Tag: big data

Hogeschool Utrecht start masteropleiding Data Driven Business

Hogeschool Utrecht start met een masteropleiding Data Driven Business. De nieuwe opleiding leidt studenten op tot zogenaamde analytics translators. Studenten kunnen kiezen uit vijf verdiepingen op het gebied van ICT, Bedrijfskunde, HRM, Marketing of Finance.

Na het afronden van de eenjarige voltijd master mogen studenten de titel Master of Science (MSc) voeren. De nieuwe opleiding gaat van start om de groeiende vraag naar analytics translators te beantwoorden.

Big data steeds toegankelijker

Big data worden steeds toegankelijker en het verzamelen ervan wordt goedkoper. Voor steeds meer bedrijven is het hierdoor haalbaar om hun strategische beslissingen te nemen op basis van big data. Met de toegenomen mogelijkheden is ook de behoefte aan mensen die kunnen omgaan met big data toegenomen. Het McKinsey Global Institute schat dat er in de Verenigde Staten in 2026 al een vraag is naar zo’n twee tot vier miljoen analytics translators.

Behoefte aan analytics translators

Sjoerd van den Heuvel, docent bij Hogeschool Utrecht (HU), beaamt dit: “Doordat technologische veranderingen elkaar steeds sneller opvolgen, veranderen het gedrag en de verwachtingen van consumenten, medewerkers en andere marktpartijen. Om als organisatie bestaansrecht en toegevoegde waarde te behouden, is het belangrijk snel en flexibel te reageren op de veranderende omgeving. Dat betekent dat bedrijven snel grote beslissingen moeten nemen op basis van feitelijke informatie en data. Om die data op een juiste manier te analyseren en interpreteren, hebben bedrijven behoefte aan analytics translators.”

Over grenzen van disciplines kijken

Studenten van de master Data Driven Business werken in de eerste helft van het studieprogramma samen in multidisciplinaire teams. Dit leert studenten over de grenzen van disciplines heen te kijken, om zo de beste oplossing voor een bedrijf of organisatie te bedenken. De opleiding besteedt in deze fase ook veel aandacht aan ethiek en de omgang met privacy. Tijdens de tweede helft van de opleiding specialiseren de studenten zich in een verdieping: data analytics voor studenten met een ICT-achtergrond, transformation analytics voor bedrijfskundigen, people analytics voor HRM’ers, marketing analytics voor marketeers en finance analytics voor studenten met een achtergrond in de financiële dienstverlening.

Belang van interdisciplinaire blik

Van den Heuvel licht het belang van een interdisciplinaire blik toe: “Stel dat een organisatie internationaal wil uitbreiden, dan zal ieder discipline met een eigen aanpak komen. Human resources bekijkt of de juiste skills en competenties bij het personeel aanwezig zijn, marketeers kijken of er een internationale markt is om producten te verkopen, ICT’ers evaluaren de passendheid van de systemen voor een internationale omgeving, enzovoorts. Wat de masteropleiding Data Driven Business leert, is om met al deze brillen naar het vraagstuk te kijken en met een op data gebaseerde aanpak te komen. Daardoor kun je prioriteiten stellen die de hele organisatie ten goede komen. Op deze manier bepaal je aan welke knoppen je moet draaien om de uitbreiding tot een succes te maken."

Fontys Hogeschool ICT opent InnovatieLab op Strijp-T

Fontys Hogeschool ICT (FHICT) heeft eind augustus het Fontys ICT InnovatieLab geopend in gebouw TQ op Strijp-T in Eindhoven.

Op de eerste en tweede verdieping heeft FHICT er verschillende onderzoeksgroepen gehuisvest op het gebied van o.a. Interaction Design, Embedded Systems, Big Data, Game Design & Technology en Cyber Security. In totaal zullen driehonderd 3e en 4e-jaars studenten, in samenwerking met Partners in Innovation, toegepast ICT-onderzoek uitvoeren op relevante en actuele gebieden. Samenwerking, kennis delen, maar ook nieuwe kennis creëren en laten circuleren staan hier centraal.

