Tag: onderzoek

Aantal glasvezelaansluitingen gegroeid in 2019

Het aantal FttH-aansluitingen in Nederland is in 2019 weer gegroeid, blijkt uit recent onderzoek van Telecompaper. Ondanks de huidige crisis verwachten de onderzoekers voor dit jaar weer een flinke stijging.

Het aantal op glasvezel aangesloten huishoudens is het afgelopen jaar weer flink toegenomen, zo constateren de telecomonderzoekers in hun rapport. In 2019 groeide het aantal op glasvezel aangesloten huishoudens naar een totaal van 3,20 miljoen. Het aantal aansluitingen groeide ten opzichte van 2018 met 9,8 procent of 287.000 woningen. Dit betekent dat ongeveer 40 procent van de Nederlandse huishoudens nu toegang heeft tot glasvezel.

Opleving

De onderzoekers zien sinds 2018 weer een hernieuwde opleving van aanbieders om het glasvezelnetwerk uit te breiden. Er is vooral meer interesse om glasvezel in de grote steden uit te rollen. Zo hebben de twee meest toonaangevende spelers op de markt, KPN NetwerkNL en Delta Fiber Netwerk, laten zien dat zij veel aandacht besteden aan FTTH-uitrol in steden.

KPN NetwerkNL heeft altijd een focus gehad op de bebouwde kom, maar heeft dat vorig jaar en de afgelopen maanden bevestigd door uitrol in groot aantal grote steden aan te kondigen. Delta Fiber Netwerk verlegde afgelopen jaar de strategie. Voorheen richtte het de glasvezelaanbieder zich op het buitengebied, maar nu wordt ook, eerst via dorpskernen, de aandacht naar steden verlegd, aldus de onderzoekers van Telecompaper. De overige glasvezelpartijen, waaronder E-Fiber en Primevest/T-Mobile, hebben eveneens verdere gebiedsuitbreiding op de planning staan.

Veel onderlinge concurrentie

De onderzoekers constateren verder dat er veel onderlinge concurrentie is tussen de diverse aanbieders. Vaak willen aanbieders ook een netwerk uitrollen in gebieden waar concurrenten actief zijn. Telecomtoezichthouder ACM heeft afgelopen jaar onderzoek gedaan naar deze concurrentie en constateerde dat de uitbreiding van glasvezelnetwerken in gevaar is door concurrerende operators die netwerken dupliceren. In de glasvezelmarktstudie werd gesuggereerd dat exploitanten meer zouden moeten samenwerken bij de uitrol en dat de lokale autoriteiten meer zouden kunnen doen om dubbele netwerken te stoppen.

De toezichthouder geeft aan dat het onwaarschijnlijk is dat twee glasvezelnetwerken economisch rendabel kunnen zijn, aangezien ze ook moeten concurreren met de bestaande koper- en kabelnetwerken. Mogelijke netwerkduplicatie leidt bovendien tot vertragingen in projecten en onzekerheid voor investeerders.

Vooruitzicht 2020

De onderzoekers verwachten dat de uptake dit jaar ondanks de huidige crisis verder zal gaan groeien. Voor 2020 verwachten zij zelfs een recordgroei naar 600.000 aangesloten woningen. Dit jaar gaat ook de onderlinge concurrentie verder, zo wordt verwacht.

Bedrijven profiteren weinig van cloud computing

Bedrijven en publieke organisaties profiteren maar weinig van de voordelen van cloud computing, stellen onderzoekers van Enterprise Strategy Group in opdracht van Dell Technologies en Intel. Deze organisaties zouden vooral baat kunnen hebben bij een consistent cloudbeheer.

Uit het onderzoek komt naar voren dat slechts een marginale 5 procent van alle 1.250 ondervraagde IT-beslissers aangeeft dat cloud computing hen helpt bij het bereiken van een aanvaardbaar niveau van consistentie voor hun uitgebreide IT-infrastructuur. Dat deze situatie alarmerend is, blijkt uit dat bijna twee derde (64 procent) van de organisaties hun uitgaven voor public clouddiensten in 2019 flink heeft verhoogd in vergelijking met 2018.

