Tag: onderzoek

Nederlanders met digitale vaardigheden in Europese kopgroep

Nederland behoort tot de Europese landen met het grootste aandeel inwoners dat vaardig is met het gebruik van internet, computer en software.  De helft van de Nederlanders tussen 16 en 75 jaar had in 2019 meer dan basis digitale vaardigheden, tegen 33 procent gemiddeld in de Europese Unie. Dit blijkt uit recent onderzoek van het CBS en andere EU-lidstaten.

Samen met Finland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk behoort Nederland tot de kopgroep op dit terrein. In 2015 had nog maar 43 procent meer dan basis digitale vaardigheden. De digitale vaardigheid van de Nederlandse bevolking was altijd hoger dan gemiddeld in de Europese Unie. Het laagst scoren Oost-Europese landen zoals Roemenië en Bulgarije (10-11 procent) en Italië, Griekenland en Polen scoren veel lager (rond 20 procent) dan het EU-gemiddelde. De verschillen in digitale vaardigheden tussen mannen en vrouwen zijn kleiner. Het aandeel mannen met meer dan basisvaardigheden bedroeg 54 procent, tegen 45 procent onder de vrouwen.

Vier deelgebieden

Digitale vaardigheden worden bepaald aan de hand van resultaten op vier deelgebieden: informatie, communicatie, computers/online diensten en software. Op het deelgebied ‘informatie’ was het aandeel Nederlanders in 2019 met meer dan basis digitale vaardigheden groter (89 procent) dan op de andere deelgebieden. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld informatie opzoeken via internet maar ook om bestanden verplaatsen en foto’s opslaan in de cloud. Het EU-gemiddelde was hier 71 procent.

Ook op de deelgebieden ‘communicatie’ (e-mailen, bellen via internet en sociale netwerken) en ‘computers/online diensten’ (online winkelen, apps en online cursussen) had respectievelijk 83 procent en 81 procent van de Nederlanders vaardigheden die het basisniveau ontstijgen. Het EU-gemiddelde was 67 procent voor ‘communicatie’ en 59 procent voor ‘computers/online diensten’.

Op dit terrein ‘Software’ beschikte 55 procent van de Nederlanders over meer dan basisvaardigheden. Het EU-gemiddelde was 41 procent. Dit deelgebied omvat het gebruik van kantoorsoftware zoals programma’s voor tekstverwerking en spreadsheets. Ook zelf computerprogramma’s schrijven in een programmeertaal behoort tot dit deelgebied.

Indicatoren digitale vaardigheden

Het onderzoek ‘ICT-gebruik van huishoudens en personen’ is in 2019 gehouden onder 4.800 Nederlanders in de leeftijdscategorie van 16 tot 75 jaar. Er is onder andere gevraagd naar activiteiten bij het gebruik van internet, computers en software. Op basis van deze activiteiten en de mate waarin deze worden uitgevoerd zijn indicatoren voor digitale vaardigheden ontwikkeld zoals ‘geen/weinig’, ‘basis- of meer dan basisvaardigheden’. Alle EU-landen passen dezelfde methode toe, waardoor uitkomsten van Nederland in Europees verband vergelijkbaar zijn.

RFID wordt volwassen in mode-industrie

De Universiteit van Parma heeft een wetenschappelijk onderzoek ingesteld naar de wereldwijde RFID-adoptie in de mode. GS1 Nederland draagt sinds kort bij aan het onderzoek. Belangrijkste conclusie is dat RFID de vroege volwassenheidsfase ingaat in de mode-industrie. Het onderzoek laat zien dat na voorraadnauwkeurigheid en procesautomatisering nu ook omnichannel de voornaamste reden is om met RFID te starten.

De studie ‘RFID-barometer in de detailhandel’ door de Italiaanse universiteit van Parma onderzocht naast de enorme berg nuttige literatuur die over RFID beschikbaar is, het gebruik van RFID door bijna 100 bedrijven, de inzet van RFID in 23.400 winkels en het jaarlijks gebruik van ruim 1 miljard tags. De gegevens over het gebruik van RFID gaan terug tot 2001.

Studiedoel

Het doel van de studie is om een uitgebreid en actueel overzicht op te bouwen over en voor het gebruik van RFID. Het resultaat is dat er nu een internationale benchmark is met projecten en hun status. In de database staat informatie over hoe bedrijven RFID inzetten, waar zij waarde in hun bedrijfsproces creëren en welke trends er zijn.