Waarom is er gekozen voor Strijp-TQ? Gerrie Zwartjes, locatiemanager FHICT Strijp TQ licht toe: “We zitten op Strijp omdat dit een heel mooie omgeving is. Het is oud industrieel erfgoed waar heel veel creatieve bedrijven zitten en waar wij met onze studenten nieuwe innovaties tot stand willen brengen. Zo kunnen studenten met het werkveld en de lectoraten tot mooie, innovatieve producten komen. Specifiek hebben we gekozen voor het gebouw TQ op Strijp-T. Dit gebouw biedt lange, grote verdiepingen waardoor we de kans hebben om te experimenteren met hoe de ruimtes het beste in te richten zijn, waarbij diverse groepen kunnen samenwerken. Dit pand kwam vrij en voldeed aan onze wensen. We zijn er dan ook erg trots op dat we hier nu zitten met onze studenten. Hoewel studenten er vandaag pas voor de eerste dag zitten voelt het alsof ze er al weken aan het werk zijn. Iedereen vindt zijn of haar plekje en weg in het gebouw. De sfeer is positief.”

Visie ICT-onderwijs

Met het motto ‘Make, create, innovate’ sluit Fontys Hogeschool ICT naadloos aan bij de visie van Strijp. “In het gebouw wordt geen onderwijs gegeven zoals we dat kennen in een traditioneel klaslokaal. FHICT biedt op Strijp-T onderwijs aan in het Fontys ICT InnovatieLab: een open werkruimte waarbij door het realiseren van een Open Innovatie-omgeving zowel docenten, studenten als het werkveld samenwerken, kennis inbrengen en nieuwe kennis creëren”, aldus directeur FHICT Ad Vissers. In de toekomst zullen ook Partners in Innovation, bedrijven die betrokken zijn bij het onderwijs van Fontys Hogeschool ICT, een werkplek krijgen in het lab. Het Fontys ICT InnovatieLab op Strijp-T zal dus een waardevolle bijdrage leveren als het gaat om samenwerking tussen het werkveld en het onderwijs op ICT gebied.

Projecten hebben prioriteit

Alles wat project gerelateerd is, heeft prioriteit op Strijp-TQ. Zo zullen de diverse doelgroepen projectonderwerpen pitchen en worden de voortgangsrapportages toegelicht via openbare wrap-ups. Via exhibitie, showroom, publicatie en demonstraties zullen de eindpresentaties van de resultaten worden getoond. Daarnaast is er ook ruimte voor tal van leeractiviteiten, zoals onder andere lezingen, workshops, kennissessies en keynote speakers. Denk hierbij aan thema’s als Tec for Society en FHICT in Practice. FHICT staat hierbij open voor samenwerking met andere bedrijven op Strijp-T en rondleidingen voor relaties van Partners in Innovation. Vanuit Strijp-TQ zal ook deelname aan diverse evenementen in Eindhoven worden geïnitieerd, zoals de Dutch Design Week, de Dutch Technology Week en Glow.

Column: De robotisering van de Landmacht

Ingenieur Teus van der Plaat bezocht recent een congres over innovatie bij de Landmacht. De nieuwe manier van oorlogvoering met de inzet van autonome voertuigen als vechtrobots en drones maakt ICT nog belangrijker voor het leger. “Vroeg of laat moeten er autonoom rijdende mini-datacenters komen die achter de troepen aan rijden.” Lees hier zijn column.

Het jaarlijkse congres van de VOI (Vereniging Officieren Infanterie) had dit jaar als thema Innovatie. Door een aantal sprekers en bedrijven werd een beeld geschetst waar het met de infanterie naar toe zal gaan. Daarnaast waren er diverse demo’s van innovatieve infanteriegerelateerde wapensystemen.

De hoofdconclusie van het congres is voor mij dat de infanterie in hoge mate gerobotiseerd gaat worden. Men gaat steeds meer drones gebruiken, maar ook zelfrijdende terreinvoertuigen zonder chauffeur en krachtige laser guns behoren tot de toekomstige uitrusting.