Meer complexiteit in IT

Een overgrote meerderheid, 73 procent, geeft aan dat cloud computing leidt tot veel meer complexiteit in hun IT-systemen en IT-operaties. Dit komt vooral doordat veel bedrijven ondanks het omarmen van de (public) cloud ook hun on-premise infrastructuur verder ontwikkelen om zo een flexibele aanpak te behouden voor het consumeren van infrastructuur. Hierdoor ligt fragmentatie op de loer. Bovendien worstelen bedrijven en organisaties nog steeds met steeds complexere wordende multicloud-omgevingen.

Cloudbeheer van waarde

Hoewel een grote meerderheid aangeeft dat zij problemen ervaren rondom cloudcomputing, zien de meeste respondenten wel in dat een vereenvoudigd beheer veel waarde brengt. Bijna zeven op de tien IT-beslissers voorzien meer consistentie in cloudbeheer om de overall kosten te verlagen met gemiddeld 19 procent. Ook zijn zij het er unaniem over eens dat consistentie in cloudbeheer een positieve impact kan hebben op de ervaringen van ontwikkelaars. Zij geven aan dat het gebruik van de cloud ontwikkelaars vooral helpt om code in productie te krijgen. Iets meer dan de helft van de respondenten geeft aan dat dit heel handig is om op dagelijkse basis te laten gebeuren.

Reduceren beveiligingslekken door cloud

Daarnaast verwachten bedrijven en organisaties door het gebruik van de cloud gemiddeld 30 procent van de beveiligingslekken te reduceren. Ook verwachten zij zo uitval van applicaties en andere events te voorkomen die van invloed kunnen zijn op hun in de cloud bevindende data. Verder geeft 38 procent van de respondenten aan dat consistentie in het cloudbeheer meer waarde toevoegde aan hun hybrid cloud-initiatieven en uiteindelijk hun concurrentiepositie.

Aanbevelingen

De onderzoekers komen vanzelfsprekend met een aantal aanbevelingen voor bedrijven en organisaties. Hiermee kunnen zij hun cloudconstistentie verbeteren. Deze aanbevelingen zijn onder meer het niet vergeten van private cloudomgevingen. Consistentie in cloudbeheer is belangrijk, maar zij moeten zich daarop niet blindstaren. Ook ervoor zorgen hun on premise-infrastructuur modern, cloud-compatibel, hyperconverged en API-driven houden, is belangrijk.

Daarnaast moeten zij blijven trainen. IT-beslissers moeten daarom focussen op training en het aantrekken van talent met de juiste skills voor geavanceerde analytics, DevOps en intelligente automatiseringsinitiatieven. Zeker als het gaat om het toepassen van AI en machine learning.

Tot slot bevelen de onderzoekers aan dat organisaties bij twijfel naar experts moeten kijken. Voor veel organisaties kan het realiseren van een consistent cloudbeheer een uitdaging zijn waarbij zij de hulp van experts kunnen gebruiken. Daarom moeten IT-beslissers derde partijen zoeken zoals IT-leveranciers, system integrators, value-added resellers of alle drie, voor assistentie bij de architectuur en implementatie van cloudinfrastructuurprojecten.

Verkopen smartphones dalen fors door coronavirus

De smartphonemarkt is wereldwijd flink geraakt door het coronavirus, meldt onderzoeksbureau Strategy Analytics in een rapport over de verkoopcijfers van februari. De verkoop van smartphones is, vergeleken met dezelfde periode in 2019, gedaald met maar liefst 38 procent.

In februari 2019 werden wereldwijd nog 99,2 miljoen smartphones verkocht. Dit jaar waren dat er 61,8 miljoen. Dit is volgens de onderzoekers de grootste daling ooit. De sterke daling heeft natuurlijk te maken met het coronavirus en de ingestorte markt in Azië. Deze daling sleepte de verkoop in de rest van de wereld met zich mee. Ook speelde mee dat fabrieken in Azië geen smartphones konden produceren en dat klanten geen winkels wilden bezoeken.

Toekomst

Voor de nabije toekomst verwachten de experts geen betere resultaten nu het coronavirus een pandemie is geworden. Strategy Analytics voorspelt dat fabrikanten het in de rest van dit jaar heel moeilijk gaan krijgen.