Achterblijvers

Bedrijven die nu aan de slag gaan met RFID, kunnen niet meer worden gezien als technologie-innovators of ‘early adopters’. De inzet van RFID binnen bedrijven groeit. “Retailers die RFID-technologie nog niet testen of gebruiken, lopen het risico in de categorie ‘achterblijvers’ te vallen en kunnen potentieel achterlopen op hun concurrenten", aldus onderzoeker en directeur Antonio Rizzi van de University of Parma’s RFID Lab. "Bovendien zien we dat RFID überhaupt de meest gebruikte IoT-toepassing is en dat deze technologie direct je businessproces kan verbeteren."

Garantie voor de toekomst

In de modesector, die goed is voor jaarlijks ongeveer 80 miljard euro omzet, is de potentie van RFID enorm. Het onderzoek laat duidelijke resultaten zien:

  • De voorraadbetrouwbaarheid gaat van 60-70 procent naar 99-100 procent
  • Voorraden tellen kost tot wel 90 procent minder tijd
  • Verkoop wordt beter met omzetstijgingen van 1–21 procent

“Als we kijken naar de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek kan niemand meer twijfelen of je er goed aan doet om met RFID aan de slag te gaan. In dit geval geldt: resultaten uit het verleden bieden wél garantie voor toekomst", zegt CTO Loek Boortman van GS1 Nederland.

Omnichannel

Al jaren staan procesautomatisering en een betrouwbaar inzicht in voorraad aan de top van de toepassingen voor RFID. Met de internetrevolutie krijgen bedrijven te maken met nieuwe uitdagingen. Want hoe weten retailers wat er precies waar op voorraad ligt als ze geen RFID gebruiken? Nu al zien een aantal retailers dat na implementatie van RFID het aantal annuleringen van online orders met 30 tot 60% vermindert. Voor steeds meer bedrijven zijn dit belangrijke redenen om RFID voor omnichannelactiviteiten in te zetten.

Nauwkeurig voorraadbeeld

“Dit is geen verrassing, want veel traditionele retailers breiden hun online activiteiten uit om te concurreren met pure online spelers", zegt Rizzi. "De retailers die zullen winnen in een echte omnichannel-wereld zijn diegenen die RFID en andere technologieën gebruiken om real-time een nauwkeurig beeld van hun voorraad te krijgen. Alleen zo kunnen producten beschikbaar zijn voor elke klant, ongeacht hoe en in welk kanaal hij of zij kiest om te kopen.”

“Het is mogelijk om zonder RFID te omnichannel te retailen, maar dan heb je simpelweg meer veiligheidsvoorraden nodig", aldus Boortman. "Dat is dus gewoon omzetverlies. En dan hebben we het nog niet eens over de vele IoT mogelijkheden. We hopen dat het onderzoek bijdraagt aan een nog bredere acceptatie en gebruik van RFID, ook in Nederland. De universiteit van Parma gaat ook Nederlandse bedrijven meenemen in het vervolg van het onderzoek, dus dat zal zeker helpen.”

ICT-kosten ziekenhuizen opnieuw gestegen

De ICT-kosten van ziekenhuizen zijn voor het vijfde jaar op rij toegenomen. De kosten bedroegen in 2018 gemiddeld 5,7 procent van de omzet. In 2013 was dit nog 4,5 procent. Oorzaak van de stijging is de sterke afhankelijkheid van de digitale informatievoorziening. Dit staat in de ICT Benchmark Ziekenhuizen van M&I/Partners.

In 2019 heeft M&I/Partners voor het twaalfde jaar de ICT Benchmark Ziekenhuizen uitgevoerd. Het onderzoek is gedaan naar de kosten in het boekjaar 2018. Uit de ICT benchmark blijkt dat de ICT-kosten voor het vijfde achtereenvolgende jaar zijn toegenomen. “De kosten stijgen vooral doordat ziekenhuizen in hoge mate afhankelijk zijn van de digitale informatievoorziening. Dit stelt hoge randvoorwaarden aan continuïteit, beveiliging en kwaliteit van informatie”, stelt principal adviseur Antoon van Luxemburg van M&I. “Ook vraagt dit meer ICT-personeel, bijvoorbeeld op informatie- en datamanagement. De digitalisering in de zorg, zoals met ‘de juiste zorg op de juiste plek’, netwerkzorg en onderlinge doorverwijzing, nemen steeds verder toe. De kosten hiervan ‘stapelen’ op de bestaande ICT-kosten.”

