starttijden en weergaven zonder onderbrekingen evenals de ontvangen gemiddeldevideo resolutie. Hieronder de belangrijkste conclusies.

T-Mobile leidt in rijtest in de steden.
Net als bij Voice ook hier de leiding voor T-Mobil met een succesratio van tegen de of op de 100 procent. KPN en Vodafone volgen op de voet.
Een gedetailleerd overzicht van de metingen laat zien dat KPN het hoogste aandeel heeft van 4CA - meer dan 30 procent. Vodafone's 4CA aandeel is iets meer dan 10 procent, maar biedt de breedste bandbreedte (60 MHz). T-Mobile heeft 4CA ook, maar zoals eerder uitgelegd, ondersteunt niet volledig de Galaxy S9.

In de wandeltest in de steden troeft Vodafone T-Mobile nipt af.
Nog steeds, beide operatoren presteren op fenomenaal hoog niveau. KPN laat ook goede resultaten zien. Maar blijft duidelijker achter zijn concurrenten

T-Mobile de datakampioen buiten de grote steden
In deze discipline staat KPN op de tweede plaats en Vodafone als derde. Vodafone echter maakt indruk met even hoog succesratio als T-Mobile, terwijl KPN iets meer verbroken verbindingen telt, maar aan de andere kant hogere datasnelheden.

T-Mobile en KPN leiden op de weg.
Beiden bereiken hier hoge succesratio’s en snelle datadoorvoer. Vodafone blijft nipt achter op de twee toppers.

Treinen kan beter, T-Mobile leidt
Zoals al vermeld in de stemcategorie, blijven de resultaten van dit jaar in treinen een beetje achter op die van vorig jaar. T-Mobile scoort (ook hier) duidelijk het beste, KPN staat op de tweede plaats en Vodafone derde. In vergelijking met andere landen presteren de Nederlandse operatoren heel goed, maar vooral in de datacategorie is ruimte voor verbetering.

Net als in de stemcategorie scoort T-Mobile ook het best in de datacategorie. In alle scenario’s bereikt deze operator bijna 100 procent van de beschikbare punten. Vodafone en KPN volgen op enige afstand, maar dicht bij elkaar. Vodafone toont de beste prestaties in de grote steden in de wandeltest, terwijl KPN een bijzonder hoge score op de wegen laat zien.

Crowdsourcing

Voor het eerst maken dit jaar de resultaten van crowdsourcing-analyses deel uit van de totale score. 26.000 gebruikers in Nederland hebben bijgedragen aan de gegevensverzameling die plaatsvond tussen december 2018 en februari 2019. <>

Terwijl de drivetests en de looptesten bepalend zijn voor de topprestaties van de onderzochte netwerken, kan de crowdsourcing belangrijke dimensies toevoegen zoals tijd, geografie of variëteit in apparaten en tarifering - indien gedaan op de juiste manier.
Voor het verzamelen van publieksgegevens is P3 geïntegreerd in een achtergronddiagnoseproces in meer dan 800 Android-apps. Als een van deze toepassingen is geinstalleerd op de telefoon van de eindgebruiker en de gebruiker machtigt de achtergrondanalyse, dan vindt dataverzameling plaats 24/7, 365 dagen per jaar. Rapporten worden elk kwartier gegenereerd en dagelijks verzonden naar de cloudservers van P3. Dergelijke rapporten voortbrengen slechts een klein aantal bytes per bericht en bevatten geen persoonlijk gebruikersgegevens. Gebaseerd op het totale aantal inwoners van 17 miljoen mensen, één op de 654 inwoners van Nederland heeft bijgedragen aan het verzamelen van 174 miljoen meetpunten. Het beschouwde testgebied vertegenwoordigt 68 procent van de bebouwde kom van het land. Hieronder de conclusies.

Alle operators scoren hoog bij Voice en Data, 4G-coverage kan beter.
Alleen bij datadekking (3G plus 4G), neemt KPN een kleine voorsprong op T-Mobile en iets meer afstand van Vodafone. Vodafone daarentegen biedt de beste kwaliteit van 4G Coverage (de waarschijnlijkheid om te zijn in staat om daadwerkelijk 4G-services te kunnen gebruiken) voor KPN en op enige afstand van T-Mobile. Deze KPI laat nog wat ruimte voor verbetering voor alle drie Nederlandse netwerken.