Nederlanders verdeeld over AI en ADM

Nederlanders maken zich over het algemeen zorgen over de risico’s van geautomatiseerde besluitvorming, maar hebben verdeelde meningen over hoe eerlijk en nuttig ADM voor de samenleving kan zijn. Dit blijkt uit onderzoek door wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam naar het vertrouwen van Nederlanders in nieuwe technologieën zoals AI en geautomatiseerde besluitvorming (ADM). Gevraagd naar de toepassing in specifieke sectoren, staat ADM echter op gelijke voet met of wordt beter beoordeeld dan menselijke experts.

Ook in Nederland wordt besluitvorming steeds meer geregeld via geautomatiseerde processen. Dit kan door de grote hoeveelheden data die beschikbaar is en dankzij de technische ontwikkeling van AI. Technologieën als big data, machine learning en AI doorlopen volgens de UvA vaak een 'traject van angst naar hype'. Tegelijkertijd worden ze als onpartijdig en objectief neergezet in hun gebruik in het dagelijks leven. Dit kan leiden tot allerlei verwachtingen over de objectiviteit en eerlijkheid van een machine. Eerdere studies tonen aan dat mensen de neiging hebben om een ​​expertsysteem als objectiever en rationeler te zien dan een menselijke adviseur. Dit is vaak gebaseerd op de veronderstelling dat voor bepaalde taken statistische methoden het menselijke oordeel overtreffen.

Oordeel Nederlanders

Wetenschappers van de UvA onderzochten hoe de Nederlandse bevolking denkt over AI en geautomatiseerde besluitvorming en hoe dit samenhangt met persoonlijke kenmerken zoals opleiding en leeftijd. Ze keken naar ons algemene beeld over ADM, maar vroegen ook naar de mening over de toepassing van ADM in specifieke maatschappelijke sectoren waar dit al vaak gebeurt zoals de (nieuws)media, de zorg en justitie.

Deze perceptie van ADM staat in contrast met de vaak kritische en pessimistische toon in mediaberichten en academische literatuur, schrijft het nieuwsbericht over het onderzoek. Daarin overheersen volgens de UvA-onderzoekers eerder de angst voor vooringenomenheid, verlies van menselijke waardigheid en autonomie en algemene zorgen over 'AI-overname' ter vervanging van menselijke experts.

De onderzoekers zien een spagaat. “Het is belangrijk te benadrukken dat publieke opvattingen over het potentiële nut en rechtvaardigheid van ADM niet hetzelfde zijn als maatschappelijke en individuele acceptatie van daadwerkelijk geautomatiseerde beslissingen”, aldus het onderzoek. “We moeten nog beter te weten komen of en onder welke voorwaarden mensen ADM-beslissingen niet alleen eerlijker ervaren, maar ook bereid zijn een geautomatiseerde beslissing te accepteren.”

Meningen over ADM

UvA-wetenschappers hebben onder bijna 1.000 Nederlanders een representatieve steekproef uitgevoerd over het nut, de rechtvaardigheid en het risico van geautomatiseerde besluitvorming door AI. De onderzoekers stelden daarbij verschillende scenario’s voor: van een lage impact zoals het geven van nieuws of fitnessaanbevelingen, tot een hoge impact zoals strafrechtelijke veroordeling of het nemen van beslissingen rond behandelingen van ziektes.

De respondenten zijn verdeeld in hun beeld over ADM als algemene maatschappelijke ontwikkeling. Maar over specifieke toepassingen van ADM zitten ze bij de scenario’s met een hoge impact, zoals rechtspraak, op één lijn. En die is niet per se ten gunste van de menselijke experts. Voor de scenario’s met een lage impact, zoals nieuwsaanbevelingen, zagen de onderzoekers geen deze significante verschillen.

Verklaringen

Volgens de onderzoekers verklaren persoonlijke kenmerken (deels) de verdeeldheid bij het algemene beeld over ADM, waaronder:

  • Het kennisniveau: meer kennis leidt tot hogere verwachtingen van en optimisme over het nut van ADM
  • De mate van online effectiviteit (het zelf kunnen beschermen van online privacy): groter vertrouwen in de eigen online effectiviteit leidt tot meer vertrouwen in de rechtvaardigheid en het nut van ADM en tot een verminderd geloof in risico’s
  • Leeftijd: hoe ouder hoe minder nuttig ADM wordt geacht en hoe meer risico’s worden gezien
  • Geslacht: mannen vinden ADM nuttiger dan vrouwen
  • Idealen: mensen die economische gelijkheid als ideaal hebben, zijn optimistischer over de rechtvaardigheid en het nut van ADM.

