Tag: onderzoek

Onderzoek: ‘Werknemers willen overal toegang tot informatie’

Werknemers willen zelf bepalen waar en wanneer ze werken, in plaats van zich aan standaardwerktijden te moeten houden. Dat blijkt uit onderzoek van Konica Minolta. 

Werkgevers kunnen daarop inspelen door mobiel werken vanaf elke willekeurige locatie mogelijk te maken, zodat werknemers niet langer op grenzen stuiten als ze toegang willen verkrijgen tot het netwerk, de gegevens en applicaties van het bedrijf waarvoor ze werken. Volgens een onderzoek van Konica Minolta dat eind 2017 werd gehouden in tien Europese landen, beschouwen veel bedrijven dit nog steeds als een grote uitdaging en kunnen zij hun werknemers die vrijheid niet bieden.

In de enquête werd gekeken naar de uitdagingen waarmee informatiemanagers en belanghebbenden bij bedrijfsprocessen geconfronteerd worden, en hoe zij daarmee omgaan. De uitdaging om overal veilige toegang tot content te bieden en deze bovendien goed doorzoekbaar te maken vanaf mobiele apparaten, wordt nog een graad moeilijker als daarbij meerdere ECM-systemen (Enterprise Content Management) of documentbeheersystemen zijn betrokken. De respondenten geven aan dat zij brede toegang (41 procent) en robuuste zoekfunctionaliteit (34 procent) als de grootste uitdagingen voor goed informatiebeheer beschouwen. Anderzijds biedt 57 procent van de respondenten geen mobiele toegang tot documenten en geeft 44 procent toe dat gebruikers over gebrekkige zoekmogelijkheden beschikken of dat deze volledig ontbreken.

Systemen voor vastlegging en beheer van informatie in tijden van explosieve gegevensgroei
In tijden van een overvloed aan informatie en explosief groeiende volumes aan digitaal gegenereerde content, beschikt slechts 53 procent van de onderzochte organisaties over een systeem voor document- of contentbeheer. Hoewel beeldverwerkingstechnieken voor de verwerking van documenten en formulieren al pakweg dertig jaar worden ingezet ter ondersteuning van bedrijfsprocessen en de eerste belangrijke implementaties van documentbeheersystemen meer dan twintig jaar geleden plaatsvonden, beschikt slechts 31 procent van de bedrijven over beeldverwerkingssystemen die naadloos op die bedrijfsprocessen aansluiten en hun informatie daaraan doorgeven. Van de bedrijven zonder document- of informatiebeheersystemen geeft 14 procent toe (dat is 5 procent van alle respondenten), dat het delen van bestanden in bestandsystemen en de cloud 'enigszins chaotisch' verloopt en maakt 43 procent nog steeds gebruik van e-mailbijlagen en persoonlijke harde schijven om documenten te delen.

GDPR is een grote uitdaging
Sinds 25 mei is de GDPR (General Data Protection Regulation) van kracht. Deze EU-verordening wordt gezien als de belangrijkste wijziging op het gebied van privacyregelgeving van de laatste twintig jaar. De GDPR verplicht bedrijven om zorg te dragen voor het veilig en conform de regels opslaan van de gegevens van burgers, (prospectieve) klanten, werknemers en andere medewerkers. Uit de enquête blijkt dat 28 procent van de respondenten de GDPR als de grootste uitdaging voor de verlening van documentservices beschouwt. Van de respondenten uit organisaties met minder dan vijftig werknemers geeft 43 procent aan dat ze niet genoeg van de GDPR weten om enige wijzigingen in hun processen en systemen door te voeren, terwijl 47 procent van de organisaties van vijfhonderd of meer werknemers hun verwerkingsprocessen voor klantgegevens wegens de invoering van de GDPR opnieuw onder de loep moet nemen, zodat de beveiliging kan worden aangescherpt en het beheer van klantdossiers kan worden verbeterd.

Populaire procesapplicaties met functionaliteit voor documentvastlegging
Crediteuren- (29 procent) en debiteurenbeheer (12 procent) behoren tot de populairste procesapplicaties met functionaliteit voor documentvastlegging, gevolgd door klantenservice/casebeheer (10 procent) en HR (8 procent). Van de respondenten past 36 procent documentvastlegging toe voor archiveringsdoeleinden en beschikt 37 procent niet over applicaties voor documentvastlegging. Konica Minolta vroeg zich af wat de reden daarvoor is. Te klein en niet-relevant zijn weliswaar voor de hand liggende redenen, maar 14 procent van de respondenten blijkt onvoldoende zicht op de kosten te hebben. Gebrek aan expertise wordt door 10 procent als reden gegeven, terwijl 11 procent aangeeft behoefte te hebben aan advies over de mogelijkheden.