ICT Benchmark Ziekenhuizen van M&I/Partners

De benchmark is ontwikkeld door M&I/Partners in samenwerking met ziekenhuizen. De benchmark brengt de kosten en prestaties van ICT binnen ziekenhuizen in kaart op basis van een specifiek voor de branche ontwikkeld Total Cost of Ownership model. Belangrijk onderdeel van de benchmark is het verhaal achter de cijfers.

Nederlanders positief over komst 5G

De meeste Nederlanders hebben positieve verwachtingen over 5G en de toepassingen die hiermee mogelijk, makkelijker of sneller worden. Dit schrijft Telecompaper in het rapport 'Impact 5G in Nederland - Perspectief consumenten'. Het onderzoek voor het rapport is in november uitgevoerd onder 1.000 Nederlanders.

Telecompaper heeft een top 10 samengesteld over de verwachtingen van Nederland op het gebied van 5G. Op een gedeelde eerste plaats staan monitoring van riolering en regenval (om overstromingen te voorkomen) en betere aansluiting van stoplichten op het verkeer. Verder staan er veel toepassingen op het gebied van gezondheid in de 'positieve' top 10. Het voordeel van 5G op het gebied van lage latency komt pas naar voren bij 'operaties op afstand', op een achtste plek.

Bekendheid 5G

Een meerderheid van de Nederlanders is in meer of mindere mate bekend met de komst van 5G-netwerken. Van de Nederlanders geeft 56 procent aan bekend te zijn met 5G en is 13 procent volledig onbekend met de opvolger van 4G/LTE. Vooral senioren zijn volledig onbekend met 5G, terwijl 16-35 jarigen vaker aangeven wel bekend zijn 5G. Dat bleek eerder al uit een publicatie van Telecompaper tijdens het congres Telecom Insights over de impact van 5G.

Meeste Nederlanders positief over 5G-toepassingen

Het rapport over 5G en Nederlandse consumenten gaat ook in op de mogelijke toepassingen van 5G en de verwachte invloed van de technologie op het dagelijkse leven. Behalve dat een meerderheid van Nederlanders (59 procent) zeker of mogelijk een impact van 5G verwacht, kijken de meeste Nederlanders ook positief tegen deze impact aan.

Zo verwacht 93 procent van de Nederlanders een positieve invloed van 5G als het gaat om monitoring-toepassingen: om overstromingen te voorkomen en om verkeer beter te geleiden. Het gaat daarbij onder meer om het plaatsen van sensors die de mate van verkeer monitoren om zo de werking van stoplichten beter op deze stromen af te stemmen. 5G is hier bijvoorbeeld belangrijk om de informatie en eventueel al inzichten van sensors razendsnel te verwerken en zo stoplichten realtime aan te sturen.

Monitoring chronische aandoeningen

Overwegend positief zijn Nederlanders ook over de mogelijkheid die 5G-technologie biedt om mensen met een chronische aandoening zoals hart- en vaatziekten thuis te monitoren. Informatie die via sensors wordt verzameld, kan dan bij afwijkingen direct voor een waarschuwing richting patiënt en zorgverleners zorgen. Nu vindt dergelijke controle slechts enkele malen per jaar plaats tijdens een consult in het ziekenhuis. Op beperkte schaal worden dergelijke e-health toepassingen nu al ingezet voor de monitoring van een reeks chronische aandoeningen.

Dezelfde positieve visie (ruim 80 procent) bestaat bij beveiliging van gebouwen met slimme sensors en camera’s en bij sensors die aangeven wanneer afvalbakken vol zijn en geleegd moeten worden. In Engeland deed operator BT enkele jaren geleden al proeven met dergelijke monitoring. Dat bespaarde onder meer brandstof omdat er altijd een optimale afvalroute gereden wordt. Meer dan 60 procent van de Nederlanders denkt ook dat 5G kan helpen bij lantaarnpalen die alleen branden wanneer er iemand in de buurt is: dit kan positief uitpakken voor veiligheid en duurzaamheid (minder energieverbruik).