Onderzoekers Universiteit Twente beveiligen glasvezel met Quantumsleutel

Onderzoekers van de Universiteit Twente (MESA+ Instituut) hebben een beveiliging voor ‘multi-mode’ glasvezels ontwikkeld. Die beveiliging is gebaseerd op het quantumkarakter van licht, waarin een enkel foton een heel alfabet kan representeren. De onderzoekers publiceren erover in Optics Express, journal van The Optical Society, zo staat te lezen op de website van de universiteit.

Het onderzoek richt zich op de vraag hoe veilig de fysieke verbindingen zijn. Dit zijn de glasvezels die computers verbinden. Kan een hacker het licht uit de glasvezel vangen, en daarmee vertrouwelijke informatie onderscheppen of de verbinding overnemen? Niet dus, als het aan onderzoekers van de Universiteit Twente ligt.

Single-mode vs multi-mode

Het merendeel van de glasvezelverbindingen, zeker op de lange afstand, is ‘single-mode’: ze hebben één manier waarop het licht in de vezel beweegt. Zou je erin kijken, dan staat het licht aan of uit. Wel kunnen ze tegelijk veel kleuren licht transporteren: veel kanalen en grote hoeveelheden data via één glasvezel. ‘Multi-mode’ glasvezels hebben een grotere diameter en transporteren verschillende golfvormen, voor nog grotere hoeveelheden data. Tot nu toe worden ze vooral voor kortere afstanden ingezet in bijvoorbeeld datacenters. Ze zijn echter naar verwachting ook geschikt om de zendstations voor de 5G mobiele standaard te verbinden.

Multi-mode beveiliging

Single-mode vezels zijn al te beveiligen door het quantumkarakter van licht te benutten, maar de UT-onderzoekers hebben nu ook een beveiliging voor multi-mode vezels ontwikkeld. Zou je in een dwarsdoorsnede kijken van de vezel, aan de kant van de ontvanger, dan is de plaats waar het licht binnenkomt doorslaggevend, én het gegeven dat een enkel foton meer informatie kan bevatten dan één bit.

Licht programmeren

Door de verschillende golfvormen bestaat het licht in een multi-mode vezel, bij het bekijken van zo’n dwarsdoorsnede, al uit een patroon van spikkels met verschillende intensiteit. Het is van nature dus al ‘gescrambeld’. Daar voegen de UT-onderzoekers nog een bewerking aan toe die ‘wave front shaping’ heet. De ontvanger kan vooraf een aantal ‘lichtpunten’ op de glasvezel definiëren waarop de informatie bij hem of haar moet binnenkomen. De afzender gaat het licht dan zodanig programmeren dat het precies op de juiste plek belandt. Om te bereiken dat ‘Bob’ het licht precies op afgesproken plek binnenkrijgt, wordt het licht aan de kant van ‘Alice’ geprogrammeerd. ‘Eve’ die via een spiegeltje in de fiber kijkt, ziet een spikkelpatroon waar ze niets aan heeft.

Spiegeltje en camera

Op die manier heeft de ontvanger zelfs al genoeg aan één foton op de juiste plaats. Zijn de afspraken eenmaal gemaakt, dan wordt het eigenlijke signaal op deze unieke manier verstuurd. Onderweg het licht opvangen met een spiegeltje en een camera heeft geen zin: de hacker kan niets met het fotonenpatroon dat hij waarneemt op die plaats. Ook niet als hij of zij er vroeg bij is, aldus onderzoeksleider Pepijn Pinkse: “De fase dat zender en ontvanger afspraken maken, lijkt het kwetsbaarst. Maar ook dan blijft het onduidelijk hoe het licht wordt geprogrammeerd door de zender.” Een zelf geconstrueerd signaal naar de ontvanger sturen heeft ook geen zin: die zal het niet herkennen.