Drones in de oorlogsvoering

Door professor Osinga van de KMA werd een interessant betoog gehouden over trends in de oorlogsvoering, waarbij mij vooral het verhaal van de confrontatie tussen de Oekraïne en Rusland tot de verbeelding sprak. Vier jaar geleden lagen diverse brigades van de Oekraïne lijnrecht tegenover de opstandelingen, wat uiteraard volgens hem gewoon reguliere Russische troepen waren. De Russen stuurden een zwerm drones die op circa 50 meter  hoogte vlogen op de Oekraïners af. Deze wisten niet wat ze overkwam en ze begonnen met alles wat ze hadden op die drones te schieten. Echter op 500 meter hoogte kwam een tweede zwerm drones, uitgerust met precisie-plaatsbepalingsapparatuur.

De locatie van de geschutsposities van de Oekraïners werd doorgegeven aan de artillerie achter het front, die vervolgens met standaard precisie-artillerievuur de Oekraïners volledig in de pan hakten. De firma Thales heeft hier trouwens een mooi anti-drone apparaat voor ontwikkeld want men kwam met een filmpje van een radarsysteem dat drones van vogels kan onderscheiden en de drones werden door ronde rubber kogels met luchtdruk afgeschoten zodat ze feilloos uit de lucht gehaald werden. Hadden de Oekraïners dat gehad, dan was het doorgeven van de posities een stuk moeilijker geweest, omdat er geen goed traceerbare explosies gebruikt worden.

Vechtrobots

Er werden ook diverse plaatjes getoond van militaire vecht- en verkenningsrobots, die autonoom het voorterrein in gaan. Uiteraard moet alles continu draadloos verbonden zijn met de commandoposten, en deze apparaten mogen absoluut niet gehackt worden want dan kunnen ze zich tegen de eigen troepen gaan keren. Zoals bekend is het noodzakelijk om in verbindingen naar robots een zeer lage latency te realiseren, omdat ze anders niet goed aangestuurd kunnen worden. In 5G worden deze lage-latency verbindingen gestandaardiseerd.

Een ander soort vechtrobot werd getoond door de firma Rheinmetall, de fabrikant van diverse voertuigen in gebruik bij defensie. Men heeft een zelfrijdend autonoom voertuig ontwikkeld dat in staat is hellingen van 60 graden te nemen en daarnaast ook amfibisch is. Het meest indrukwekkend hierbij was voor mij het erop gemonteerde laserkanon dat op een afstand van vele kilometers een object zo groot als een tennisbal kan raken en uitschakelen. In het gevecht worden hier alleen de kwetsbare delen van een wapen geraakt, waardoor het wapen niet meer kan functioneren. Dus niet meer met veel kinetisch vermogen de boel platgooien, maar door middel van een precisieschot de zaak onklaar maken. Impact op de verbindingen

Hoewel het geen onderwerp was voor het congres heb ik uiteraard nagedacht over de mogelijke implicaties op verbindings- en ICT-terrein van al deze ontwikkelingen. Mijn conclusie is dat die best significant zullen zijn. Immers al die robots die al of niet geheel of gedeeltelijk autonoom gaan opereren hebben een LOW latency verbinding nodig om met elkaar en met het commandocentrum te kunnen communiceren. De noodzakelijke processing van deze signalen moet hierbij dus ook verplaatst worden naar het voorterrein, al was het maar vanwege de fysieke afstanden. Dit betekent dat er vroeg of laat autonoom rijdende mini-datacenters moeten komen die achter de troepen aan rijden. Deze moeten dan ook als communicatie-hub functioneren naar de troepen, maar ook naar de drones in het achterland, die de verbinding met de commandocentra moeten realiseren.

Tevens kan er locale processing gedaan worden voor die functies waarvoor dat noodzakelijk is. Hoewel niet on the move wordt deze locale processingoptie thans gestandaardiseerd in de komende 5G-standaarden. Een Nederlandse operator meldde mij recent in een discussie dat men wel 1000 mini ‘liter’ datacenters moest gaan realiseren bij de uitrol van 5G. Men noemt dit ‘liter’ datacenters, omdat de omvang niet te groot mag zijn en in principe in of bij een mast geplaatst moet kunnen worden.