Investeringsrendement
Ondanks de moeilijk te kwantificeren voordelen wordt de goedkeuring van investeringen in veel organisaties gedreven door rendementscriteria. Uit de enquête blijkt dat een derde van de doorgevoerde document- en procesinitiatieven al na één jaar of minder vruchten afwerpt, en twee derde binnen twee jaar. Van de respondenten is 62 procent van plan om de komende twee jaar hun investeringen in document- en/of processystemen te verhogen.

“Met het veranderen van de werkwijzen van mensen, verandert ook de wijze waarop mensen met informatie omgaan. Eenvoudige en intuïtieve toegang tot informatie wordt steeds belangrijker. Want zo kunnen we garanderen, dat iedereen zo effectief mogelijk kan werken”, aldus Jeffrey Muller, Market Development Manager ITS bij Konica Minolta Business Solutions. “Een goede strategie voor informatiebeheer is essentieel voor elk bedrijf dat zijn klanten zo goed mogelijk van dienst wil zijn, zijn concurrentievermogen wil versterken en tegelijkertijd aan de geldende wet- en regelgeving wil voldoen.”

Onderzoek: ‘Vertrouwen in robotadvies groeit’

Consumenten en bedrijven kunnen de laatste jaren steeds meer gebruik maken van digitale assistenten en robotadviseurs. Uit onderzoek blijkt nu dat mensen ook steeds meer vertrouwen krijgen in deze technologie.

Een digitale klantenservicemedewerker scoort met een 5,6 voor vertrouwen inmiddels niet veel slechter dan een mens (5,9). En ook de digitale financieel adviseur wordt met een 5,8 bijna even goed vertrouwd als zijn menselijke tegenhanger (6,1). Dit blijkt uit onderzoek door PanelWizard in opdracht van TJIP, The Platform Engineers.

Het Delftse technologiebedrijf TJIP deed enquêteonderzoek onder duizend respondenten en wilde weten hoeveel vertrouwen Nederlandse consumenten hebben in de adviesvaardigheden van kunstmatige intelligentie (KI). De laatste jaren zijn er steeds meer praktische toepassingen op de markt gekomen zoals Alexa van Amazon, de Google Assistant en IBM’s Watson. Hoeveel vertrouwen hebben we eigenlijk in die robotadviseurs vergeleken met de menselijke vakexperts? Respondenten werd gevraagd beide typen adviseurs (mensen en robots) te beoordelen en een rapportcijfer te geven voor het vertrouwen dat ze in ze hebben. Men keek daarbij naar vier verschillende soorten experts: de klantenservicemedewerker, de jurist, de financieel adviseur en de medisch specialist.

Verschillen tussen sectoren
Er waren behoorlijk grote verschillen in de sectoren waar te nemen. Digitale financieel adviseurs en klantenservicemedewerkers deden nauwelijks onder voor hun menselijke tegenhangers. Menselijke medisch specialisten (7,8) en juristen (7,2) genieten daarentegen relatief veel vertrouwen: robotartsen (5,5) en robotjuristen (5,7) scoren aanzienlijk lager.

“Er zijn de laatste jaren grote sprongen vooruit gezet op het gebied van KI. Je ziet dat dit zich uitbetaalt in vertrouwen bij de consument,” verklaart Dingeman Leijdens, directeur en oprichter van TJIP. De verschillen tussen de verschillende beroepsgroepen verklaart hij vooral door de zwaarte van de onderwerpen. “Een doktersbezoek of een juridisch advies gaat vaak met meer emotie gepaard dan een financieel advies of contact met een klantenservice. Je ziet dat consumenten om die reden toch liever een mens spreken. Een menselijke vakexpert geeft echter niet noodzakelijk betere adviezen. KI is bijvoorbeeld minstens net zo goed in het herkennen van kankerweefsel op een scan als een menselijke arts.”