Minderheid positief over zelfrijdende auto’s

Een minderheid van de Nederlanders is positief wanneer het gaat om zelfrijdende auto’s en drones. In beide gevallen is rond de 40 procent van de Nederlanders positief over bijvoorbeeld levering van goederen. Mogelijk hebben de lage percentages hier te maken met berichtgeving in de media over de gevaren van drones in het luchtruim en ongevallen tijdens pilots met zelfrijdende auto’s.

Nederlandse bedrijven lopen achter met Artificial Intelligence in klantenservice

Bedrijven in heel Europa zetten Artificial Intelligence in om hun klantenservice te veranderen. Reden hiervoor is dat AI-gestuurde ervaringen door steeds meer consumenten wordt geaccepteerd, zo blijkt uit onderzoek. Nederlandse bedrijven lopen echter achter bij andere Europese landen als het gaat om de toepassing van AI in klantenservice.

Het rapport “The AI revolution: creating a new customer service paradigm”, onderzoekt hoe AI zorgt voor een nieuwe manier van service delivery. Het onderzoek is uitgevoerd onder 770 senior IT-professionals, afkomstig uit tien Europese landen, die betrokken zijn bij de klantenservice.

Bijna een derde (30%) van de Europese bedrijven zet AI-technologieën in bij hun klantenservice. 72% van deze ondernemingen geeft aan al voordelen te ervaren, zoals een effectiever gebruik van werknemerstijd, een efficiëntere verwerking van veeleisende taken en het bieden van continue klantondersteuning. Van de Nederlandse respondenten geeft slechts 22% aan gebruik te maken van AI in de klantenservice.

Klantenserviceteams hebben moeite te voldoen aan klanteisen

Uit het onderzoek blijkt dat voor bedrijven 24/7 uur service en support bieden de belangrijkste uitdaging is. Klanten kunnen kiezen uit meerdere servicekanalen, maar verwachten wel op elk moment van de dag een reactie. Dit zorgt voor problemen bij organisaties:

•              De helft van de bedrijven in Europa is niet in staat om op elk moment van de dag te reageren op vragen. Nederland voert de lijst aan met 56% van de bedrijven dat aangeeft niet 24/7 op klantverzoeken te kunnen reageren.
•              40% van de organisaties heeft moeite om te voldoen aan de hogere eisen die gesteld worden aan de klantenservice.
•              37% heeft moeite met het efficiënt beantwoorden van terugkerende vragen.

AI verandert betrokkenheid klant

AI stelt organisaties in staat om meer te doen dan alleen het efficiënter behandelen van verzoeken, door in te spelen op klantbehoeften:

•              59% van de organisaties breidt het aantal verzoeken uit dat virtuele chat-assistenten en chatbots kunnen verwerken.
•              47% zegt dat AI de klantenservice efficiënter zal maken.
•              37% zegt dat AI kan worden ingezet voor het bieden van een betere service.

AI biedt meer mogelijkheden voor klantenservicemedewerkers

Omdat de adoptie van AI verder zal toenemen, wordt de rol van de menselijke eerstelijnsmedewerker alleen maar vergroot.

•              37% van de organisaties zegt dat AI kan worden gebruikt om een betere service te bieden met hetzelfde aantal medewerkers.
•              29% van de organisaties die AI-gebaseerde technologie gebruikt, is zich bewust van de noodzaak om de vaardigheden van klantenservicemedewerkers te verbeteren.

Onderzoek: ‘Werknemers willen overal toegang tot informatie’

Werknemers willen zelf bepalen waar en wanneer ze werken, in plaats van zich aan standaardwerktijden te moeten houden. Dat blijkt uit onderzoek van Konica Minolta. 

Werkgevers kunnen daarop inspelen door mobiel werken vanaf elke willekeurige locatie mogelijk te maken, zodat werknemers niet langer op grenzen stuiten als ze toegang willen verkrijgen tot het netwerk, de gegevens en applicaties van het bedrijf waarvoor ze werken. Volgens een onderzoek van Konica Minolta dat eind 2017 werd gehouden in tien Europese landen, beschouwen veel bedrijven dit nog steeds als een grote uitdaging en kunnen zij hun werknemers die vrijheid niet bieden.