Big Data en Artificial Intelligence (AI)

Door de vele sensoren van allerlei soort, die hierdoor geïntroduceerd worden ontstaat heel veel data waarmee via AI voorspellingen gedaan kunnen worden. Hoe meer data beschikbaar is, hoe nauwkeuriger er beslissingen genomen kunnen worden door AI. De processing zal dicht bij de gebruikers moeten plaatsvinden omdat er zeer weinig reactietijd is. De vergelijking gaat hierbij op als we kijken naar de recente ontwikkelingen met de zelfrijdende auto’s van Waymo en General Motors, die volgens sommige berichten een acht teraflops supercomputer meevoeren om realtime de juiste beslissingen bij de besturing van de auto te nemen. In de zelfrijdende auto moet lokaal zeer veel rekenkracht aanwezig zijn om ook veilige acties te kunnen nemen. Bij toepassing van militaire infanterierobots zal dus ook zeer veel computerkracht nodig zijn.

Kortom, er gaat veel veranderen bij de infanterie en daardoor wordt ook de verbindingsdienst gedwongen nieuwe concepten en technieken te gaan gebruiken. Een ding is zeker, de ontwikkelingen gaan razendsnel en zijn niet te stuiten, of je het wilt of niet. De commerciële robotmarkt loopt voor op de militaire, dus goed volgen van deze markt geeft goed inzicht in de potentiële militaire toepassingen.

ir. Teus van der Plaat

Deze column is eerder geplaatst in het magazine Intercom, een uitgave van de Vereniging van Officieren van de Verbindingsdienst.

Global Cloud Index: cloud in 2021 95% van datacenterverkeer

Het wereldwijde datacenter IP-verkeer verdrievoudigt van 2016 tot 2021. Dat blijkt uit de jaarlijkse Global Cloud Index die Cisco voor de zevende maal heeft gepubliceerd. Wereldwijd zal het cloud datacenterverkeer in 2021 95% uitmaken van het totale datacenterverkeer, tegenover 88% in 2016.

In deze editie gaat de aandacht vooral uit naar datacenter-virtualisatie en cloud computing, vanwege hun toenemende belang in de verandering van hoe digitale diensten bij bedrijven en consumenten worden geleverd.

Uit de studie blijkt dat de groeiende dominantie van cloud-diensten op het internet zowel door zakelijke als consumententoepassingen wordt veroorzaakt. Voor consumenten zijn streaming video, sociale netwerken en zoekopdrachten de populairste cloudapplicaties. Zakelijke gebruikers hebben een voorkeur voor enterprise resource planning (ERP), mogelijkheden om samen te werken, data-analyses en andere applicaties voor de digitale onderneming.

Sterke verkeersgroei in multicloud

Door het toegenomen gebruik van cloud-applicaties groeit het datacenterverkeer snel. De studie voorspelt dat het wereldwijde cloud datacenterverkeer in 2021 uitkomt op 19,5 zettabyte (ZB). In 2016 was dit nog 6 ZB (een gemiddelde groei van 27% per jaar van 2016 tot 2021). Wereldwijd zal het cloud datacenterverkeer in 2021 95% uitmaken van het totale datacenterverkeer, tegenover 88% in 2016.

Betere beveiliging en IoT aanjagers van cloud-groei

In het verleden werd de cloud vaak geassocieerd met beveiligingsproblemen. Maar diverse verbeteringen, zoals een striktere geografische controle over de data, verminderen zakelijke risico's en beschermen consumentengegevens beter. Dit zorgt in combinatie met de aantoonbare voordelen van de cloud (schaalbaarheid, schaalvoordelen) voor de verwachte groei. Daarnaast vraagt de groei van Internet of Things-toepassingen, bijvoorbeeld in smart cities, smart cars en medische apparatuur, om schaalbare computer- en opslagoplossingen. Cisco verwacht dat het aantal IoT-connecties in 2021 oploopt tot 13,7 miljard, tegenover 5,8 miljard in 2016.