T-Mobile snelste data in de top 10 procent van het spectrum.
In deze categorie evenals bij de beoordeling van de gemiddelde downloadsnelheden scoort KPN als tweede en Vodafone volgt op korte afstand. Hier kan een verschil in abonnementen en dus datamogelijkheden van de gebruikers een rol spelen.

Goede continue service T-Mobile en KPN, drop Vodafone in de zomer van 2018
Anders dan de rest van de KPI’s strekken de resultaten van het onderdeel data-beschikbaarheid zich uit over negen maanden (juni 2018 tot februari 2019). KPN scoort hierin het beste met slechts één uitval tot maximaal één uur in de waargenomen periode. T-Mobile staat op de tweede plaats met maximaal twee uur in januari. Vodafone leed drie uitval - waarvan die in augustus en oktober tot 8 uur durend, en nog een in september van maximaal een uur.

Alle Nederlandse operatoren behalen hoge cijfers scores voor hun stem- en gegevensdekking. Over het algemeen verzamelt T-Mobile de meeste punten in de crowdsourcing categorieën, waarbij KPN volgt op slechts één punt. Vodafone bereikt ook goed resultaten, maar verliest een paar punten vanwege diverse uitvallen tijdens de zomer van 2018.

Eindconclusie
T-Mobile is de overall winnaar - voor de vierde keer op rij. KPN toont de grootste verbetering van de score in vergelijking met het voorgaande jaar, terwijl Vodafone zijn hoge prestatieniveau behoudt.

Voor de vierde keer op rij is T-Mobile de duidelijke winnaar van de P3 connect Mobile Benchmark Nederland - en dat met de hoogste score ooit behaald in een soortgelijke benchmark van P3 wereldwijd. Extra bijzonder, omdat de recente acquisitie en de integratie van Tele2 niet tot een vermindering van de prestaties hebben geleid. Integendeel en dat is zeker niet vanzelfsprekend bij een fusie, benadrukt P3

KPN en Vodafone volgen de winnaar op gepaste afstand. Met hun scores slechts twee punten uit elkaar, zitten ze elkaar op de hielen. Dat en het feit dat alle drie Nederlandse operatoren het predikaat "uitstekend" krijgen, benadrukt het zeer hoge niveau prestatieniveau van de mobiele netwerken van Nederland.

Op dit zeer hoge niveau laat de benchmark enkele verschillen zien: Waar T-Mobile de leiding heeft bij alle drie de beoordeelde categorieën, presteert KPN iets beter dan Vodafone in de categorie Voice, terwijl de rangorde andersom is in de categorie Gegevens. In de Crowdsourcing evaluaties verlies Vodafone een paar punten vanwege een terugval in de dienstverlening in augustus, september en oktober 2018. Deze keer liet KPN de grootste score verbetering zien ten opzichte van het resultaat van vorig jaar - maar voor volgend jaar is het weer een open race..

1. De overall winnaar van de 2019 P3 connect Mobile Benchmark in Nederland is T-Mobile – met het hoogste scorelevel ooit van al onze Mobile Benchmarks. T-Mobile leidt duidelijk in alle geteste disciplines inclusief de nieuw geïntroduceerde crowdsourcing categorie en voert ook het veld aan in de meeste van de onderdelen in de categorieën.
2. KPN toont de grootste verbetering van de score vergeleken met de resultaten van het voorgaande jaar. In een nek-aan-nekrace met een bijna even sterk Vodafone, scoorde KPN net iets beter in de stem en crowdsourcing categorieën. KPN scoort vooral sterk in de stemtests in kleinere plaatsen en in de datatests op de verbindingswegen.
3. Effectief zijn de prestaties van Vodafone op hetzelfde niveau als dat van KPN. Vodafone scoort iets beter dan KPN in de datacategorie en toont bijzonder sterk resultaat in de wandeltest uitgevoerd in grotere steden. Een verminderd serviceniveau tijdens de zomer van 2018, kost deze operator punten op het onderdeel crowdsourcing.