Millennials meest vertrouwd met KI
Uit het onderzoek blijkt dat mensen nog steeds meer vertrouwen hebben in menselijke vakexperts (gemiddeld 6,8) dan in robotadviseurs (5,7). De robotadviseur is echter wel aan een gestage opmars bezig. Millenials (30 jaar en jonger) gaven de adviesvaardigheden van kunstmatige intelligentie gemiddeld een 5,9, terwijl respondenten van 50 jaar en ouder een lager schoolcijfer gaven; 5,6.

Onderzoek Unisys: ‘IT-professional kampte in 2018 gemiddeld drie keer met dataverlies’

Onderzoek van Unisys laat zien dat IT-professionals in 2018 gemiddeld drie datadiefstallen meldden, met uitschieters van elf diefstallen. Daarnaast meldden zij in hetzelfde jaar gemiddeld negen zeer hevige beveiligingsproblemen per maand.

In het onderzoek, uitgevoerd door Information Services Group (ISG), werden 404 zakelijke IT-professionals in Noord-Amerika, Europa en Azië/Oceanië gevraagd naar hun beveiligingsoperatie. De resultaten laten zien dat deelnemers weten wat hun uitdagingen zijn, maar ook snappen hoe belangrijk het is om de werkplek adequaat te beveiligen, nu bedrijven die steeds meer verplaatsen naar de cloud en mobiele platforms: tussen 2016 en 2020 zullen lokale workloads afnemen van 55 procent tot 20 procent. ISG voorspelt dat 60 procent van alle bedrijven wereldwijd daardoor te maken zal krijgen met nieuwe beveiligingsproblemen.

Om deze uitdagingen aan te kunnen, beveelt Unisys de adoptie van een zero trust-model aan: een benadering van beveiliging die erkent dat dreigingen niet enkel van buiten komen, maar ook binnen het vertrouwde gebied kunnen ontstaan. Daarom krijgen gebruikers zo min mogelijk toegang. Deze aanpak vraagt om een combinatie van microsegmentatie en beveiligingsdiensten als security information & event management (SIEM), bescherming van endpoints en risico-assessment. Dat voorkomt dat er nieuwe aankopen moeten worden gedaan die de toch al complexe omgeving nog ingewikkelder zouden maken.

“In dit tijdperk van digitale transformatie snappen beveiligingsprofessionals dat digitaal vertrouwen cruciaal is. Als dat niet goed geregeld is, zullen organisaties daar grote problemen door krijgen”, zegt Doug Saylors, research director bij ISG. “Bedrijven die dit als eerste adopteren en weten in te zetten, creëren competitieve voordelen als gevolg van een betere band met klanten en operationele excellentie.”

Het onderzoek laat zien dat IT-professionals oog hebben voor bedreigingen van buitenaf, maar ook inzien dat een goede interne beveiligingscultuur onmisbaar is. Uit twaalf IT-beveiligingsuitdagingen koos 43 procent voor “externe dreigingen”. Beveiligingsuitdagingen als gevolg van 24/7-operatie volgde met 36 procent, en uitdagingen die samenhangen met verouderde technologie kwam op de derde plek met 34 procent.

“Vertrouwen in digitale bedrijfsvoering wordt verdiend met iedere digitale interactie binnen het bedrijf”, zegt Tom Patterson, chief trust officer bij Unisys. “Dat betekent dat vertrouwen moet worden verweven met het hele ecosysteem van werknemers, partners, leveranciers en klanten. Door te werken met resistente en veerkrachtige systemen, vertrouwde identiteiten in te richten en te focussen op klantsucces, is het mogelijk om vertrouwen tot een kritieke succesfactor te maken.”

Beveiligingsoplossingen van Unisys beschermt kritieke middelen door digitaal vertrouwen in te richten en veilige toegang aan vertrouwde gebruikers in te richten. Oplossingen van Unisys helpen bedrijven hun zwakke plekken te verkleinen, te voldoen aan reguleringen en de complexiteit van netwerkbeveiliging te verkleinen. Door de expertise van consultants, geavanceerde software en beheerde beveiligingsdiensten te combineren, helpt Unisys bedrijven om beveiliging in hun digitale transformatie in te bouwen.

Onderzoek: veel onbekendheid over AVG-wet bij bedrijven

Er is nog veel onbekendheid op het gebied van de nieuwe AVG-wet. Dat blijkt uit onderzoek van Conclusr onder meer dan 350 bedrijven en instellingen in Nederland. Tijdens het onderzoek werd gesproken met IT- en algemeen management.