Twee keer zoveel ‘hyperscale’ datacenters

De groeiende behoefte aan datacentra en clouds heeft geleid tot de ontwikkeling van grootschalige publieke datacentra, de zogenaamde hyperscale datacentra. De studie van dit jaar voorspelt dat er in 2021 wereldwijd 628 hyperscale datacentra zijn, tegenover 338 in 2016. Deze hyperscale datacentra zullen in 2021:

-53% van alle datacenterservers omvatten (27% in 2016)
-69% van alle computerkracht van datacentra gebruiken (41% in 2016)
-65% van alle in datacentra opgeslagen data bevatten (51% in 2016)
-55% van al het datacenterverkeer voor hun rekening nemen (39% in 2016)

Hoogtepunten en belangrijkste verwachtingen

1. Datacenter-virtualisatie en groei cloudcomputing

In 2021 verwerken cloud datacentra 94% van de workloads en virtuele machines; traditionele datacentra handelen de resterende 6% af. De totale hoeveelheid workloads en virtuele machines binnen datacentra zal tussen 2016 en 2021 meer dan verdubbelen (2,3 keer); workloads en virtuele machines in de cloud zullen in deze periode bijna verdriedubbelen (2,7 keer). De dichtheid van de workloads in cloud datacentra was 8,8 in 2016 en neemt toe tot 13,2 in 2021. Voor traditionele datacentra bedragen deze cijfers respectievelijk 2,4 in 2016 en 3,8 in 2021.

2. Groei opgeslagen data door big data en IoT

Wereldwijd zal de hoeveelheid opgeslagen computerdata tot 2021 bijna vervijfvoudigen tot 1,3 ZB, een gemiddelde groei van 36% per jaar. Big data zijn in 2021 goed voor 403 exabyte. 30% van alle data die in dat jaar zijn opgeslagen in datacentra, zijn big data. In 2016 was dit nog 18%. De hoeveelheid data die op allerhande apparaten is opgeslagen is in 2021 4,5 keer zo groot als data opgeslagen in datacentra – in totaal 5,9 ZB. Vooral door de invloed van IoT komt de totale hoeveelheid door allerlei apparatuur gecreëerde data (niet per se opgeslagen) uit op 847 ZB in 2021. In 2016 was dit nog 218 ZB. De hoeveelheid data die gegenereerd wordt is zo'n 100 keer groter dan de hoeveelheid data die wordt opgeslagen.

3. De applicaties achter de verkeersgroei

In 2021 bestaat 20% van het verkeer binnen datacentra uit big data (2,5 ZB jaarlijks, 209 EB maandelijks), tegenover 12% in 2016. In 2021 is 10% van het verkeer binnen datacentra streaming video (9% in 2016), video is verantwoordelijk voor 85% van het verkeer tussen datacentra en eindgebruikers (78% in 2016), zoekopdrachten zijn dan goed voor 20% van het verkeer binnen datacentra (was 28% in 2016). Social networking neemt in 2021 22% van het verkeer binnen datacentra voor zijn rekening (20% in 2016).

4. SaaS populairste clouddienst in 2021

In 2021 maken SaaS workloads 75% (402 miljoen) uit van de totale workloads en virtuele machines in de cloud; in 2016 was dit 71% (141 miljoen). IaaS workloads maken in 2021 16% van alle workloads in datacentra uit, iets minder dan de 21% in 2016. PaaS workloads ten slotte zijn in 2021 goed voor 9% van alle cloud workloads en virtuele machines, iets meer dan de 8% in 2016.

Toyota en Intel slaan handen ineen voor auto big data consortium

Autofabrikant Toyota en chipmaker Intel gaan samenwerken om een ecosysteem te ontwikkelen voor big data van connected cars. Bij het consortium, genaamd Automotive Edge Computing Consortium, zijn ook Ericsson, Denso Corp (fabrikant van auto-onderdelen) en NTT DoCoMo Inc (Japans grootste telecombedrijf) betrokken.

big data connected car

Big data

Naar schatting zal de hoeveelheid data die tussen voertuigen wordt uitgewisseld in 2025 op 10 exabytes per maand uitkomen, zo meldt Toyota. Dat is 10.000 keer zo veel als het huidige volume. Deze big data bestaan bijvoorbeeld uit het maken van kaarten met real-time data, rij-assistentie op basis van cloud computing en de onderlinge communicatie tussen vehikels.

Nieuwe infrastructuur

Deze grote hoeveelheden data vragen om een nieuwe computing infrastructuur. Daarbij zal het consortium zich focussen op het verhogen van de netwerkcapaciteit. Deze architectuur moet ook overweg kunnen met de huidige standaarden, waardoor de wereldwijde samenwerking noodzaak is.