Over P3
P3 Communications GmbH uit het Duitse Aken is zonder twijfel de wereldwijde leider in het testen van mobiele netwerken. Het bedrijf maakt deel uit van de P3 Group, met meer dan 3.500 werknemers en een omzet van meer dan 350 miljoen euro. Zeker geen kleine speler dus. P3 test de Duitse netwerken al meer dan 15 jaar en is in 2009 begonnen, samen met het mediaplatform connect, met vergelijkbare testen in Oostenrijk en Zwitserland. In 2014 begon P3 in Australië en Engeland. In 2015 werden de Nederlandse providers voor het eerst getest. Dit jaar test P3 de Nederlandse operatoren nu voor de vijfde keer op rij.

Whitepaper: de toekomst van online authenticatie

Bij online authenticatie zijn privacy, beveiliging, regelgeving, technische beperkingen en gebruikersgemak soms lastig met elkaar te combineren. De whitepaper ‘De toekomst van online authenticatie’ van Connectis geeft antwoord op de uitdagingen die leven.

De ontwikkelingen op het gebied van online authenticatie volgen elkaar in hoog tempo op. En de uitdagingen zijn complex. De overheid moet de identiteit van burgers via internet met zekerheid kunnen vaststellen. Bedrijven willen veilig zakendoen via internet, zowel met consumenten als met elkaar. En zonder digitale identiteit kan een individu nauwelijks nog functioneren in de online economie.

Privacy, beveiliging, regelgeving, technische beperkingen en gebruikersgemak zijn soms lastig met elkaar te combineren. In de whitepaper ‘De toekomst van online authenticatie’ brengt Connectis de huidige situatie in kaart. Wat zijn de belangrijkste trends en drivers op het gebied van online authenticatie? Voor welke uitdagingen staan dienstverleners en hoe gaan ze daarmee om? Ook werpen ze een blik op de toekomst en de technologieën die hierin een sleutelrol zullen spelen.

Download de whitepaper 'De toekomst van online authenticatie'

De 10 IoT Trends volgens Gartner

Gartner heeft de 10 belangrijkste trends in Internet of Things tot het jaar 2023 op een rij gezet. Volgens Gartner zijn er volgend jaar wereldwijd ruim 14 miljard apparaten met internet verbonden. Dat aantal groeit naar 25 miljard in 2021, is de inschatting.

Die immense hoeveelheid IoT-hardware zorgt voor nieuwe uitdagingen voor organisaties in het algemeen en CIO’s in het bijzonder, schrijft Iot Journaal. Organisaties krijgen te maken met een verdrievoudiging van het aantal met internet verbonden endpoints, wat nieuwe security-uitdagingen brengt. Om over de gegenereerde hoeveelheid data maar te zwijgen.

Artificial Intelligence
De waardevolle en cruciale informatie halen uit de data die door de miljarden IoT-apparaten (zoals sensoren) worden verzameld en doorgestuurd. Organisaties kunnen dat nagenoeg niet meer zonder dat er in de analytics software een grote mate van Artificial Intelligence is ingebouwd. CIO’s moeten niet alleen op zoek gaan naar de juiste software en bijbehorende marktpartijen, zegt Gartner. De CIO moet er ook voor zorgen dat er binnen de eigen IT-organisatie genoeg kennis en kunde op het gebied van AI voorhanden is. En niet te vergeten: de AI-component moet een integraal onderdeel zijn van de IoT-strategie van de organisatie.

Sociale, Juridische en ethische aspecten
Naarmate IoT-toepassingen meer en meer door organisaties worden gebruikt, winnen bepaalde niet-technologische aspecten aan belang. Denk bijvoorbeeld aan de vraag bij wie het eigendom en verantwoordelijkheid van verzamelde data en de daarop gebaseerde beslissingen berust. Nog los van andere vraagstukken, zoals de ethische kanten van algoritmes gebruikt in zelfrijdende auto’s. Volgens Gartner is het daarom belangrijk dat CIO’s niet alleen naar de technologische kant van IoT kijken. De marktonderzoeker vindt dat zij die andere aspecten moeten laten bekijken door zowel interne belanghebbenden als externe adviseurs.