Op de vraag in hoeverre men bekend is met de AVG, geeft 17% van de respondenten aan ‘goed’ met de AVG bekend te zijn en 23% zegt er ‘meer over gehoord of gelezen te hebben’. Maar voor het overgrote deel van de bedrijven en instellingen geldt dit niet. Zo zegt maar liefst 33% nog nooit van de AVG gehoord te hebben. En nog eens 27% zegt er wel van gehoord te hebben, maar kan niet aangeven wat het is of waar het over gaat. Dat betekent dat in totaal 60% van alle bedrijven en instellingen dus niet bekend is met de AVG.

Tevens is gevraagd in hoeverre de respondent persoonlijk op de hoogte is van het feit dat per 25 mei aanstaande de AVG van toepassing is. Opnieuw zegt 35% hiervan ‘totaal niet op de hoogte te zijn’. Slechts 5% zegt dat de organisatie al volledig aan de nieuwe wetgeving voldoet en 14% is ermee bezig. Het overige deel, 45%, is er in meer of mindere mate van op de hoogte maar in ieder geval niet bezig met voorbereidingen om te kunnen voldoen aan de wetgeving.

Aan de respondenten die aangeven zelf goed op de hoogte te zijn van de AVG, is gevraagd welke stelling zij het beste bij het management van hun bedrijf vinden passen.

Uitkomsten:  

  • 3% geeft aan dat het management nauwelijks op de hoogte is van deze nieuwe wetgeving
  • 9% zegt dat de IT verantwoordelijken binnen hun organisatie aan het management een toelichting hebben gegeven op de nieuwe wetgeving, maar dat het management niet of nauwelijks iets met de informatie doet.
  • 47% zegt dat de IT verantwoordelijken binnen hun organisatie aan het management een toelichting hebben gegeven op deze nieuwe wetgeving en het management heeft dit als relevant onderwerp in haar beleid opgenomen.
  • 41% zegt dat het management op eigen initiatief aan de organisatie gevraagd heeft om maatregelen te treffen of voorstellen te doen om aan deze privacy regelgeving te kunnen voldoen.

Elke organisatie die persoonsgegevens verwerkt valt onder de werking van de AVG. Dat betekent dus dat het overgrote deel van alle bedrijven en instellingen aan de wetgeving moet voldoen. Daarom is in het onderzoek gevraagd of de organisaties denken of ook zij aan de nieuwe Europese wetgeving moeten voldoen. Hierop zegt maar liefst 35% van alle organisaties die hebben meegedaan aan dit onderzoek dat de AVG voor hen niet van toepassing is. Met name de bedrijven tot 50 werknemers zijn hiervan overtuigd. 22% denkt dat de AVG ‘gedeeltelijk’ van toepassing is en 43% denk dat naleving van de AVG ‘volledig van toepassing is op de eigen organisatie’.

Kritiek op de overheid
Voor de bedrijven waarmee gesproken is in het kader van dit onderzoek vindt 49% dat de overheid hen totaal onvoldoende heeft geïnformeerd over de AVG en de gevolgen hiervan voor bedrijven en instellingen. Nog eens 37% zegt dat er slechts in beperkte mate geïnformeerd is door de overheid. 15% is van mening dat zij in voldoende mate door de overheid op de hoogte zijn gebracht.

Run op security-specialisten door cyberaanvallen en GDPR

Organisaties zijn het afgelopen jaar voorzichtig geweest in het aannemen van cybersecurity-experts. In 2017 is het aantal aanvragen naar security-specialisten bij Computer Futures flink gedaald (28%). Ook het aanbod van security-specialisten is fors afgenomen, namelijk met 42 procent. Dit blijkt uit de jaarcijfers van Computer Futures, die de organisatie deelt in het trendrapport ‘Gouden tijden voor IT-specialisten’. Naar verwachting zal er in vraag en aanbod op dit gebied in 2018 een inhaalslag plaatsvinden.

Wet- en regelgeving heeft groeiende invloed op IT-investeringen
Uit onderzoek van Computer Futures blijkt dat het volgen van wet- en regelgeving steeds bepalender wordt voor IT-investeringen. In 2017 was dit bij nog geen 2 procent van de organisaties het meest bepalende bedrijfsinitiatief voor IT-investeringen. In 2018 verachtvoudigt dit percentage (16%). Op dit moment laat de praktijk zien dat hoogvliegers op het gebied van security erg gewild zijn. Organisaties die cybersecurity-experts binnen hebben gehaald, halen alles uit de kast om hen vervolgens te behouden.