Consortium

Het consortium gaat aan de slag om vereisten voor de standaarden te definiëren en use cases ontwikkelen. Tevens gaat het actief op zoek naar wereldwijde technologieleiders die als partners het consortium willen uitbreiden.

Het MKB is nog niet vertrouwd met big data

Een zeer klein deel van het midden- en kleinbedrijf (MKB) is klaar voor het toepassen van big data in hun bedrijfsprocessen. Dat blijkt uit een eerste inventarisatie van het CBS in opdracht van ECP/Platform voor de Informatiesamenleving en het Ministerie van Economische Zaken. De organisaties maakten eind mei hun bevindingen bekend. Het onderzoek in het kader van het Doorbraakproject Big Data was exploratief van aard en vooral gericht op het onderzoeken van een geschikte methode voor het vaststellen van de potentiële bigdata-gebruikers in het MKB. De resultaten zijn dus voorlopig, en verder onderzoek is nodig, zo laat CBS optekenen.

Uit het onderzoek blijkt dat minder dan 1 procent van de MKB-bedrijven klaar is voor big data. Hoe groter het bedrijf hoe hoger het percentage is: het loopt op van 0 procent bij eenmansbedrijven, tot 8 procent bij MKB-bedrijven met 50 tot 250 werknemers.

Drie criteria

Om te voorspellen of bedrijven klaar zijn voor gebruik van big data, is door de opdrachtgevers een criterium vastgesteld. Een bedrijf moet voldoen aan minimaal drie van de vier volgende kenmerken: financieel gezond zijn, innovatief zijn, online activiteiten vertonen en recent in een transitieproces hebben gezeten. Alle 1,5 miljoen MKB-bedrijven – bedrijven met maximaal 250 werkzame personen – uit het Algemeen Bedrijvenregister 2015 van het CBS zijn meegenomen in de analyses. De onderzoekers stelden vast dat bijna 60 procent van de midden- en kleinbedrijven financieel gezond is, 1 procent innovatief is, 6 procent in transitie zit en 8 procent veel internetactiviteiten heeft.

In drie sectoren zijn relatief meer bedrijven voorbereid op het gebruik van big data: telecommunicatie, IT-dienstverlening, en speur- en ontwikkelingswerk. Er is geen verschil gevonden tussen provincies, er is dus geen gebied in Nederland aan te wijzen dat het voortouw kan nemen voor bigdata-gebruik.

Kansen en bedreigingen van big data voor MKB

Eerder dit jaar kwamen de Kamer van Koophandel en JADS eveneens met onderzoek naar de stand van zaken met betrekking tot big data binnen het MKB. Dit onderzoek ging meer in op de kansen en bedreigingen. Er werd gekeken naar de ontwikkeling van het ondernemen met (big) data in het MKB op vijf aspecten: databeschikbaarheid, databeheer, data-analyse, data governance en datavaardigheden.

De conclusie luidt dat MKB’ers, vooral de kleinere bedrijven, de kat uit de boom kijken. Ondernemers zijn terughoudend met het toepassen van (big) data en kijken naar (big) data vanuit de huidige situatie. Een beperkte capaciteit en een gebrek aan middelen speelt daarin een rol. Er verschijnt maar zelden ‘nieuw bloed’ op de werkvloer dat verfrissende vaardigheden meebrengt. Veel ondernemers geven aan geen echte visie op (big) data te hebben.

Van de bevraagde ondernemingen ziet 44% (big) data als kans, maar 33% weet niet of (big) data een kans of een bedreiging vormen. Kansen worden vooral gezien in een betere klantbediening (61%), inzicht in de klantbehoefte (60%) en inzicht in de klantwaardering (55%). Daarnaast beschouwen velen verbetering van de interne processen (42%) en het ontwikkelen van nieuwe producten en diensten (41%) als een belangrijke kans.

Aanpakken in plaats van afwachten

Anders dan het CBS is het de Kamer van Koophandel veel meer om te doen dat het MKB stappen gaat zetten met de integratie van (big) data. De kansen en eventuele bedreigingen moeten worden gegrepen of juist aangepakt worden, als het aan de KvK ligt. Het biedt onder andere een white paper aan waarin het ingaat op de groeikansen voor ondernemers.