In de enquête werd gekeken naar de uitdagingen waarmee informatiemanagers en belanghebbenden bij bedrijfsprocessen geconfronteerd worden, en hoe zij daarmee omgaan. De uitdaging om overal veilige toegang tot content te bieden en deze bovendien goed doorzoekbaar te maken vanaf mobiele apparaten, wordt nog een graad moeilijker als daarbij meerdere ECM-systemen (Enterprise Content Management) of documentbeheersystemen zijn betrokken. De respondenten geven aan dat zij brede toegang (41 procent) en robuuste zoekfunctionaliteit (34 procent) als de grootste uitdagingen voor goed informatiebeheer beschouwen. Anderzijds biedt 57 procent van de respondenten geen mobiele toegang tot documenten en geeft 44 procent toe dat gebruikers over gebrekkige zoekmogelijkheden beschikken of dat deze volledig ontbreken.

Systemen voor vastlegging en beheer van informatie in tijden van explosieve gegevensgroei
In tijden van een overvloed aan informatie en explosief groeiende volumes aan digitaal gegenereerde content, beschikt slechts 53 procent van de onderzochte organisaties over een systeem voor document- of contentbeheer. Hoewel beeldverwerkingstechnieken voor de verwerking van documenten en formulieren al pakweg dertig jaar worden ingezet ter ondersteuning van bedrijfsprocessen en de eerste belangrijke implementaties van documentbeheersystemen meer dan twintig jaar geleden plaatsvonden, beschikt slechts 31 procent van de bedrijven over beeldverwerkingssystemen die naadloos op die bedrijfsprocessen aansluiten en hun informatie daaraan doorgeven. Van de bedrijven zonder document- of informatiebeheersystemen geeft 14 procent toe (dat is 5 procent van alle respondenten), dat het delen van bestanden in bestandsystemen en de cloud 'enigszins chaotisch' verloopt en maakt 43 procent nog steeds gebruik van e-mailbijlagen en persoonlijke harde schijven om documenten te delen.

GDPR is een grote uitdaging
Sinds 25 mei is de GDPR (General Data Protection Regulation) van kracht. Deze EU-verordening wordt gezien als de belangrijkste wijziging op het gebied van privacyregelgeving van de laatste twintig jaar. De GDPR verplicht bedrijven om zorg te dragen voor het veilig en conform de regels opslaan van de gegevens van burgers, (prospectieve) klanten, werknemers en andere medewerkers. Uit de enquête blijkt dat 28 procent van de respondenten de GDPR als de grootste uitdaging voor de verlening van documentservices beschouwt. Van de respondenten uit organisaties met minder dan vijftig werknemers geeft 43 procent aan dat ze niet genoeg van de GDPR weten om enige wijzigingen in hun processen en systemen door te voeren, terwijl 47 procent van de organisaties van vijfhonderd of meer werknemers hun verwerkingsprocessen voor klantgegevens wegens de invoering van de GDPR opnieuw onder de loep moet nemen, zodat de beveiliging kan worden aangescherpt en het beheer van klantdossiers kan worden verbeterd.

Populaire procesapplicaties met functionaliteit voor documentvastlegging
Crediteuren- (29 procent) en debiteurenbeheer (12 procent) behoren tot de populairste procesapplicaties met functionaliteit voor documentvastlegging, gevolgd door klantenservice/casebeheer (10 procent) en HR (8 procent). Van de respondenten past 36 procent documentvastlegging toe voor archiveringsdoeleinden en beschikt 37 procent niet over applicaties voor documentvastlegging. Konica Minolta vroeg zich af wat de reden daarvoor is. Te klein en niet-relevant zijn weliswaar voor de hand liggende redenen, maar 14 procent van de respondenten blijkt onvoldoende zicht op de kosten te hebben. Gebrek aan expertise wordt door 10 procent als reden gegeven, terwijl 11 procent aangeeft behoefte te hebben aan advies over de mogelijkheden.

Investeringsrendement
Ondanks de moeilijk te kwantificeren voordelen wordt de goedkeuring van investeringen in veel organisaties gedreven door rendementscriteria. Uit de enquête blijkt dat een derde van de doorgevoerde document- en procesinitiatieven al na één jaar of minder vruchten afwerpt, en twee derde binnen twee jaar. Van de respondenten is 62 procent van plan om de komende twee jaar hun investeringen in document- en/of processystemen te verhogen.