Bedrijfsinitiatieven bepalend voor IT-investeringen
Albert van Reenen, Managing Director bij Computer Futures: “Organisaties waren het afgelopen jaar terughoudend in het aannemen van cybersecurity-specialisten. Desalniettemin kreeg cybersecurity binnen veel organisaties wel focus. Deze focus groeit komend jaar; organisaties beseffen zich dat er nu snel iets moet gebeuren. De reden van de verwachte toename, in zowel vraag als aanbod van cybersecurity-experts, is onder andere te verklaren doordat GDPR in mei 2018 van kracht wordt. Daarnaast geeft het toenemend aantal cyberaanvallen de urgentie aan op het gebied van IT-security.”

Gebruik smartphone blijft stijgen

Smartphone met apps

Twee op de drie Nederlanders maakt via een mobiel apparaat contact met websites en apps. Het gebruik van de smartphone bedraagt 71%, terwijl de tablet in 60% van de bezoeken wordt ingezet. Dat blijkt uit het GfK DAM-onderzoek van april 2017.

 

gebruik smartphone stijgt

Jongeren gebruiken smartphone het meest

Op smartphones zijn het vooral apps die geraadpleegd worden: 85% van alle bezoeken op smartphones betreft apps en een kleine 15% websites. Bij jongeren (13-34 jaar) is meer dan driekwart van alle bezoeken afkomstig van de smartphone. Daarmee blijven jongeren koploper in het gebruik ervan. Vijftigplussers gebruiken de tablet het meest; 36% van al hun bezoeken vinden plaats op de tablet, net iets minder dan op smartphones. Het aandeel bezoeken aan sites en apps op tablets is licht gedaald van 26% naar 24%, en is daarmee net iets groter dan het aantal bezoeken op PC/Laptop.

Als je kijkt naar welke apps dan op welk apparaat worden gebruikt, valt op dat de Facebook-app zowel op de mobiele telefoon als op tablet wordt gebruikt. Het bereik van Facebook op de smartphone is zelfs nog iets gestegen in april 2017 en wordt nu door evenveel mensen op een pc of laptop gebruikt als via de smartphone. Instagram wordt voornamelijk op de smartphone gebruikt, veelal door jongeren.

Gebruik smartphone stijgt: Google populairst

Ook in de maand april werd Google het vaakst benaderd en blijft daarmee op de eerste plaats staan. Het merk komt in de top 10 met vijf producten voor (Google, YouTube, Google Search, Google Maps en Gmail). De top 10 wordt verder gedomineerd door buitenlandse merken en apps. Er staan ook twee producten van Nederlandse bodem bij de eerste tien, namelijk Bol.com en Marktplaats.

Onderzoek: mobiele gebruikers vinden korte vertragingen al snel vervelend

smartphone

De Duitse tak van Vodafone heeft laten meten wanneer gebruikers een netwerkvertraging storend vinden. De tolerantie van de gebruikers is erg laag, zelfs al gaat het slechts om een selfie.

mobiel bereik

Enorme stress

Al vertragingen van twee seconden tijdens het uploaden van een selfie naar Facebook zorgden bij de testpersonen voor enorme stress. Dat staat in het onderzoek van Ericsson en Vodafone Duitsland, dat gisteren gepubliceerd werd. In het project werd middels een elektro-encefalogram (EEG) de hersenactiviteit van 150 proefpersonen gemeten. De resultaten tonen dat zelfs korte vertragingen tot meer inspanning en meer stress leiden.

De deelnemers moesten met een smartphone binnen 10 minuten 13 opdrachten vervullen. Daarbij werd de kwaliteit van het netwerk verlaagd. Tot de taken behoorden algemene activiteiten, zoals surfen op internet, streamen van video’s en het uploaden van selfies. Naast de hersenactiviteit werd de beweging van de ogen en de hartslag gemeten.