Concluderend kan gesteld worden dat de MKB’er voornamelijk afwacht, maar ook dat hij/zij niet precies weet waar te beginnen. Ondernemers voelen zich belemmerd door een gebrek aan geld, tijd en kennis en kunde. Daarnaast geldt voor het merendeel van de ondernemers dat ze niet bekend zijn met de mogelijkheden van de inzet van big data op hun bedrijfsprocessen. Afgezien van investeringen zou het een aanzienlijke cultuuromslag vergen. Dat zou voor een groot aantal een te grote drempel kunnen zijn.

[userquote user="906"]

"Het MKB vormt geen uitzondering op de algemene ontwikkelingen in de ICT. Ik onderschrijf de visie van de Kamer van Koophandel dat het MKB beter kan worden voorzien in de benodigde informatie, kennis, kunde en capaciteit om deze stappen goed te kunnen zetten. Vanuit het perspectief midden- en kleinbedrijf begrijp ik dat deze stappen initieel moeilijker te zetten lijken te zijn, omdat de mogelijke negatieve impact op de eigen bedrijfsvoering directer is dan bij bedrijven uit het groot zakelijk segment. Naast de overheid en de hieraan gelieerde instellingen ligt hierin ook een taak voor brancheorganisaties. Zij kunnen de vraag bundelen en de kennis en expertise organiseren, waardoor sprake is van een gespreid risico. Juist binnen het MKB zal uiteindelijk de implementatie snel kunnen gaan en de hieraan gelieerde ondernemingskansen worden benut."

"Het stimuleren van big data in het MKB is een brede verantwoordelijkheid, die niet alleen vanuit overheidswege kan en moet worden gefaciliteerd. Het gaat om een goed samenspel van alle relevante stakeholders, die zullen moeten anticiperen op de initiële oorzaken achter de bestaande aarzelingen, waarmee de ondernemingskansen beter worden benut, die met big data ook door en voor het MKB kunnen worden gerealiseerd."

[/userquote]

 

Duits voetbalelftal heeft Big Data als twaalfde man

Mannschaft

 

Vanavond staat Duitsland in de halve finale van het EK Voetbal in Frankrijk. Dat is voor onze oosterburen eerder regel dan uitzondering, maar een van de redenen dat de Duitsers zo ver zijn gekomen, is dat de Duitse ploeg gretig gebruikmaakt van Big Data. De Duitse voetbalbond is in zee gegaan met het softwarebedrijf SAP dat twee technologieën ontwikkelde om de sterke en zwakke punten van de tegenstander te analyseren en hiermee Die Mannschaft aan nieuwe successen te helpen.

Twee applicaties

De eerste applicatie die de Duitsers gebruiken heet SAP Challenger Insights. Met deze noviteit worden via gigantische hoeveelheden informatie de kenmerken van de tegenstanders geanalyseerd. De offensieve en defensieve tendensen komen naar boven en in welke formatie de opponent speelt.

De spelers van de Duitse ploeg krijgen op iPads de informatie toegespeeld. Van elke directe tegenstander krijgt de speler keurig voorgeschoteld wat zijn sterke en zwakke punten zijn, zijn persoonlijke data en tot zes videoclips waarin die eigenschappen extra uitgelegd worden. In het totale plaatje krijgt coach Löw specifieke data over de speelwijze van de opponent en de individuele spelers. Mocht er iets veranderen aan de opstelling van de tegenstander, dan kan Löw met een simpele drag-and-drop functie de veranderde strategie analyseren.

De tweede applicatie heet Penalty Insights Functions waarin patronen van de strafschoppennemers van de tegenstander feilloos naar boven worden gebracht. Doelman Manuel Neuer kan in het systeem kijken naar potentiële strafschopnemers van de tegenstander en zien hoe zij presteren onder druk. Schieten ze de bal in de rechterbovenhoek of juist linksonder? Ook de manier hoe zij hun aanloop nemen en vele andere scenario's worden in de schoot geworpen van de toch al voortreffelijke keeper.