“Met het veranderen van de werkwijzen van mensen, verandert ook de wijze waarop mensen met informatie omgaan. Eenvoudige en intuïtieve toegang tot informatie wordt steeds belangrijker. Want zo kunnen we garanderen, dat iedereen zo effectief mogelijk kan werken”, aldus Jeffrey Muller, Market Development Manager ITS bij Konica Minolta Business Solutions. “Een goede strategie voor informatiebeheer is essentieel voor elk bedrijf dat zijn klanten zo goed mogelijk van dienst wil zijn, zijn concurrentievermogen wil versterken en tegelijkertijd aan de geldende wet- en regelgeving wil voldoen.”

Onderzoek: ‘Vertrouwen in robotadvies groeit’

Consumenten en bedrijven kunnen de laatste jaren steeds meer gebruik maken van digitale assistenten en robotadviseurs. Uit onderzoek blijkt nu dat mensen ook steeds meer vertrouwen krijgen in deze technologie.

Een digitale klantenservicemedewerker scoort met een 5,6 voor vertrouwen inmiddels niet veel slechter dan een mens (5,9). En ook de digitale financieel adviseur wordt met een 5,8 bijna even goed vertrouwd als zijn menselijke tegenhanger (6,1). Dit blijkt uit onderzoek door PanelWizard in opdracht van TJIP, The Platform Engineers.

Het Delftse technologiebedrijf TJIP deed enquêteonderzoek onder duizend respondenten en wilde weten hoeveel vertrouwen Nederlandse consumenten hebben in de adviesvaardigheden van kunstmatige intelligentie (KI). De laatste jaren zijn er steeds meer praktische toepassingen op de markt gekomen zoals Alexa van Amazon, de Google Assistant en IBM’s Watson. Hoeveel vertrouwen hebben we eigenlijk in die robotadviseurs vergeleken met de menselijke vakexperts? Respondenten werd gevraagd beide typen adviseurs (mensen en robots) te beoordelen en een rapportcijfer te geven voor het vertrouwen dat ze in ze hebben. Men keek daarbij naar vier verschillende soorten experts: de klantenservicemedewerker, de jurist, de financieel adviseur en de medisch specialist.

Verschillen tussen sectoren
Er waren behoorlijk grote verschillen in de sectoren waar te nemen. Digitale financieel adviseurs en klantenservicemedewerkers deden nauwelijks onder voor hun menselijke tegenhangers. Menselijke medisch specialisten (7,8) en juristen (7,2) genieten daarentegen relatief veel vertrouwen: robotartsen (5,5) en robotjuristen (5,7) scoren aanzienlijk lager.

“Er zijn de laatste jaren grote sprongen vooruit gezet op het gebied van KI. Je ziet dat dit zich uitbetaalt in vertrouwen bij de consument,” verklaart Dingeman Leijdens, directeur en oprichter van TJIP. De verschillen tussen de verschillende beroepsgroepen verklaart hij vooral door de zwaarte van de onderwerpen. “Een doktersbezoek of een juridisch advies gaat vaak met meer emotie gepaard dan een financieel advies of contact met een klantenservice. Je ziet dat consumenten om die reden toch liever een mens spreken. Een menselijke vakexpert geeft echter niet noodzakelijk betere adviezen. KI is bijvoorbeeld minstens net zo goed in het herkennen van kankerweefsel op een scan als een menselijke arts.”

Millennials meest vertrouwd met KI
Uit het onderzoek blijkt dat mensen nog steeds meer vertrouwen hebben in menselijke vakexperts (gemiddeld 6,8) dan in robotadviseurs (5,7). De robotadviseur is echter wel aan een gestage opmars bezig. Millenials (30 jaar en jonger) gaven de adviesvaardigheden van kunstmatige intelligentie gemiddeld een 5,9, terwijl respondenten van 50 jaar en ouder een lager schoolcijfer gaven; 5,6.

Onderzoek Unisys: ‘IT-professional kampte in 2018 gemiddeld drie keer met dataverlies’

Onderzoek van Unisys laat zien dat IT-professionals in 2018 gemiddeld drie datadiefstallen meldden, met uitschieters van elf diefstallen. Daarnaast meldden zij in hetzelfde jaar gemiddeld negen zeer hevige beveiligingsproblemen per maand.