Onkraakbare creditcard

De UT-onderzoekers hebben hiermee een nieuwe multidimensionale variant ontwikkeld op de bekende quantum key distribution (QKD) die bijvoorbeeld ook in single-mode vezels wordt toegepast. ‘Wave front shaping’ is een technologie die in de groep eerder is ontwikkeld om geprogrammeerd licht door een sterk verstrooiende stof heen te sturen, zoals witte verf. Hiermee is een onkraakbare creditcard nodig. De sterke verstrooiing in de verf heeft overeenkomsten met scrambling van licht in een multimode vezel. De beveiligingsmethode is ook voorbereid op het doemscenario dat een quantumcomputer straks in staat is alle beveiligingsmaatregelen te kraken.

Het onderzoek is uitgevoerd in de groep Complex Photonic Systems die deel uitmaakt van het MESA+ Instituut van de UT. Het paper ‘Quantum key establishment via a multimode fiber’ door Lyubov Amitonova, Tristan Tentrup, Ivo Vellekoop en Pepijn Pinkse, is verschenen in Optics Express.

Nederlanders met digitale vaardigheden in Europese kopgroep

Nederland behoort tot de Europese landen met het grootste aandeel inwoners dat vaardig is met het gebruik van internet, computer en software.  De helft van de Nederlanders tussen 16 en 75 jaar had in 2019 meer dan basis digitale vaardigheden, tegen 33 procent gemiddeld in de Europese Unie. Dit blijkt uit recent onderzoek van het CBS en andere EU-lidstaten.

Samen met Finland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk behoort Nederland tot de kopgroep op dit terrein. In 2015 had nog maar 43 procent meer dan basis digitale vaardigheden. De digitale vaardigheid van de Nederlandse bevolking was altijd hoger dan gemiddeld in de Europese Unie. Het laagst scoren Oost-Europese landen zoals Roemenië en Bulgarije (10-11 procent) en Italië, Griekenland en Polen scoren veel lager (rond 20 procent) dan het EU-gemiddelde. De verschillen in digitale vaardigheden tussen mannen en vrouwen zijn kleiner. Het aandeel mannen met meer dan basisvaardigheden bedroeg 54 procent, tegen 45 procent onder de vrouwen.

Vier deelgebieden

Digitale vaardigheden worden bepaald aan de hand van resultaten op vier deelgebieden: informatie, communicatie, computers/online diensten en software. Op het deelgebied ‘informatie’ was het aandeel Nederlanders in 2019 met meer dan basis digitale vaardigheden groter (89 procent) dan op de andere deelgebieden. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld informatie opzoeken via internet maar ook om bestanden verplaatsen en foto’s opslaan in de cloud. Het EU-gemiddelde was hier 71 procent.

Ook op de deelgebieden ‘communicatie’ (e-mailen, bellen via internet en sociale netwerken) en ‘computers/online diensten’ (online winkelen, apps en online cursussen) had respectievelijk 83 procent en 81 procent van de Nederlanders vaardigheden die het basisniveau ontstijgen. Het EU-gemiddelde was 67 procent voor ‘communicatie’ en 59 procent voor ‘computers/online diensten’.

Op dit terrein ‘Software’ beschikte 55 procent van de Nederlanders over meer dan basisvaardigheden. Het EU-gemiddelde was 41 procent. Dit deelgebied omvat het gebruik van kantoorsoftware zoals programma’s voor tekstverwerking en spreadsheets. Ook zelf computerprogramma’s schrijven in een programmeertaal behoort tot dit deelgebied.

Indicatoren digitale vaardigheden

Het onderzoek ‘ICT-gebruik van huishoudens en personen’ is in 2019 gehouden onder 4.800 Nederlanders in de leeftijdscategorie van 16 tot 75 jaar. Er is onder andere gevraagd naar activiteiten bij het gebruik van internet, computers en software. Op basis van deze activiteiten en de mate waarin deze worden uitgevoerd zijn indicatoren voor digitale vaardigheden ontwikkeld zoals ‘geen/weinig’, ‘basis- of meer dan basisvaardigheden’. Alle EU-landen passen dezelfde methode toe, waardoor uitkomsten van Nederland in Europees verband vergelijkbaar zijn.

RFID wordt volwassen in mode-industrie

De Universiteit van Parma heeft een wetenschappelijk onderzoek ingesteld naar de wereldwijde RFID-adoptie in de mode. GS1 Nederland draagt sinds kort bij aan het onderzoek. Belangrijkste conclusie is dat RFID de vroege volwassenheidsfase ingaat in de mode-industrie. Het onderzoek laat zien dat na voorraadnauwkeurigheid en procesautomatisering nu ook omnichannel de voornaamste reden is om met RFID te starten.