Filosofie en feiten

'De nieuwe generatie atleten ziet het gebruik van Big Data volledig zitten. Ze willen allemaal de rapporten zien. Ze staan volledig open voor nieuwe technologie', weet Stefan Wagner, algemeen directeur van SAP. 'We hebben een filosofie ontwikkeld samen met de Duitse voetbalbond. Zij hebben de coach en zijn staf. Zij nemen de beslissingen. Wij ondersteunen die beslissingen slechts met feiten.'

WRR: strengere regels big data nodig voor privacy burgers

Er zijn nieuwe regels nodig nu big data een steeds belangrijker fenomeen worden. De huidige wet- en regelgeving is niet goed van toepassing. Dat concludeert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het rapport 'Big Data in een vrije en veilige samenleving', dat donderdag door Minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie in ontvangst genomen is.

Big data in een vrije en veilige samenleving

BTG roept op tot emancipatie van ICT-organisaties

Jan van Alphen

Jan van Alphen

Tijdens een recente bijeenkomst van CIONET Nederland, het kennisplatform van Chief Information Officers, heeft Jan van Alphen, voorzitter van de Branche Vereniging Telecomgrootgebruikers (BTG), de noodzaak tot ‘emancipatie van ICT-organisaties’ voor het voetlicht gebracht. Hij wees daarbij op de toenemende complexiteit waar ICT-organisaties mee te maken hebben: van de groter wordende technische uitdagingen tot meer business gerelateerde zaken zoals data- en privacy-vraagstukken.

“De klassieke ICT-organisatie moet zich aanpassen aan deze nieuwe dynamiek”, aldus BTG-voorzitter Van Alphen.

Ten overstaan van een select gezelschap, bestaande uit CIONET- en BTG-leden, heeft BTG-voorzitter Jan van Alphen een lans gebroken voor een vergaande emancipatie van ICT-afdelingen. De convergentie van telecommunicatie, IT, media en de creatieve industrie integratie heeft, volgens hem, al de eerste aanzet gegeven voor een veranderende ICT-organisatie. Echter, zo stelde Van Alphen, de noodzaak tot verandering én de snelheid waarmee dat moet plaatsvinden, is door recente ontwikkelingen groter geworden.

“Wij signaleren dat bij onze leden. Zij hebben al te maken met onder andere de toenemende ICT-afhankelijkheid van organisaties en burgers, het groeiende belang van goede ICT-security en de noodzaak om tot geïntegreerde mobiele diensten te komen. De afgelopen tijd is daar het vraagstuk van Big Data-ontginning en hoe er met specifieke data, zoals persoonsgegevens, moet worden omgegaan. Het stelt nieuwe eisen aan organisaties in het algemeen en de ICT-organisaties in het bijzonder”, aldus Jan van Alphen.

Het onderwerp ‘Big Data’ staat volop in de belangstelling, zowel bij de overheid als het bedrijfsleven. Voor het bedrijfsleven hebben gegevens afkomstig van burgers een potentieel hoge commerciële waarde. De overheid ziet de toepassing van die data echter met name als manier om de dienstverlening naar de burger te optimaliseren. In het verlengde daarvan, legt de overheid de regie over de data bij de gebruiker/burger, iets dat in het bedrijfsleven niet als vanzelfsprekend wordt ervaren. BTG-voorzitter Jan van Alphen pleit daarom voor meer publiek-private samenwerking. De tijd dringt, zo stelt hij: “Diverse marktpartijen, zoals Apple en Google, zijn nu eigen initiatieven op dit gebied aan het ontwikkelen. Dit leidt tot versnippering en daarmee kan het ook belemmerend werken voor innovatie. BTG ziet hier de noodzaak – en kansen - voor publiek-private samenwerkingen waarmee zowel innovatie als standaardisatie wordt geborgd.”

Autofabrikanten vrezen nieuwkomers in connected car-markt

BTG-Logo-Los-WEB-twitterDe samenkomst van de digitale wereld en de auto-industrie brengt enorme veranderingen met zich mee. Door de integratie van informatietechnologie en externe diensten in auto’s, verandert de rijervaring, mobiliteit van bestuurders en autoproductie in zijn geheel. Het marktonderzoeksbureau PAC heeft (in opdracht van ICT-adviesbureau Cognizant) in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en Zweden en het Verenigd Koninkrijk onderzoek gedaan naar de ‘connected car’.