Infonomics en Dataverkoop
Uit een door Gartner in 2017 uitgevoerd onderzoek bleek dat 35 procent van de IoT gebruikende organisaties de verzamelde data al doorverkocht aan derden of in ieder geval van plan was om dat te gaan doen. De oprukkende economie van informatie (Infonomics) ingedachtig, betekent dat de verkoop van IoT-data een belangrijk, zo niet strategisch, onderdeel van de bedrijfsvoering én van IoT-projecten wordt. Het zou zomaar kunnen zijn dat IoT-dataverkoop op de bedrijfsbalans gaat komen, aldus Gartner. Dat maakt dat CIO’s hun organisatie proactief moeten voorlichten over de mogelijkheden en de risico’s van IoT-data.

Van Edge naar Mesh
In 2017 kwam het voor eerst echt op de voorgrond: Edge Computing. Het zorgde voor een verschuiving van de centrale cloud als het verzamelpunt van alle IoT-data naar micro datacenters aan de randen van het netwerk, dichtbij de IoT-hardware zelf. Daar wordt een deel van de dataverwerking en -schifting al gedaan. En nu wordt het tijd voor Mesh Computing: een veelvoud van IoT-apparaten in het netwerk zorgt voor de dataverwerking en -schifting nog voordat de ‘micro datacenters’ aan de rand van ‘t netwerk in het spel komen. Wat er uiteindelijk naar de cloud platforms gaat, is (aldus de theorie) louter waardevolle data. Hiermee wordt de infrastructuur én de cloud ontlast. De verwachte opkomst van Mesh Computing betekent ook dat CIO’s hun bestaande IT-architectuur en – strategie moeten evalueren en aanpassen. En dat vraagt weer om kennis en kunde bij de IT-organisatie van de CIO.

IoT Governance
De groei van het aantal IoT-toepassingen en het groter wordende belang daarvan voor organisaties, noopt tot een ‘governance structuur‘ voor IoT. Althans, daar pleit Gartner voor. Een dergelijke structuur (of ‘framework’ zoals het bureau ‘t noemt) moet ervoor zorgen dat er beleid komt voor zaken als updates van firmware van IoT-hardware. Ook moet daarin worden geregeld dat er toezicht is op bijvoorbeeld het gebruik van de IoT-data.

Sensoren
In IoT-oplossingen nemen sensoren doorgaans een belangrijke rol in. Gartner verwacht dat de innovatie op het gebied van met het internet verbonden sensoren de komende jaren een flinke impuls krijgt. Denk aan apparaten die meer of andere soorten informatie ‘oppikken’ en daar (met behulp van ingebakken algoritmes) al intelligente dataverwerking op loslaten. Tegelijkertijd zal de verkoopprijs van de ‘gewone’ sensoren danig afnemen. CIO’s zullen er zorg voor moeten dragen dat hun IT’ers zowel de innovaties op sensorgebied in de gaten houden als ook de prijsontwikkelingen van de gewone sensoren.

Security
Gartner voorziet dat er de komende tijd marktpartijen (al dan niet verenigd in een ecosysteem) komen die combinaties van beveiligde hardware en dito besturingssystemen specifiek voor Internet of Things-toepassingen gaan introduceren. Daarmee wordt een belangrijke kopzorg verminderd: de garantie dat er bij ‘t ontwikkelen van IoT-oplossingen al direct rekening wordt gehouden met de security-aspecten, ongeacht de variëteit aan hardware en besturingssystemen in de bewuste oplossingen. Gartner adviseert CIO’s om samen met de Chief Security Officers dergelijke ‘secure combisystemen’ te bekijken en op waarde te schatten.

User Experience
Het is een mooie Engelse term voor gebruikerservaring: de zogenoemde ‘User Experience‘ (UX). Een toepassing kan nog zo fantastisch zijn, maar als de gebruikers het te ingewikkeld vinden om er mee te werken, dan schiet het zijn doel voorbij. Dat geldt ook IoT-oplossingen. Vandaar dat Gartner CIO’s aanspoort om hun UX-teams ook op IoT-oplossingen in te zetten. Zodat de gebruikerskant van dergelijke toepassingen goed op orde is.