De studie ‘RFID-barometer in de detailhandel’ door de Italiaanse universiteit van Parma onderzocht naast de enorme berg nuttige literatuur die over RFID beschikbaar is, het gebruik van RFID door bijna 100 bedrijven, de inzet van RFID in 23.400 winkels en het jaarlijks gebruik van ruim 1 miljard tags. De gegevens over het gebruik van RFID gaan terug tot 2001.

Studiedoel

Het doel van de studie is om een uitgebreid en actueel overzicht op te bouwen over en voor het gebruik van RFID. Het resultaat is dat er nu een internationale benchmark is met projecten en hun status. In de database staat informatie over hoe bedrijven RFID inzetten, waar zij waarde in hun bedrijfsproces creëren en welke trends er zijn.

Achterblijvers

Bedrijven die nu aan de slag gaan met RFID, kunnen niet meer worden gezien als technologie-innovators of ‘early adopters’. De inzet van RFID binnen bedrijven groeit. “Retailers die RFID-technologie nog niet testen of gebruiken, lopen het risico in de categorie ‘achterblijvers’ te vallen en kunnen potentieel achterlopen op hun concurrenten", aldus onderzoeker en directeur Antonio Rizzi van de University of Parma’s RFID Lab. "Bovendien zien we dat RFID überhaupt de meest gebruikte IoT-toepassing is en dat deze technologie direct je businessproces kan verbeteren."

Garantie voor de toekomst

In de modesector, die goed is voor jaarlijks ongeveer 80 miljard euro omzet, is de potentie van RFID enorm. Het onderzoek laat duidelijke resultaten zien:

  • De voorraadbetrouwbaarheid gaat van 60-70 procent naar 99-100 procent
  • Voorraden tellen kost tot wel 90 procent minder tijd
  • Verkoop wordt beter met omzetstijgingen van 1–21 procent

“Als we kijken naar de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek kan niemand meer twijfelen of je er goed aan doet om met RFID aan de slag te gaan. In dit geval geldt: resultaten uit het verleden bieden wél garantie voor toekomst", zegt CTO Loek Boortman van GS1 Nederland.

Omnichannel

Al jaren staan procesautomatisering en een betrouwbaar inzicht in voorraad aan de top van de toepassingen voor RFID. Met de internetrevolutie krijgen bedrijven te maken met nieuwe uitdagingen. Want hoe weten retailers wat er precies waar op voorraad ligt als ze geen RFID gebruiken? Nu al zien een aantal retailers dat na implementatie van RFID het aantal annuleringen van online orders met 30 tot 60% vermindert. Voor steeds meer bedrijven zijn dit belangrijke redenen om RFID voor omnichannelactiviteiten in te zetten.

Nauwkeurig voorraadbeeld

“Dit is geen verrassing, want veel traditionele retailers breiden hun online activiteiten uit om te concurreren met pure online spelers", zegt Rizzi. "De retailers die zullen winnen in een echte omnichannel-wereld zijn diegenen die RFID en andere technologieën gebruiken om real-time een nauwkeurig beeld van hun voorraad te krijgen. Alleen zo kunnen producten beschikbaar zijn voor elke klant, ongeacht hoe en in welk kanaal hij of zij kiest om te kopen.”

“Het is mogelijk om zonder RFID te omnichannel te retailen, maar dan heb je simpelweg meer veiligheidsvoorraden nodig", aldus Boortman. "Dat is dus gewoon omzetverlies. En dan hebben we het nog niet eens over de vele IoT mogelijkheden. We hopen dat het onderzoek bijdraagt aan een nog bredere acceptatie en gebruik van RFID, ook in Nederland. De universiteit van Parma gaat ook Nederlandse bedrijven meenemen in het vervolg van het onderzoek, dus dat zal zeker helpen.”

ICT-kosten ziekenhuizen opnieuw gestegen

De ICT-kosten van ziekenhuizen zijn voor het vijfde jaar op rij toegenomen. De kosten bedroegen in 2018 gemiddeld 5,7 procent van de omzet. In 2013 was dit nog 4,5 procent. Oorzaak van de stijging is de sterke afhankelijkheid van de digitale informatievoorziening. Dit staat in de ICT Benchmark Ziekenhuizen van M&I/Partners.