Voorkom haperingen

‘Het onderzoek toont aan hoe snel smartphone-gebruikers ontevreden reageren als het netwerk geen optimale prestaties levert’, aldus Guido Weißbrich van Vodafone Duitsland. ‘Al een vertraging van één seconde heeft enorme invloed op de gebruikservaring.’ Hij concludeert dat bijvoorbeeld streamingdiensten ervoor moeten zorgen dat er geen haperingen bij hun service ontstaan.

Als kanttekening bij het onderzoek moet er natuurlijk gezegd worden dat zowel Ericsson als Vodafone een groot belang hebben in een uitbreiding van de netwerkinfrastuctuur. Het zou dus raar zijn als ze tot een andere conclusie komen.

Nederlanders onderschatten risico’s cybercrime

cybercrime

Uit recent onderzoek blijkt dat Nederlanders zich weinig zorgen maken over de gevaren die ze lopen via internet. Toch krijgt zeventig procent direct of indirect met cybercrime te maken. Terwijl de risico's toenemen, bijvoorbeeld via IoT-toepassingen, maakt het algemene publiek zich juist minder zorgen.

Aandacht en aanbod

De overheid voert campagnes zoals het jaarlijkse Alert Online uit om het publiek bewuster te maken van de gevaren van cybercriminaliteit. Het onderzoek is in het kader van deze campagne uitgevoerd. Partijen zoals Google en KPN zijn hoofdpartners van deze campagne en ook andere providers zoals T-Mobile zijn partners. Behalve aandacht via dit soort campagnes is er genoeg aanbod aan beveiligingsopties. Met pakketten zoals KPN Veilig, Vodafone Protect enzovoort hebben consumenten voldoende keus. In sommige gevallen kan men hier zelfs gratis gebruik van maken, bijvoorbeeld bij bepaalde abonnementen.

Cybercrime is onbekend

Maar de gevaren van internet zijn bij veel mensen nog steeds onbekend. Van het algemene publiek (personen van 13 jaar en ouder) maakt 69 procent zich weinig zorgen. Van bedreigingen zoals ransomware, botnets en social engineering heeft zelfs respectievelijk 53, 63 en 60 procent nog nooit gehoord.  De aandacht voor beveiliging bij het algemene publiek is zelfs minder dan bij het onderzoek vorig jaar. Toen maakte 47 procent zich weinig zorgen over cyberveiligheid, terwijl dat nu is opgelopen tot 69 procent.

cybercrime

Van het algemeen publiek (links) maakt 69 procent zich weinig tot zeer weinig zorgen over cybercrime.

Beroepsbevolking

Onder de beroepsbevolking zijn mensen zich zelfs nog minder bewust van de risico's. Maar liefst 73 procent maakt zich weinig tot zeer weinig zorgen. Een lichtpuntje is hooguit dat dit percentage nauwelijks gestegen is ten opzichte van vorig jaar (72,5 procent). Werkenden zijn wel iets beter op de hoogte van beveiligingsopties zoals tweestapsverificatie en VPN-verbindingen.  De meest slachtoffers van cybercrime vallen overigens thuis.

Meer maatregelen nodig

De uitkomsten van het onderzoek zijn teleurstellend. Terwijl steeds meer mensen en apparaten met het internet verbonden zijn, is het algemene publiek zich niet bewust van risico's. Voor providers betekent dit dat zij op hun netwerken zeker niet minder botnets of andere verstoringen krijgen. Om de dreiging van cybercrime tegen te gaan zijn een betere bestrijding en standaardbeveiliging nodig, maar zeker ook meer voorlichting.

Conclusr-onderzoek: KPN mag de borst nat maken

160217 1De verhoudingen in de Nederlandse markt voor telecommunicatie worden danig opgeschud door de beoogde joint-venture tussen operator Vodafone en kabelaar Ziggo. Met name marktleider KPN krijgt er een geduchte tegenstander bij. Dat concludeert het Nederlandse marktonderzoeksbureau Conclusr in een speciaal voor Telecommagazine (en het zusterblad Connexie) vervaardigd rapport.

Nederlanders nemen plaatsonafhankelijk werken erg letterlijk

WerkplekHet ‘Nieuwe Werken’, ook bekend als het ‘plaats- en tijdonafhankelijke werken’, leidt in Nederland tot onverwachte uitwassen. Dit blijkt uit een door ICT-concern Fujitsu recent uitgevoerd onderzoek over de tevredenheid met ICT. Daarbij werden 1172 medewerkers in diverse sectoren ondervraagd.