In het onderzoek, uitgevoerd door Information Services Group (ISG), werden 404 zakelijke IT-professionals in Noord-Amerika, Europa en Azië/Oceanië gevraagd naar hun beveiligingsoperatie. De resultaten laten zien dat deelnemers weten wat hun uitdagingen zijn, maar ook snappen hoe belangrijk het is om de werkplek adequaat te beveiligen, nu bedrijven die steeds meer verplaatsen naar de cloud en mobiele platforms: tussen 2016 en 2020 zullen lokale workloads afnemen van 55 procent tot 20 procent. ISG voorspelt dat 60 procent van alle bedrijven wereldwijd daardoor te maken zal krijgen met nieuwe beveiligingsproblemen.

Om deze uitdagingen aan te kunnen, beveelt Unisys de adoptie van een zero trust-model aan: een benadering van beveiliging die erkent dat dreigingen niet enkel van buiten komen, maar ook binnen het vertrouwde gebied kunnen ontstaan. Daarom krijgen gebruikers zo min mogelijk toegang. Deze aanpak vraagt om een combinatie van microsegmentatie en beveiligingsdiensten als security information & event management (SIEM), bescherming van endpoints en risico-assessment. Dat voorkomt dat er nieuwe aankopen moeten worden gedaan die de toch al complexe omgeving nog ingewikkelder zouden maken.

“In dit tijdperk van digitale transformatie snappen beveiligingsprofessionals dat digitaal vertrouwen cruciaal is. Als dat niet goed geregeld is, zullen organisaties daar grote problemen door krijgen”, zegt Doug Saylors, research director bij ISG. “Bedrijven die dit als eerste adopteren en weten in te zetten, creëren competitieve voordelen als gevolg van een betere band met klanten en operationele excellentie.”

Het onderzoek laat zien dat IT-professionals oog hebben voor bedreigingen van buitenaf, maar ook inzien dat een goede interne beveiligingscultuur onmisbaar is. Uit twaalf IT-beveiligingsuitdagingen koos 43 procent voor “externe dreigingen”. Beveiligingsuitdagingen als gevolg van 24/7-operatie volgde met 36 procent, en uitdagingen die samenhangen met verouderde technologie kwam op de derde plek met 34 procent.

“Vertrouwen in digitale bedrijfsvoering wordt verdiend met iedere digitale interactie binnen het bedrijf”, zegt Tom Patterson, chief trust officer bij Unisys. “Dat betekent dat vertrouwen moet worden verweven met het hele ecosysteem van werknemers, partners, leveranciers en klanten. Door te werken met resistente en veerkrachtige systemen, vertrouwde identiteiten in te richten en te focussen op klantsucces, is het mogelijk om vertrouwen tot een kritieke succesfactor te maken.”

Beveiligingsoplossingen van Unisys beschermt kritieke middelen door digitaal vertrouwen in te richten en veilige toegang aan vertrouwde gebruikers in te richten. Oplossingen van Unisys helpen bedrijven hun zwakke plekken te verkleinen, te voldoen aan reguleringen en de complexiteit van netwerkbeveiliging te verkleinen. Door de expertise van consultants, geavanceerde software en beheerde beveiligingsdiensten te combineren, helpt Unisys bedrijven om beveiliging in hun digitale transformatie in te bouwen.

Onderzoek: veel onbekendheid over AVG-wet bij bedrijven

Er is nog veel onbekendheid op het gebied van de nieuwe AVG-wet. Dat blijkt uit onderzoek van Conclusr onder meer dan 350 bedrijven en instellingen in Nederland. Tijdens het onderzoek werd gesproken met IT- en algemeen management.

Op de vraag in hoeverre men bekend is met de AVG, geeft 17% van de respondenten aan ‘goed’ met de AVG bekend te zijn en 23% zegt er ‘meer over gehoord of gelezen te hebben’. Maar voor het overgrote deel van de bedrijven en instellingen geldt dit niet. Zo zegt maar liefst 33% nog nooit van de AVG gehoord te hebben. En nog eens 27% zegt er wel van gehoord te hebben, maar kan niet aangeven wat het is of waar het over gaat. Dat betekent dat in totaal 60% van alle bedrijven en instellingen dus niet bekend is met de AVG.

Tevens is gevraagd in hoeverre de respondent persoonlijk op de hoogte is van het feit dat per 25 mei aanstaande de AVG van toepassing is. Opnieuw zegt 35% hiervan ‘totaal niet op de hoogte te zijn’. Slechts 5% zegt dat de organisatie al volledig aan de nieuwe wetgeving voldoet en 14% is ermee bezig. Het overige deel, 45%, is er in meer of mindere mate van op de hoogte maar in ieder geval niet bezig met voorbereidingen om te kunnen voldoen aan de wetgeving.