In 2019 heeft M&I/Partners voor het twaalfde jaar de ICT Benchmark Ziekenhuizen uitgevoerd. Het onderzoek is gedaan naar de kosten in het boekjaar 2018. Uit de ICT benchmark blijkt dat de ICT-kosten voor het vijfde achtereenvolgende jaar zijn toegenomen. “De kosten stijgen vooral doordat ziekenhuizen in hoge mate afhankelijk zijn van de digitale informatievoorziening. Dit stelt hoge randvoorwaarden aan continuïteit, beveiliging en kwaliteit van informatie”, stelt principal adviseur Antoon van Luxemburg van M&I. “Ook vraagt dit meer ICT-personeel, bijvoorbeeld op informatie- en datamanagement. De digitalisering in de zorg, zoals met ‘de juiste zorg op de juiste plek’, netwerkzorg en onderlinge doorverwijzing, nemen steeds verder toe. De kosten hiervan ‘stapelen’ op de bestaande ICT-kosten.”

ICT Benchmark Ziekenhuizen van M&I/Partners

De benchmark is ontwikkeld door M&I/Partners in samenwerking met ziekenhuizen. De benchmark brengt de kosten en prestaties van ICT binnen ziekenhuizen in kaart op basis van een specifiek voor de branche ontwikkeld Total Cost of Ownership model. Belangrijk onderdeel van de benchmark is het verhaal achter de cijfers.

Nederlanders positief over komst 5G

De meeste Nederlanders hebben positieve verwachtingen over 5G en de toepassingen die hiermee mogelijk, makkelijker of sneller worden. Dit schrijft Telecompaper in het rapport 'Impact 5G in Nederland - Perspectief consumenten'. Het onderzoek voor het rapport is in november uitgevoerd onder 1.000 Nederlanders.

Telecompaper heeft een top 10 samengesteld over de verwachtingen van Nederland op het gebied van 5G. Op een gedeelde eerste plaats staan monitoring van riolering en regenval (om overstromingen te voorkomen) en betere aansluiting van stoplichten op het verkeer. Verder staan er veel toepassingen op het gebied van gezondheid in de 'positieve' top 10. Het voordeel van 5G op het gebied van lage latency komt pas naar voren bij 'operaties op afstand', op een achtste plek.

Bekendheid 5G

Een meerderheid van de Nederlanders is in meer of mindere mate bekend met de komst van 5G-netwerken. Van de Nederlanders geeft 56 procent aan bekend te zijn met 5G en is 13 procent volledig onbekend met de opvolger van 4G/LTE. Vooral senioren zijn volledig onbekend met 5G, terwijl 16-35 jarigen vaker aangeven wel bekend zijn 5G. Dat bleek eerder al uit een publicatie van Telecompaper tijdens het congres Telecom Insights over de impact van 5G.

Meeste Nederlanders positief over 5G-toepassingen

Het rapport over 5G en Nederlandse consumenten gaat ook in op de mogelijke toepassingen van 5G en de verwachte invloed van de technologie op het dagelijkse leven. Behalve dat een meerderheid van Nederlanders (59 procent) zeker of mogelijk een impact van 5G verwacht, kijken de meeste Nederlanders ook positief tegen deze impact aan.

Zo verwacht 93 procent van de Nederlanders een positieve invloed van 5G als het gaat om monitoring-toepassingen: om overstromingen te voorkomen en om verkeer beter te geleiden. Het gaat daarbij onder meer om het plaatsen van sensors die de mate van verkeer monitoren om zo de werking van stoplichten beter op deze stromen af te stemmen. 5G is hier bijvoorbeeld belangrijk om de informatie en eventueel al inzichten van sensors razendsnel te verwerken en zo stoplichten realtime aan te sturen.

Monitoring chronische aandoeningen

Overwegend positief zijn Nederlanders ook over de mogelijkheid die 5G-technologie biedt om mensen met een chronische aandoening zoals hart- en vaatziekten thuis te monitoren. Informatie die via sensors wordt verzameld, kan dan bij afwijkingen direct voor een waarschuwing richting patiënt en zorgverleners zorgen. Nu vindt dergelijke controle slechts enkele malen per jaar plaats tijdens een consult in het ziekenhuis. Op beperkte schaal worden dergelijke e-health toepassingen nu al ingezet voor de monitoring van een reeks chronische aandoeningen.