Innovatie op Chip-niveau
Wie naar de huidige IoT-specifieke apparaten kijkt (zoals sensoren), ziet dat het gros ‘gewone’ chips bevat: van processoren tot andere chips. Gartner is ervan overtuigd dat daar de komende jaren verandering in komt. Fabrikanten gaan (en zijn daar overigens al druk doende mee) speciale IoT-chipsets ontwikkelen en op de markt brengen. Denk aan energiezuinige processoren die al voorzien zijn van Artificial Intelligence-algoritmes en deel kunnen uitmaken van een neuraal netwerk. Of chips met data analytics-mogelijkheden. Gartners advies aan CIO’s? Let op dergelijke innovatieve chipontwerpen. Zij kunnen zomaar meer waarde toevoegen aan bestaande en nieuwe IoT-toepassingen.

Connectiviteit
De komende jaren zullen er meerdere (mobiele) netwerkinfrastructuren voor IoT-toepassingen blijven bestaan, zegt Gartner. Er is op dit moment (en ook niet in de nabije toekomst) één netwerkinfrastructuur die voor alle soorten IoT-oplossingen voldoet. Vandaar dat het zaak blijft voor CIO’s om de ontwikkelingen op dat gebied in de gaten te blijven houden. Tegelijkertijd wijst Gartner op de komst van 5G, de opvolger van de huidige 4G-standaard voor mobiele data- en spraakcommunicatie. 5G kent al de nodige technologische snufjes die voor (grootschalige) IoT-toepassingen van belang zijn. Hetzelfde geldt, aldus Gartner, voor andere opkomende mobiele netwerkinfrastructuren zoals communicatiesatellieten die in een lage baan rond de aarde cirkelen.

(Bron: IoT Journaal)

‘Organisaties investeren te weinig tijd en budget in digitale vooruitgang’

Slechts de helft van Nederlandse managers vindt dat hun organisatie voldoende tijd en budget besteedt aan digitale vooruitgang. Dat organisaties te weinig investeren in digitale vooruitgang is zorgwekkend – 58 procent van alle managers ziet achterblijven in de digitale vooruitgang namelijk als bedreiging voor de concurrentiepositie van de organisatie.

Dit blijkt uit onderzoek van IT-dienstverlener Ictivity. Aan het onderzoek deden bijna 500 managers mee die werkzaam zijn in organisaties uit verschillende branches en met verschillende groottes.

Om een sterke concurrentiepositie te behouden is bij twee derde (62%) van de organisaties iemand aantoonbaar verantwoordelijk voor het borgen van de vooruitgang. Toch leidt deze verantwoordelijkheid niet altijd tot de gewenste investering van tijd en budget. Slechts 55 procent van de managers is van mening dat er genoeg tijd in digitale vooruitgang wordt gestoken en 51 procent vindt dat de organisatie er genoeg budget voor vrijhoudt.

Daarnaast is de organisatiestrategie aangaande digitale transformatie bij veel managers niet bekend. 42 procent is er niet van op de hoogte. Opvallend is dat het vooral bij jongere managers, waarvan je zou verwachten dat ze de kansen van digitale vooruitgang eerder zien, ontbreekt aan bekendheid met de organisatiestrategie. Maar liefst 54 procent van de managers tussen de 18 en 34 jaar is niet op de hoogte van de digitale koers van de organisatie.

Wilbert van Beek, Commercieel Directeur bij Ictivity: “Veel organisaties zijn bezig met digitale vooruitgang. Een groot deel van de organisaties onderschat echter de investering die dit vergt. Tijd, budget, maar ook het meenemen van medewerkers in de organisatiestrategie is van groot belang. Zet de medewerker voorop door hem volledig te betrekken en digitalisering in de bedrijfscultuur te verankeren. Stilstaan is achteruitgang en dat kunnen veel organisaties zich niet permitteren.”

Over het onderzoek

Ictivity heeft 467 managers aan de tand gevoeld over digitale vooruitgang en digivaardigheid. Diverse generaties managers die werkzaam zijn in organisaties met verschillende groottes zijn door een onafhankelijk onderzoeksbureau ondervraagd. Het onderzoeksrapport is hier te downloaden.