Aan de respondenten die aangeven zelf goed op de hoogte te zijn van de AVG, is gevraagd welke stelling zij het beste bij het management van hun bedrijf vinden passen.

Uitkomsten:  

  • 3% geeft aan dat het management nauwelijks op de hoogte is van deze nieuwe wetgeving
  • 9% zegt dat de IT verantwoordelijken binnen hun organisatie aan het management een toelichting hebben gegeven op de nieuwe wetgeving, maar dat het management niet of nauwelijks iets met de informatie doet.
  • 47% zegt dat de IT verantwoordelijken binnen hun organisatie aan het management een toelichting hebben gegeven op deze nieuwe wetgeving en het management heeft dit als relevant onderwerp in haar beleid opgenomen.
  • 41% zegt dat het management op eigen initiatief aan de organisatie gevraagd heeft om maatregelen te treffen of voorstellen te doen om aan deze privacy regelgeving te kunnen voldoen.

Elke organisatie die persoonsgegevens verwerkt valt onder de werking van de AVG. Dat betekent dus dat het overgrote deel van alle bedrijven en instellingen aan de wetgeving moet voldoen. Daarom is in het onderzoek gevraagd of de organisaties denken of ook zij aan de nieuwe Europese wetgeving moeten voldoen. Hierop zegt maar liefst 35% van alle organisaties die hebben meegedaan aan dit onderzoek dat de AVG voor hen niet van toepassing is. Met name de bedrijven tot 50 werknemers zijn hiervan overtuigd. 22% denkt dat de AVG ‘gedeeltelijk’ van toepassing is en 43% denk dat naleving van de AVG ‘volledig van toepassing is op de eigen organisatie’.

Kritiek op de overheid
Voor de bedrijven waarmee gesproken is in het kader van dit onderzoek vindt 49% dat de overheid hen totaal onvoldoende heeft geïnformeerd over de AVG en de gevolgen hiervan voor bedrijven en instellingen. Nog eens 37% zegt dat er slechts in beperkte mate geïnformeerd is door de overheid. 15% is van mening dat zij in voldoende mate door de overheid op de hoogte zijn gebracht.

Run op security-specialisten door cyberaanvallen en GDPR

Organisaties zijn het afgelopen jaar voorzichtig geweest in het aannemen van cybersecurity-experts. In 2017 is het aantal aanvragen naar security-specialisten bij Computer Futures flink gedaald (28%). Ook het aanbod van security-specialisten is fors afgenomen, namelijk met 42 procent. Dit blijkt uit de jaarcijfers van Computer Futures, die de organisatie deelt in het trendrapport ‘Gouden tijden voor IT-specialisten’. Naar verwachting zal er in vraag en aanbod op dit gebied in 2018 een inhaalslag plaatsvinden.

Wet- en regelgeving heeft groeiende invloed op IT-investeringen
Uit onderzoek van Computer Futures blijkt dat het volgen van wet- en regelgeving steeds bepalender wordt voor IT-investeringen. In 2017 was dit bij nog geen 2 procent van de organisaties het meest bepalende bedrijfsinitiatief voor IT-investeringen. In 2018 verachtvoudigt dit percentage (16%). Op dit moment laat de praktijk zien dat hoogvliegers op het gebied van security erg gewild zijn. Organisaties die cybersecurity-experts binnen hebben gehaald, halen alles uit de kast om hen vervolgens te behouden.

Bedrijfsinitiatieven bepalend voor IT-investeringen
Albert van Reenen, Managing Director bij Computer Futures: “Organisaties waren het afgelopen jaar terughoudend in het aannemen van cybersecurity-specialisten. Desalniettemin kreeg cybersecurity binnen veel organisaties wel focus. Deze focus groeit komend jaar; organisaties beseffen zich dat er nu snel iets moet gebeuren. De reden van de verwachte toename, in zowel vraag als aanbod van cybersecurity-experts, is onder andere te verklaren doordat GDPR in mei 2018 van kracht wordt. Daarnaast geeft het toenemend aantal cyberaanvallen de urgentie aan op het gebied van IT-security.”