Dezelfde positieve visie (ruim 80 procent) bestaat bij beveiliging van gebouwen met slimme sensors en camera’s en bij sensors die aangeven wanneer afvalbakken vol zijn en geleegd moeten worden. In Engeland deed operator BT enkele jaren geleden al proeven met dergelijke monitoring. Dat bespaarde onder meer brandstof omdat er altijd een optimale afvalroute gereden wordt. Meer dan 60 procent van de Nederlanders denkt ook dat 5G kan helpen bij lantaarnpalen die alleen branden wanneer er iemand in de buurt is: dit kan positief uitpakken voor veiligheid en duurzaamheid (minder energieverbruik).

Minderheid positief over zelfrijdende auto’s

Een minderheid van de Nederlanders is positief wanneer het gaat om zelfrijdende auto’s en drones. In beide gevallen is rond de 40 procent van de Nederlanders positief over bijvoorbeeld levering van goederen. Mogelijk hebben de lage percentages hier te maken met berichtgeving in de media over de gevaren van drones in het luchtruim en ongevallen tijdens pilots met zelfrijdende auto’s.

Nederlandse bedrijven lopen achter met Artificial Intelligence in klantenservice

Bedrijven in heel Europa zetten Artificial Intelligence in om hun klantenservice te veranderen. Reden hiervoor is dat AI-gestuurde ervaringen door steeds meer consumenten wordt geaccepteerd, zo blijkt uit onderzoek. Nederlandse bedrijven lopen echter achter bij andere Europese landen als het gaat om de toepassing van AI in klantenservice.

Het rapport “The AI revolution: creating a new customer service paradigm”, onderzoekt hoe AI zorgt voor een nieuwe manier van service delivery. Het onderzoek is uitgevoerd onder 770 senior IT-professionals, afkomstig uit tien Europese landen, die betrokken zijn bij de klantenservice.

Bijna een derde (30%) van de Europese bedrijven zet AI-technologieën in bij hun klantenservice. 72% van deze ondernemingen geeft aan al voordelen te ervaren, zoals een effectiever gebruik van werknemerstijd, een efficiëntere verwerking van veeleisende taken en het bieden van continue klantondersteuning. Van de Nederlandse respondenten geeft slechts 22% aan gebruik te maken van AI in de klantenservice.

Klantenserviceteams hebben moeite te voldoen aan klanteisen

Uit het onderzoek blijkt dat voor bedrijven 24/7 uur service en support bieden de belangrijkste uitdaging is. Klanten kunnen kiezen uit meerdere servicekanalen, maar verwachten wel op elk moment van de dag een reactie. Dit zorgt voor problemen bij organisaties:

•              De helft van de bedrijven in Europa is niet in staat om op elk moment van de dag te reageren op vragen. Nederland voert de lijst aan met 56% van de bedrijven dat aangeeft niet 24/7 op klantverzoeken te kunnen reageren.
•              40% van de organisaties heeft moeite om te voldoen aan de hogere eisen die gesteld worden aan de klantenservice.
•              37% heeft moeite met het efficiënt beantwoorden van terugkerende vragen.

AI verandert betrokkenheid klant

AI stelt organisaties in staat om meer te doen dan alleen het efficiënter behandelen van verzoeken, door in te spelen op klantbehoeften:

•              59% van de organisaties breidt het aantal verzoeken uit dat virtuele chat-assistenten en chatbots kunnen verwerken.
•              47% zegt dat AI de klantenservice efficiënter zal maken.
•              37% zegt dat AI kan worden ingezet voor het bieden van een betere service.

AI biedt meer mogelijkheden voor klantenservicemedewerkers

Omdat de adoptie van AI verder zal toenemen, wordt de rol van de menselijke eerstelijnsmedewerker alleen maar vergroot.

•              37% van de organisaties zegt dat AI kan worden gebruikt om een betere service te bieden met hetzelfde aantal medewerkers.
•              29% van de organisaties die AI-gebaseerde technologie gebruikt, is zich bewust van de noodzaak om de vaardigheden van klantenservicemedewerkers te verbeteren.